Close

Archive for month: september, 2018

Photokina 2018 roundup – De trend; grotere sensoren, snellere modellen!

De slag om ‘mirrorless’ is aanstaande!

Ongeveer een jaar geleden schreef ik het al op in mijn blog ‘De gebroken belofte van de DSLR‘. Het kon niet veel langer uitblijven en eigenlijk hoef je ook niet over een glazen bol te beschikken om in de toekomst te kijken. Gezond verstand vertelde mij toen al dat het geen jaren meer zou duren voordat Canon en Nikon zich serieuzer op zouden gaan stellen voor wat betreft het produceren van meer professionelere systeemcamera’s.

Hoe staat de cameramarkt ervoor?

Nog géén jaar later zien we nu dat Canon de Canon EOS R heeft geïntroduceerd en dat Nikon de markt betreed met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Tegelijkertijd hebben we nu ook nog te horen gekregen dat Panasonic samen met Sigma in Maart 2019 een digitale 35mm camera op de markt gaat zetten die gebruik gaat maken van de Leica L-vatting. Daarmee zijn er nu vijf, of eigenlijk zes, camerafabrikanten die een digitale 35mm systeemcamera gaan voeren in hun assortiment.

Eigenlijk verwacht ik dat ook Olympus zich binnen niet al te lange tijd zich nog bij dit rijtje gaat aansluiten. Daarmee hebben vrijwel alle camerafabrikanten nu een serieuze systeemcamera in de markt staan met een sensor die gelijk of groter is dan 36x24mm.

Wat de toekomst ons brengt kan niemand zeggen, wel dat er duidelijke trends te zien zijn.

Voor Canon gaat op dat dit de 2e keer is dat zij haar gebruikers laat wisselen van lensvatting. Dat deed zij eerder al in 1987 toen Canon overstapte van de FD naar de EF vatting. Destijds noodzakelijk vanwege de introductie van autofocussystemen in analoge camera’s. Voor Nikon is dit de eerste keer in méér dan 60 jaar dat zij een nieuwe lensvatting introduceert voor een professioneel camerasysteem.

Voor wie al wat langer meedraait in dit wereldje kon al lang aan zien komen dat ‘spiegels’ en ‘prisma’s’ hun langste tijd hebben gehad. We leven nu eenmaal in een steeds verdergaande digitale wereld. Het is heus niet dat analoge technologie niet goed zou werken, maar de toekomst ligt nu eenmaal in verdergaande digitalisering van camerasystemen vanwege de goedkopere wijze waarop onderdelen kunnen worden geproduceerd én doordat volledig digitale camerasystemen ons in de toekomst meer mogelijkheden kunnen bieden dan met analoge technologie mogelijk is.

Fujifilm 50R – Medium Format binnen het bereik van iedere (semi-)professional en enthousiaste fotograaf.

Fujifilm daarentegen speelt hun eigen spel. Aan de ene kant hebben zij een unieke positie verworven binnen het APS-C segment en anderzijds valt zij de markt van bovenaf aan via hun GFX lijn. Om deze markt van de bovenzijde te kunnen benaderen ontbrak het Fujifilm nog aan een betaalbare Medium Format camera. Die is er nu in de vorm van de GFX 50R, waarbij de R staat voor Rangefinder. Ook al is dit zeker géén echte meetzoekercamera te noemen.

Het voordeel voor Fujifilm is dat zij daardoor momenteel nauwelijks last hebben van de concurrentie. Hierdoor heeft Fujifilm nu de nummer 2 plek ingenomen als het gaat om de markt van systeemcamera’s met verwisselbare objectieven.

Ontwikkelingen voor de nabije toekomst

De vraag was dus niet óf het zou gaan gebeuren, maar vooral wanneer. Systeemcamera’s hebben nu een volwassen stadium bereikt. Nieuwe sensoren en beeldprocessoren worden steeds sneller en binnen niet al te lange tijd zullen we ook camera’s gaan zien waarbij de sensor ook de taak van de sluiter gaat overnemen. Eerste gordijnsluiters in combinatie met elektronische sluiters en zogenoemde ‘stacked’ sensoren zijn slechts de eerste stap.

De tweede stap wordt genomen door zogenoemde ‘global shutters’. Dit zijn beeldsensoren die in één keer volledig uitgelezen kunnen worden. Dat betekent niet alleen dat we daarmee razensnelle sluitersnelheden kunnen krijgen, maar dat ook de mechanische sluiter erdoor in een camera wordt vervangen. De problemen van weleer met de huidige elektronische sluiters (niet kunnen flitsen, scheeftrekken van het beeld en gordijnvorming) zijn daarmee ook passé.

Panasonic verraste de markt door niet alleen een nieuwe digitale 35mm ‘Full Frame’ camera aan te kondigen, maar ook een ‘open’ lensvatting te gaan gebruiken die gebaseerd is op de Leica L-Vatting. Naast Panasonic heeft Sigma reeds toegezegd voor deze camera ook objectieven te gaan maken. 

Andere voordelen die we terugzien in systeemcamera’s zijn het over het algemeen genomen flink lagere gewicht van het totale systeem ten opzichte van een spiegelreflexcamera. Niet alleen dragen de spiegel en het prisma bij aan het extra gewicht van een DSLR. Doordat de sensor verder naar voren kan worden geplaatst bij een systeemcamera, kunnen objectieven voor dit type camera zonder spiegel (mits er gebruik wordt gemaakt van een voldoende grote lensvatting) ook compacter en daarmee lichter worden gemaakt.

Er zijn eigenlijk vier belangrijke redenen waarom de systeemcamera de toekomst heeft én waarom spiegelreflexcamera’s in steeds mindere mate aantrekkelijk zullen zijn voor gevorderde amateurs en professionals:

1) Een digitale zoeker is tegenwoordig zo helder en goed dat het verschil tussen een optische en digitale zoeker in helderheid en snelheid niet tot nauwelijks nog zichtbaar is.

