parallax background

Wat mij opvalt binnen het ‘Crop sensor’ segment

Wat mij opvalt binnen het
‘Crop sensor’ segment

(deel 1)

Nu iedere grote speler op de markt van systeemcamera’s vertegenwoordigd is kunnen we duidelijk de contouren zien van twee kampen die in hun denken bijna lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Canon, Sony en Nikon lijken zich vooral te willen richten op de markt voor Full Frame camera’s, terwijl Fujifilm, Panasonic en Olympus zich vooral richten op camera’s met een zogenoemde ‘crop’ sensor.

Wil dat zeggen dat Canon, Sony en Nikon zich niet meer bekommeren om APS-C of kleinere sensoren? Nee, natuurlijk niet. Maar het lijkt er wel sterk op dat zij deze markt vooral gebruiken om ‘instappers’ uiteindelijk over te halen om hen uiteindelijk te laten kiezen voor een camera met een grotere sensor. In deze blog richt ik mij vooral op wat ik merkwaardig vind aan de strategie die verschillende camerafabrikanten hebben binnen het segment voor crop sensor camera’s. In mijn volgende blog zal ik hetzelfde doen, maar dan voor camera’s die zijn uitgerust met een Full Frame sensor.

Dit is wat mij opvalt binnen het ‘crop sensor’ segment:

 
Canon EOS M

Ik heb het waarschijnlijk al weleens vaker geuit, maar wat ik vreemd vind aan de keuze van Canon is dat de EOS M en EOS RF mount compleet geen enkele overeenkomst hebben en daardoor ook totaal niet compatible met elkaar zijn. Ik voorzie dat deze keuze die Canon hier heeft gemaakt hen op de lange termijn duur zal gaan opbreken. 

Het betekent namelijk dat als jij nu in zou stappen in het Canon EOS M systeem, je niet door kunt groeien naar een Full Frame systeem. Ben je APS-C of je EOS-M systeem ontgroeit en wil je meer? Dan zul je daarna alles weer moeten verkopen en zul je opnieuw moeten investeren in camera’s en objectieven. Op dat moment heb je dus ook de keuze om te gaan kiezen voor een camerasysteem van een ander merk. Dat betekent niet alleen dat Canon hier het risico loopt dat gebruikers bij het merk weg zullen lopen, maar ook dat jij als gebruiker totaal geen overeenkomst vindt in de bediening of de ergonomie tussen beide EOS systemen.

Het EOS-M systeem is duidelijk gericht op de consument, en dan met name op die consument die voor het eerst een systeemcamera koopt. Dit wordt ook bevestigd door de verschillende objectieven die Canon voor haar EOS M systeemcamera’s op de markt heeft gebracht. Daar komt nog bij dat Canon voor dit systeem wat oubollige sensortechnologie gebruikt. Het is op zich allemaal best wel in orde, maar het komt voor mijn gevoel niet voorbij het punt ‘amateurfotograaf’.

Écht serieus is het hele EOS-M systeem van Canon niet echt te noemen. Canon lijkt met dit systeem toch vooral klanten te willen trekken die zich aangetrokken voelen door de merknaam ‘Canon’. Wie wat serieuzer met fotografie bezig wil zijn zal al snel zien dat dit camerasysteem voor hem/haar weinig toekomstbestendig is.


Fujifilm X-Serie

Fujifilm zet vól in op APS-C. Een Full Frame camera hoef je van hen niet snel te verwachten. Dat gaat nog zeker vele jaren duren. Dat heeft Fujifilm al een aantal keer duidelijk gezegd. Zelf ben ik er overigens van overtuigd dat Fujifilm niet aan de druk uit de markt kan ontsnappen en dat zij uiteindelijk ertoe zal worden gedwongen om ook een serie Full Frame camera’s op de markt te zetten. Dat gezegd hebbende, kun je wel aannemen dat deze stap nog wel een flink aantal jaar op zich zal laten wachten. Fujifilm voelt zich momenteel comfortabeler met APS-C en Medium Format (GFX), waarbij haar GFX systeem zich 2 stops in lichtsterkte van elkaar onderscheid. 

