Close

Archive for month: januari, 2018

Zo krijg je de perfecte filmkorrel look met Photoshop

– Beeldbewerking + Photoshop –

Laat ik deze blog beginnen met te zeggen dat een digitale korrel toevoegen aan een foto niet hetzelfde is als het toevoegen van ‘ruis’, want dat zou zonde en contraproductief zijn.

Er zijn heel wat tutorials op internet te vinden over het toevoegen van filmkorrels aan je digitale foto’s en natuurlijk kun je gebruik maken van de schuif filmkorrel in Lightroom. Dat is misschien snel en handig, maar lijkt in de verre verste niet op een filmkorrel zoals we die kennen in een analoge opname.

De methode van het toevoegen van een digitale korrel die ik je in deze blog ga uitleggen ken je waarschijnlijk niet. Terwijl ik durf te zeggen dat juist deze methode het allerbeste resultaat geeft die je ooit hebt gezien. Non destructief én ook nog eens achteraf aanpasbaar! Handig voor wanneer je méér of minder korrel aan een opname wil toevoegen.

Allereerst een waarschuwing vooraf. Wanneer je niet van korrels, ruis of andere onregelmatigheden in je foto’s houdt, dan is deze blog niet voor jou bedoeld!

Wil je echter weten hoe je op de allerbeste manier een heel natuurlijk ogende filmkorrel aan je digitale opnames kunt toevoegen en één die lijkt op de analoge filmkorrel van weleer, dan wil ik je als fotodokter graag het recept geven.

Filmkorrel wat is het en hoe ziet het er écht uit.

Voordat we in de details treden hoe je de perfecte digitale filmkorrel maakt, is het goed om eerst even wat achtergrond informatie te geven wat de filmkorrel bij een analoge opname eigenlijk is en hoe deze in het eindresultaat wordt weergegeven.

Veel mensen denken dat ‘ruis’ in een digitaal beeld min of meer hetzelfde is als de filmkorrel uit het analoge tijdperk, maar dat is niet juist. Het één heeft niets met het ander te maken. Ruis in een digitale camera is het resultaat van de technische beperkingen van de sensor.

Filmkorrel daarentegen is een willekeurig patroon dat ontstaat tijdens het chemische ontwikkelproces. De korrel die je ziet op de foto is eigenlijk een onbedoeld resultaat ten gevolge van de chemische bewerking (zilverhalogenide deeltjes bij zwart/wit en kleurpigmenten bij kleurenfotografie) die de film ondergaat. Het resultaat is een sneeuwachtig effect op de foto.

Wanneer je naar een zwart/wit film negatief kijkt weet je dat de lichtere partijen op het negatief donkerder worden weergegeven, terwijl de donkere partijen lichter worden weergegeven. Vandaar het woord dia negatief.

Wanneer je de foto gaat afdrukken werkt het negatief als masker. Licht dat over het masker valt wordt door de donkere gedeelten in het negatief tegengehouden. Doordat het ontwikkelpapier op die plekken niet belicht wordt zien we hier in de foto de hooglichten ontstaan met weinig tot geen korrel.

Korrel is daardoor in de meest heldere gedeeltes (de hooglichten) in een oude analoge foto afdruk niet of nauwelijks aanwezig.

Bij de donkere partijen in de foto gebeurt het tegenovergestelde. De gedeelten die in het fotonegatief dus (licht)grijs zijn worden wel doorgelaten op het ontwikkelpapier. De zilverhalidedeeltjes in het fotopapier worden hierdoor belicht en zullen daardoor verkleuren van wit naar zwart. Doordat die deeltjes niet overal gelijkmatig aanwezig zijn en doordat de tonaliteit wisselt verkrijgen we op deze plekken een zwart/wit opname met de bekende korrel.

Wanneer het licht op het negatief volledig kan worden doorgelaten betekent dat we op die plekken het papier volledig ontwikkelen, met als gevolg dat de zilverhalidedeeltjes in het papier helemaal zwart zullen worden. Dat betekent dat in de zwarten en diepe schaduwen uiteindelijk ook geen korrel zichtbaar kan zijn.