Bovendien kent een digitale zoeker als groot voordeel dat je een te fotograferen scéne voorafgaand aan het maken van de opname al in zijn eindstadium voor wat betreft helderheid, kleur, contrast en scherptediepte hebt gezien. Je ziet vooraf al exact hoe de foto gaat worden. Het gehele ‘gokelement’ uit de belichtingsdriehoek wordt erdoor weggenomen.

2) Het autofocussysteem van een systeemcamera is véél nauwkeuriger dan het autofocussysteem zoals dat wordt toegepast in een digitale spiegelreflexcamera.

Problemen als ‘front-‘ en ‘backfocus’ zijn daarmee opgelost omdat de autofocusmeting plaats heeft via de sensor en daarmee parallel aan het te fotograferen object.

Bij een spiegelreflexcamera vindt deze meting plaats door een aparte en schuin in het spiegelhuisgeplaatste autofocusmodule. Door zijn schuine plaatsing in het spiegelhuis kan deze in een spiegelreflex nooit 100% nauwkeurig werken. Door schommelingen van de temperatuur en luchtvochtigheid moet om die reden het autofocussysteem van een digitale spiegelreflexcamera regelmatig worden gekalibreerd.

Daar komt nog bij dat de snelheid van het autofocussysteem van een systeemcamera tegenwoordig op gelijke voet staat met die van een spiegelreflexcamera. De laatste barriere waarbij een spiegelreflexcamera tot voor kort een voorsprong had is met de allerlaatste generatie systeemcamera’s geslecht.

3) Er kunnen door nieuwe en snellere beeldsensoren en processoren flink méér opnames per seconde worden gemaakt en met gebruikmaking van meer intelligente autofocussystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan gezicht- en oogdetectie of ingebouwde beeldstabilisatiesystemen.

4) Er is een steeds verdergaande integratie tussen fotografie en video. Een spiegel en een mechanische sluiter staan deze ontwikkelingen nu nog enigszins in de weg, maar deze ‘problemen’ zullen binnen enkele jaren volledig zijn opgelost wanneer de zogenoemde ‘global shutter’ in een camera algemeen goed gaat worden.

Canon en Nikon hebben de afgelopen jaren uiteraard niet helemaal stil gezeten, maar ze hebben wel afgewacht hoe Sony, Fujifilm en Olympus het tapijt voor hen heeft uitgerold. In die tussentijd konden Canon en Nikon zo hun gebruikers tot het laatst uitmelken, terwijl Sony en Fujifilm grote investeringen hebben moeten doen om de systeemcamera als serieus alternatief tegenover de spiegelreflex te positioneren.Kortom; Sony en Fujifilm hebben het marketingwerk gedaan om dit productsegment tot een volwassen stadium te krijgen terwijl Canon en Nikon rustig achterover leunden om hun zo hun spiegelreflex gebruikers ‘zoet’ te houden.

De Nikon “Z6 / Z7Touch & Try Bar”  – Druk bezocht met wachtrijen oplopend tot méér dan 20 minuten..

Tot nu toe waren de pogingen van zowel Canon als Nikon daarom ook niet erg serieus te noemen. De Canon EOS M serie was uiteraard een heel aardige vingeroefening van Canon met een ‘dual pixel autofocussysteem’ en Nikon had met haar ‘1’ systeem een razendsnel autofocussysteem, maar beide camerasystemen zijn nooit echt serieuze alternatieven geweest voor gevorderde amateurs of professionele fotografen.

In beide gevallen kunnen we nu wel verwachten dat zowel het ‘Canon EOS M’ en het ‘Nikon 1’ systeem beide ten dode zijn opgeschreven nu zowel Canon als Nikon beide een serieus camerasysteem hebben geïntroduceerd.

Laten we eens kijken wat ik vorig jaar heb voorspeld en in hoeverre die voorspellingen nu eind September 2018 zijn uitgekomen:

1. Nikon en Canon zullen een serieuze systeemcamera introduceren gericht op de (semi-)professionele markt.

Deze voorspelling is in zijn geheel en voor de volle 100% uitgekomen. Sterker nog, we zijn nog niet klaar! Dit is pas het begin van een absolute omwenteling. De verwachting is dat aan het einde van de eerste helft van 2019 het aantal verkochte systeemcamera’s de vraag zal overtreffen van die van spiegelreflexcamera’s. Vanaf dat moment zal de markt in steeds snellere mate gaan veranderen en daarmee zal het tempo waarin systeemcamera’s de overhand krijgen in versneld tempo toenemen.

De reden waarom Canon en Nikon juist nu hun eerste serieuze systeemcamera’s op de markt zetten heeft alles te maken met de Olympische spelen van 2020. Die spelen vinden plaats in Tokyo en de camerafabrikanten willen die periode graag gebruiken om misschien wel de bekendste industrietak van Japan eens flink in de spotlights te zetten.

Door nu een serieuze systeemcamera te introduceren creëer je het fundament. Het stelt de fabrikanten in staat om kleine foutjes in hun eerste ontwerp te herstellen, het laat de markt versneld groeien en…. niet geheel onbelangrijk, je kunt niet in één keer een hele serie objectieven in de markt zetten. Zoiets kost tijd omdat onderzoek en ontwikkeling van dergelijke high-tech technologie behoorlijk wat inzet kost.

Hier melden graag! – Genodigden en de pers kregen een speciaal inkijkje in de nieuwe Nikon Z6 / Z7. 

