Stof op de sensor? Laat je geen poets bakken.

Laat je geen poets bakken...

Vroeg of laat ontkom je er niet aan ‘STOF’ op de sensor! Hoe goed je ook je best hebt gedaan om ‘stof’ te voorkomen. Er komt een dag dat je die vervelende kleine zwarte vlekjes een foto zult zien. Sjips… Wat nu?’.

In deze blog leg ik je uit hoe je het schoonmaken van de sensor zo lang mogelijk kunt uitstellen en wat je kunt doen als het echt tijd wordt om de sensor schoon te maken. Kortom een volledige toelichting ‘Hoe maak je de sensor van je camera schoon’ en waarom ik dat zelf doe!

Disclaimer vooraf!

Laat ik beginnen met te zeggen dat de instructies over het schoonmaken van de sensor in deze blog volledig voor je eigen risico zijn en dat ik geen aansprakelijkheid kan aanvaarden. Je bent en blijft zelf verantwoordelijk wanneer je de sensor wilt gaan schoonmaken.

Dat moest ik niet alleen zeggen van mijn vrouw, maar ook van mijn juridisch adviseur.

Kortom het opvolgen van de instructies over het schoonmaken van de sensor, is slechts een beschrijving van hoe ik, en waarom ik dat doe. Dat zal ik zo zorgvuldig mogelijk doen en in de ongeveer 15 jaar dat ik al digitale camera’s gebruik is dat altijd goed gegaan.

Uiteraard blijft het natuurlijk belangrijk om de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen. Want met de juiste gereedschappen kun je de risico’s tot het minimale beperken.

De risico’s dat er wat misgaat bij het schoonmaken van de camerasensor zijn klein, maar er is altijd een hele kleine kans aanwezig dat het toch niet uitwerkt zoals je had gehoopt.

Angst is een slechte raadgever!

Het idee om zelf de sensor van je camera schoon te maken boezemt bij menig fotograaf angst in. Het lijkt heel moeilijk of gecompliceerd om zo’n ‘open hart operatie’ op je camera uit te voeren. Maar het is, zolang je de juiste voorzorgsmaatregelen neemt en voorzichtig blijft, uiteindelijk toch een handeling die eigenlijk niet veel om handen heeft.

Laat je daarom niet direct afschrikken door de grote boze buitenwereld en bedrijven die zeggen hierin gespecialiseerd te zijn. Zij doen (uit eigenbelang) vaak voor alsof het héél gevaarlijk is om zelf de sensor in je camera schoon te maken.

Dat is schromelijk overdreven. Het is niet zo moeilijk of lastig als dat het lijkt én de risico’s zijn werkelijk waar zeer beperkt. De spullen die je hiervoor in de winkel koopt zijn exact dezelfde schoonmaakmiddelen als die de ‘gespecialiseerde’sensorpoetser gebruikt. Alleen koopt deze laatste groot in.

Stap over je eigen angsten heen! Het zelf schoonmaken van je sensor is véél minder lastig dan je altijd hebt gedacht!

Wat is stof en hoe kun je het voorkomen?

Stof op de sensor is over het algemeen eigenlijk helemaal geen stof. Natuurlijk kunnen er stofjes op de sensor dwarrelen, maar over het algemeen genomen bestaat ‘stof’ op de sensor vaak uit pollen afkomstig van bomen, bloemen en planten die je camera binnen kunnen komen tijdens het wisselen van objectieven in de buitenlucht.

‘Stof’ op de sensor kan ook ontstaan door in het sensorhuis te blazen. Nooit doen!!
Gebruik daarvoor altijd een blaasbalg. Want, door met de mond rechtstreeks in het sensorhuis te blazen kan er ook speeksel meekomen. Dat kleeft vrijwel direct vast op wat we de sensor noemen en dat betekent ongetwijfeld dat er een natte schoonmaakbeurt van de sensor moet volgen.