Korrelvorming in een oude analoge opname kan zich daardoor alleen ontwikkelen vanaf de schaduwen tot aan te hooglichten. Daar waar over- en onderbelichting plaats heeft gehad in de opname kunnen we in een analoge foto dus nooit korrel aantreffen.

Filmkorrel is daardoor alleen zichtbaar op gedeelten in het negatief die die niet volledig wit, én niet volledig zwart zijn.

Hoe voeg je filmkorrel toe aan je digitale foto’s?

Om een goede ‘filmkorrel’ aan een digitale foto toe te kunnen voegen zul je gebruik moeten maken van Adobe Photoshop.

Wanneer je een natuurlijk ogende filmkorrel wil toepassen op een digitale opname zullen we dus rekening moeten houden met de tonaliteit van de opname. Witte en zwarte gedeeltes krijgen geen korrel. Schaduwen en hooglichten kunnen alleen in beperkte mate voorzien worden van korrel afhankelijk van hoe donker of licht deze zijn en alleen de middentonen zullen volledig van korrel kunnen worden voorzien.

Helaas houden de standaardmethodes en de schuifjes in RAW converters zoals Lightroom hier geen rekening mee. Zij passen de ‘filmkorrel’ toe op alle gedeeltes van de foto waardoor deze er niet organisch en weinig natuurlijk uit komt te zien. Wil je dus een ‘echte’ filmkorrel emuleren op een digitale foto, dan zul je daarvoor een beetje magie moeten toepassen in de vorm van Photoshop via lagen en maskers.

Stap voor stap…

Deze uitleg is gemaakt aan de hand van de Windows versie van Photoshop.

MacOS gebruikers kunnen de volgende toetsen gebruiken.

Windows: Ctrl=Mac: Command
Windows: Alt=Mac: Option
Windows: Backspace=Mac: Delete
Windows: Rechts klikken=Mac: Control

– Stap 01. –

Start Photoshop en laad de foto in waarop je de filmkorrel wilt gaan toepassen.
Om uit te leggen hoe je dit effect kunt maken gebruik ik de onderstaande zwart/wit foto.

– Stap 02. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het ‘Groep aanmaken’ icoontje (mapje) in het lagenpalet. Dat kan ook via de optie ‘Layer > New > Group…

Geef deze nieuwe groep de naam ‘Filmkorrel’.

– Stap 03. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het icoontje ‘Nieuwe laag aanmaken’ (blaadje met omgevouwen hoekje) in het lagenpalet.

Je krijgt nu een pop-up venstertje te zien:

Geef deze nieuwe laag de naam ‘Korrel’.

Selecteer bij ‘Mode’ de optie ‘Overlay’.

Vink nu de optie ‘Fill with Overlay-neutral color (50% grey)’ aan.

Klik op ‘OK’.

Je ziet dat deze lag nu is toegevoegd, maar je ziet geen grijs vlak. Dat komt omdat de doorlaatbaarheid van deze laag is omgezet naar ‘Overlay’. Doordat de laag gevuld is 50% grijs is deze nu als het ware onzichtbaar geworden.

– Stap 04. –

Wie met Photoshop CC werkt, gaat nu eerst naar het menu:

Filter > Convert for Smart Filters’.

Dit filter stelt je in staat om straks achteraf het effect van deze laag aan te passen. Deze mogelijkheid is niet aanwezig in oudere versies van Adobe Photoshop. Wanneer je de laag hebt omgezet in een smart filter zie je in deze laag dat deze rechtsonder nu voorzien is van twee kleine vierkante blokjes.

– Stap 05. –

Vanaf deze stap gaan we de magie toepassen!