Of deze nieuwe telgen van Nikon en Canon ‘professioneel’ zijn, dat laat ik in het midden. Alhoewel de inzet van Nikon aanzienlijk hoger is dan die van Canon. De Nikon Z6 en Z7 komen overeen in hun kunnen met de Nikon D750 en D850, terwijl de Canon EOS R niet echt boven het ambitieniveau van een Canon 6D MKII uit stijgt.

Voor wat betreft hun videomogelijkheden zijn beide systemen niet geheel ‘last generation’. Maar ook hier kun je zeggen dat de Nikon Z6/Z7 serieuzere camera’s zijn met hun 4K 30P en 120P ‘slowmotion’ mogelijkheid. 4K beelden worden daarbij over de gehele sensor opgenomen.

De Canon EOS R is daarbij in vergelijk een beetje een aanfluiting. Deze camera maakt voor het gebruik van haar videomogelijkheden gebruik van een gigantische cropfactor en in dat opzicht is het ook gelijk een typisch Canon product te noemen waarbij met bepaalde mogelijkheden ‘beschermd’ voor toekomstige (duurdere) modellen.

Voor wie echte topmodellen wil die zal nog moeten wachten tot volgend jaar. Waarschijnlijk zul je dan rond deze tijd (2019) gaan zien dat er nog serieuzer op deze markt zal worden ingezet met snellere en duurdere modellen die vergelijkbaar zullen zijn met de Nikon D5 en Canon 1DxMKII of beter. Deze modellen zullen in ieder geval niet later worden geïntroduceerd dan het voorjaar van 2020.

De Canon “Touch and Try hoek” – Niet druk bezocht…

2. Nikon en Canon zullen gebruik gaan maken van een nieuwe lensvatting.

Een nieuw camerasysteem zoals een systeemcamera heeft alleen toegevoegde waarde als daarbij ook optimaal gebruik wordt gemaakt van nieuwe mogelijkheden die zo’n systeem te bieden heeft. Doordat de sensor in een systeemcamera verder naar voren kan worden geplaatst kunnen objectieven compacter en eventueel lichter en vooral ook lichtsterker worden gemaakt. Dat komt ten goede aan de scherpte en het oplossend vermogen.

Om die reden was het eigenlijk altijd al de verwachting dat zowel Canon als Nikon een nieuwe lensvatting voor hun nieuwe camerasysteem zouden gaan ontwikkelen. Wie nu nog een spiegelreflexcamera in zijn bezit heeft doet er héél verstandig aan om nu echt serieus en goed na te gaan denken hoe hij zijn migratie naar een systeemcamera gaat invullen.

Blijf je bij je merk? Verander je van merk en waarom? Wanneer wil je ‘over’ gaan? Dat zijn de belangrijkste vragen die jij je als bezitter van een spiegelreflexcamera nu moet gaan beantwoorden.

De ‘lens Roadmap’ van Nikon. Serieuze objectieven voor een serieus systeem.
Een duidelijke afweging tussen lichtsterkte en gewicht.

Mijn persoonlijke mening is dat het zéér onverstandig is om nog langer te blijven investeren in een digitaal spiegelreflexsysteem, óf om daarvoor nog langer (brand)nieuwe objectieven te kopen.

De investering die je daar nu nog in gaat doen zul je dan in versneld tempo en tegen steeds lagere (2e hands)prijzen moeten afschrijven. Ik wil je nog maar eens wijzen op de prijzen die je nu betaald voor een analoog objectief. Dergelijke prijzen zullen uiteindelijk ook worden gegeven voor je huidige dure L-objectieven of ‘Goldring’ glas.

Wil je helemaal overstappen van merk? Dan is het waarschijnlijk het meest verstandig om je huidige objectieven zo snel mogelijk van de hand te doen.

Of overstappen van merk uiteindelijk ‘nuttig’ is of niet, daar doe ik geen harde uitspraak over. Dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Tegelijkertijd; Ik kan je vertellen ‘Het gras is niet altijd groener bij de buren’. Doe dus goed én gedegen onderzoek voordat je een dergelijke volledige stap overweegt.

Laat je niet zomaar leiden door wat er soms gezegd wordt. Soms kloppen sommige van die uitspraken niet, of zijn ze niet volledig en soms  lijkt een overstap mooi omdat een fabrikant gebruik maakt van de laatste technologie. Dat wil dan niet automatisch zeggen dat die fabrikant dan ook om je ‘geeft’ als fotograaf, of dat hij het ‘beste’ met je voorheeft.

Er zijn situaties en camera’s te koop waar technologie en het gadget gehalte belangrijker lijkt te zijn dan dat de camera een werkpaard is voor jou als fotograaf. Trap niet in die valkuil! Marketing is mooi, maar het kan je hoofd ook danig op hol brengen dat je niet rationeel meer nadenkt over de gevolgen van je keuze.

De stand van Sony – Stilte voor de storm die te wachten staat.

Uiteraard hoef je niet direct in één klap alles de deur uit te doen. Er zijn immers voor zowel het Canon EOS R als ook voor het Nikon Z systeem adapters te krijgen die het mogelijk maken om je ‘oude’ glaswerk nog een tijdje te kunnen gebruiken. Dat verzacht wellicht ietwat de pijn. Het neemt echter niet weg dat je huidige ‘EF’, ‘Goldring’ of ‘Sigma Art’ objectieven voor je Canon of Nikon DSLR op de langere termijn steeds minder waard zullen worden.

Voor Canon worden er een drietal adapters op de markt gebracht waarbij deze te koop zullen zijn van héél eenvoudig tot slim en handig. Bijvoorbeeld doordat er een filtersysteem in is aangebracht.

