Close

Author Archive for: Greg

CFexpress komt eraan!

Een nieuwe generatie geheugenkaarten voor (video-) en systeemcamera’s.

Opslagmedia, je hebt ze in alle soorten en maten. Maar één ding hebben ze gelijk, ze worden allemaal sneller en ze zijn verkrijgbaar in steeds hogere opslagcapaciteit. Tot voor een aantal jaar geleden was Compact Flash hét geheugenopslag type dat je gebruikte in je digitale spiegelreflex camera. SD (Secure Digital) werd destijds eigenlijk alleen toegepast in compactcamera’s en goedkopere DSLR modellen die bedoeld waren voor de amateurmarkt.

Met de komst van systeemcamera’s kwam ook de doorbraak van SD als opslagmedium. Vreemd eigenlijk want SD (Secure Digital) is in tegenstelling wat zijn naam doet vermoeden  een opslagmedium dat geen enkele beveiliging kent tegen schrijf- en leesfouten. Op het moment dat één van de geheugenblokken op dit type medium kapot gaat is de volledige data die is opgeslagen op een SD geheugenkaart ook verloren.

Het is daarmee dus vrij opmerkelijk te noemen dat juist dit type geheugenkaart tegenwoordig zo populair is en zelfs wordt toegepast in duurdere (semi-)professionele modellen. Het verklaart ook waarom een tweede geheugenkaartslot in een camera zo populair is geworden. De kans op een kaartfout met een SD geheugenkaart is relatief flink groter dan met andere type geheugenkaarten.

XQD een veilig opslagmedium.

XQD

Een flink veiliger opslagmedium is XQD. Dit type geheugenkaart dat ontwikkelt is door Sony en Sandisk bestaat sinds 2010. Het had dé opvolger moeten worden van het populair Compact Flash (CF).

XQD is in alles beter dan Secure Digital (SD). Zo controleert het geheugenblokken op problemen en kan het schrijf- en leesfouten corrigeren door een slim algoritme toe te passen. XQD maakt gebruik van PCI Express als transportmiddel voor de data-afhandeling in tegenstelling tot ATA of Serial ATA zoals wordt gebruikt bij SD.

Het grote voordeel van het gebruik van PCI Express is dat het in staat is om data flink sneller te kunnen lezen en schrijven. Zo kan een XQD kaart in theorie data opslaan tot een snelheid van maar liefst 1000 Megabyte per seconde. Dat is ongeveer 4x zo snel als de snelste SD geheugenkaarten die er momenteel beschikbaar zijn. Tegelijkertijd kan een XQD kaart tot wel 2 Terrabyte aan data opslaan.

Toch is dit geheugenkaarttype nooit echt populair geworden. De reden daarvoor is met name gelegen in protectionisme. Je moet daarbij vooral denken aan patenten en de kosten die gepaard zijn met het kopen van een licentie om dergelijke geheugenkaarten te mogen produceren. Tegelijkertijd is XQD niet compatible met Compact Flash. Om dit type geheugenkaart te kunnen gebruiken moest ook de camera worden uitgerust met deze nieuwe technologie.

Uit een kostentechnisch oogpunt en omwille het niet willen verzwakken van de eigen concurrentiepositie is XQD uiteindelijk maar bij een paar cameramerken geïmplementeerd. XQD als opslagmedium is dus nooit echt doorgebroken en kent daardoor slechts een zeer beperkte populariteit ondanks dat het vanuit technisch oogpunt superieur is over Secure Digital (SD).

CFexpress

Omdat Compact Flash de laatste jaren in populariteit afneemt én omdat XQD nooit een echte doorbraak heeft gekend zijn beide partijen (ondertussen alweer bijna drie jaar geleden) om de tafel gaan zitten om een nieuwe standaard te ontwikkelen. Die standaard is gevonden in CFexpress.

De CompactFlash Association heeft daarbij flink wat water bij de wijn moeten doen, want zij zijn akkoord gegaan met het formaat én het type aansluiting dat al door het XQD format wordt gebruikt. Een XQD kaart is grofweg genomen twee keer zo groot en dik als een SD geheugenkaart, maar heeft daarbij als voordeel dat deze niet zo snel kan buigen en breken. Bovendien is er door het grotere formaat van dit type geheugenkaart ook een betere warmteafvoer mogelijk waardoor een camera met XQD / CFexpress kaart minder snel oververhit zal raken.

De toepassingsgebieden voor CFexpress.

Het grote voordeel van CFexpress boven dat van Secure Digital blijft de wijze waarop data wordt weggeschreven en gecontroleerd. CFexpress is daarmee niet alleen flink veiliger in het gebruik. Het blijft bovendien ook flink sneller dan een SD geheugenkaart.

In deze nieuwe standaard zal bovendien gebruik worden gemaakt van de PCIe 3.0 standaard. Een standaard die in totaal tot 8 data lanes (zie dit als een snelweg met 8 rijbanen) ondersteund. Ieder van die in totaal ‘8 rijbanen’ kan tot wel 1GB (GigaByte) aan data pér seconde verwerken. Dat is dus een ongelofelijke hoeveelheid data die er door deze nieuwe CFx kaarten verwerkt kan worden.

CFexpress is daarmee toegerust op de toekomst, zoals 8K video en andere toepassingen die om een enorme hoeveelheid aan dataverwerking vragen. Bovendien is deze standaard achterwaarts compatible met XQD. Een bestaande XQD geheugenkaart kan daardoor via een firmware update compatible worden gemaakt met CFexpress.

Nikon heeft bijvoorbeeld al aangekondigd dat zij haar Z6 en Z7 doormiddel van een firmware upgrade compatible gaat maken met deze nieuwe CFexpress standaard. XQD is daarmee een geheugenformaat dat zodra CFexpress beschikbaar is waarschijnlijk snel tot het verleden zal behoren. Zeker doordat Sony eigenlijk nog slechts de enige fabrikant is die XQD geheugenkaarten produceert. Uiteraard zullen de XQD geheugenkaarten die je nu mogelijk gebruikt voor je camera er niet sneller op worden na de firmware update. Maar het geeft in ieder geval de mogelijkheid om de omschakeling van XQD naar CFexpress pijnloos te laten verlopen.

Het zou mij niet verbazen als veel camerafabrikanten wachten totdat CFexpress beschikbaar komt voordat ze deze nieuwe techniek in hun nieuwe camera’s gaan toepassen. Mede doordat CFexpress een meer open technologie is dan XQD ooit is geweest. De verwachting is dat de CFexpress geheugenkaarten tegen het einde van dit, of medio 2019 beschikbaar zullen komen. Er is al bekend gemaakt dat er CFexpress geheugenkaarten zullen komen in geheugencapaciteit van 256GB, 512GB en 1TB.

Sigma geeft update vrij over compatibiliteit van haar objectieven met de Nikon Z en Canon EOS R.

28-oktober 2018 – Sigma heeft een lijst met compatible objectieven vrijgegeven voor fotografen die werken met een Nikon Z of Canon EOS R systeemcamera’s. Sigma had al aangegeven haar objectieven uitgebreid te testen om te kijken welke objectieven eventueel problemen zouden opleveren met deze nieuwe cameratypes van Nikon en Canon.

Volgens Sigma zouden er geen ‘problemen’ mogen zijn met haar objectieven wanneer deze worden gekoppeld aan de Canon EOS R. Tegelijkertijd geeft Sigma wel aan dat daarvoor de optie ‘Lens optimalisatie’ dient te worden uitgeschakeld wanneer er objectieven van Sigma worden gebruikt. Dat betekent dat er geen automatisch lens correcties voor ton- en kussenvorming, of voor chromatische abberaties of andere lensafwijkingen beschikbaar zijn wanneer deze worden ingeladen in een RAW converter.

Voor wat betreft de Nikon Z7 en Z6 heeft Sigma nu een lijst opgesteld met 36 objectieven die zijn getest en welke compatible zijn in combinatie met de FTZ lensadapter. Zowel AF als AE opties zijn daarbij beschikbaar.

Er zijn momenteel 4 objectieven waarbij er afwijkingen zijn gevonden het betreft hier de volgende objectieven: SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art, 50mm F1.4 DG HSM | Art, 85mm F1.4 DG HSM en APO 800mm F5.6 EX DG HSM  | Art. Sigma heeft aangegeven voor deze objectieven op een later moment nog extra informatie te geven met uitzondering van de APO 800mm waarvoor géén firmware update beschikbaar komt!. 

Daarnaast heeft Sigma aangegeven dat het niet mogelijk is om deze objectieven te gebruiken in combinatie met haar tele-extenders.

Sigma objectieven.

Voor wat betreft objectieven met ingebouwde optische lens stabilisatie wordt aangegeven dat deze het beste functioneren als zowel stabilisatie op het objectief als ook stabilisatie in de camera wordt toegepast.

Voor de Nikon Z-Serie zijn de volgende objectieven compatible bevonden:

DG Objectieven

  • 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 70-200mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM 
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 200-500mm F2.8 / 400-1000mm F5.6 EX DG
  • APO 300-800mm F5.6 EX DG HSM
  • 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • 135mm F1.8 DG HSM | Art
  • 500mm F4 DG OS HSM | Sports
  • MACRO 105mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 150mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 180mm F2.8 EX DG OS HSM

DC Objectieven

  • 8-16mm F4.5-5.6 DC HSM
  • 10-20mm F3.5 EX DC HSM
  • 17-50mm F2.8 EX DC OS HSM
  • 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-250mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • 4.5mm F2.8 EX DC CIRCULAR FISHEYE HSM
  • 10mm F2.8 EX DC FISHEYE HSM
  • 30mm F1.4 DC HSM | Art

Canon

Voor de Canon EOS R zijn de volgende objectieven compatible bevonden:
Contemporary line

  • SIGMA 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM

Art Line

  • SIGMA 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • SIGMA 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 30mm F1.4 DC HSM | Art
  • SIGMA 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 50mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 70mm F2.8 DG MACRO | Art
  • SIGMA 85mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 135mm F1.8 DG HSM | Art

Sports Line

  • SIGMA 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 500mm F4 DG OS HSM | Sports

Bron: Sigma

Fujifilm; ‘Wij zullen nooit een Full Frame camera ontwikkelen!’

Fujifilm heeft bij monde van Toshihisa Iida, directeur bij de Digital Imaging divisie tegen ‘DPReview’ gezegd dat Fujifilm nooit en te nimmer een digitale Full Frame camera zal produceren.

Als je dus ooit de hoop had gehad dat Fujifilm een digitale 35mm camera zou gaan ontwikkelen betekent dit nu dat die hoop in rook is opgegaan. Je zult dan vanaf nu moeten gaan kijken naar de camera’s van Nikon, Canon of Sony.

Fujifilm richt al zijn pijlen op haar X-Serie APS-C systeem en heeft gezegd de komende jaren steeds meer aandacht te willen schenken aan haar GFX lijn. Fujifilm hoopt daarmee een unieke marktpositie te ontwikkelen die hen in staat stelt de komende ‘oorlog’ op de markt van systeemcamera’s ongeschonden door te komen.

Een riskante strategie want als Fujifilm haar GFX systeem niet ‘mainstream’ weet te maken dan zal zij voor altijd een relatief kleine speler in de cameramarkt blijven. Dat terwijl zij dan de kans hebben laten lopen om de nummer één of twee positie te verkrijgen.

De markt zoals Fujifilm die ziet in haar eigen presentaties.