Allereerst moeten we deze laag nu zo gaan voorbereiden dat het effect van de filmkorrel straks gradueel zichtbaar is. Dat wil zeggen; van niet zichtbaar in de zwarten, naar zichtbaar in de schaduwen, naar oplopend zichtbaar in de middentonenn naar weer aflopend zichtbaar in de hooglichten en niet meer zichtbaar in de witten.

Dat doen we als volgt:

Houd de toets ‘Ctrl’ ingedrukt en klik nu op ‘RGB’ onder de kanalen.

Je ziet nu de zogenoemde ‘lopende mieren’ op het scherm verschijnen. Dat zijn alle gebieden die Photoshop nu geselecteerd heeft in het RGB kanaal.

Omdat we nu niet direct op de laag willen werken, maar een masker willen gebruiken om die later op de laag toe te kunnen passen selecteren we nu de optie ‘snelmasker’. Dat doe je door op de ‘Q’ knop te drukken.

De lopende mieren zijn nu verdwenen en je ziet een rode gloed over de foto heen liggen. Die rode gloed wordt veroorzaakt door het snelmasker, dus geen zorgen!

Druk nu de knoppen ‘Ctrl + M’ in.

Hiermee wordt het gereedschap ‘curven’ geselecteerd. Datzelfde kun je ook doen door in het menu ‘Image > Adjustment > Curves’ te kiezen.

Verander nu de optie ‘Show amount’ naar ‘Pigment Ink’.

De curve wordt nu omgedraaid waarbij je links wit hebt en rechts zwart. Maar belangrijker is dat je nu niet meer in waardes van 0 – 255 hoeft te denken, maar dat je in percentages kunt denken. Bij een waarde van 80% zwart kun je jezelf immers toch wat meer voorstellen dan wanneer ik zou zeggen ‘waarde 52’.

We kunnen nu de drempelwaardes instellen door in de curve de linker en rechterkant van de grafiek te verschuiven.

Drempelwaarde heldere tinten:

Schuif de linkerkant van de curve naar boven tot  90%

Drempelwaarde schaduwen:

Schuif de rechterkant van de curve naar beneden tot  85%

Middentonen:

Klik in het midden van de lijn en trek nu de curve helemaal naar beneden.

Je kunt ook de bijbehorende waardes invoeren: Output: 0%, Input 50%.

De foto ziet er nu misschien wat vreemd uit, maar dat is precies de bedoeling. De curve die je zojuist hebt gemaakt zorgt er namelijk voor dat het effect pas zichtbaar is vanaf de ingestelde drempelwaardes.

Klik op ‘OK’ om de curve toe te passen.

Schakel nu snelmasker weer uit door op de toets ‘Q’ te drukken. De ‘lopende mieren’ komen nu weer in beeld.

– Stap 06. –

Het wordt nu tijd om de filmkorrel toe te voegen.

De hoeveelheid korrel die je wil toevoegen is behoorlijk afhankelijk van de grootte van je foto. Aan een foto met veel megapixels moet een krachtiger filter worden toegepast dan aan een foto met minder megapixels. Bovendien is de sterkte van de korrel het een kwestie van smaak.

Maar laat ik duidelijk zijn: Overdaad schaadt!

In het voorbeeld pas ik veel ‘korrel’ toe, maar dat is vooral om het effect duidelijker te laten zien. Niet omdat ik deze waarde prefereer of goed vind. Pas toe wat jij zelf voldoende vindt. Uiteindelijk komt dit dus neer op je eigen smaak.

Het toepassen van de korrel doe je nu als volgt:

Ga naar het menu: ‘Filter > Blur Gallery > Field Blur’.

Het maakt eigenlijk niet uit welke van de opties je kiest onder de ‘Blur gallery, maar ‘Field Blur’ is de eerste optie en daarom gekozen.

Kies in dit filter aan de rechterzijde nu het ‘tabblad Noise’.

In dit filter zien we een aantal opties.

Allereerst vinken we bovenin de balk de optie ‘High Quality’ aan.