Een overduidelijk voorbeeld van ‘stof’ op de sensor… 

‘Stof’ kan ook bestaan uit smeersel afkomstig van de mechanische sluiter. De sluiter wordt in de fabriek geolied om tot wel 250.000 keer open en dicht te kunnen gaan. Zou dat niet in de fabriek gebeuren dan zou de sluiter vast kunnen lopen.

Vergeet immers niet dat deze sluiter bij sommige camera’s binnen 1/8000e van een seconde moet kunnen sluiten en dat tot wel 11 keer per seconde moet kunnen doen. Dan is het écht noodzakelijk dat het sluitermechanisme goed gesmeerd is om al die tijd goed te kunnen blijven werken.

Uiteindelijk is het dan ook niet vreemd dat na een paar duizend opnames een paar kleine spettertjes smeersel ook op de sensor kunnen belanden. Dit ‘probleem’ zal zich dan ook in meer of mindere mate voordoen bij ieder merk en type camera. Dat is helaas niet te voorkomen.

Stof en andere narigheid voorkomen...

Nu je weet wat ‘stof’ is, wil je ongetwijfeld ook weten hoe je stof op de sensor kunt voorkomen. Laat ik daarom eerst maar beginnen met een kleine deceptie. Stof is nooit helemaal te voorkomen. Er zal altijd een moment komen dat je ‘stof’ op de sensor gaat zien.

De vraag is dus eerder; ‘Hoe kun je het schoonmaken van de sensor zo lang mogelijk uitstellen?’

Dat uitstellen begint al met de wijze waarop je de camera neerlegt wanneer je deze even niet gebruikt. Leg je camera nooit op zijn rug, want de zwaartekracht zal dan al die hele kleine deeltjes stof uiteindelijk op de sensor doen laten landen. Het beste zet je dus de camera neer op zijn bodemplaat, of laat je hem met het objectief naar beneden hangen.

Bij het wisselen van objectieven

Wanneer jij jouw camera veel gebruikt en regelmatig objectieven wisselt wordt het risico op stof uiteraard groter. Toch zijn er ook dan mogelijkheden om ervoor te zorgen dat stof minder snel kans krijgt.

1. Gebruik een blaasbalg

Puf eerst een paar keer met de blaasbalg om deze te ioniseren. Dat zorgt ervoor dat stof door de luchtstroom uit de blaasbalg wordt afgestoten.

Blaas met een blaasbalg altijd eerst de achterzijde van een objectief schoon, vervolgens blaas je even met de blaasbalg in het sensorhuis van de camera én waarbij je de camera iets naar beneden richt.

Blaas NOOIT met de mond in de behuizing of de achterzijde van een lens schoon! Zelfs het kleinste spatje speeksel koekt vrijwel direct op de sensor aan!

2. Zet de camera bij het wisselen van objectieven uit

Wanneer je de camera aan laat staan, dan staat er ook stroom op je sensor. Daardoor is de sensor van je camera altijd een klein beetje statisch geladen… en, zoals je weet trekt statische elektriciteit stof aan.

Door het uitzetten van de camera, verliest je sensor ook de statisch elektrische lading. Dat voorkomt het aantrekken van extra stof en pollen op de sensor gedurende de tijd dat je objectieven aan het wisselen bent.

3. Zet de optie sensor schoonmaken in de camera aan

Je Fujifilm camera uit de X-Serie beschikt over de mogelijkheid om de sensor schoon te maken tijdens het ‘aan’ en ‘uitzetten’ van de camera.

Hierbij worden door ultrasone trillingen kleine haartjes en ander droog stof losgetrild van de sensor. Deze microdeeltjes stof worden opgevangen op een strip aan de onderzijde van de sensor.

Zelf gebruik ik deze mogelijkheid van schoonmaken bij het aan én uitzetten van de camera. Omdat dit ‘schoonmaken’ heel snel gebeurt is de camera al klaar met deze handeling nog voordat ik de camera bij mijn oog heb geplaatst. Het extra batterijverbruik neem ik daarvoor maar op de koop toe.