De adapter van Nikon is overigens zéér slim en doordacht en waarbij bijna alle 320 beschikbare objectieven voor de 60-jarige Nikon F-vatting ook gebruikt kunnen worden op de nieuwe Nikon Z camera’s. Dat is dus een knap staaltje werk. Helaas betekent het wel dat objectieven zonder autofocusmotor handmatig zullen moeten worden scherpgesteld.

Mijn verwachtingen voor de nabije toekomst

Natuurlijk heb ik niet de beschikking over een glazen bol, maar ga ik af op de marktontwikkelingen zoals ik die zie. Er is veel wat we nog niet weten. Zo ben ik bijvoorbeeld erg benieuwd hoe Canon haar nieuwe R lijn gaat uitbreiden.

Speelt Canon op safe en gaan ze eerst de consumentenmarkt bespelen zoals we nu eigenlijk al zien met de EOS ‘R’ op de wijze waarop Canon die nu heeft geïntroduceerd, of zet Canon komend jaar ‘vol’ in op een méér professioneler model?

Één ding weet ik wel. Canon heeft een aantal serieuze objectieven op haar roadmap geplaatst die niet echt passen bij de camera zoals die is geïntroduceerd. Ook ben ik er niet zeker van of Canon er goed aan heeft gedaan om gelijk in te zetten op zulke lichtsterke objectieven.

Niet zozeer vanwege hun geweldige lichtsterkte, maar vooral omdat dergelijke objectieven gepaard gaan met een groot gewicht en een flink prijskaartje. Mijn persoonlijke idee is dat de consument en zelfs de professional daar juist nu even niet op zit te wachten.

Naar mijn idee heeft Nikon dat slimmer aangepakt door eerst te komen met een serie f1.8 en f4.0 objectieven om pas vanaf de 2e helft van 2019 meer lichtsterker glas te introduceren. Niet alleen bestaat daardoor de mogelijkheid dat gebruikers van haar ‘Z’ systeem tot twee keer toe zullen investeren.

Maar, vooral betekent een serie objectieven met een iets minder grote lichtsterkte dat de objectieven betaalbaar blijven en bovendien, heel belangrijk; relatief licht van gewicht zullen zijn.

Bovendien heeft Nikon al door laten schemeren dat er een spiegelloze variant in de pijplijn zit van haar Nikon D5. Ook hier ligt het voor de hand dat deze camera ergens in de 2e helft van volgend jaar of anders begin 2020 zal worden geïntroduceerd met het oog op de Olympische Spelen in Tokyo van dat jaar.

Kodak Print Service – “The joy of Photography wall”.

Wat nog niet helemaal duidelijk is, zal zijn of Canon en Nikon ook met spiegelloze APS-C modellen de markt voor systeemcamera’s zullen gaan betreden. Voorlopig is de trend ingezet op de productie van camera’s met digitale 35mm full frame sensoren (of groter) en lijkt APS-C een minder belangrijke rol te gaan krijgen.

Dat is opmerkelijk want momenteel zijn nog steeds 2 op de 3 verkochte camera’s met verwisselbare objectieven camera’s met een dergelijke sensor. APS-C is dus voor camerafabrikanten eigenlijk een héél belangrijk marktsegment dat nu nog steeds open en bloot ligt voor Fujifilm.

Daarbij gelijk opmerkend dat haar nieuwe Fujifilm X-T3 (haar 4e generatie systeemcamera’s) een razendsnel autofocussysteem aan boord heeft en als camera zéér professionele aspiraties toont. Hoe langer Canon en Nikon wachten hoe lastiger het wordt om hun éérste generatiecamera’s net zo stevig te positioneren.

Bijkomend probleem voor Canon gebruikers is dat Canon vaak heeft gezegd dat haar EF-S objectieven een toekomst zouden hebben, terwijl nu blijkt dat de nieuwe RF-vatting geen enkele ondersteuning kan bieden voor deze objectieven.

Kortom, als je van een Canon spiegelreflex camera met APS-C sensor afkomt en je wilt graag naar het Canon ‘R’ systeem dan heb je helemaal niets meer aan je oude EF-S objectieven en heb je dat geld en die investering eigenlijk gewoon weggegooid. Misschien is dat ook wel wat Canon graag wilt dat je doet. Alles opnieuw kopen om zo extra omzet te kunnen genereren.

Olympus “Playground” – Opvallende bijkomstigheid van de Photokina 2018 was dat zowel Olympus als Sony niets nieuws te brengen hadden.

Opvallend aan deze Photokina 2018 was het gegeven dat Sony géén enkele camera heeft geïntroduceerd, misschien wel om een dijk op te werpen tegen de storm die hen te wachten staat.

Er is immers in principe geen reden meer om als Canon of Nikon gebruiker volledig over te stappen op het systeem van Sony als je eenvoudig via een adapter al je oude objectieven kunt gebruiken op een camerasysteem van een merk waarmee je vertrouwd bent.

Ik verwacht dan ook dat met name Nikon gebruikers héél goed zullen kijken naar wat het ‘Z’ systeem te bieden heeft en in mindere mate verwacht ik hetzelfde van Canon gebruikers die nu kunnen kiezen voor de EOS R.

Tel daarbij op dat Sony met haar E-Mount eigenlijk een lensvatting gebruikt die eigenlijk bedoeld was voor een APS-C camera en slechts bij toeval toepasbaar was voor een digitale 35mm camera. Doordat de doorsnede van deze Sony lensvatting eigenlijk te klein is  moeten objectieven met E-Mount vatting veel sterker worden gecorrigeerd met name op chroma, hoekonscherpte en vignetvorming.

Op het gebied van beeldkwaliteit zal Sony straks een harde dobber hebben om overeind te blijven. De enige methode om dit probleem te bevechten is met méér technologie en lagere prijzen. Maar dat resulteert nu al in het gevoel een computer in de hand te hebben dan dat het een camera is waarmee je plezierig fotografeert.