Opvallend is echter dat Fujifilm volhardend is met haar X-Trans kleurenfilter voor de duurdere modellen uit de X-Serie, terwijl de instapmodellen (X-A5, X-T100) het moeten doen met een Bayer filter. Ook begrijp ik niet helemaal hoe Fujifilm haar marktsegment indeelt. Momenteel verkoopt Fujifilm de X-A5, X-T100, X-E3, X-T20, X-T30, X-T2, X-T3, X-H1 en de X-Pro2. Dat zijn 9 verschillende modellen binnen een price-range van nog géén 500 euro verschil tussen het goedkoopste en het duurste model. De verschillen zijn bovendien erg klein en zitten hem met name in ergonomie en bedieningsgemak, want alle modellen maken gebruik van de 3e of 4e generatie sensoren en in bedieningsmogelijkheden zelf zit ook nauwelijks verschil. 

Met zoveel verschillende modellen is er volgens mij teveel keuze voor de consument en dat werkt verwarring op. Misschien is dat de insteek van Fujifilm, maar zelf vind ik het geen slimme marketing om al die verschillende modellen zo dicht tegen elkaar aan te laten schurken. Ik denk dat Fujifilm er verstandig aan zou doen om het totaal aantal X-Serie camera’s drastisch terug te brengen van 9 naar 3 of 4 modellen. X-T3 en X-T30 en X-Pro en X-E.

Het gegeven dat Fujifilm APS-C en Medium Format heeft gekozen als de twee systemen die zij wil ondersteunen begrijp ik op zich wel. APS-C bevindt zich in een prijsklasse die uiterst populair is. Er worden immers in totaliteit nog steeds flink méér APS-C camera’s verkocht dan Full Frame modellen.

En… door te kiezen voor Medium Format plaats Fujifilm zich in een niche markt die zij volledig kan domineren. In totaliteit zitten er op deze manier voor Fujifilm als camerafabrikant meer vissen in de vijver, dan wanneer zij zou moeten meevechten op de markt van Full Frame camera’s. Zeker als je even bedenkt dat Canon, Nikon en Sony gezamenlijk méér dan 85% van deze markt in handen zal krijgen. Dat betekent dat de rest van de camerafabrikanten – waaronder Fujifilm – dan onderling zou moeten gaan vechten voor een schamel marktaandeel binnen die resterende 15% die er dan overblijft.

Ondanks dat het marktsegment voor Medium Format op zichzelf niet zo heel groot is, kan Fujifilm in zijn eentje waarschijnlijk toch al snel tot 85% van dat hele marktsegment afsnoepen. Gezien de hogere winstmarges binnen het segment voor Medium Format camera’s kan Fujifilm zo dus op een slimme manier toch voldoende winst blijven maken. 

Ik voorzie alleen een paar kleine problemen die Fujifilm parten speelt bij deze strategie.
Allereerst wordt de ontwikkeling van de GFX grotendeels bekostigd door de winsten die er gemaakt worden uit de verkoop van de Fujifilm X-Serie. Doordat de grote jongens in het marktsegment voor Full Frame camera’s elkaar hard willen beconcurreren uit zich dat in een prijsoorlog. Dat betekent dat de prijzen voor Full Frame camera’s de komende tijd flink zullen dalen en dat de specificaties van de instapmodellen steeds beter zullen worden. Een goede Full Frame camera met soortgelijke specificaties als bijvoorbeeld de huidige Fujifilm X-T3, zal daardoor binnen een aantal jaar ergens tussen de 800 en 1500 Euro gaan kosten.

Dit betekent ook dat de prijzen voor camera’s met een crop sensor verder onder druk komen te staan. Als de prijs daalt in het hogere marktsegment uit zich dat automatisch ook in een prijsdaling voor een lager marktsegment. Kortom Fujifilm zal óf flink meer APS-C camera’s moeten weten te verkopen tegen een flink lagere prijs om haar winst op pijl te houden. Óf… Fujifilm zal genoegen moeten nemen met lagere marges en minder winst. Hoe dan ook; dit heeft gevolgen voor de ontwikkelingskosten voor nieuwe modellen en mogelijkheden die Fujifilm heeft. Er kan dus een punt zijn dat Fujifilm uit de markt wordt gedrukt als de prijzen van Full Frame camera’s sneller dalen dan dat Fujifilm heeft voorzien. De strategie van Fujifilm om het Full Frame segment links te laten liggen is voor haar zeer risicovol. Zeker als Fujifilm haar GFX lijn niet op tijd tot een volwassen stadium weet te brengen, of deze markt niet voldoende weet op te rekken.