Wanneer je jouw camera langere tijd niet gebruikt

Ook belangrijk! Wanneer je jouw camera een tijdje niet gebruikt is het verstandig om deze op te bergen op een droge en niet stoffige plek. Dat is overigens niet je cameratas of in een donkere kast.

Want wie zijn objectieven (voor langere tijd) opslaat op een donkere (en wat vochtigere) plek, loopt grote kans dat er uiteindelijk schimmel in een objectief kan komen. Geloof me, dat zijn dure reparaties omdat je deze zelf niet schoon kunt maken.

Om schimmel in je objectieven te voorkomen sla je deze daarom beter op in een licht doorlatende transparante curverbox, met daarin een herbruikbare vochtvreter. Die complementeer je eventueel met een hygrometer, zodat je precies kunt zien hoe droog het in die transparante opbergkist is.

Met zo’n (droog)kist voorkom je dus niet alleen extra stof, maar ook andere narigheid, omdat schimmel niet van licht houdt.

Een ‘droogbox’ voor wat langere opslag is eenvoudig te verkrijgen via onze Chinese ‘vriend’  Aliexpres!

Stof opsporen en herkennen

Voor de ‘beginners’ onder ons: Stof wordt stof genoemd als er steeds op dezelfde plek in de foto een klein vlekje te zien is. Stof is vooral zichtbaar op kleinere diafragma’s en vormt een probleem als deze vanaf een diafragmawaarde van f11 of groter (lager f-getal) zichtbaar zijn.

Hoe eerder de vlekken opvallen bij het verkleinen van het diafragma hoe ‘groter’ het probleem.

Het is belangrijk om te weten dat bij grote diafragma’s (f1.2 / f2.0 / f2.8) stof eigenlijk nooit zichtbaar is. Stof wordt dus pas zichtbaar als we de het diafragma gaan afstoppen, ook wel knijpen of verkleinen genoemd. Dit betekent dat we de lichttoevoer naar de sensor steeds verder verkleinen. Daardoor wordt een lens in principe ook steeds scherper.

Stof wordt zichtbaarder bij een kleiner diafragma. Dat wil zeggen bij een hoger f-getal.
Als stof zichtbaar wordt bij een diafragma van f11, wordt het tijd de sensor te controleren op stof.

‘Stof’ is meestal minder zichtbaar als een opname veel details bevat. Het stofplekje is door die vele details in de foto dan wat verstopt. Als zo’n stofvlekje je direct al opvalt in een opname is het vaak zo dat deze niet meer uit zichzelf zal verdwijnen zonder de sensor schoon te maken.

Maak een testopname om stof te herkennen!

Om te zien hoeveel ‘stof’ er op de sensor aanwezig is zullen we een testopname moeten maken, zodat je kunt zien waar en hoeveel stof er op de sensor aanwezig is.

Een dergelijke testopname maken is vrij eenvoudig. Alles wat je daarvoor nodig hebt is een mooi egaal heldere blauwe lucht, een wit velletje papier (A4’tje). Of een mooi egaal verlichte achtergrond.

Wanneer je net als ik over een Fujifilm camera beschikt uit de X-serie doe je vervolgens het volgende:

  1. Stel de camera in op diafragmavoorkeur door de knop voor het instellen van de sluitertijd bovenop je camera op stand ‘A’ te zetten. Je camera zal daarbij de juiste sluitertijd kiezen voor de belichting. Je kunt ook gebruik maken van de ‘M’  stand op je camera door zelf de sluitertijd en het diafragma in te stellen.
  2. Zet de knop voor de belichtingsmeter op ‘Meervoudige lichtmeting’ of op ‘Gemiddelde lichtmeting’ zodat er een egale lichtmeting wordt gebruikt.
  3. Stel de ISO waarde van je camera in op ISO 200. Wanneer je ‘Auto ISO‘ gebruikt, zet je deze UIT!
  4. Zet de autofocus voor de camera uit. Dat doe je door de focushendel op ‘M‘ te zetten.
  5. Draai nu de diafragmaring naar het zo’n kleinst mogelijke diafragma (hoogst mogelijke f-getal). Bijvoorbeeld naar f22. (indien mogelijk).
  6. Richt nu je camera op een egaal verlicht vlak (een volledig helder blauwe lucht, een wit vel papier, een egaal gevuld computerscherm of een egale muur). Belangrijk is: dat de gehele zoeker (egaal) gevuld is
  7. Zorg voor een correcte belichting, waarbij de belichtingsmeter op ‘0‘ staat. Een (erg) lange sluitertijd vormt daarbij geen probleem!
  8. Draai aan de scherpstelring op het objectief,  zodanig dat alles in de zoeker zo onscherpmogelijk is! We willen scherpte juist voorkomen voor een dergelijke testopname en op deze manier weten we zeker dat we alleen ‘stof’ kunnen zien.
  9. Maak de testopname.