De Fujifilm GFX50S werd in het najaar van 2016 aangekondigd en is sinds het voorjaar van 2017 verkrijgbaar. Daarnaast heeft Fujifilm onlangs de GFX50R geïntroduceerd die, als het aan Fujifilm ligt, doorbraak moet worden voor haar eigen Medium Format systeem. Zoals zij zelf zegt: “een ‘betaalbaar systeem’ voor consument en professional“. De grote vraag is of dat écht zal lukken met een prijs van €4500,00 voor de camerabody en een gemiddelde prijs pér objectief van ongeveer €2300,00 euro. Het is dus maar net wat je ‘betaalbaar’ noemt…

Je kunt je dus de terechte vraag stellen of het gat tussen de Fujifilm X-Serie en haar GFX lijn niet té groot is!

Om het GFX systeem ‘groot’ te kunnen maken om zodoende de prijs uiteindelijk verder te kunnen verlagen, heb je dus heel wat overstappers nodig. Fujifilm denkt dat te gaan doen door de ontwikkeling van een 102MP GFX camera die zal beschikken over fasedetectie autofocus en een ingebouwd stabilisatiesysteem (IBIS) in combinatie met de mogelijkheid om er in 4K mee te kunnen filmen. De prijs van de camera is uiteraard momenteel nog niet bekend, maar zal naar verwachting dicht tegen de €10.000,- grens aanschurken.

De perspresentatie van de GFX50R en aankondiging van de GFX100 tijden het persevenement van Fujifilm tijdens de Photokina 2018.

Met dergelijke prijzen ligt het dus eigenlijk redelijk voor de hand om te kunnen veronderstellen dat er voor Fujifilm ruimte moet zijn om het gat tussen de X-Serie en de GFX te dichten met een aantal digitale 35mm modellen.

Nee nooit!‘ zegt Toshihida Iida volhardend in een Interview met DPreview.

Volgens Thoshihida heeft Fujifilm geen ‘verleden‘ in het produceren van 35mm camera’s. Dat is vreemd… want ik heb hier thuis toch écht een aantal analoge Fujica 35mm spiegelreflex camera’s waarop verschillende modelnamen prijken als STX-1N, ST-801 en AZ-1.

Enkele van de vele analoge 35mm ‘Fujica’ camera’s van weleer….

Enfin, hoe dan ook Thoshihida en Fujifilm zeggen geen toekomst te zien in ‘Full Frame’ vanwege het feit dat zij van mening is dat APS-C voldoende dicht tegen ‘Full Frame’ aanschurkt. Hetzelfde zou je overigens ook kunnen zeggen over het verschil tussen ‘Full Frame’ en het GFX sensorformaat, maar dat terzijde…

Wanneer Fujifilm ook een ‘Full Frame’ camera zou maken dan zou dat volgens Thoshihida beide markten kannibaliseren. Fujifilm wil beide systemen graag 2 stops uit elkaar houden om dat te voorkomen.

Blijkbaar met het risico dat over de lange termijn Fujifilm X-Serie gebruikers weleens zouden kunnen gaan lopen als ‘Full Frame systeemcamera’s’ flink goedkoper gaan worden door de toenemende concurrentiedruk en oplopende volumes. Mijn persoonlijke mening is dat Fujifilm hier een strategische fout begaat door ‘Full Frame’ links te laten liggen.

Fujifilm neemt dus een risicovolle stap door volledig in te zetten op APS-C en ‘Super Full Frame’ zoals zij het zelf graag willen noemen. Als de strategie uitwerkt zoals zij zelf in gedachten heeft dan heeft Fujifilm goud in handen. Maar… als blijkt dat deze strategie niet heeft gewerkt eindigt zij met lood.

Het is in ieder geval interessant om te zien dat Fujifilm haar eigen weg kiest en zich niet teveel wil mengen in de aanstaande Full Frame systeemcamera (prijzen)oorlog.

Lexar stopt met de verkoop van XQD en geeft de schuld aan Sony.

En… geeft de schuld aan Sony.

26 oktober 2018 – Lexar heeft zojuist bekend gemaakt te stoppen met het produceren en ontwikkelen van geheugenkaarten van het type XQD. Lexar zal zich daarbij vanaf nu richten op de ontwikkeling van CFexpress als toekomstige standaard.

Nadat Micron, in juni 2017 al had besloten om te stoppen met de productie van Lexar geheugenkaarten werd Lexar in september 2017 opgekocht door het Chinese Longsys. Daarbij gaf Lexar destijds nog aan dat de productie van XQD geen gevaar zou lopen.

De huidige lijn van XQD geheugenkaarten van Lexar.

Afgelopen maandag presenteerde de Poolse distributeur van Lexar een persbericht waarin bekend werd gemaakt dat Lexar zich gaat terugtrekken uit de markt voor XQD geheugenkaarten. De reden zou zijn gelegen in het feit dat Sony haar marktpositie als licentiehouder misbruikt en dat het aantal camera’s dat het XQD formaat ondersteund te klein is om nog langer dit type geheugenkaarten te blijven ontwikkelen. Of zoals een zegsman van Longsys zegt: “Verdere ontwikkeling van XQD en het blijven ondersteunen van deze technologie zou onzinnig zijn“. Lexar geeft daarbij aan dat Sony en anderen verantwoordelijk zijn voor de langzame ontwikkeling van dit type geheugenkaart.

Terwijl Lexar graag de technologie achter XQD zou willen doorontwikkelen wordt deze opgehouden door diverse partijen zoals Sony, die over diverse patenten in deze technologie beschikt. Hierdoor is het voor ons onmogelijk verdere doorontwikkeling mogelijk te maken“.

Het bedrijf geeft verder tegen Nikon Rumors aan dat ze wel graag verder willen werken aan de ontwikkeling van CFexpress dat de opvolger van XQD zou moeten worden. CFexpress is een ontwikkeling die breder wordt gedragen en komt voort uit de ‘Compact Flash Association’, dat een partnerschap is van diverse camerafabrikanten.

XQD werd voor het eerst in 2010 aangekondigd door Sandisk, Sony en Nikon. CFexpress is aangekondigd door de CompactFlash Association in September 2016 als de directe opvolger van XQD. XQD compatible camera’s (zoals de Nikon D5, D850, Z6 en Z7) kunnen via firmware worden geupgrade naar CFexpress.

Terwijl XQD geheugenkaarten een theoretische topsnelheid zouden kunnen behalen van 1000MB/sec kenmerkt CFexpress zich door een waanzinnige snelheid van bijna 8000MB/sec (7880MB/s). Dat komt neer op een snelheid van bijna 8 gigabyte aan data per seconde.

XPERIENCE Fujifilm X-T3- Hét handboek (PDF) voor de Fujifilm X-T3 fotograaf

X-PERIENCE X-T3” is hét boek (PDF) dat je als Fujifilm X-T3 fotograaf graag hebben wilt. In dit uiterst leerzame boek vertel ik je alles over jouw Fujifilm X-T3 systeemcamera en wat hij kan en hoe hij werkt. Vrijwel iedere instelling wordt uitvoerig besproken waardoor ook jij straks exact weet hoe jij deze camera gebruiken kunt!

*** De boeken (PDF) van Greg Theulings staan bekend als zeer leerzaam en duidelijk beschreven camerahandleidingen die naast reuze interessant ook gewoon leuk zijn om te lezen! ***

Photokina 2018 roundup – De trend; grotere sensoren, snellere modellen!

De slag om ‘mirrorless’ is aanstaande!

Ongeveer een jaar geleden schreef ik het al op in mijn blog ‘De gebroken belofte van de DSLR‘. Het kon niet veel langer uitblijven en eigenlijk hoef je ook niet over een glazen bol te beschikken om in de toekomst te kijken. Gezond verstand vertelde mij toen al dat het geen jaren meer zou duren voordat Canon en Nikon zich serieuzer op zouden gaan stellen voor wat betreft het produceren van meer professionelere systeemcamera’s.

Hoe staat de cameramarkt ervoor?

Nog géén jaar later zien we nu dat Canon de Canon EOS R heeft geïntroduceerd en dat Nikon de markt betreed met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Tegelijkertijd hebben we nu ook nog te horen gekregen dat Panasonic samen met Sigma in Maart 2019 een digitale 35mm camera op de markt gaat zetten die gebruik gaat maken van de Leica L-vatting. Daarmee zijn er nu vijf, of eigenlijk zes, camerafabrikanten die een digitale 35mm systeemcamera gaan voeren in hun assortiment.

Eigenlijk verwacht ik dat ook Olympus zich binnen niet al te lange tijd zich nog bij dit rijtje gaat aansluiten. Daarmee hebben vrijwel alle camerafabrikanten nu een serieuze systeemcamera in de markt staan met een sensor die gelijk of groter is dan 36x24mm.

Wat de toekomst ons brengt kan niemand zeggen, wel dat er duidelijke trends te zien zijn.

Voor Canon gaat op dat dit de 2e keer is dat zij haar gebruikers laat wisselen van lensvatting. Dat deed zij eerder al in 1987 toen Canon overstapte van de FD naar de EF vatting. Destijds noodzakelijk vanwege de introductie van autofocussystemen in analoge camera’s. Voor Nikon is dit de eerste keer in méér dan 60 jaar dat zij een nieuwe lensvatting introduceert voor een professioneel camerasysteem.

Voor wie al wat langer meedraait in dit wereldje kon al lang aan zien komen dat ‘spiegels’ en ‘prisma’s’ hun langste tijd hebben gehad. We leven nu eenmaal in een steeds verdergaande digitale wereld. Het is heus niet dat analoge technologie niet goed zou werken, maar de toekomst ligt nu eenmaal in verdergaande digitalisering van camerasystemen vanwege de goedkopere wijze waarop onderdelen kunnen worden geproduceerd én doordat volledig digitale camerasystemen ons in de toekomst meer mogelijkheden kunnen bieden dan met analoge technologie mogelijk is.

Fujifilm 50R – Medium Format binnen het bereik van iedere (semi-)professional en enthousiaste fotograaf.

Fujifilm daarentegen speelt hun eigen spel. Aan de ene kant hebben zij een unieke positie verworven binnen het APS-C segment en anderzijds valt zij de markt van bovenaf aan via hun GFX lijn. Om deze markt van de bovenzijde te kunnen benaderen ontbrak het Fujifilm nog aan een betaalbare Medium Format camera. Die is er nu in de vorm van de GFX 50R, waarbij de R staat voor Rangefinder. Ook al is dit zeker géén echte meetzoekercamera te noemen.

Het voordeel voor Fujifilm is dat zij daardoor momenteel nauwelijks last hebben van de concurrentie. Hierdoor heeft Fujifilm nu de nummer 2 plek ingenomen als het gaat om de markt van systeemcamera’s met verwisselbare objectieven.

Ontwikkelingen voor de nabije toekomst

De vraag was dus niet óf het zou gaan gebeuren, maar vooral wanneer. Systeemcamera’s hebben nu een volwassen stadium bereikt. Nieuwe sensoren en beeldprocessoren worden steeds sneller en binnen niet al te lange tijd zullen we ook camera’s gaan zien waarbij de sensor ook de taak van de sluiter gaat overnemen. Eerste gordijnsluiters in combinatie met elektronische sluiters en zogenoemde ‘stacked’ sensoren zijn slechts de eerste stap.

De tweede stap wordt genomen door zogenoemde ‘global shutters’. Dit zijn beeldsensoren die in één keer volledig uitgelezen kunnen worden. Dat betekent niet alleen dat we daarmee razensnelle sluitersnelheden kunnen krijgen, maar dat ook de mechanische sluiter erdoor in een camera wordt vervangen. De problemen van weleer met de huidige elektronische sluiters (niet kunnen flitsen, scheeftrekken van het beeld en gordijnvorming) zijn daarmee ook passé.