Kortom met binnenkort 5 spelers op dezelfde markt voor digitale 35mm systeemcamera’s zal de concurrentie een flinke impact gaan hebben op de omzetcijfers van Sony.

Tel daarbij op dat het aantal Canon en Nikon gebruikers véél groter is dan het aantal Sony fotografen. Plus het gegeven dat veel cameragebruikers tamelijk honkvast zijn betekent dit dat Sony heel veel te verliezen heeft.

Zeker als zal blijken dat veel van die Sony gebruikers mogelijk een overstap terug naar hun oude merk mogelijk in overweging zullen nemen. In hoeverre dit laatste zal gaan gebeuren is de vraag. Het is in ieder geval een risico, omdat veel van die Sony gebruikers hun oude objectieven nooit de deur uit hebben gedaan.

Kortom, Sony zal er dus alles aan gaan doen om méér fabrikanten van objectieven binnenboord te krijgen om zo de concurrentie vanuit met name Nikon en Canon voor te blijven. Hoe lang dat goed zal gaan is maar de vraag omdat dit mede afhankelijk is van de snelheid waarmee Canon en Nikon objectieven uit zullen brengen voor hun eigen nieuwe systemen.

De stand van Olympus – De enige cameraanbieder waarbij ‘beleving’ centraal stond.

Hoe dan ook de komende 9 maanden zullen spannende tijden worden voor de camerafabrikanten. Vooral omdat éénieder nu zo’n beetje de posities heeft ingenomen. Één ding is zeker het wordt oorlog op de markt voor systeemcamera’s en met name op het marktsegment voor ‘Full Frame’ systeemcamera’s zal er een flink gevecht uitgevochten gaan worden. Of en wie de slachtoffers worden is momenteel nog lastig in te schatten.

De startpositie van Canon schat ik momenteel het minst gunstig in, maar daartegenover staat wel een gigantisch marktaandeel met evenzoveel Canon gebruikers. Nikon heeft een sterk systeem op de markt gezet, ondanks een kleine marketingblunder door het ontbreken van een tweede kaartslot. Sony heeft het meest te verliezen. Namelijk haar complete marktpositie. Panasonic? Ik vermoed dat zij een kleine speler op deze markt zullen blijven en waarbij het hen niet gaat lukken om een dikke vinger in de pap te krijgen.

Voor wat betreft Fujifilm? Die hebben stelling ingenomen door te kiezen voor APS-C en Medium Format, of Super Full Frame zoals ze het zelf graag noemen. Zij zullen buitenstaander zijn bij het aankomende gevecht en kunnen, als ze het slim spelen, redelijk ongeschonden uit die strijd komen, al vermoed ik wel dat zij wat schaafwonden zullen oplopen.

We zijn momenteel getuige van de start van ‘The war on mirrorless’. In eerste instantie lijkt die te gaan om het sensorformaat dat de meeste potentie heeft. Tegelijkertijd zal die oorlog worden uitgespeeld op wie het meeste waar voor zijn geld kan bieden. Dat zal zich dus gaan uiten in een prijzenoorlog. Goed voor de eindgebruiker, mits hij het juiste systeem kiest. Welke dat is, dat durf ik niet te voorspellen.

De MTF grafiek – De snelste manier om een ‘lens’ te beoordelen op zijn waarde.

De snelste manier om een ‘lens’ te boordelen op zijn waarde.

De meeste fotografen kijken bij de aanschaf van een objectief vaak allereerst naar de prijs en de lichtsterkte. Daarna wordt waarschijnlijk pas gekeken hoe ‘scherp’ de ‘lens’ is die je wilt kopen. Een objectief dat van hoek tot hoek volledig scherp is, die is zijn gewicht in goud waard. Althans, dat willen de objectlevenmakers je graag doen laten geloven. Maar hoe kun je nu eigenlijk zelf zien op basis van de gegeven specificaties van de fabrikant hoe ‘scherp’ een objectief is vóórdat je hem hebt gekocht. Immers je wil graag vooraf al weten wat je mag verwachten van het oplossend vermogen, de contrastweergave en zelfs de scherptediepte? In deze blog leg ik het je uit dat dit kan door het kunnen lezen en interpreteren van een zogenoemde MTF grafiek!

Objectieven en lichtbrekingen

Wie net een nieuw objectief heeft gekocht heeft ongetwijfeld gezien dat er in de doos ook een boekje zat en dat in dat boekje een aantal grafieken afgebeeld staan. Die grafieken kwam je misschien ook al tegen toen je op internet ging zoeken naar meer informatie over de ‘lens’ die je op het oog had, of net hebt gekocht.Over het algemeen gezien zal zo’n grafiek er ongeveer als volgt uit zien:

Een voorbeeld van een MTF grafiek, maar wat betekent zo’n grafiek eigenlijk?

Je ziet op die grafiek een aantal lijnen getekend die bestaat uit vaste lijnen en gestippelde lijnen. Je ziet ook dat die lijnen over het algemeen genomen aan het einde van de grafiek een neerwaartse richting volgen. Soms lopen deze lijnen zelfs tot bijna helemaal beneden.

Zo’n grafiek zoals je hierboven ziet noemen we een ‘MTF grafiek’. De afkorting MTF staat daarbij voor ‘Modulation Transmission Function’. Dat is zoals je ziet een hele mond vol met technische termen. Ik neem het je niet kwalijk als je niet in één keer begrijpt waar dat voor staat. Gelukkig ook maar want anders zou ik deze blog ook niet hoeven te schrijven.

Deze grafiek geeft eigenlijk aan hoe het licht door het objectief wordt verwerkt. Licht wordt binnenin een objectief namelijk door de verschillende lenzen en lensgroepen aantal keer verbogen, om uiteindelijk zo recht mogelijk op de sensor te belanden.