Juist in dat laatste schuilt het gevaar voor Fujifilm. Naar mijn idee is de marketing van Fujifilm niet sterk genoeg en niet voldoende opgewassen om tegen het Full Frame segment te kunnen concurreren. De gezamenlijk marketingkracht van Canon, Nikon en Sony ten opzichte van Fujifilm die in zijn eentje en als relatief kleine speler een markt moet zien te veroveren is als David versus Goliath. Hier zie ik ook hét probleem dat Fujifilm heeft. Hoe ‘mooi’ en ‘goed’ de Fujifilm GFX ook is. Het verschil tussen Full Frame en de GFX is relatief klein. Het verschil tussen de Fujifilm GFX en Full Frame is zelfs kleiner dan het verschil tussen APS-C en Full Frame. Dat terwijl de kosten voor de consument voor een GFX bijna 2 tot 3 keer zo hoog zijn dan de kosten voor een Full Frame camera. Tel daarbij op dat het maken van grote afdrukken een aflopende zaak is én dat beeldscherm presentaties (grote 4K TV schermen in winkels) de overhand krijgen en je ziet al snel dat een camera met 100 megapixels of meer totaal overbodig is geworden. Fujifilm heeft er dus een flinke kluif aan om haar GFX op een goede manier te vermarkten en om de consument te verleiden om tot aanschaf over te gaan van een GFX boven een Full Frame systeem.

Het aantal objectieven die er voor het Fujifilm X-Serie systeem te verkrijgen zijn loopt nu al op tot boven de 30 stuks. Er is voor dit camerasysteem dus voldoende keus en voor vrijwel iedere fotografische situatie heeft Fujifilm dus ook een objectief beschikbaar. Ook hier laat Fujifilm het een beetje liggen als het aankomt op het gebied van marketing. Want wat voor de consument onduidelijk is, is waarom je nu voor objectief A of objectief B moet kiezen nu er ondertussen sprake is van overlap. Fujifilm zou naar mijn idee meer aandacht moeten besteden om meer duidelijk te maken waarvoor en voor wie welke ‘lens’ nu het beste geschikt is. Iemand die een X-A5 of X-T100 koopt zal geen interesse hebben in de de duurdere en betere XF objectieven, terwijl die professional weer weinig heeft aan een XC tele-zoomlens. 

Samengevat zie ik dus nog flink wat werk op het gebied van marketing dat Fujifilm nodig heeft om ook op de lange termijn een relevante speler te blijven op deze markt. Hun camera’s zijn geweldig, maar uiteindelijk is dat op zichzelf niet voldoende. Fujifilm moet zich sterker gaan positioneren en een meer krachtigere marketingboodschap hebben om niet te worden onder gesneeuwd. 


NIKON

Nu de Nikon 1 door Nikon de nek is omgedraaid heeft Nikon (voorlopig?) geen crop sensor systeemcamera’s meer in haar assortiment. De Nikon 1 is nooit het succes geworden van wat Nikon er van had gehoopt. Waarschijnlijk omdat Nikon een te kleine sensor gebruikte voor de Nikon 1 en doordat het systeem weinig liefde en aandacht kreeg.

Of Nikon ooit nog een crop sensor systeemcamera op de markt zal zetten durf ik niet te zeggen. Enerzijds is de markt voor APS-C systeemcamera’s nog steeds heel lucratief. Anderzijds zie je dat APS-C op de lange duur weleens uit de markt gedrukt kan worden en waarbij Full Frame deze plek zal overnemen.  De prijzen van Full Frame systeemcamera’s dalen momenteel snel waardoor ze nu al dicht in de buurt van enkele APS-C modellen komen. Gezien de ontwikkelingen in de markt zullen de prijzen voor Full Frame systeemcamera’s nog verder dalen en daarmee komen de prijzen voor crop camera’s nog verder onder druk te staan. 

Bovendien heeft Nikon geen enkel objectief voor een APS-C systeem beschikbaar, moet zij momenteel nog investeren in APS-C en Full Frame spiegelreflex camera’s en heeft zij de Nikon Z Full Frame systeemcamera’s die zij moet blijven ondersteunen. Kortom het ontbreekt Nikon ook aan voldoende resources om al die verschillende systemen te ondersteunen. Hier bovenop ook nog eens een crop systeemcamera introduceren zou weleens teveel hooi op de vork kunnen zijn. Vergeet niet dat de cameramarkt ook nog eens flink onder druk staat en krimpt. Om die reden kan ik mij voorstellen dat Nikon op dit gebied in een behoorlijke spagaat zit. 