Panasonic verraste de markt door niet alleen een nieuwe digitale 35mm ‘Full Frame’ camera aan te kondigen, maar ook een ‘open’ lensvatting te gaan gebruiken die gebaseerd is op de Leica L-Vatting. Naast Panasonic heeft Sigma reeds toegezegd voor deze camera ook objectieven te gaan maken. 

Andere voordelen die we terugzien in systeemcamera’s zijn het over het algemeen genomen flink lagere gewicht van het totale systeem ten opzichte van een spiegelreflexcamera. Niet alleen dragen de spiegel en het prisma bij aan het extra gewicht van een DSLR. Doordat de sensor verder naar voren kan worden geplaatst bij een systeemcamera, kunnen objectieven voor dit type camera zonder spiegel (mits er gebruik wordt gemaakt van een voldoende grote lensvatting) ook compacter en daarmee lichter worden gemaakt.

Er zijn eigenlijk vier belangrijke redenen waarom de systeemcamera de toekomst heeft én waarom spiegelreflexcamera’s in steeds mindere mate aantrekkelijk zullen zijn voor gevorderde amateurs en professionals:

1) Een digitale zoeker is tegenwoordig zo helder en goed dat het verschil tussen een optische en digitale zoeker in helderheid en snelheid niet tot nauwelijks nog zichtbaar is.

Bovendien kent een digitale zoeker als groot voordeel dat je een te fotograferen scéne voorafgaand aan het maken van de opname al in zijn eindstadium voor wat betreft helderheid, kleur, contrast en scherptediepte hebt gezien. Je ziet vooraf al exact hoe de foto gaat worden. Het gehele ‘gokelement’ uit de belichtingsdriehoek wordt erdoor weggenomen.

2) Het autofocussysteem van een systeemcamera is véél nauwkeuriger dan het autofocussysteem zoals dat wordt toegepast in een digitale spiegelreflexcamera.

Problemen als ‘front-‘ en ‘backfocus’ zijn daarmee opgelost omdat de autofocusmeting plaats heeft via de sensor en daarmee parallel aan het te fotograferen object.

Bij een spiegelreflexcamera vindt deze meting plaats door een aparte en schuin in het spiegelhuisgeplaatste autofocusmodule. Door zijn schuine plaatsing in het spiegelhuis kan deze in een spiegelreflex nooit 100% nauwkeurig werken. Door schommelingen van de temperatuur en luchtvochtigheid moet om die reden het autofocussysteem van een digitale spiegelreflexcamera regelmatig worden gekalibreerd.

Daar komt nog bij dat de snelheid van het autofocussysteem van een systeemcamera tegenwoordig op gelijke voet staat met die van een spiegelreflexcamera. De laatste barriere waarbij een spiegelreflexcamera tot voor kort een voorsprong had is met de allerlaatste generatie systeemcamera’s geslecht.

3) Er kunnen door nieuwe en snellere beeldsensoren en processoren flink méér opnames per seconde worden gemaakt en met gebruikmaking van meer intelligente autofocussystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan gezicht- en oogdetectie of ingebouwde beeldstabilisatiesystemen.

4) Er is een steeds verdergaande integratie tussen fotografie en video. Een spiegel en een mechanische sluiter staan deze ontwikkelingen nu nog enigszins in de weg, maar deze ‘problemen’ zullen binnen enkele jaren volledig zijn opgelost wanneer de zogenoemde ‘global shutter’ in een camera algemeen goed gaat worden.

Canon en Nikon hebben de afgelopen jaren uiteraard niet helemaal stil gezeten, maar ze hebben wel afgewacht hoe Sony, Fujifilm en Olympus het tapijt voor hen heeft uitgerold. In die tussentijd konden Canon en Nikon zo hun gebruikers tot het laatst uitmelken, terwijl Sony en Fujifilm grote investeringen hebben moeten doen om de systeemcamera als serieus alternatief tegenover de spiegelreflex te positioneren.Kortom; Sony en Fujifilm hebben het marketingwerk gedaan om dit productsegment tot een volwassen stadium te krijgen terwijl Canon en Nikon rustig achterover leunden om hun zo hun spiegelreflex gebruikers ‘zoet’ te houden.

De Nikon “Z6 / Z7Touch & Try Bar”  – Druk bezocht met wachtrijen oplopend tot méér dan 20 minuten..

Tot nu toe waren de pogingen van zowel Canon als Nikon daarom ook niet erg serieus te noemen. De Canon EOS M serie was uiteraard een heel aardige vingeroefening van Canon met een ‘dual pixel autofocussysteem’ en Nikon had met haar ‘1’ systeem een razendsnel autofocussysteem, maar beide camerasystemen zijn nooit echt serieuze alternatieven geweest voor gevorderde amateurs of professionele fotografen.

In beide gevallen kunnen we nu wel verwachten dat zowel het ‘Canon EOS M’ en het ‘Nikon 1’ systeem beide ten dode zijn opgeschreven nu zowel Canon als Nikon beide een serieus camerasysteem hebben geïntroduceerd.

Laten we eens kijken wat ik vorig jaar heb voorspeld en in hoeverre die voorspellingen nu eind September 2018 zijn uitgekomen:

1. Nikon en Canon zullen een serieuze systeemcamera introduceren gericht op de (semi-)professionele markt.

Deze voorspelling is in zijn geheel en voor de volle 100% uitgekomen. Sterker nog, we zijn nog niet klaar! Dit is pas het begin van een absolute omwenteling. De verwachting is dat aan het einde van de eerste helft van 2019 het aantal verkochte systeemcamera’s de vraag zal overtreffen van die van spiegelreflexcamera’s. Vanaf dat moment zal de markt in steeds snellere mate gaan veranderen en daarmee zal het tempo waarin systeemcamera’s de overhand krijgen in versneld tempo toenemen.

De reden waarom Canon en Nikon juist nu hun eerste serieuze systeemcamera’s op de markt zetten heeft alles te maken met de Olympische spelen van 2020. Die spelen vinden plaats in Tokyo en de camerafabrikanten willen die periode graag gebruiken om misschien wel de bekendste industrietak van Japan eens flink in de spotlights te zetten.

Door nu een serieuze systeemcamera te introduceren creëer je het fundament. Het stelt de fabrikanten in staat om kleine foutjes in hun eerste ontwerp te herstellen, het laat de markt versneld groeien en…. niet geheel onbelangrijk, je kunt niet in één keer een hele serie objectieven in de markt zetten. Zoiets kost tijd omdat onderzoek en ontwikkeling van dergelijke high-tech technologie behoorlijk wat inzet kost.

Hier melden graag! – Genodigden en de pers kregen een speciaal inkijkje in de nieuwe Nikon Z6 / Z7. 

Of deze nieuwe telgen van Nikon en Canon ‘professioneel’ zijn, dat laat ik in het midden. Alhoewel de inzet van Nikon aanzienlijk hoger is dan die van Canon. De Nikon Z6 en Z7 komen overeen in hun kunnen met de Nikon D750 en D850, terwijl de Canon EOS R niet echt boven het ambitieniveau van een Canon 6D MKII uit stijgt.

Voor wat betreft hun videomogelijkheden zijn beide systemen niet geheel ‘last generation’. Maar ook hier kun je zeggen dat de Nikon Z6/Z7 serieuzere camera’s zijn met hun 4K 30P en 120P ‘slowmotion’ mogelijkheid. 4K beelden worden daarbij over de gehele sensor opgenomen.

De Canon EOS R is daarbij in vergelijk een beetje een aanfluiting. Deze camera maakt voor het gebruik van haar videomogelijkheden gebruik van een gigantische cropfactor en in dat opzicht is het ook gelijk een typisch Canon product te noemen waarbij met bepaalde mogelijkheden ‘beschermd’ voor toekomstige (duurdere) modellen.

Voor wie echte topmodellen wil die zal nog moeten wachten tot volgend jaar. Waarschijnlijk zul je dan rond deze tijd (2019) gaan zien dat er nog serieuzer op deze markt zal worden ingezet met snellere en duurdere modellen die vergelijkbaar zullen zijn met de Nikon D5 en Canon 1DxMKII of beter. Deze modellen zullen in ieder geval niet later worden geïntroduceerd dan het voorjaar van 2020.

De Canon “Touch and Try hoek” – Niet druk bezocht…

2. Nikon en Canon zullen gebruik gaan maken van een nieuwe lensvatting.

Een nieuw camerasysteem zoals een systeemcamera heeft alleen toegevoegde waarde als daarbij ook optimaal gebruik wordt gemaakt van nieuwe mogelijkheden die zo’n systeem te bieden heeft. Doordat de sensor in een systeemcamera verder naar voren kan worden geplaatst kunnen objectieven compacter en eventueel lichter en vooral ook lichtsterker worden gemaakt. Dat komt ten goede aan de scherpte en het oplossend vermogen.

Om die reden was het eigenlijk altijd al de verwachting dat zowel Canon als Nikon een nieuwe lensvatting voor hun nieuwe camerasysteem zouden gaan ontwikkelen. Wie nu nog een spiegelreflexcamera in zijn bezit heeft doet er héél verstandig aan om nu echt serieus en goed na te gaan denken hoe hij zijn migratie naar een systeemcamera gaat invullen.

Blijf je bij je merk? Verander je van merk en waarom? Wanneer wil je ‘over’ gaan? Dat zijn de belangrijkste vragen die jij je als bezitter van een spiegelreflexcamera nu moet gaan beantwoorden.

De ‘lens Roadmap’ van Nikon. Serieuze objectieven voor een serieus systeem.
Een duidelijke afweging tussen lichtsterkte en gewicht.

Mijn persoonlijke mening is dat het zéér onverstandig is om nog langer te blijven investeren in een digitaal spiegelreflexsysteem, óf om daarvoor nog langer (brand)nieuwe objectieven te kopen.

De investering die je daar nu nog in gaat doen zul je dan in versneld tempo en tegen steeds lagere (2e hands)prijzen moeten afschrijven. Ik wil je nog maar eens wijzen op de prijzen die je nu betaald voor een analoog objectief. Dergelijke prijzen zullen uiteindelijk ook worden gegeven voor je huidige dure L-objectieven of ‘Goldring’ glas.

Wil je helemaal overstappen van merk? Dan is het waarschijnlijk het meest verstandig om je huidige objectieven zo snel mogelijk van de hand te doen.

Of overstappen van merk uiteindelijk ‘nuttig’ is of niet, daar doe ik geen harde uitspraak over. Dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Tegelijkertijd; Ik kan je vertellen ‘Het gras is niet altijd groener bij de buren’. Doe dus goed én gedegen onderzoek voordat je een dergelijke volledige stap overweegt.

Laat je niet zomaar leiden door wat er soms gezegd wordt. Soms kloppen sommige van die uitspraken niet, of zijn ze niet volledig en soms  lijkt een overstap mooi omdat een fabrikant gebruik maakt van de laatste technologie. Dat wil dan niet automatisch zeggen dat die fabrikant dan ook om je ‘geeft’ als fotograaf, of dat hij het ‘beste’ met je voorheeft.

Er zijn situaties en camera’s te koop waar technologie en het gadget gehalte belangrijker lijkt te zijn dan dat de camera een werkpaard is voor jou als fotograaf. Trap niet in die valkuil! Marketing is mooi, maar het kan je hoofd ook danig op hol brengen dat je niet rationeel meer nadenkt over de gevolgen van je keuze.