Je kunt daardoor ook zeggen dat de MTF grafiek aangeeft hoe een objectief omgaat met de scherpte- en contrastweergave. We noemen dat het ‘oplossend vermogen’. Zo’n grafiekje verteld je daarmee iets over de scherpte waarmee een opname kan worden gemaakt.

De meeste fabrikanten tonen de prestaties van hun objectieven op basis van het grootst mogelijke diafragma waarover het objectief beschikt. Bij een zoomlens worden altijd twee grafieken weergegeven. De ene grafiek is dan op basis van de kortste brandpuntsafstand. De tweede grafiek geeft de prestaties van het objectief weer op basis van de langste brandpuntsafstand (wanneer er volledig is ingezoomd).

Waarom is het handig om een MTF grafiek te kunnen lezen?

Het kunnen lezen van een MTF grafiek kan je enorm helpen bij het maken van de keuze voor een objectief dat je graag zou willen aanschaffen. Het is bovendien een objectieve manier om een ‘lens’ te kunnen beoordelen op zijn kunnen.

Zo geeft een MTF grafiek je informatie over de scherpte en het oplossende vermogen van een objectief wanneer deze wordt gebruikt bij een ‘vol open’ diafragma. Je kunt namelijk aan de grafiek aflezen hoe de contrastweergave is en je kunt zien hoe zuiver het beeld is (astigmatisme) en hoeveel kleurverschuiving (chromatische aberratie) er kan optreden. Zo’n grafiek verteld je zelfs iets over de te verwachte bokeh (achtergrondonscherpte).

Het is dus erg nuttig om zo’n grafiek te kunnen lezen, want het verteld je veel over de prestaties van een lens.

Het perfect ontworpen en gefabriceerde objectief zou al het licht doorlaten en kent een perfecte breking van de lichtstralen. Iedere foton (lichtdeeltje) dat daarbij het objectief binnenkomt zou dan ook op de sensor kunnen landen. Helaas het perfecte objectief kan niet worden geproduceerd. Sterker nog. Juist doordat er wat lichtverlies optreedt krijgt ieder objectief zijn eigen charme.

De lensopbouw van een Fujinon XF16-55mm f2.8 objectief. Licht wordt door verschillende lensdelen gebroken.

Geen enkel objectief is namelijk 100% doorzichtig. Ieder lensdeel heeft immers een bepaalde dikte en het gebruikte glas kenmerkt zich door zijn eigen dichtheid. Het licht wordt door iedere lens in een objectief ietsjes verbogen en door deze brekingen van het licht zal ook niet al het licht de sensor van je camera kunnen bereiken.

Dit verlies van licht wordt uitgedrukt als de ‘contrastweergave’.

Je moet dat zien als hoe minder licht de sensor bereikt, hoe hoe minder verloop er is tussen helder en donker. Er zijn dan dus minder ‘tinten’ beschikbaar. Minder verschillende tinten betekent dus verlies aan contrast.

Contrast vormt het fundament voor de resolutie. Een goede contrastweergave betekent namelijk ook dat alle contouren duidelijk zijn afgetekend. We noemend dit resolutie of scherpte. Hoe meer details door onze ogen kunnen worden onderscheiden hoe hoger de resolutie.

De hoeveelheid contrastweergave en de scherpte resulteert in het zogenoemde oplossende vermogen van een objectief.

Het oplossende vermogen van een objectief op waarde schatten

Om te weten hoe goed de resolutie is van een objectief meten we dat af aan het aantal lijnen of lijnparen per millimeter (lp/mm) die we (gemiddeld gezien) met het blote oog nog kunnen onderscheiden. Zo verkrijg je een objectieve meting.

De weergave van het oplossende vermogen van een objectief wordt over het algemeen in een grafiek weergegeven op basis van twee verschillende resoluties: 10lp/mm (lage resolutie) en 30 lp/mm (hoge resolutie). De meting die wordt uitgevoerd op 10lp/mm is voor de contrastweergave. De meting die wordt uitgevoerd op 30lp/mm is voor de weergave van de scherpte en resolutie.

De twee verschillende soorten metingen (één op lage en één hoge resolutie) zijn noodzakelijk omdat ze door onze ogen ieder op een andere wijze worden geïnterpreteerd.

Het oplossende vermogen wordt niet alleen in het midden van een objectief gemeten, door op verschillende afstanden vanaf het centrum een meting uit te voeren kunnen we goed zien hoe goed de contrastweergave en scherpte blijven naar de randen van het beeld .

Om te zien hoe ‘goed’ een objectief presteert worden de metingen niet alleen in het midden van het objectief uitgevoerd, maar worden deze metingingen vanuit het midden op verschillende afstanden herhaalt. Zo kun je dan goed zien óf en hoeveel afname er is van het oplossende vermogen van een objectief.

Bij een 35mm full frame camera worden de metingen gedaan om de 5mm, dus 5mm, 10mm, 15mm en 20mm vanaf het centrum. Een meting bij 20mm beslaat zo’n 90% van het sensoroppervlak. Daar kun je dan dus goed zien hoe een objectief presteert aan de randen.

Het meten van een objectief voor een APS-C camera, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm, werkt de meetmethode hetzelfde. Echter, omdat de sensor kleiner is wordt de rand van de sensor bereikt bij ongeveer 14.2mm

Op de Y-as van de grafiek zien we hoe goed een ‘lens’ presteert. De weergave loopt van 0 tot 1, maar je kunt evengoed zeggen dat 0 staat voor 0% en een score van 1 staat voor 100%. Kortom, hoe hoger de lijn ligt hoe beter het oplossende vermogen van een objectief. Als de grafiek een lange rechte lijn laat zien is dat dus een ‘goede’ lens.