De testopname bekijken

De testopname kun je het beste bekijken met behulp van Adobe Lightroom. Dat gaat beter dan achterop het LCD scherm. Beschik je niet over Adobe Lightroom dan is dat op zich geen probleem. In dat geval ben je toegewezen op het LCD scherm achterop je camera. Bekijk de foto dan op 100% zoomweergave. Begin linksboven en schuif de ‘cursor’ naar beneden, tot je onderaan het beeld bent, ga dan een klein beetje naar rechts en weer helemaal naar boven. Vervolgens weer een klein beetje naar rechts en dan weer naar beneden. Zo ‘scan’ je de hele opname op zoek naar stof.

sensor-scannen

Stof wordt zichtbaarder bij een kleiner diafragma. Dat wil zeggen bij een hoger f-getal. Wanneer stof zichtbaar wordt bij een diafragma van f11, dan wordt het tijd om de sensor te controleren op de hoeveelheid stof.

‘Stof’ vinden door gebruik te maken van Adobe Lightroom is stukken eenvoudiger dan het stelselmatig scannen van de afbeelding. Wanneer je gebruik maakt van Lightroom is ‘stof’ in één enkele oogopslag zo gevonden.

  1. Open daarvoor Lightroom en importeer het bestand.
  2. Ga vervolgens naar de ontwikkelmodule.
  3. Klik nu op de ‘Q‘ knop voor het verwijderen van ‘vlekken‘.
  4. Onderin het bewerkingspaneel selecteer je daarna de optie ‘Vlekken visualiseren‘.

Door de schuifregelaar naar rechts te schuiven tot een instellingen van ongeveer 70% tot 75% kun je nu heel goed zien hoe ‘vuil’ de sensor is.

De bovenstaande foto in Lightroom. Nu zie je pas echt hoeveel ‘stof’ er op de sensor aanwezig is!

Wat doen bij 'Nat' stof?

Je kunt je Fujifilm camera bij aanwezigheid van aangekoekt stof natuurlijk opsturen naar Fujifilm zelf. Maar de kans is vrij groot dat je dan iedere keer een flinke periode zonder camera zit.

Naast het gegeven dat je verzendkosten hebt en dat Fujifilm dit ongetwijfeld niet onbeperkt gratis voor je blijft doen blijven er uiteindelijk dus twee keuzes over:

De sensorreiniging uitbesteden aan iemand die zichzelf daar ‘specialist’ in noemt, of zelf de sensor schoonmaken.

Je camera wegbrengen naar een zelf benoemd specialist

Je hoeft de sensor van je camera natuurlijk niet zelf schoon te maken. Dat kun je ook laten doen door een zelfbenoemd specialist. Die zelfbenoemd specialist maakt je camera uiteraard niet gratis schoon. De gemiddelde prijs voor een dergelijke poetsbeurt ligt tussen de €50,00 en €70,00.

Je kunt daarvoor dan een afspraak maken, of je kunt de camera (voor eigen kosten) verzekerd opsturen.

Wil jij de poetsbeurt op afspraak uit laten voeren, dan kost het je vaak flink wat reistijd en daarmee al snel minimaal een halve tot hele dag. De schoonmaakbeurt van de camera zelf duurt overigens niet veel langer dan 15 tot 20 minuten. Je kunt erop wachten….