De stand van Sony – Stilte voor de storm die te wachten staat.

Uiteraard hoef je niet direct in één klap alles de deur uit te doen. Er zijn immers voor zowel het Canon EOS R als ook voor het Nikon Z systeem adapters te krijgen die het mogelijk maken om je ‘oude’ glaswerk nog een tijdje te kunnen gebruiken. Dat verzacht wellicht ietwat de pijn. Het neemt echter niet weg dat je huidige ‘EF’, ‘Goldring’ of ‘Sigma Art’ objectieven voor je Canon of Nikon DSLR op de langere termijn steeds minder waard zullen worden.

Voor Canon worden er een drietal adapters op de markt gebracht waarbij deze te koop zullen zijn van héél eenvoudig tot slim en handig. Bijvoorbeeld doordat er een filtersysteem in is aangebracht.

De adapter van Nikon is overigens zéér slim en doordacht en waarbij bijna alle 320 beschikbare objectieven voor de 60-jarige Nikon F-vatting ook gebruikt kunnen worden op de nieuwe Nikon Z camera’s. Dat is dus een knap staaltje werk. Helaas betekent het wel dat objectieven zonder autofocusmotor handmatig zullen moeten worden scherpgesteld.

Mijn verwachtingen voor de nabije toekomst

Natuurlijk heb ik niet de beschikking over een glazen bol, maar ga ik af op de marktontwikkelingen zoals ik die zie. Er is veel wat we nog niet weten. Zo ben ik bijvoorbeeld erg benieuwd hoe Canon haar nieuwe R lijn gaat uitbreiden.

Speelt Canon op safe en gaan ze eerst de consumentenmarkt bespelen zoals we nu eigenlijk al zien met de EOS ‘R’ op de wijze waarop Canon die nu heeft geïntroduceerd, of zet Canon komend jaar ‘vol’ in op een méér professioneler model?

Één ding weet ik wel. Canon heeft een aantal serieuze objectieven op haar roadmap geplaatst die niet echt passen bij de camera zoals die is geïntroduceerd. Ook ben ik er niet zeker van of Canon er goed aan heeft gedaan om gelijk in te zetten op zulke lichtsterke objectieven.

Niet zozeer vanwege hun geweldige lichtsterkte, maar vooral omdat dergelijke objectieven gepaard gaan met een groot gewicht en een flink prijskaartje. Mijn persoonlijke idee is dat de consument en zelfs de professional daar juist nu even niet op zit te wachten.

Naar mijn idee heeft Nikon dat slimmer aangepakt door eerst te komen met een serie f1.8 en f4.0 objectieven om pas vanaf de 2e helft van 2019 meer lichtsterker glas te introduceren. Niet alleen bestaat daardoor de mogelijkheid dat gebruikers van haar ‘Z’ systeem tot twee keer toe zullen investeren.

Maar, vooral betekent een serie objectieven met een iets minder grote lichtsterkte dat de objectieven betaalbaar blijven en bovendien, heel belangrijk; relatief licht van gewicht zullen zijn.

Bovendien heeft Nikon al door laten schemeren dat er een spiegelloze variant in de pijplijn zit van haar Nikon D5. Ook hier ligt het voor de hand dat deze camera ergens in de 2e helft van volgend jaar of anders begin 2020 zal worden geïntroduceerd met het oog op de Olympische Spelen in Tokyo van dat jaar.

Kodak Print Service – “The joy of Photography wall”.

Wat nog niet helemaal duidelijk is, zal zijn of Canon en Nikon ook met spiegelloze APS-C modellen de markt voor systeemcamera’s zullen gaan betreden. Voorlopig is de trend ingezet op de productie van camera’s met digitale 35mm full frame sensoren (of groter) en lijkt APS-C een minder belangrijke rol te gaan krijgen.

Dat is opmerkelijk want momenteel zijn nog steeds 2 op de 3 verkochte camera’s met verwisselbare objectieven camera’s met een dergelijke sensor. APS-C is dus voor camerafabrikanten eigenlijk een héél belangrijk marktsegment dat nu nog steeds open en bloot ligt voor Fujifilm.

Daarbij gelijk opmerkend dat haar nieuwe Fujifilm X-T3 (haar 4e generatie systeemcamera’s) een razendsnel autofocussysteem aan boord heeft en als camera zéér professionele aspiraties toont. Hoe langer Canon en Nikon wachten hoe lastiger het wordt om hun éérste generatiecamera’s net zo stevig te positioneren.

Bijkomend probleem voor Canon gebruikers is dat Canon vaak heeft gezegd dat haar EF-S objectieven een toekomst zouden hebben, terwijl nu blijkt dat de nieuwe RF-vatting geen enkele ondersteuning kan bieden voor deze objectieven.

Kortom, als je van een Canon spiegelreflex camera met APS-C sensor afkomt en je wilt graag naar het Canon ‘R’ systeem dan heb je helemaal niets meer aan je oude EF-S objectieven en heb je dat geld en die investering eigenlijk gewoon weggegooid. Misschien is dat ook wel wat Canon graag wilt dat je doet. Alles opnieuw kopen om zo extra omzet te kunnen genereren.

Olympus “Playground” – Opvallende bijkomstigheid van de Photokina 2018 was dat zowel Olympus als Sony niets nieuws te brengen hadden.

Opvallend aan deze Photokina 2018 was het gegeven dat Sony géén enkele camera heeft geïntroduceerd, misschien wel om een dijk op te werpen tegen de storm die hen te wachten staat.

Er is immers in principe geen reden meer om als Canon of Nikon gebruiker volledig over te stappen op het systeem van Sony als je eenvoudig via een adapter al je oude objectieven kunt gebruiken op een camerasysteem van een merk waarmee je vertrouwd bent.

Ik verwacht dan ook dat met name Nikon gebruikers héél goed zullen kijken naar wat het ‘Z’ systeem te bieden heeft en in mindere mate verwacht ik hetzelfde van Canon gebruikers die nu kunnen kiezen voor de EOS R.

Tel daarbij op dat Sony met haar E-Mount eigenlijk een lensvatting gebruikt die eigenlijk bedoeld was voor een APS-C camera en slechts bij toeval toepasbaar was voor een digitale 35mm camera. Doordat de doorsnede van deze Sony lensvatting eigenlijk te klein is  moeten objectieven met E-Mount vatting veel sterker worden gecorrigeerd met name op chroma, hoekonscherpte en vignetvorming.

Op het gebied van beeldkwaliteit zal Sony straks een harde dobber hebben om overeind te blijven. De enige methode om dit probleem te bevechten is met méér technologie en lagere prijzen. Maar dat resulteert nu al in het gevoel een computer in de hand te hebben dan dat het een camera is waarmee je plezierig fotografeert.

Kortom met binnenkort 5 spelers op dezelfde markt voor digitale 35mm systeemcamera’s zal de concurrentie een flinke impact gaan hebben op de omzetcijfers van Sony.

Tel daarbij op dat het aantal Canon en Nikon gebruikers véél groter is dan het aantal Sony fotografen. Plus het gegeven dat veel cameragebruikers tamelijk honkvast zijn betekent dit dat Sony heel veel te verliezen heeft.

Zeker als zal blijken dat veel van die Sony gebruikers mogelijk een overstap terug naar hun oude merk mogelijk in overweging zullen nemen. In hoeverre dit laatste zal gaan gebeuren is de vraag. Het is in ieder geval een risico, omdat veel van die Sony gebruikers hun oude objectieven nooit de deur uit hebben gedaan.

Kortom, Sony zal er dus alles aan gaan doen om méér fabrikanten van objectieven binnenboord te krijgen om zo de concurrentie vanuit met name Nikon en Canon voor te blijven. Hoe lang dat goed zal gaan is maar de vraag omdat dit mede afhankelijk is van de snelheid waarmee Canon en Nikon objectieven uit zullen brengen voor hun eigen nieuwe systemen.

De stand van Olympus – De enige cameraanbieder waarbij ‘beleving’ centraal stond.

Hoe dan ook de komende 9 maanden zullen spannende tijden worden voor de camerafabrikanten. Vooral omdat éénieder nu zo’n beetje de posities heeft ingenomen. Één ding is zeker het wordt oorlog op de markt voor systeemcamera’s en met name op het marktsegment voor ‘Full Frame’ systeemcamera’s zal er een flink gevecht uitgevochten gaan worden. Of en wie de slachtoffers worden is momenteel nog lastig in te schatten.

De startpositie van Canon schat ik momenteel het minst gunstig in, maar daartegenover staat wel een gigantisch marktaandeel met evenzoveel Canon gebruikers. Nikon heeft een sterk systeem op de markt gezet, ondanks een kleine marketingblunder door het ontbreken van een tweede kaartslot. Sony heeft het meest te verliezen. Namelijk haar complete marktpositie. Panasonic? Ik vermoed dat zij een kleine speler op deze markt zullen blijven en waarbij het hen niet gaat lukken om een dikke vinger in de pap te krijgen.

Voor wat betreft Fujifilm? Die hebben stelling ingenomen door te kiezen voor APS-C en Medium Format, of Super Full Frame zoals ze het zelf graag noemen. Zij zullen buitenstaander zijn bij het aankomende gevecht en kunnen, als ze het slim spelen, redelijk ongeschonden uit die strijd komen, al vermoed ik wel dat zij wat schaafwonden zullen oplopen.

We zijn momenteel getuige van de start van ‘The war on mirrorless’. In eerste instantie lijkt die te gaan om het sensorformaat dat de meeste potentie heeft. Tegelijkertijd zal die oorlog worden uitgespeeld op wie het meeste waar voor zijn geld kan bieden. Dat zal zich dus gaan uiten in een prijzenoorlog. Goed voor de eindgebruiker, mits hij het juiste systeem kiest. Welke dat is, dat durf ik niet te voorspellen.

De MTF grafiek – De snelste manier om een ‘lens’ te beoordelen op zijn waarde.

De snelste manier om een ‘lens’ te boordelen op zijn waarde.

De meeste fotografen kijken bij de aanschaf van een objectief vaak allereerst naar de prijs en de lichtsterkte. Daarna wordt waarschijnlijk pas gekeken hoe ‘scherp’ de ‘lens’ is die je wilt kopen. Een objectief dat van hoek tot hoek volledig scherp is, die is zijn gewicht in goud waard. Althans, dat willen de objectlevenmakers je graag doen laten geloven. Maar hoe kun je nu eigenlijk zelf zien op basis van de gegeven specificaties van de fabrikant hoe ‘scherp’ een objectief is vóórdat je hem hebt gekocht. Immers je wil graag vooraf al weten wat je mag verwachten van het oplossend vermogen, de contrastweergave en zelfs de scherptediepte? In deze blog leg ik het je uit dat dit kan door het kunnen lezen en interpreteren van een zogenoemde MTF grafiek!

Objectieven en lichtbrekingen

Wie net een nieuw objectief heeft gekocht heeft ongetwijfeld gezien dat er in de doos ook een boekje zat en dat in dat boekje een aantal grafieken afgebeeld staan. Die grafieken kwam je misschien ook al tegen toen je op internet ging zoeken naar meer informatie over de ‘lens’ die je op het oog had, of net hebt gekocht.Over het algemeen gezien zal zo’n grafiek er ongeveer als volgt uit zien:

Een voorbeeld van een MTF grafiek, maar wat betekent zo’n grafiek eigenlijk?