Door deze optie aan te vinken verhogen we de kwaliteit van de korrel, maar vertragen we wel het proces van het aanmaken van diezelfde korrel. Heb je haast of vind je de kwaliteit wat minder belangrijk dan kun je deze optie ook uitgevinkt laten.

Rechts zien we een balk met de optie ‘Field Blur’ aangevinkt.

Dat laten we zo, net als de waarde die ingevuld staat.

Het maakt voor het effect namelijk niets uit welke waarde hier ingevuld staat. Het doet niets met het effect dat we willen bereiken.

Eronder vinden we een aantal tabbladen.

Zorg ervoor dat het tabblad ‘Noise’ is geselecteerd.

– De eerste optie die je hier ziet ‘Grain’, moet aangevinkt zijn.

– De optie ‘Amount’ geeft aan ‘hoeveel’ korrel je wil toevoegen.

– De optie ‘Size’ bepaald de ‘grootte’ van de korrel.

– De optie ‘Roughness’ bepaald hoe ‘grof’ de korrel moet ogen.

– De optie ‘Color’ geeft aan of er kleurruis moet worden toegepast.

– De optie ‘Highlights’, geeft de helderheid en daarmee de zichtbaarheid van de korrel aan.

De zichtbaarheid van een reguliere filmkorrel uit de tijd van toen, was afhankelijk van de gebruikte film. Een snelle film van destijds kende weinig korrel en had een hele fijne structuur.

Fotografeer je dus met een lage ISO waarde en wil je toch een wat meer analoge ‘look’ geven aan je foto, dan gebruik je dus een kleine hoeveelheid, met een kleine korrel, die fijn van structuur is.

Naarmate de ISO waarde op je camera hoger staat ingesteld, verhoog je de hoeveelheid korrel, maak je deze groter en grover.

Als voorbeeld gebruik ik de waardes 90, 60 en 60.

Klik op ‘OK‘.
Omdat dit geen ‘snel’ filter is moeten we nu eventjes geduld hebben…

– Stap 07. –

De korrel is nu toegevoegd, aan de foto maar oogt nog een beetje hard langs de randen van de verschilende korrels die je ziet. Om de korrel er nog wat natuurlijker uit te laten zien gaan we deze randen verzachten door een ‘gaussian blur’ filter over de laag ‘korrel’ heen te leggen.

Ga daarvoor naar: ‘Filter > Blur > Gaussian Blur’.

Kies nu een Radius van tussen de 0,9  en 1,6 pixels.

Naarmate je meer ‘blur’ toepast zal de korrel zachter ogen.
Klik op ‘OK‘.

Je kunt deze techniek nog verder perfectioneren door naast een ‘grove’ korrel ook nog een ‘fijne’ korrel toe te voegen aan het filter door ‘stap 6’, nog een keer uit te voeren als apart filter.

– Stap 08. –

Er is geen stap 8. Gefeliciteerd, je hebt nu een perfect ogende filmkorrel toegevoegd aan je foto. Want ook al zijn je bestanden digitaal, dat wil niet zeggen dat je er best een analoog tintje aan mee mag geven.

Zelf vind ik digitale foto’s net even te clean of bepaalde overgangen net te hard. Door deze techniek op een gepaste wijze te gebruiken worden je foto’s net even iets meer een belevingsproduct.

Wanneer deze techniek je bevalt, dan raad ik je aan om bovenstaande stappen in een actie op te nemen. Dan hoef je niet alle stappen te onthouden, maar kun je eenvoudig door het afspelen van deze actie supersnel een analoge look geven aan je foto’s.

XPERIENCE Fujifilm X-T2 – Hét ebook (PDF) voor de Fujifilm fotograaf

*** XPERIENCE Fujifilm X-T2 (NU inclusief uitleg Firmware versie 4.10) *** is hét digitale handboek voor de Fujifilm X-T2 fotograaf. In dit e-book (PDF) vertel ik je alles over jouw Fujifilm X-T2. Deze geheel vernieuwde digitale versie telt meer dan 580 pagina’s is bijgewerkt tot en met firmware versie 4.10. Zo wordt vrijwel iedere instelling zorgvuldig besproken! Een ‘must have’ als je snel met je camera aan de slag wilt!