De reden voor het grote prijsverschil van bijna 20 euro tussen een ‘Full Frame’ of ‘APS-C’ camera is mij onbekend. Uiteindelijk is het verschil niets meer dan  het gebruik van een iets bredere sensorswab.  Een ‘poetsbeurt’ voor een Full Frame camera is niet uitgebreider of moeilijker dan een camera met APS-C sensor. Het is dus niets meer dan een pure en eenvoudige winstpakker!

Canon: Professional Services ‘Sensor Specialist’.

Met een gemiddelde reinigingstijd van (ongeveer) 20 minuten per camera zet zo’n ‘sensor reinigingsbedrijf’, voor een redelijk eenvoudige klus toch al snel een kleine €200,00 tot €240,00 per uur om!

Ik weet ik niet wat jij per uur verdient…
Maar, voor mijn gevoel wordt je hierbij als klant een behoorlijke poets gebakken! De kosten voor een schoonmaakbeurt van je camera staan daarbij voor mijn gevoel niet in verhouding tot de prijs van de poetsbeurt die de zogenoemde ‘specialist’ hiervoor rekent.

De materiaalkosten voor het schoonmaken van een camera zijn uiteindelijk niet meer dan een kleine €5,00. Ik zal je straks laten zien wat je nodig hebt als je zelf je eigen camera wilt gaat reinigen voor een fractie van de prijs die de ‘sensorpoetser’ jou rekent.

Wanneer is het in mijn ogen dan toch verstandig om te kiezen voor het ‘specialistisch’ laten poetsen van je camera?

Zelf reinigen

De tweede optie is om de sensor van je camera zelf te reinigen. Daarvoor hoef je in mijn ogen absoluut niet gestudeerd te hebben. Het is veel eenvoudiger en makkelijker dan het in eerste instantie lijkt. Je hoeft er bovendien ook niet echt heel erg bevreesd voor te zijn.

Zo’n ‘open hart operatie’ aan je camera klinkt uiteindelijk enger dan dat het in werkelijkheid is. De grootste vrees voor het zelf reinigen van de sensor, is uiteindelijk de angst voor de vrees. Die angst is vaak ingegeven door de meest gruwelijke verhalen over beschadigde en bekraste sensoren. Maar dat zijn voornamelijk ‘broodjes aap’, of met opzet beschadigde sensoren om de angst voor het zelf reinigen er goed in te peperen.

Een beschadigde sensor. Dergelijke foto’s worden maar al te graag door de sensorpoetsers gebruikt om in hun ogen aan te tonen dat het zelf schoonmaken gevaarlijk is…. Het is niet onmogelijk, maar zoals de sensor hierboven is bekrast kan het eigenlijk niet anders dan dat deze sensor met opzet zo is mishandeld.  Een sensor beschadigd door het schoonmaken zou nooit een dergelijk willekeurig kraspatroon achter kunnen laten! Kortom; bovenstaande foto kunnen we classificeren als ‘nepnieuws’. 

In de meer dan 15 jaar dat ik een digitale camera met verwisselbare objectieven gebruik, maak ik al die tijd al de sensor van mijn eigen camera’s schoon. Dat is nog nooit misgegaan en als het echt zo gevaarlijk zou zijn dan zouden internetfora er vol mee staan. Maar het aantal meldingen van fotografen die hun sensor kapot hebben gemaakt door ‘zelf’ te reinigen is bijzonder klein. Je moet best een beetje je best doen om een verhaal te lezen van iemand die zijn eigen camera heeft gemold.

Een volgende geruststelling mag hopelijk zijn dat je eigenlijk niet de sensor van je camera schoonmaakt, maar een filter dat over de sensor wordt heen gelegd. Dat filter dat over de sensor ligt is gemaakt van speciaal gehard en krasvrij glas, wat je alleen met een héél scherp voorwerp kunt beschadigen.