Je ziet op die grafiek een aantal lijnen getekend die bestaat uit vaste lijnen en gestippelde lijnen. Je ziet ook dat die lijnen over het algemeen genomen aan het einde van de grafiek een neerwaartse richting volgen. Soms lopen deze lijnen zelfs tot bijna helemaal beneden.

Zo’n grafiek zoals je hierboven ziet noemen we een ‘MTF grafiek’. De afkorting MTF staat daarbij voor ‘Modulation Transmission Function’. Dat is zoals je ziet een hele mond vol met technische termen. Ik neem het je niet kwalijk als je niet in één keer begrijpt waar dat voor staat. Gelukkig ook maar want anders zou ik deze blog ook niet hoeven te schrijven.

Deze grafiek geeft eigenlijk aan hoe het licht door het objectief wordt verwerkt. Licht wordt binnenin een objectief namelijk door de verschillende lenzen en lensgroepen aantal keer verbogen, om uiteindelijk zo recht mogelijk op de sensor te belanden.

Je kunt daardoor ook zeggen dat de MTF grafiek aangeeft hoe een objectief omgaat met de scherpte- en contrastweergave. We noemen dat het ‘oplossend vermogen’. Zo’n grafiekje verteld je daarmee iets over de scherpte waarmee een opname kan worden gemaakt.

De meeste fabrikanten tonen de prestaties van hun objectieven op basis van het grootst mogelijke diafragma waarover het objectief beschikt. Bij een zoomlens worden altijd twee grafieken weergegeven. De ene grafiek is dan op basis van de kortste brandpuntsafstand. De tweede grafiek geeft de prestaties van het objectief weer op basis van de langste brandpuntsafstand (wanneer er volledig is ingezoomd).

Waarom is het handig om een MTF grafiek te kunnen lezen?

Het kunnen lezen van een MTF grafiek kan je enorm helpen bij het maken van de keuze voor een objectief dat je graag zou willen aanschaffen. Het is bovendien een objectieve manier om een ‘lens’ te kunnen beoordelen op zijn kunnen.

Zo geeft een MTF grafiek je informatie over de scherpte en het oplossende vermogen van een objectief wanneer deze wordt gebruikt bij een ‘vol open’ diafragma. Je kunt namelijk aan de grafiek aflezen hoe de contrastweergave is en je kunt zien hoe zuiver het beeld is (astigmatisme) en hoeveel kleurverschuiving (chromatische aberratie) er kan optreden. Zo’n grafiek verteld je zelfs iets over de te verwachte bokeh (achtergrondonscherpte).

Het is dus erg nuttig om zo’n grafiek te kunnen lezen, want het verteld je veel over de prestaties van een lens.

Het perfect ontworpen en gefabriceerde objectief zou al het licht doorlaten en kent een perfecte breking van de lichtstralen. Iedere foton (lichtdeeltje) dat daarbij het objectief binnenkomt zou dan ook op de sensor kunnen landen. Helaas het perfecte objectief kan niet worden geproduceerd. Sterker nog. Juist doordat er wat lichtverlies optreedt krijgt ieder objectief zijn eigen charme.

De lensopbouw van een Fujinon XF16-55mm f2.8 objectief. Licht wordt door verschillende lensdelen gebroken.

Geen enkel objectief is namelijk 100% doorzichtig. Ieder lensdeel heeft immers een bepaalde dikte en het gebruikte glas kenmerkt zich door zijn eigen dichtheid. Het licht wordt door iedere lens in een objectief ietsjes verbogen en door deze brekingen van het licht zal ook niet al het licht de sensor van je camera kunnen bereiken.

Dit verlies van licht wordt uitgedrukt als de ‘contrastweergave’.

Je moet dat zien als hoe minder licht de sensor bereikt, hoe hoe minder verloop er is tussen helder en donker. Er zijn dan dus minder ‘tinten’ beschikbaar. Minder verschillende tinten betekent dus verlies aan contrast.

Contrast vormt het fundament voor de resolutie. Een goede contrastweergave betekent namelijk ook dat alle contouren duidelijk zijn afgetekend. We noemend dit resolutie of scherpte. Hoe meer details door onze ogen kunnen worden onderscheiden hoe hoger de resolutie.

De hoeveelheid contrastweergave en de scherpte resulteert in het zogenoemde oplossende vermogen van een objectief.

Het oplossende vermogen van een objectief op waarde schatten

Om te weten hoe goed de resolutie is van een objectief meten we dat af aan het aantal lijnen of lijnparen per millimeter (lp/mm) die we (gemiddeld gezien) met het blote oog nog kunnen onderscheiden. Zo verkrijg je een objectieve meting.

De weergave van het oplossende vermogen van een objectief wordt over het algemeen in een grafiek weergegeven op basis van twee verschillende resoluties: 10lp/mm (lage resolutie) en 30 lp/mm (hoge resolutie). De meting die wordt uitgevoerd op 10lp/mm is voor de contrastweergave. De meting die wordt uitgevoerd op 30lp/mm is voor de weergave van de scherpte en resolutie.

De twee verschillende soorten metingen (één op lage en één hoge resolutie) zijn noodzakelijk omdat ze door onze ogen ieder op een andere wijze worden geïnterpreteerd.

Het oplossende vermogen wordt niet alleen in het midden van een objectief gemeten, door op verschillende afstanden vanaf het centrum een meting uit te voeren kunnen we goed zien hoe goed de contrastweergave en scherpte blijven naar de randen van het beeld .

Om te zien hoe ‘goed’ een objectief presteert worden de metingen niet alleen in het midden van het objectief uitgevoerd, maar worden deze metingingen vanuit het midden op verschillende afstanden herhaalt. Zo kun je dan goed zien óf en hoeveel afname er is van het oplossende vermogen van een objectief.

Bij een 35mm full frame camera worden de metingen gedaan om de 5mm, dus 5mm, 10mm, 15mm en 20mm vanaf het centrum. Een meting bij 20mm beslaat zo’n 90% van het sensoroppervlak. Daar kun je dan dus goed zien hoe een objectief presteert aan de randen.

Het meten van een objectief voor een APS-C camera, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm, werkt de meetmethode hetzelfde. Echter, omdat de sensor kleiner is wordt de rand van de sensor bereikt bij ongeveer 14.2mm

Op de Y-as van de grafiek zien we hoe goed een ‘lens’ presteert. De weergave loopt van 0 tot 1, maar je kunt evengoed zeggen dat 0 staat voor 0% en een score van 1 staat voor 100%. Kortom, hoe hoger de lijn ligt hoe beter het oplossende vermogen van een objectief. Als de grafiek een lange rechte lijn laat zien is dat dus een ‘goede’ lens.

Hoe je de lijnen moet lezen en wat ze vertegenwoordigen leg ik je hieronder uit:

Contrastweergave

De lijn die wordt weergegeven voor de lage resolutie (10lp/mm) wordt meestal in het rood weergegeven. Deze lijn geeft de contrastweergave aan. Zodra deze lijn daalt betekent dat dus een afname van de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. Door contrastafname wordt het beeld donkerder en lopen de verschillende kleuren en helderheden dicht. We zien dit vaak gebeuren in de hoeken van de sensor. De afname wordt mede veroorzaakt door de grootte van de beeldcirkel.

Scherpte

De tweede lijn die je ziet (vaak blauw) geeft aan hoe scherp een objectief is. Deze geeft namelijk de detailweergave aan. De detailweergave wordt gemeten op basis van het kunnen onderscheiden van 30 lijnparen per millimeter. Een perfecte score wordt verkregen als alle 30 lijnparen kunnen worden geteld. De lijn daalt naarmate er minder individuele lijnparen van elkaar kunnen worden onderscheiden.

Wanneer je naar de grafiek kijkt zie je ook dat er voor zowel de contrastweergave als ook voor de scherpte twee verschillende lijnen worden getekend. Een doorgetrokken lijn en een onderbroken stippellijn.

Het oplossende vermogen van een objectief wordt zowel over de horizontale als verticale as gemeten.

Het sagittale vlak

De doorgetrokken lijn staat daarbij voor het zogenoemde sagittale vlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in horizontale richting van het objectief.

Het meridiaalvlak

De stippellijn staat voor het zogenoemde meridiaanvlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in verticale richting van het objectief.

Het sagittale vlak en het meridiaanvlak samen vertellen je wat over de beleving van de achtergrondonscherpte (bokeh). Hoe dichter de doorgetrokken lijn en de stippellijn bij elkaar liggen hoe vloeiender en gladder de beleving is van de achtergrondonscherpte (bokeh). Gezien het gegeven dat de meting wordt gedaan op het grootst mogelijke diafragma van een objectief kun je dus goed inschatten hoe zacht de achtergrondonscherpte zal worden beleefd. Je kunt er ook aan aflezen hoeveel chromatische aberratie (kleurverschuiving) een objectief kent. Bij een perfect objectief vallen zowel het sagittale- als het meridiale vlak samen.

NIKKOR Z 50mm f/1.8 S – Een groot oplossend vermogen tot in de hoeken.

Nu blijft de vraag natuurlijk over, wat is ‘goed’ en wat is ‘slecht’ voor wat betreft contrastweergave als de weergave van resolutie. Over het algemeen genomen zal de contrastweergave altijd beter zijn dan het oplossende vermogen van de resolutie.

Wanneer je een MTF grafiek leest kun je in zijn algemeenheid zeggen dat alles wat hoger is dan 0.9 mag worden geclassificeerd als ‘uitstekend’. Alles tussen 0.7 en 0.9 mag worden gezien als ‘goed’ en alles onder 0.5  is over het algemeen gesproken matig tot soft. Alles onder 0.2 is gewoon aan te duiden als ‘slecht’. Tegelijkertijd is dat mijn eigen interpretatie voor wat ‘goed’ en ‘slecht’ is. Die definitie ligt uiteindelijk voor iedereen weer net even anders.

Een voorbeeld

Laten we het nu eens allemaal bekijken aan de hand van een echt voorbeeld.

Het oplossende vermogen van een objectief is over het algemeen genomen het grootste in het midden van het beeld. Kortom scherpte en resolutie zijn daar het beste. Hoe verder we richting de rand van het beeld gaan hoe meer ‘lensfouten’ zichtbaar worden. Je mag dus verwachten dat een grafiek altijd hoog begint om vervolgens te gaan dalen. Hoe langer een objectief een rechte lijn laat zien hoe beter de optische prestaties van een objectief.

Een MTF grafiek is dus vooral handig wanneer je objectieven op een eerlijke manier met elkaar wilt vergelijken. Dat vergelijken kan eigenlijk alleen objectief gebeuren als bedie objectieven dezelfde brandpuntsafstand hebben én een gelijkwaardig diafragma gebruiken.

Een eerlijk vergelijk tussen twee objectieven van hetzelfde merk op basis van dezelfde brandpuntsafstand en hetzelfde grootste diafragma van f1.8. 

In de bovenstaande grafiek vergelijk ik twee objectieven van hetzelfde merk en met dezelfde brandpuntsafstand en diafragma.

Het objectief aan de linkerzijde is de Nikkor Z 50mm f1.8 S en het objectief aan de rechterzijde is de Nikkor AF-S 50mm f1.8.

Het verschil?

Het objectief aan de linkerzijde is specifiek ontworpen voor de nieuwe Z-Mount van Nikon en daarmee voor een systeemcamera, terwijl het objectief aan de rechterzijde is ontwikkeld voor een spiegelreflex camera.