‘Dark Frames’ gebruiken als ruisonderdrukking bij lange sluitertijden.

– Zo doe je dat –

Wanneer je foto’s maakt met een lange sluitertijd (langer dan 10 seconden) kun je soms witte, rode, gele, groene, blauwe of magenta gekleurde stipjes zien in je foto. Dat zijn over het algemeen genomen géén kapotte pixels in je camera, maar zogenoemde ‘hot pixels’. Die pixels worden ook wel kleurruis genoemd.

In deze blog leg ik je uit hoe je deze ‘hot pixels’ kunt verwijderen door gebruik te maken van een ‘dark frame’ en Adobe Photoshop.

De foto waarbij de hotpixels nog niet zijn weggehaald met daaronder de bijbehorende Dark Frame.

Hot Pixels

Hotpixels ontstaan door warmteontwikkeling op de sensor. Je camera ziet daarbij dan ‘warmte’ aan voor een lichtdeeltje. Het resultaat is dat op die plek dan een pixel te zien is met een afwijkende helderheid en kleur ten opzichte van de rest van de foto.

Helaas zijn hotpixels nooit helemaal te voorkomen wanneer je opnames maakt met een (hele) lange sluitertijd. Iedere camera zal hier in meer of mindere mate last van hebben. Je zult begrijpen dat dergelijke pixels met een afwijkend kleurpatroon als héél storend kunnen worden ervaren. Met name bij een egale of donkere achtergrond vallen dergelijke hotpixels heel erg op.

Zoals ik je al verteld heb ontstaan die hotpixels door warmteontwikkeling op de sensor van je camera. Waar deze pixels exact in een opname zullen verschijnen kun je helaas nooit vooraf voorspellen. Net als dat je vooraf nooit kunt weten hoeveel pixels er door de sensor als hotpixel zullen worden geregistreerd. Wel is het zo dat naarmate de opnameduur langer wordt en de camera langer aan staat er meer hotpixels zullen ontstaan.

Gelukkig is het ook zo, dat zo lang de camera aan staat het per opname wel altijd dezelfde pixels zullen zijn die als ‘hotpixel’ worden geregistreerd. Pas wanneer de camera ‘uit-‘ en weer ‘aan-‘ wordt gezet zullen er weer andere pixels als ‘hotpixel’ door de sensor van je camera worden geregistreerd.

Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking

Veel camera’s hebben een optie in het menu om de hotpixels onzichtbaar maken wanneer je fotografeert met een sluitertijd die langer is dan 10 seconden. Bij Fujifilm heet deze optie ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’.

Door in de camera dit type ruisonderdrukking ‘Aan’ te zetten, worden deze hotpixels automatisch verwijdert. Dat doet je camera door niet één, maar twee foto’s te maken met exact dezelfde camera instellingen. De eerste opname is de registratie van hetgeen je wilt fotograferen. De tweede opname bestaat uit een foto met een gelijke duur van de sluitertijd, maar waarbij de sluiterbladen van je camera niet worden geopend.

Feitelijk bestaat die tweede foto dus uit een opname waarbij er ‘niets’ kan worden geregistreerd, omdat er bij deze tweede opname geen licht op de sensor valt.

Het resultaat; Een zwaar onderbelichte foto die we een ‘Dark Frame’ noemen. Juist deze tweede opname is voor de camera noodzakelijk om op zoek te gaan naar pixels met een afwijkend kleurpatroon. Want daar waar je camera op deze tweede foto een gekleurde pixel aantreft weet je camera dan dat het daarbij dan zal gaan om een ‘hotpixel’.

Deze als ‘fout’ geregistreerde pixel wordt door de camera vervolgens op de originele opname vervangen door een pixel met de juiste helderheid en kleurtoon. Op deze manier corrigeert je camera daarmee de fout in de originele opname en zie je de hotpixel nooit meer terug.