Een LPF / AA cancellation filter wordt over de sensor heengelegd ter bescherming van de sensor zelf. Het is dit filter dat je eigenlijk schoonmaakt.

Een reguliere sensorswab waarmee je de camera schoonmaakt is gemaakt van een zacht lintvrij materiaal. Je moet wel iets verschrikkelijk raars en onbenulligs doen om daarmee een kras op dit filter te veroorzaken.

De horrorverhalen die worden vergezeld van de meest verschrikkelijke afbeeldingen en teksten, durf ik grotendeels wel te scharen onder de noemer ‘nepnieuws’. Je moet niet alles geloven wat je ziet én omdat het op Internet staat hoeft het nog niet waar te zijn. Het is voor mij de motivatie geweest om deze blog te schrijven.

Uiteraard geloof ik best dat er mensen zijn die hun camera’s mishandelen. Ik geloof ook best dat er mensen zijn die maar wat lopen aan te klooien… Ik geloof ook best dat het in een heel uitzonderlijk geval ook mis kan gaan. Maar een verstandig mens zal nooit zomaar zijn camera toetakelen. Zeker voor iets dergelijks als het schoonmaken van de sensor zul je daarvoor de noodzakelijke maatregelen nemen en zal een normaal denkend mens daarbij over het algemeen genomen toch voorzichtig te werk gaan.

Voor het schoonmaken van de sensor werk je niet overhaast en zal je ongetwijfeld goed voorbereid aan de slag gaan. Wanneer je dat doet kan er haast niets verkeerd gaan. Laat je dus geen ‘poets’ bakken, want de sensor van je camera schoonmaken is iets dat vrijwel iedereen écht zelf kan.

Een schoonmaakbeurt hoeft je dus echt géén €50,00 tot €70,00 per schoonmaakbeurt te kosten. Deze ‘poetsbedrijven’ willen enkel graag dat je een kwartiertje bij hen langskomt om die Euro’s binnen te tikken en verkopen je daarvoor graag een hoop ongerede angst om je zo als ‘klant’ te binden en te  behouden.

Zelf schoonmaken voor een prikkie van de prijs

Fujifilm, maakt net als veel andere cameramerken gebruik van een speciale coating (Indium Tin Oxide ook wel ITO genoemd) die over het filter wordt gelegd. Deze coating maakt het makkelijker om stof en vuil van de ‘sensor’ te verwijderen.

Dat komt doordat deze coating ervoor zorgt statische elektriciteit zich minder snel kan opbouwen en daardoor zal vuil zich ook minder snel hechten. Schoonmaken van de sensor kun je om die reden heel eenvoudig zelf doen.  Hoe je dat precies doet gaan we nu bekijken. Want wat heb je nu eigenlijk nodig?

Een goede blaasbalg

Een goede blaasbalg, zoals een ‘Giotto Rocket Blower’, is altijd het eerste dat ik inzet bij het schoonmaken van de sensor. Met een blaasbalg kun je de sensor en de kamer waarin de sensor is geplaatst mooi schoonblazen.

Verstandig is om altijd eerst een paar keer te puffen met de blaasbalg voordat je deze over de sensor gebruikt. Zorg ervoor dat je de sensor en de randen van het sensorhuis niet met de blaasbalg aanraakt.

Losse stofdeeltjes kun je nu goed wegblazen. Blaas daarom eerst goed op en vervolgens mooi rondom de sensor. Hou daarbij de camera iets voorover zodat stof makkelijk uit de behuizing kan vallen.

Een blaasbalg bewaar je niet in een rommelige lade want dat zijn vaak echte stofnesten. Het beste sla je de blaasbalg op in dezelfde (transparante) curverkist waar je ook de camera in bewaart.

De Giotto Rocketblower, één van de betere blaasbalgen op de markt.

Sensorswabs

Sensorswabs heb je nodig voor het ‘nat’ kunnen reinigen van de sensor. Je gebruikt deze alléén als droog reinigen door middel van de blaasbalg niet heeft geholpen.