Wanneer ik diverse fora raadpleeg op internet zie ik veel mensen klagen over de prijs van het nieuwe Z-Systeem van Nikon. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid op met de vraag of die kritiek nu echt terecht is. Voor de goede orde. Het Nikkor Z 50mm f1.8 objectief gaat over de toonbank voor €679,00, terwijl het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief wordt verkocht voor slechts €229,00.

Op basis van het grote prijsverschil lijkt de kritiek dat het nieuwe systeem en de objectieven ervoor nogal ‘duur’ is terecht.  Immers een prijsverschil van zo’n €450,00 is geen ‘kattepis’. Daar mag dus wel wat tegenover staan om zo’n groot prijsverschil te rechtvaardigen. Immers, het zijn beide objectieven voor een digitale 35mm (full frame) camera en in die zin voor een soortgelijke sensor.

Laten we daarom deze objectieven eens niet op prijs vergelijken maar op hun specificaties en het oplossende vermogen, dan wordt al snel duidelijk dat beide objectieven zich eigenlijk niet met elkaar laten meten. Het objectief voor het nieuwe Z-Systeem van Nikon is dan domweg gezien een klasse apart.

Voor het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem blijven de contrasten behouden tot bijna 17.5mm vanaf het centrum van de beeldcirkel, terwijl we bij het oude vertrouwde AF-S objectief zien dat de contrastweergave vrijwel direct begint te dalen. Eerst nog wat langzaam, maar vanaf zo’n 10mm vanaf het centrum daalt deze snel door tot een score van 30% aan de randen voor het sagittale vlak (horizontaal). De doorlaat van het licht via het meridiaal vlak (verticaal) blijft redelijk goed behouden, maar is met een score van 75% nog steeds beduidend minder dan het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem.

We zien bovendien dat bij het nieuwe 50mm S objectief dat zowel de sagittale meting als wel de meting over het meridiaal, dat deze lijnen voor wat betreft de contrastweergave zeer dicht tegen elkaar aan blijven lopen. We kunnen hieruit de conclusie trekken dat dit objectief weinig last heeft chromatische aberratie (CA). Er is immers weinig verschuiving over de horizontale- en verticale as waar te nemen. Het objectief blijft daarmee kleurzuiver. De brandpuntsafstand voor iedere golflengte van het licht wordt dus goed behouden.

Wanneer we nu kijken naar het wat oudere 50mm f1.8 AF-S objectief dan zien we dat de doorgetrokken lijn en de stippellijn niet mooi bij elkaar blijven lopen. De conclusie die daaruit kan worden getrokken is dat dit oude objectief niet alleen een minder goede kleurweergave heeft en behoorlijk last heeft van vignetvorming naar de hoeken, maar ook dat het AF-S objectief beduidend meer last heeft van lensafwijkingen zoals chromatische aberratie (CA).

Voor diegenen die niet weet wat Chromatische aberratie betekent. Dit is een afwijking op kleur in golflengtes doordat niet alle lichtstralen exact door hetzelfde brandpunt gaan. Je ziet deze ‘lensfout’ vaak terug bij gebruik van een groot diafragma en waarbij er grote contrastverschillen waar te nemen zijn. Bijvoorbeeld langs de randen van een object zoals een boom. Je ziet dan vaak een rode/paarse en groene lijn. Zo’n lijntje kan behoorlijk storend zijn.

Een duidelijk voorbeeld van chromatische aberratie bij een 50mm objectief. 

Laten we nu eens kijken naar de resolutie van beide objectieven. Ook hier is een groot verschil te zien tussen het nieuwe 50mm f1.8 S objectief voor het nieuwe Z-Systeem en het 50mm f1.8 AF-S objectief voor de oude vertrouwde spiegelreflex camera. Het 50mm f1.8 S objectief laat pas na zo’n 15mm vanaf het midden van het beeldvlak een kromming zien. Dat betekent dat vanaf dat punt de scherpte iets af gaat nemen. Die scherpte blijft redelijk behouden tot en met de randen van het beeld. De daling van scherpte wordt veroorzaakt door de bolling van de verschillende lensdelen. De hoeveelheid buiging van het licht is dan verantwoordelijk voor de afname van de scherpte. Hier zie je dat de nieuwe grotere lensvatting van de Nikon Z zijn nut bewijst. Er is wel een afname van scherpte, maar doordat het licht minder hoeft af te buigen om het sensoroppervlak te raken kan de scherpte tot een redelijk niveau behouden blijven.

Tegelijkertijd zie je in de grafiek voor het 50mm f1.8 AF-S objectief direct de makke van de oude lensvatting. Door de kleine(re) lensvatting moet het licht meer gebogen worden. Dat heeft direct gevolgen voor de scherpte. Dit is ook een probleem dat je veel ziet bij de objectieven voor de Sony E-mount. Deze is eigenlijk te klein voor een kwalitatief goede weergave op een Full Frame sensor. De scherpte neemt bij het 50mm AF-S objectief  tot een bedenkelijk niveau. Aan de randen van een foto zal bij gebruik van het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief weinig écht scherp zijn.

Wat we ook aan de grafieken kunnen aflezen is dat de achtergrondonscherpte (bokeh), bij het nieuwe 50mm objectief voor de Nikkor Z, veel zachter is dan bij het oude objectief dat gebruikt wordt voor spiegelreflex camera’s.

Nu we beide objectieven op een eerlijke wijze met elkaar hebben vergeleken, kunnen we eigenlijk pas beoordelen of de nieuwe objectieven voor het Nikkor Z systeem ‘duur’ of ‘betaalbaar’ zijn. Als je het mij vraagt is het prijsverschil gerechtvaardigd. Deze nieuwe objectieven hebben veel waar te bieden voor hun geld.

Uiteraard kun je een dergelijk vergelijk ook maken voor andere camera’s, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm. De meetmethode voor het testen van het oplossende vermogen is immers gelijk. Een MTF grafiek voor een APS-C systeem is niet anders dan voor andere camera’s. Wil je weten hoe scherp jouw objectieven zijn? Kijk dan eens naar de MTF grafiek voor het objectief waarvan je graag wilt weten hoe scherp deze is en wat je ervan mag verwachten.

Wanneer je dus de volgende keer een nieuwe ‘lens’ koopt weet je nu waar je op moet letten en kun je op een eerlijke wijze objectieven met elkaar vergelijken, zonder het oordeel en de smaak van een reviewer of blogger er in mee te nemen. Er zullen er velen zijn die je eigenlijk geen eerlijk en ‘objectief’ beeld geven.

De Nikon Z6 en Z7 een camera introductie die zo ní-kon

Een camera introductie die zo ní-kon

Het zal je ongetwijfeld ter ore zijn gekomen. Nikon heeft de markt van de spiegelloze camera’s betreden met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Op zich twee serieuze systeemcamera’s waarmee Nikon de concurrentie met voornamelijk Sony aan wil gaan. Na maandenlang wachten en wekenlang het publiek bespeeld te hebben met diverse teasers verliep de introductie van deze camera’s afgelopen week niet geheel vlekkeloos. Wat ging er mis?

De Nikon Z6 is de spiegelloze variant van de Nikon D750, terwijl de Nikon Z7 gezien kan worden als de spiegelloze variant van de Nikon D850. Met de introductie van beide camera’s laat Nikon in ieder geval zien dat zij de markt voor systeemcamera’s nu eindelijk serieus wil nemen. Dat blijkt ook wel want op papier zijn het twee prachtige camera’s. Door de nieuwe lensmonding heeft de nieuwe Z-Lijn van Nikon flink wat te bieden. Er zit potentie in het systeem dat Nikon afgelopen week heeft geïntroduceerd, toch verliep de introductie marketingtechnisch in ieder geval niet helemaal op rolletjes… En dat is zelfs nog maar zacht uitgedrukt.

De Nikon Z6 en Nikon Z7 – Full Frame systeemcamera’s van Nikon.

Veelbesproken en bijna verguisd

Er is al veel gezegd over deze nieuwe ‘Z-serie’ camera’s van Nikon. Véél ervan is flink overdreven en aangezet door zowel die-hard DSLR gebruikers als wel door ‘trollen’ die vinden dat hun eigen systeem beter is dan dat van een ander. Weer anderen willen hun (te vroege) overstap van Nikon naar bijvoorbeeld Sony vergoelijken door het systeem af te kraken. Toch zijn er ook terechte kritieken te horen. Met name de twijfels die te maken hebben met het autofocussysteem dat in deze nieuwe ‘Z-Serie’ camera’s van Nikon wordt toegepast is mogelijk terecht.

Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat autofocussystemen ook aanzienlijk verbeterd kunnen worden door het uitbrengen van firmware updates. Kijk bijvoorbeeld naar Fujifilm die voor de X-T1 het (oude) autofocussysteem compleet heeft vervangen door een volledig nieuw ontworpen autofocussysteem. Ook de Fujifilm X-T2 en X-H1 hebben flinke verbeteringen onder de motorkap ondergaan voor wat betreft de prestaties van het autofocussysteem door enkel de AF algoritmes flink aan te scherpen. Er is dus hoop voor toekomstige gebruikers van de Nikon Z6 en Nikon Z7.

Tegelijkertijd is het ook gewoon oliedom geweest van Nikon om pre-productiemodellen uit te rusten met een vroege firmware release (v0.51) en om deze modellen vervolgens toe te zenden aan diverse belangrijke influencers en videobloggers. Wanneer enkele van die videobloggers dan ook nog eens een bedenkelijke reputatie hebben voor wat betreft hun fotografische kunsten, terwijl ze door hun vlotte babbel door velen worden bewondert kan Nikon niet anders dan de schuld in eigen boezem steken.

Geen wonder dus dat mensen die eigenlijk al niet weten wat ze doen je vervolgens een slechte (p)review geven als een camera dan ook nog eens niet helemaal doet wat je zou verwachten… Niet iedereen begrijpt dat een vroege firmware release nog geen eindproduct is en dat er aan beta firmware releases vaak nog flink geschaafd moet worden om alles feilloos te laten werken.

Een Sony gebruiker die keurig (in het engels) verwoord wat er allemaal mis is gegaan met de introductie van de Nikon Z6 en Z7 systeemcamera.

Een ander veelbesproken punt is het batterijverbruik van deze nieuwe Nikon camera’s. Zowel de Z6 en Z7 zijn door CIPA gewaardeerd als tot maximaal ongeveer 330 opnames per acculading. Velen begrijpen niet dat een systeemcamera volledig elektronisch wordt aangestuurd. De sensor is immers altijd actief en je kijkt bovendien naar de wereld via een elektronische zoeker. Zo’n elektronische zoeker is in principe niets meer dan een klein LCD schermpje dat door diverse lensjes wordt vergroot.

Of die CIPA test nu correct is uitgevoerd is of niet. Er zijn websites en reviewers die claimen aanzienlijk meer opnames met deze camera’s te hebben gemaakt. Op DP Review kwam men zelfs uit op bijna 1500 opnames door tussendoor de camera steeds uit te zetten. Bovendien is het altijd verstandig om bij gebruik van een systeemcamera’s meerdere batterijen op zak te hebben. Ze dragen bovendien nauwelijks bij tot extra gewicht. Persoonlijk zie ik die 330 opnames (als Fujifilm gebruiker) niet als een echt probleem.

Een Nikon XQD geheugenkaart. Naar verluid bijgesloten in de doos voor wie deze camera koopt.

Meer controversieel dan dat het eigenlijk écht een probleem is het gegeven dat Nikon heeft besloten om de Z6 en Z7 uit te rusten met één enkel XQD geheugenkaartslot. Misschien is dat anno 2018 en gezien het feit dat zowel Sony als Fujifilm er met hun eerdere modellen al op zijn aangesproken niet zo slim geweest.