De tweede opname wordt door je camera overigens automatisch weggegooid, je zult hem daarom nooit tussen je RAW of JPEG bestanden op de geheugenkaart aantreffen.

‘Lange sluitertijd ruisonderdrukking’, maakt dus gebruik van het principe dat een extra opname met een exact gelijke sluitertijd, ook exact dezelfde hotpixels zal registreren en daardoor kan verwijderen. Het nadeel van deze methode (en camera-instelling) is wel dat het maken van de foto daardoor 2x zo lang duurt als de werkelijke belichtingstijd van de opname.

Maak je dus een foto met een belichtingsduur van 30 seconden, dan betekent dat dus dat er een opname gemaakt wordt van 30 seconden, plus een opname van een ‘Dark Frame’ met een opnameduur van 30 seconden. Tezamen kost het maken van de opname dan 1 minuut.

Maak je een opname met bijvoorbeeld een 10ND of 16ND filter, dan zijn sluitertijden van meerdere minuten niet ongebruikelijk. Zou je dan bijvoorbeeld een opname maken met een belichtingsduur van 6 minuten dan betekent dat dus ook dat het maken van het ‘Dark Frame’, je nog eens 6 minuten extra kost. Bij elkaar ben je dan dus per foto altijd minimaal 12 minuten kwijt!

Dark Framing – Zo doe je dat!

Bij het maken van nachtopnames waarbij je bijvoorbeeld een aaneensluitend sterrenspoor wilt maken is het bijvoorbeeld niet mogelijk om gebruik te maken van de in de camera ingebouwde ‘lange sluitertijd ruisonderdrukking’.

Wanneer je ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’, dan ‘Aan’ hebt staan zou je nooit een mooie lange vloeiende lijn kunnen krijgen, maar krijg je als resultaat een stippellijn. Dat wordt veroorzaakt doordat je telkens veel te lang moet wachten voordat de volgende échte opname gemaakt kan worden.

Ook wanneer je veelvuldig gebruik maakt van ND filters, kan de wachttijd behoorlijk oplopen. Zeker wanneer je net als ik, het meestal niet laat bij één opname, maar bij een kleine serie opnames om zo later de ‘beste’ foto eruit te kunnen pikken.

Omdat het niet altijd mogelijk of wenselijk is om per foto zo lang te moeten wachten moeten we dus op zoek naar een andere methode die je uiteindelijk hetzelfde resultaat oplevert. Een foto zonder hotpixels.

Dat kan door zélf het ‘Dark Frame’ te produceren. Natuurlijk zijn daar wel wat voorwaarden aan verbonden. Het belangrijkste daarbij is dat de omstandigheden van het ‘Dark Frame’, zoveel als mogelijk overeen komen met de originele opname.

Dat betekent dus ook dat je het ‘Dark Frame’ alléén kunt produceren en direct moet gaan maken op het moment dat je klaar bent met het maken van de ‘laatste’ opname van de échte foto(’s).

De voorwaarden:
  1. Je camera mag niet worden uitgezet tussen het maken van de laatste (echte) foto en het maken van het ‘Dark Frame’.
  2. Plaats de lensdop op het aan de camera gekoppelde objectief, zodat er géén licht op de sensor kan vallen.
  3. De opname instellingen mogen niet worden gewijzigd!Dat betekent dus dat je voor het maken van het ‘Dark Frame’, je éxact dezelfde instellingen gebruikt. Sluitertijd en ISO instelling mogen daarbij dus niet worden aangepast.
  4. Maak nu de ‘Dark Frame’ opname; Dus vrijwel direct na de laatste serie ‘echte’ foto’s.
  5. De temperatuur van je camera moet zoveel als mogelijk is gelijk blijven wanneer je het ‘Dark Frame’ produceert. Je mag je camera dus niet in je tas stoppen, tijdens het maken van het ‘Dark Frame’.
  6. Om de ‘Dark Frame’ en hotpixels te verwijderen van de originele foto heb je Photoshop, of een gelijkwaardig beeldbewerkingsprogramma zoals Affinity Photo nodig. (Alleen Lightroom of enkel een andere RAW bewerker is niet voldoende!).