Hoe je de lijnen moet lezen en wat ze vertegenwoordigen leg ik je hieronder uit:

Contrastweergave

De lijn die wordt weergegeven voor de lage resolutie (10lp/mm) wordt meestal in het rood weergegeven. Deze lijn geeft de contrastweergave aan. Zodra deze lijn daalt betekent dat dus een afname van de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. Door contrastafname wordt het beeld donkerder en lopen de verschillende kleuren en helderheden dicht. We zien dit vaak gebeuren in de hoeken van de sensor. De afname wordt mede veroorzaakt door de grootte van de beeldcirkel.

Scherpte

De tweede lijn die je ziet (vaak blauw) geeft aan hoe scherp een objectief is. Deze geeft namelijk de detailweergave aan. De detailweergave wordt gemeten op basis van het kunnen onderscheiden van 30 lijnparen per millimeter. Een perfecte score wordt verkregen als alle 30 lijnparen kunnen worden geteld. De lijn daalt naarmate er minder individuele lijnparen van elkaar kunnen worden onderscheiden.

Wanneer je naar de grafiek kijkt zie je ook dat er voor zowel de contrastweergave als ook voor de scherpte twee verschillende lijnen worden getekend. Een doorgetrokken lijn en een onderbroken stippellijn.

Het oplossende vermogen van een objectief wordt zowel over de horizontale als verticale as gemeten.

Het sagittale vlak

De doorgetrokken lijn staat daarbij voor het zogenoemde sagittale vlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in horizontale richting van het objectief.

Het meridiaalvlak

De stippellijn staat voor het zogenoemde meridiaanvlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in verticale richting van het objectief.

Het sagittale vlak en het meridiaanvlak samen vertellen je wat over de beleving van de achtergrondonscherpte (bokeh). Hoe dichter de doorgetrokken lijn en de stippellijn bij elkaar liggen hoe vloeiender en gladder de beleving is van de achtergrondonscherpte (bokeh). Gezien het gegeven dat de meting wordt gedaan op het grootst mogelijke diafragma van een objectief kun je dus goed inschatten hoe zacht de achtergrondonscherpte zal worden beleefd. Je kunt er ook aan aflezen hoeveel chromatische aberratie (kleurverschuiving) een objectief kent. Bij een perfect objectief vallen zowel het sagittale- als het meridiale vlak samen.

NIKKOR Z 50mm f/1.8 S – Een groot oplossend vermogen tot in de hoeken.

Nu blijft de vraag natuurlijk over, wat is ‘goed’ en wat is ‘slecht’ voor wat betreft contrastweergave als de weergave van resolutie. Over het algemeen genomen zal de contrastweergave altijd beter zijn dan het oplossende vermogen van de resolutie.

Wanneer je een MTF grafiek leest kun je in zijn algemeenheid zeggen dat alles wat hoger is dan 0.9 mag worden geclassificeerd als ‘uitstekend’. Alles tussen 0.7 en 0.9 mag worden gezien als ‘goed’ en alles onder 0.5  is over het algemeen gesproken matig tot soft. Alles onder 0.2 is gewoon aan te duiden als ‘slecht’. Tegelijkertijd is dat mijn eigen interpretatie voor wat ‘goed’ en ‘slecht’ is. Die definitie ligt uiteindelijk voor iedereen weer net even anders.

Een voorbeeld

Laten we het nu eens allemaal bekijken aan de hand van een echt voorbeeld.

Het oplossende vermogen van een objectief is over het algemeen genomen het grootste in het midden van het beeld. Kortom scherpte en resolutie zijn daar het beste. Hoe verder we richting de rand van het beeld gaan hoe meer ‘lensfouten’ zichtbaar worden. Je mag dus verwachten dat een grafiek altijd hoog begint om vervolgens te gaan dalen. Hoe langer een objectief een rechte lijn laat zien hoe beter de optische prestaties van een objectief.

Een MTF grafiek is dus vooral handig wanneer je objectieven op een eerlijke manier met elkaar wilt vergelijken. Dat vergelijken kan eigenlijk alleen objectief gebeuren als bedie objectieven dezelfde brandpuntsafstand hebben én een gelijkwaardig diafragma gebruiken.

Een eerlijk vergelijk tussen twee objectieven van hetzelfde merk op basis van dezelfde brandpuntsafstand en hetzelfde grootste diafragma van f1.8. 

In de bovenstaande grafiek vergelijk ik twee objectieven van hetzelfde merk en met dezelfde brandpuntsafstand en diafragma.

Het objectief aan de linkerzijde is de Nikkor Z 50mm f1.8 S en het objectief aan de rechterzijde is de Nikkor AF-S 50mm f1.8.

Het verschil?

Het objectief aan de linkerzijde is specifiek ontworpen voor de nieuwe Z-Mount van Nikon en daarmee voor een systeemcamera, terwijl het objectief aan de rechterzijde is ontwikkeld voor een spiegelreflex camera.

Wanneer ik diverse fora raadpleeg op internet zie ik veel mensen klagen over de prijs van het nieuwe Z-Systeem van Nikon. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid op met de vraag of die kritiek nu echt terecht is. Voor de goede orde. Het Nikkor Z 50mm f1.8 objectief gaat over de toonbank voor €679,00, terwijl het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief wordt verkocht voor slechts €229,00.

Op basis van het grote prijsverschil lijkt de kritiek dat het nieuwe systeem en de objectieven ervoor nogal ‘duur’ is terecht.  Immers een prijsverschil van zo’n €450,00 is geen ‘kattepis’. Daar mag dus wel wat tegenover staan om zo’n groot prijsverschil te rechtvaardigen. Immers, het zijn beide objectieven voor een digitale 35mm (full frame) camera en in die zin voor een soortgelijke sensor.