Tegelijkertijd kent XQD een compleet andere techniek voor het opslaan van data dan SD en is XQD in de praktijk een bewezen zeer betrouwbaar opslagmedium gebleken. Zo herkent XQD bijvoorbeeld foute geheugenblokken en foutief weggeschreven data. Voor wie minder thuis is in deze zaken roept een camera met één enkel kaartslot nogal wat vragen op. Zeker als dat ook nog eens is voor een camera die gericht is op de (semi-)professionele fotograaf. Je kunt het de fotograaf immers niet kwalijk nemen dat hij al die verschillende opslagmedia en de sterke en zwakke punten van ieder van die opslagmedia niet kent… Zelf zou ik er dus geen probleem mee hebben als mijn eigen camera uitgerust zou zijn met een enkelvoudig XQD geheugenkaartslot. Toch kan ik mij ook voorstellen dat anderen daar anders over denken.

Los daarvan beschikt de Nikon Z6 en Z7 naar verluid over een ‘open’ Wifi systeem. Dat betekent dat de Wifi verbinding niet per definitie tot stand hoeft te worden gebracht naar een smartphone of tablet, maar dat deze camera ook direct via Wifi verbonden kan worden aan een computer of zelfs direct kan worden verbonden aan een draadloos opslagsysteem. Voor wie wil kan met deze camera’s dus ook direct draadloos backups maken naar een daartoe uitgeruste harde schijf, zoals bijvoorbeeld de WD Passport.

Ook hier kan ik niet anders zeggen dan dat het gewoon dom is geweest dat Nikon hier niet goed heeft geluisterd en gekeken naar Sony en Fujifilm. Beide bedrijven hebben geleerd dat veel fotografen nu eenmaal de zekerheid willen van twee geheugenkaartsloten en dat zij niet met minder tevreden zijn. Het kan ook zijn dat Nikon op dit punt de poot stijf heeft gehouden en tegen alle wijsheid in heeft besloten om juist op dit punt te bezuinigen. Als dat laatste het geval is geweest dan komt die zuinigheid hen nu duur te staan.

Als ik geïnteresseerd zou zijn in deze Nikon Z6 of Z7, dan zouden de genoemde ‘problemen’ mij er in ieder geval niet van weerhouden deze camera gewoon te kopen als ik dat zou willen. Veel van de genoemde problemen kunnen namelijk eenvoudig via een firmware update worden opgelost. Ben je nog niet helemaal overtuigd? Dan is het natuurlijk verstandig om te wachten tot het moment dat Nikon deze camera’s daadwerkelijk uitlevert om dan te bezien of Nikon de door previewers gemelde problemen echt problematisch blijken te zijn. Danwel te wachten op een dergelijke firmware update.

Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat Nikon een halfbakken product op de markt gaat zetten dat voor hen juist zo belangrijk is voor hun eigen toekomst. Nikon heeft bovendien in het verleden altijd bewezen één van de besten te zijn geweest als het aankomt op prestaties van het autofocussysteem.

De Nikon Z6 en Z7 zijn beide uitgerust met een opklapbaar aanraakgevoelig scherm.

Een spannende tijd

De komende maanden zullen voor Nikon cruciaal zijn. Voor camerafabrikanten als Sony en Fujifilm betekent de introductie van de Z6 en Z7 dat zij zullen moeten innoveren of een extra tandje erbij moeten zetten om voldoende concurrend en aantrekkelijk te blijven voor de consument. Voor jou als fotograaf betekent het meer keuze en uiteindelijk méér waar voor je geld.

Nikon heeft nog een kleine maand om de genoemde software problemen op te lossen. Het zou mij zelfs niet verbazen als er een zogenoemde ‘Day 1 firmware release’ beschikbaar zal zijn, zodat de camera’s die momenteel al worden verscheept (per boot), dan alsnog snel kunnen worden bijgewerkt naar de laatste versie. Wat je nu hoort en leest is vooral veel geblaat. Niemand van ons heeft de camera daadwerkelijk al gebruikt of langdurig in handen gehad.

De échte test voor Nikon komt pas op het moment dat deze camera’s belanden in de handen van de consument. Pas dan zul je ook meer eerlijke reviews gaan zien. Wie nu een dergelijke camera in voorbestelling heeft staan, kan dan alsnog beslissen om tot aankoop over te gaan of er juist van af te zien.

De beschikbaarheid van de Nikon Z7 staat gepland voor een release die kort valt na de Photokina die van de Z6 voor November. Mochten de reviews tegenvallen, dan weet ik zeker dat in ieder geval Fujifilm een aantal mooie producten op de markt gaat zetten. Ook andere camerafabrikanten zullen ongetwijfeld net voor of tijdens de Photokina nog productaankondigingen gaan doen. Nikon weet dat ook en alleen om die reden al zullen ze ongetwijfeld alle zeilen bijzetten om van de introductie van hun eerste serieuze systeemcamera een succes te maken.

De Nikon Z6 en Z7 een systeemcamera met zogenoemde ‘Full Frame’ sensor.

Een laatste gedachte over de Nikon Z

Er zijn twee zaken die mij storen aan alle ophef die over deze nieuwe Z-Serie van Nikon gemaakt wordt. Het is voor mij dé reden geweest om deze blog te schrijven. Zoals je hebt gezien heb ik deze blog zo objectief mogelijk ingestoken. Allereerst omdat ik het Nikon gun dat zij een kans maken om van hun nieuwe systeemcamera een succes te maken. Maar ook omdat ik vind dat veel van de ophef teveel wordt uitvergroot tot proporties die niet meer tot elkaar in verhouding staan.

Was het een vergissing van Nikon om deze nieuwe systeemcamera’s uit te rusten met slechts één kaartslot? Ja! – Laten we daar duidelijk over zijn. Dat was gezien de ervaringen en negatieve reacties die zowel Fujifilm en Sony hebben gehad op eerdere modellen een domme ontwerpfout die Nikon had kunnen voorkomen. Tegelijkertijd is een camera slechts een stukje gereedschap. Een nieuwe camera maakt je nooit tot een betere fotograaf.

Tegelijkertijd lijken ineens alle fotografen die zich uitlaten over deze zaak zich ineens ‘professioneel fotograaf’ te noemen. Wanneer je dan wat verder duikt in bijvoorbeeld hun Facebook profiel blijkt dat nergens uit. Veel van deze zogenoemde ‘professionals’ slaan nog geen deuk in een pakje boter met hun fotografie… Zij ontstijgen niet het niveau van dat van ‘Ome Bob’ of ‘Tante Truus’. Ze zijn dus domweg niet professioneel of ze hebben geen kaas gegeten van fotografie. Ze blazen hoog van de toren maar hebben slechts weinig kennis van zaken.

Wanneer jij je door hen laat beïnvloeden in jouw aankoopbeslissing is dat geen verstandig besluit. Je maakt dan dat besluit op basis van allerlei onderbuikgevoelens van anderen die net als ik deze camera nog nooit in handen hebben gehad. Laten we eerlijk zijn, dat is toch niet slim! 

Wanneer jij van plan bent of twijfelt om deze camera(‘s) aan te kopen doe dat dan op basis van rationele afwegingen.

  1. Bekijk of je de lichtopbrengst en/of het aantal extra megapixels écht nodig hebt voor jouw type fotografie? Een camera met 45+ megapixels hebben mijn inziens alleen toegevoegde waarde als je bijvoorbeeld veel landschappen fotografeert en/of regelmatig foto’s wilt bijsnijden. Een dergelijk groot aantal megapixels is ook handig als je regelmatig grote afdrukken van je foto’s maakt. In ieder ander geval, bijvoorbeeld als je jouw foto’s enkel op internet plaatst, heb je zulke grote aantallen megapixels eigenlijk niet nodig.
  2. Nog meer ‘bullshit du jour’ is het gegeven dat je alleen objectieven zou moeten kopen met als grootste diafragma-opening van f1.4 of groter. Natuurlijk dergelijk glaswerk geeft een prachtige achtergrondonscherpte, maar ik durf wel te zeggen dat de meeste foto’s die je maakt vaak genomen worden op diafragmawaardes die veel kleiner zijn dan f1.4. Als ik in mijn eigen fotobibliotheek kijk dan is het meeste van mijn werk gefotografeerd met diafragmawaardes van tussen de f4 en f11. Objectieven met een groot diafragma zijn prachtig, maar vaak ook duur en veelal voor veel mensen vaak niet écht nodig. Objectieven met een groter diafragma bieden je vaak wel meer creatieve mogelijkheden, maar ze zijn veelal niet altijd noodzakelijk.
  3. Het is de fotograaf die de compositie, belichting en scherptediepte bepaald. De camera is slechts het gereedschap waarmee je die foto maakt. Een foto gemaakt met een camera die beschikt over slechts 16 megapixels kan mooier zijn dan die plaat die is geschoten met een camera die beschikt over 45+ megapixels. Dat ligt dan niet aan de camera, maar aan de persoon die achter die camera staat.
  4. Wanneer jij één van diegenen bent die zich zorgen maakt om schrijffouten op een geheugenkaart, bedenk je dan het volgende:
     
    Ten tijde van het filmrolletje kon er slechts één rolletje tegelijkertijd in de camera worden geplaatst. Je had minder foto’s tot je beschikking, maar de kans dat er wat mis ging was vele malen groter. Bijvoorbeeld omdat de film niet goed op de transportband lag. Een dergelijke fout kan evengoed optreden tijdens dat ene speciale en belangrijke moment. Of, het ontwikkellab kon je film verklootten door een fout. Bovendien een dubbel geheugenkaartslot is evenmin een garantie dat er niets mis kan gaan. Een registratiefout kan tot gevolg hebben dat een opname op beide geheugenkaarten foutief wordt weggeschreven. Je camera kan vallen, er kan waterschade optreden. Het sluiterblad kan blijven hangen. Er kunnen problemen zijn met de batterijen. Objectieven kunnen kapot gaan, of je kunt zelf een fout maken waardoor de opname mislukt. Bijvoorbeeld het verlies of kwijtraken van een SD geheugenkaart. Er kan werkelijk van alles gebeuren waarom een opname niet correct wordt geregistreerd of waardoor een opname verloren kan gaan. Wie meer zekerheid zoekt doet dat door gebruik te maken van backup camera’s en door belangrijke momenten ook met beide camera’s te registreren. De kans op schrijffouten is echter gigantisch klein. Ik zeg niet dat het je nooit kan gebeuren. Maar hoe vaak is het je werkelijk overkomen? Hoe vaak was dat écht een probleem en hoe vaak ben je daardoor écht álle foto’s kwijtgeraakt? Doordat XQD als opslagmedium bovendien een heel andere (betere) techniek hanteert dan bijvoorbeeld SD geheugenkaarten wordt de kans op schrijffouten en worden eventuele problemen met geheugenkaarten aanzienlijk kleiner dan bijvoorbeeld bij het gebruik van SD geheugenkaarten. Ik durf persoonlijk wel zover te gaan om te zeggen dat één XQD geheugenkaartslot betrouwbaarder is dan twee SD geheugenkaarten.

Kortom het gebruik van XQD in de Nikon Z-serie camera’s maakt dat minstens zoveel kunt genieten van deze camera’s dan dat je kunt met een camera die beschikt over twee geheugenkaartsloten. Maak je dus niet te druk over iets dat eigenlijk geen echt probleem is. De kans dat een foto door eigen fouten mislukt is vele malen groter dan dat een opname mislukt door technische problemen.