Olympus

Olympus zit in de problemen… Nee (nog) niet financieel, maar doordat Olympus onlangs heeft gezegd Micro 4/3 volledig te blijven ondersteunen. Die commitment van Olympus is voor haar M4/3 gebruikers natuurlijk heel erg fijn om te horen. Maar wat minder prettig is om te horen is dat Olympus in de afgelopen 3 jaar een omzetdaling heeft gekend van méér dan 35% en dat haar cameradivisie niet langer winstgevend is. Ik kan niet geloven in de volhardendheid van Olympus om enkel en alleen Micro 4/3 camera’s te blijven maken.  Er moet achter de schermen dus iets ontwikkeld worden dat we nog niet weten. Als buitenstaander lijkt Olympus momenteel een stuurloos schip met weinig toekomstvisie.

Het management van Olympus wijst continu naar de voordelen die M4/3 te bieden heeft. Ondanks dat ik vanuit hun perspectief die voordelen ook wel zie, lijkt de consument daar toch anders over te denken. De E-M1X is bovendien een duidelijke miskleun. De eerste echte ‘professionele’ M4/3 camera lijkt niet aan te slaan en daarmee blijft M4/3 vooral een leuk systeem voor de amateurfotograaf. Daar komt nog bij dat het marktaandeel van Olympus is gedaald van ongeveer 7% in 2014 naar ongeveer 3% in 2019. Olympus lijkt dus met de komst van de E-M1X de prioriteiten verkeerd te hebben gelegd. Er is dus enige onzekerheid over de toekomstbestendigheid van Olympus als zij niet snel op de een of andere wijze het tij weet te keren.  

Een ander probleem dat Olympus heeft is dat zij teveel leunen op het feit dat dit systeem over een groot aantal objectieven beschikt. Dat is natuurlijk heel goed voor de gebruikers, maar als de consument liever een camera heeft met een grotere sensor, dan lost een groot aantal objectieven het probleem niet op. 

Het probleem dat ik bij Olympus zie is dat het M4/3 systeem door de consument niet als volwaardig en professioneel genoeg wordt gezien. Ik wil daar verder geen waarde oordeel aan hangen. Maar feit is dat veel mensen het systeem tegenwoordig links laten liggen en dat het systeem zich prijstechnisch bevind in die prijsklasse die het meest onder druk staat van de smartphones.

Olympus moet dus hard aan de slag als zij niet wil eindigen zoals de positie waarin Pentax zich momenteel bevindt. 


Panasonic M4/3

Panasonic maakte een vliegende start en groeide snel. Die groei hield echter geen stand. Daarnaast kregen de nieuwe modellen door hun DSLR look geen grote steun. De GH5, G9 en G85 ogen allen veel te groot. In deze camera’s gaat een sensor schuil die slechts half zo groot is als een Full Frame sensor.

Bovendien ontbreekt het de camera’s van Panasonic aan fase-detectie AF. Dit betekent niet alleen dat de autofocus van deze camera’s relatief traag is, maar ook nog eens last heeft van een pulserend effect tijdens het maken van video-opnames. Panasonic camera’s werken het beste met Panasonic objectieven. Dus ondanks dat deze camera’s gebruik maken van M4/3 en daarmee een open systeem pretendeert te zijn, is dat eigenlijk niet écht het geval.


Sony E

Sony heeft sinds de introductie van de A7 (Full Frame) systeemcamera’s eigenlijk het hele APS-C segment wat laten verslonzen. Natuurlijk, Sony heeft APS-C camera’s in haar assortiment, maar het lijkt er vooral op dat Sony deze camera’s in haar assortiment voert om mensen binnen het eco systeem van Sony te krijgen. Er is duidelijk sprake van een marketing methode om APS-C gebruikers zo snel mogelijk te laten overstappen naar Sony’s Full Frame modellen. Daar komt bij dat de Sony A6xxx serie gigantisch overlappend is. Het ene model is nog niet uit, of wordt alweer opgevolgd door een nieuw model. De A6400 is meer een vlog camera, en tegelijkertijd geen opvolger van de A6300. De A6500 is een tandenloze tijger, vanwege het ontbreken van een goede lijn met APS-C objectieven. 

Eigenlijk kun je zeggen dat Sony op het gebied van APS-C geen volwassen lijn van camera’s en objectieven is. Wie in de markt is voor een APS-C systeemcamera doet er verstandig aan om te kijken naar Fujifilm. Een camera kopen is jezelf verbinden aan een bepaald eco systeem. Fujifilm biedt daarin een totaaloplossing. Voor wat betreft Sony is het vooral een methode om APS-C gebruikers te willen laten upgraden naar Full Frame omdat haar APS-C systeem geen toekomstbestendig oplossing is. 

NAAR MIJN BLOG...