Laten we daarom deze objectieven eens niet op prijs vergelijken maar op hun specificaties en het oplossende vermogen, dan wordt al snel duidelijk dat beide objectieven zich eigenlijk niet met elkaar laten meten. Het objectief voor het nieuwe Z-Systeem van Nikon is dan domweg gezien een klasse apart.

Voor het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem blijven de contrasten behouden tot bijna 17.5mm vanaf het centrum van de beeldcirkel, terwijl we bij het oude vertrouwde AF-S objectief zien dat de contrastweergave vrijwel direct begint te dalen. Eerst nog wat langzaam, maar vanaf zo’n 10mm vanaf het centrum daalt deze snel door tot een score van 30% aan de randen voor het sagittale vlak (horizontaal). De doorlaat van het licht via het meridiaal vlak (verticaal) blijft redelijk goed behouden, maar is met een score van 75% nog steeds beduidend minder dan het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem.

We zien bovendien dat bij het nieuwe 50mm S objectief dat zowel de sagittale meting als wel de meting over het meridiaal, dat deze lijnen voor wat betreft de contrastweergave zeer dicht tegen elkaar aan blijven lopen. We kunnen hieruit de conclusie trekken dat dit objectief weinig last heeft chromatische aberratie (CA). Er is immers weinig verschuiving over de horizontale- en verticale as waar te nemen. Het objectief blijft daarmee kleurzuiver. De brandpuntsafstand voor iedere golflengte van het licht wordt dus goed behouden.

Wanneer we nu kijken naar het wat oudere 50mm f1.8 AF-S objectief dan zien we dat de doorgetrokken lijn en de stippellijn niet mooi bij elkaar blijven lopen. De conclusie die daaruit kan worden getrokken is dat dit oude objectief niet alleen een minder goede kleurweergave heeft en behoorlijk last heeft van vignetvorming naar de hoeken, maar ook dat het AF-S objectief beduidend meer last heeft van lensafwijkingen zoals chromatische aberratie (CA).

Voor diegenen die niet weet wat Chromatische aberratie betekent. Dit is een afwijking op kleur in golflengtes doordat niet alle lichtstralen exact door hetzelfde brandpunt gaan. Je ziet deze ‘lensfout’ vaak terug bij gebruik van een groot diafragma en waarbij er grote contrastverschillen waar te nemen zijn. Bijvoorbeeld langs de randen van een object zoals een boom. Je ziet dan vaak een rode/paarse en groene lijn. Zo’n lijntje kan behoorlijk storend zijn.

Een duidelijk voorbeeld van chromatische aberratie bij een 50mm objectief. 

Laten we nu eens kijken naar de resolutie van beide objectieven. Ook hier is een groot verschil te zien tussen het nieuwe 50mm f1.8 S objectief voor het nieuwe Z-Systeem en het 50mm f1.8 AF-S objectief voor de oude vertrouwde spiegelreflex camera. Het 50mm f1.8 S objectief laat pas na zo’n 15mm vanaf het midden van het beeldvlak een kromming zien. Dat betekent dat vanaf dat punt de scherpte iets af gaat nemen. Die scherpte blijft redelijk behouden tot en met de randen van het beeld. De daling van scherpte wordt veroorzaakt door de bolling van de verschillende lensdelen. De hoeveelheid buiging van het licht is dan verantwoordelijk voor de afname van de scherpte. Hier zie je dat de nieuwe grotere lensvatting van de Nikon Z zijn nut bewijst. Er is wel een afname van scherpte, maar doordat het licht minder hoeft af te buigen om het sensoroppervlak te raken kan de scherpte tot een redelijk niveau behouden blijven.

Tegelijkertijd zie je in de grafiek voor het 50mm f1.8 AF-S objectief direct de makke van de oude lensvatting. Door de kleine(re) lensvatting moet het licht meer gebogen worden. Dat heeft direct gevolgen voor de scherpte. Dit is ook een probleem dat je veel ziet bij de objectieven voor de Sony E-mount. Deze is eigenlijk te klein voor een kwalitatief goede weergave op een Full Frame sensor. De scherpte neemt bij het 50mm AF-S objectief  tot een bedenkelijk niveau. Aan de randen van een foto zal bij gebruik van het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief weinig écht scherp zijn.

Wat we ook aan de grafieken kunnen aflezen is dat de achtergrondonscherpte (bokeh), bij het nieuwe 50mm objectief voor de Nikkor Z, veel zachter is dan bij het oude objectief dat gebruikt wordt voor spiegelreflex camera’s.

Nu we beide objectieven op een eerlijke wijze met elkaar hebben vergeleken, kunnen we eigenlijk pas beoordelen of de nieuwe objectieven voor het Nikkor Z systeem ‘duur’ of ‘betaalbaar’ zijn. Als je het mij vraagt is het prijsverschil gerechtvaardigd. Deze nieuwe objectieven hebben veel waar te bieden voor hun geld.

Uiteraard kun je een dergelijk vergelijk ook maken voor andere camera’s, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm. De meetmethode voor het testen van het oplossende vermogen is immers gelijk. Een MTF grafiek voor een APS-C systeem is niet anders dan voor andere camera’s. Wil je weten hoe scherp jouw objectieven zijn? Kijk dan eens naar de MTF grafiek voor het objectief waarvan je graag wilt weten hoe scherp deze is en wat je ervan mag verwachten.

Wanneer je dus de volgende keer een nieuwe ‘lens’ koopt weet je nu waar je op moet letten en kun je op een eerlijke wijze objectieven met elkaar vergelijken, zonder het oordeel en de smaak van een reviewer of blogger er in mee te nemen. Er zullen er velen zijn die je eigenlijk geen eerlijk en ‘objectief’ beeld geven.