Wanneer je voornemens bent om deze camera te kopen. Koop hem dan gewoon. Geniet en ga fotograferen. Ik ben ervan overtuigd dat de Nikon Z systeemcamera’s je veel te bieden zullen hebben en dat het uiteindelijk een groot succes zal blijken te zijn. Laat je niet weerhouden door een paar domme marketingblunders van Nikon en een paar azijnzeikerds die van mening zijn dat een camera enkel ‘professioneel’ is wanneer deze beschikt over een dubbel geheugenkaartslot.

Had men bij Nikon iets meer opgelet, dan had het allemaal niet zo hoeven te lopen. Dan waren blogs als deze niet nodig geweest.

Fujifilm ‘fanboy!’…

Je kent ze wel de Canon jongens, de Nikon meisjes en de Sony ‘luitjes’. Je hebt ze ook van Leica, Olympus en Pentax, maar daar zijn de aantallen gebruikers stukken kleiner van. Enfin, het komt erop neer dat je vaak ‘fan’ bent van je eigen merk. Soms is het zelfs te vergelijken met voetbalfans die ook zo voor hun eigen ‘club’ kunnen zijn. En iedereen kent er wel eentje, zo’n fotograaf die persé vertelt dat ze camera X van merk Y moeten kopen. Ze noemen ze vaak fanboys. Ik kom er later op terug!

Ergens in de polder…

Laatst was ik nog bij een camerawinkel, ergens in de polder. Daar kwam ik een fotograaf tegen die zo fanatiek was dat hij een beginnende fotograaf ervan zelfs in de winkel nog probeerde te overtuigen dat hij persé die specifieke Sony camera moest kopen. Vooral, omdat ze de beste sensoren maken, het grootste dynamische bereik zouden hebben en over de beste ISO prestaties zouden beschikken. Daarmee zou die camera en dat merk ook absoluut de beste en meest vooruitstrevende  camera’s maken. Een ander probeerde hem nog even over te halen naar Canon, want ‘professionals’ gebruiken Canon… en voor een reden… Welke vertelde hij er echter niet bij.

Leica kent ook zulke gebruikers. Zij het dat zij wat meer snobistisch reageren. Zij vertellen je dat alles speciaal is aan hun Leica en dat wanneer je éénmaal een Leica hebt vastgepakt je nooit een ander merk meer zult gaan gebruiken.

Om eerlijk te zijn – Ik begrijp dat niet helemaal. Uiteindelijk is het verschil tussen de verschillende merken camera’s helemaal niet zo groot en slechte camera’s zijn er tegenwoordig absoluut niet meer te koop. Ieder merk heeft zijn sterke en zwakke punten. Niet één is de perfecte camera.

Er wordt op internet ook veel gediscussieerd over één stopje verschil in ruisprestaties, of het kleine verschil in scherptediepte tussen APS-C en 35mm kleinbeeld. Of websites die claimen objectief te zijn, maar vervolgens camera X een lagere score toekennen dan camera Y terwijl beide dezelfde tekortkomingen hebben. Het draait dan toch vaak om marketing en commercie. Een goede adverteerder is immers veel geld waard en dat maakt dan ineens dat camera X een ‘zilveren’ score krijgt terwijl camera ‘Y’ (die net even vaker adverteert) een ‘gouden’ aanbeveling krijgt.

Ik weet het zeker! Ook jij ziet uiteindelijk net als ik het verschil niet tussen een foto die is gemaakt met een Canon, Nikon, Sony, Fujifilm, Leica, Pentax of Olympus camera. Opmerkingen als ‘die foto kan alleen gemaakt zijn met een Canon, of je had die foto niet kunnen maken zonder dat je een Nikon had gebruikt. Ze zijn allemaal schromelijk overdreven.

Waarom? Omdat een RAW bestand ongeacht met welk merk of type camera de foto gemaakt is altijd zo kan worden aangepast zoals jij dat wilt. Uiteindelijk zou je met een beetje moeite alle foto’s van alle verschillende merken zo kunnen bewerken dat ze allemaal dezelfde ‘look & feel’ kunnen krijgen.

Camera’s en merken verschillen onderling uiteraard wel. Maar het zit hem vaak in de ‘kleine dingen’. Veelal gaat het daarbij om instellingen of bepaalde innovaties die de ene camera wel, en de andere niet heeft. Het gras is bij de ene camerafabrikant echt niet veel groener dan bij de andere. Ik weet dat, omdat ik al een aantal keer van merk gewisseld ben en van ‘APS-C’, naar ‘Full Frame’ en weer naar ‘APS-C’ ben gegaan. Ik kan je verzekeren, uiteindelijk is ieder merk min of meer gelijk.

Waarom ik deze blog schrijf en ik je dit vertel…

Nou, het zit zo! Ik denk dat er velen zijn die zullen zeggen over wat ik hierboven geschreven heb. ‘Maar Greg, dat kun jij ook zijn’. Ik word namelijk zéér regelmatig uitgemaakt voor een ‘Fujifilm Fanboy’. Het verklaart ook direct de titel van deze blog.

En… inderdaad ik ben momenteel nog steeds behoorlijk tevreden over mijn Fujifilm apparatuur. Ik ben vooral blij dat ik lang geleden de stap al heb gemaakt van een zware en logge spiegelreflex naar een systeemcamera.

Weet je wat het is?

En waarom ik vind dat Fujifilm zulke fijne camera’s maakt?

En, ben ik eigenlijk wel een echte ‘fanboy’?

Ik ga het je vertellen! Wie mijn boek heeft gelezen weet al wat Fujifilm anders maakt dan de andere merken. Het zijn slechts twee kleine dingen die voor mij het verschil maken tussen Fujifilm of merk Y. De eerste is het bedieningsgemak en de tweede zijn de kleuren die deze camera’s kunnen produceren. De JPEG opnames die uit deze camera’s komen zijn zelfs subliem.

Wat mij bijzonder aanspreekt aan de camera’s die Fujifilm produceert is hun ‘retro’ gestyleerde look. “Ouderwets” van buiten, maar “Modern” van binnen. Wanneer ik met mijn X-Pro2 op stap ben wordt mij regelmatig gevraagd of ik nog analoog fotografeer. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar die vraag wordt mij al niet meer gesteld zodra ik op pad ben met mijn X-H1. Toch vind ik ook dat een hele fijne camera in het gebruik. De reden is dan niet zozeer de looks van deze camera. Want de X-H1 is toch best een lelijk eendje onder de Fujifilm X-Serie.

Nee, het zit hem in het DNA. De wijze waarop deze camera’s van Fujifilm werken. De knoppen voor de sluitertijd, de wijze waarop je de ISO kunt instellen en bovenal de diafragmaring op de de objectieven om het diafragma in te stellen. Het ontbreken van de PASM knop (sorry X-T20 gebruikers) vind ik een verademing. Met deze camera’s hoef je niet in het menu te duiken om de ISO te wijzigen. Alle belangrijke functies zijn onder fysieke knoppen aanwezig. Misschien komt het wel omdat ik nog stam uit de tijd dat analoge fotografie nog heel gewoon was en dat iedere spiegelreflexcamera over zulke knoppen beschikte. Ik vind het domweg een genot om op deze wijze mijn camera’s te kunnen bedienen.

Een tweede reden waarom ik enthousiast ben over Fujifilm? De kleuren. Ze zijn uniek voor het merk en je kunt eraan afzien dat Fujifilm vele decennia ervaring heeft op het gebied van kleurbeleving. Met name de JPEG bestanden die rechtstreeks uit deze camera’s komen rollen zijn wonderbaarlijk mooi van kleurtoon.

Nu zullen een aantal van jullie mogelijk zeggen “Ja en? Je fotografeert toch RAW”? Natuurlijk! Fotograferen in RAW is superhandig, maar waarom fotografeert iedereen eigenlijk RAW? De eenvoudige reden is dat veel camerafabrikanten geen kaas hebben gegeten van kleurbeleving. Ze maakten tot voor het digitale tijdperk alleen de doosjes waar het filmrolletje in ging, maar van kleurbeleving hoefden ze geen verstand te hebben. Om die reden zijn de kleuren van de meeste camerafabrikanten dan ook niet bepaald direct ‘mooi’ te noemen op het moment dat ze direct uit de camera komen rollen. Je bent dus eigenlijk veel tijd kwijt in een RAW bewerker om je lelijk gekleurde foto’s’ weer mooi te laten ‘shinen’.

Tijd die je ook aan andere dingen had kunnen besteden in plaats van achter je computer. De JPEG bestanden die rechtstreeks uit de Fujifilm camera’s komen zijn uniek in hun soort en minstens zo goed als die RAW bestanden waar je uren tijd aan hebt moeten besteden om ze zo te krijgen zoals ze ogen. Als een camera je dus beelden kan geven die je niet hoeft te bewerken is dat dus eigenlijk super prettig!

Je zult je misschien afvragen waarom ik aan dit artikel foto’s heb toegevoegd van het zeilen? Nou dat zit zo. Een tijdje geleden heb ik gezeild op een oud schip. Een zogenoemde Hagenaar. Dat is een boot die aan het begin van de 20e eeuw stenen vervoerde naar Den Haag omdat die stad destijds enorm groeide. Omdat je niet zo heel vaak de kans hebt om op een dergelijke boot mee te varen bracht ik mijn X-Pro2 mee om er foto’s van te maken.

Ik had niet veel zin om die foto’s achteraf nog flink te moeten bewerken en dus heb ik gekozen voor de filmsimulatie ‘Provia’ en nog enkele tweaks gemaakt in de witbalans instelling waardoor deze foto’s nog meer ‘pit’ kregen. Wat je ziet is nauwelijks nog door Lightroom aangeraakt! Toegegeven, ik heb wel gebruik gemaakt van een polarisatiefilter.

Zien deze foto’s eruit als typische JPEG bestanden, zoals je die kent uit je Canon, Nikon of Sony? Ik geloof het niet! Dat komt omdat deze foto’s er direct nadat ze genomen zijn al lijken op foto’s die bewerkt zijn in een RAW editor.

Met wat handigheid een Fujifilm camera en wat achtergrondinformatie over deze camera’s kun je dus foto’s maken waar je achteraf niet of nauwelijks meer wat aan hoeft te doen. Dat levert mij dus een enorme tijdsbesparing op. Tijd die ik anders achter de computer had moeten doorbrengen om de foto’s zo te krijgen zoals je ze hier nu ziet.

Dat is dus de ware reden waarom ik enthousiast ben over Fujifilm camera’s. Niet zozeer om het merk zelf!

Ik kan namelijk nog steeds niet begrijpen waarom camerafabrikanten destijds het gemak van de de knoppen en een diafragmaring in de oude doos hebben gestopt om er vervolgens niet meer naar om te kijken. Juist die bediening via de knoppen en de diafragmaring is waarom ik zo enthousiast ben over deze camera’s. En die kleuren? Die zijn domweg gewoon erg prettig om naar te kijken. Zouden er andere camerafabrikanten komen die deze manier van het bedienen van een camera weer terugbrengen in hun nieuwe ‘spiegelloze’ modellen? Dan kunnen die merken mogelijk rekenen op hernieuwde belangstelling. En.. of ik een fanboy ben, dat mogen jullie vervolgens nu zelf bepalen.

Meer weten over Fujifilm X-Serie camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm camera’s uit de X-Serie, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

Meer afbeeldingen