Het meest geschikte moment waarop je het ‘Dark Frame’ produceert is dus het moment waarop je eigenlijk klaar bent met fotograferen en je de boel gaat opruimen en inpakken om weer op weg naar de volgende locatie, of huis te gaan. Je hoeft zo per serie foto’s maar één ‘Dark Frame’ opname te maken. Deze opname gebruik je bij thuiskomst als referentie (per serie) van alle foto’s die je zojuist hebt gemaakt.

Hotpixels verwijderen door middel van je eigen ‘Dark Frame’ opname.

Bij deze methode ga ik ervan uit dat je Adobe Lightroom en Adobe Photoshop in je bezit hebt.

Je kunt eventueel ook een andere RAW bewerker of een ander programma als Photoshop gebruiken. Voor wat betreft het alternatief voor Photoshop is het dan wel belangrijk dat het programma dat je dan gebruikt wel over soortgelijke functionaliteit beschikt.

Lightroom is handig omdat je daarmee de mogelijkheid hebt om zowel het originele (bewerkte) fotobestand en het ‘Dark Frame’ tegelijkertijd als verschillende lagen in één (nieuwe) foto kunt openen.

  1. Importeer de foto’s in de RAW bewerker van je keuze inclusief de ‘Dark Frame’ opname.
  2. Bewerk de (RAW) opnames naar jouw smaak.
  3. Het ‘Dark Frame’ laat je uiteraard ongemoeid!
  4. Selecteer in Lightroom de (bewerkte) originele foto én selecteer de ‘Dark Frame’ opname.Dat doe je door eerst de (bewerkte) foto te selecteren en daarna de toets CTRL ingedrukt te houden om daarna ook de ‘Dark Frame’ opname aan te klikken.Nu je beide bestanden hebt geselecteerd, druk je op de rechtermuisknop en kies je uit de lijst die je nu te zien krijgt ‘Bewerken In > Open als Lagen in Photoshop’.Je kunt hetzelfde doen door in het menu te kiezen voor ‘Foto > Bewerken In > Open als lagen in Photoshop’.
  1. De foto is nu als achtergrond in Photoshop geopend.Het ‘Dark Frame’ als laag erboven.Als het goed is zie je nu niets van de foto zelf en zie je alleen de ‘Dark Frame’.Wanneer dat niet het geval is, moet je beide lagen even met elkaar verwisselen.
  2. Selecteer de onderste laag (foto) en maak een kopie van deze (achtergrond)laag.(CTRL + A), daarna (CTRL+C) Houdt de ‘ALT’ toets ingedrukt en selecteer het icoon ‘Maak nieuwe laag’. Noem deze nieuwe laag ‘Uitsmeren’ en plak vervolgens de gekopieerde inhoud van de foto op deze nieuwe laag (CTRL+V).Deze nieuwe laag is als het goed is nu geplaatst tussen de originele foto en het ‘dark frame’
  3. Selecteer nu uit het ‘Filter menu’ -> ‘Blur’ -> ‘Gaussian Blur’.Gebruik als waarde 2,4 pixels. Je smeert daarmee de foto dan net voldoende uit om de pixels voldoende met elkaar te laten mengen en waardoor kleurtoon en helderheid behouden blijven.
  4. Selecteer nu de laag met de ‘Dark Frame’ inhoud en hernoem deze laag ‘Dark Frame’.
  1. In Photoshop selecteer je nu de optie ‘Calculations’.Deze optie tref je aan onder het menu ‘Image’ (Image > Calculations).Er verschijnt nu een nieuw venster, met een inhoud die misschien op het eerste gezicht wat abracadabra lijkt wanneer dit de eerste keer is dat je deze mogelijkheid in Photoshop gebruikt.Source 1 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’.Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’.Source 2 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’. Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren. In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’. Blending – Geeft aan wat voor soort calculatie we willen uitvoeren. In dit geval willen willen we de helderheid van de hotpixels versterken. We kiezen daarom voor de optie ‘Screen’ De ‘Opacity’, of doorlaatbaarheid van het resultaat van de calculatie laten we op 100% ingesteld staan. De optie ‘Mask’ (Masker) vinken we niet aan! Result – Geef aan wat we met de uitkomst willen doen. In dit geval willen we een selectie maken van de hotpixels en daarom kiezen we hier voor ‘Selection’. Hierna klik je op ‘OK’. Je ziet nu (misschien), dat er een selectie is gemaakt van alle heldere pixels. Wanneer je nu niets ziet. Geloof me er is écht een selectie gemaakt van de ‘hotpixels’ in de laag ‘Dark Frame’.
  1. De volgende stap is vrijwel een herhaling van stap 9.Toch is er een verschil. Dus let goed op!Ga opnieuw naar de optie ‘Calculations’ via het menu ‘Image > Calculations’.Voor Source 1:Layer: Dark FrameChannel: ‘Selection’.We kiezen dus geen kleurkanaal, maar de voorgaande selectie die we zojuist hebben gemaakt. Voor Source 2: Layer: Dark Frame Channel: ‘Selection. We kiezen dus ook de voorgaande selectie als tweede bron voor de berekening die we willen uitvoeren. Blending: Screen We versterken hiermee de selectie en wat als een ‘Heldere’ (witte) pixel door Photoshop wordt waargenomen en tegelijkertijd zullen alle echt ‘Donkere’ pixels die we op de laag ‘Dark Frame’ waarnemen als ‘Zwart’ donker blijven. Door voor een tweede keer een berekening over de selectie uit te voeren maken we de selectie breder, of ruimer. Zo voorkomen we dat we alsnog ‘ruis’ opnemen in het masker dat we zo gaan maken. Als resultaat willen we wederom een ‘selectie’ overhouden. We kiezen daarom bij Result voor: Selection. Result: Selection Hierna klik je op ‘OK’.
  1. De laag met de inhoud van het ‘Dark Frame’ kun je nu in de prullenmand gooien.Deze laag heb je voor deze foto nu niet meer nodig (gooi dus niet het bestand weg, maar de geopende laag) in de prullenbak van het lagenpaneel.
  2. Omdat de laag ‘Uitsmeren’ tussen die van de originele foto en het ‘Dark Frame’ stond wordt nu automatisch de laag ‘Uitsmeren’ geselecteerd. Dit is nu de bovenste laag geworden.
  3. Druk nu op het icoontje ‘Laagmasker toevoegen’ in het lagenpaneel.De laag ‘Uitsmeren’ wordt hiermee afgedekt, met uitzondering van de ‘hotpixels’.Echter, omdat je deze laag via het filter hebt uitgesmeerd zullen lege plekken, waar eerder de hotpixels aanwezig waren nu worden opgevuld met een kleur en kleurtoon van de uitgesmeerde laag, waardoor de hotpixels eronder niet meer opvallen. Je hebt deze ‘foute’ pixels hiermee nu min of meer onzichtbaar gemaakt.
  4. Selecteer nu beide lagen. (ALT + CTRL + A)
  5. Voeg beide lagen nu weer samen tot één laag. (SHIFT + CTRL + E).
  6. Voila, je hebt de hotpixels nu uit je foto verwijdert.

Wanneer je foto’s hebt gemaakt van bijvoorbeeld een sterrenspoor, kun je eventueel eerst alle foto’s samenvoegen, om vervolgens als laatste de ‘Dark Frame’ opname te gebruiken om zo pas in de resultaatfoto de onbedoelde ‘hotpixels’ te verwijderen.

Het is uiteraard ook handig om van bovenstaande procedure een ‘Actie’ te maken in Photoshop.