Een sensorswab is een voor de sensor op maat gemaakte spatel die is omwikkeld met een lintvrij doekje. Je hebt sensorswabs voor APS-C camera’s zoals je Fujifilm camera en ‘swabs’ voor digitaal 35mm formaat (Full Frame). Het is dus belangrijk dat je een ‘sensorswab’ koopt voor het juiste sensormaat.

Wanneer je net als ik de sensorswabs koopt van het merk ‘Photographic Solutions’, moet je weten dat deze dus te koop zijn in drie formaten:

Type 1. is 20mm breed, dit is voor oudere camera’s met een crop factor van 1.3x;

Type 2. is 17mm breed, en geschikt voor APS-C camera’s zoals je Fujifilm camera uit de X-Serie.

Type 3. is 24mm breed en geschikt voor het digitaal 35mm formaat. Je kunt deze ook gebruiken voor je Fujifilm camera, maar dat betekent wel dat je dan van boven naar beneden moet vegen én dat je dat dan in twee vegen moet doen!

Een sensorswab.

Wanneer je dus op zoek gaat naar sensorswabs voor je Fujifilm camera uit de X Serie, dan heb je dus swabs nodig met een breedte van 17mm. Sensorswabs kun je slechts één schoonmaakbeurt gebruiken. Voor iedere nieuwe schoonmaakbeurt heb je dus ook een nieuwe sensorswab nodig!

Over het algemeen gebruik ik twee swabs per schoonmaakbeurt, waarvan ik er slechts één bedruppel met Eclipse schoonmaakvloeistof. De andere swab gebruik ik om de sensor droog na te vegen zodat er geen strepen achterblijven.

Eclipse schoonmaakvloeistof

De sensor van je camera kun je niet zomaar met iedere vloeistof reinigen. Je hebt daar speciale reinigingsvloeistof voor nodig op basis van methanol of ethanol. Controleer vooraf of de vloeistof die je wilt gaan gebruiken ook geschikt is voor het type sensor dat in jouw camera schuil gaat. Ik gebruik voor mijn Fujifilm camera’s altijd ‘Eclipse’ of het iets minder agressieve ‘AeroEclipse’.

Veel heb je niet nodig! 3 druppels op een sensorswab is vaak al voldoende voor een hele schoonmaakbeurt!

Een potje Eclipse schoonmaakvloeistof.

Reinigen van de sensor een fluitje van een cent

Zo doe je dat!

Nu we alles zo’n beetje hebben besproken wat je zoal nodig hebt voor het schoonmaken van de sensor gaan we maar eens echt aan de slag. Heel moeilijk is het allemaal niet en wanneer je de juiste spullen hebt gekocht is er weinig om voor te vrezen. Ik zeg ‘Het is een fluitje van een cent’.

Wanneer dit de eerste keer is dat je de sensor van je camera zelf reinigt zal het ongetwijfeld allemaal wat langer duren, maar zodra je er wat handigheid in begint te krijgen duurt een ‘natte’ schoonmaakbeurt ongeveer 10 á 15 minuten en kost het je slechts een fractie van het bedrag dat de ‘sensorpoetser’ hiervoor rekent en het resultaat is minstens net zo goed!

Zo heb je de vele Euros die het je kost als je het door een ander laat doen, dus zo terugverdient! Net als met veel dingen in het leven gaat uiteraard ook hier op: ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’.

Zelf gebruik ik deze handige schoonmaakkit van Photosol die je ook eenvoudig mee kunt nemen. 

Zo houd ik mijn camera schoon:

teaserbox_352278

Gebruik maximaal 3 druppels vloeistof  op de tip van de swab en laat deze ongeveer 15 seconden intrekken.

Om de sensor goed schoon te kunnen maken is een klein beetje druk op de sensorswab noodzakelijk. Met ‘aaien’ krijg je de sensor niet schoon, terwijl als je ‘te hard’ drukt, meer risico hebt op beschadigingen.  Voldoende kracht is dat de sensorswab een beetje krom staat, maar niet zodanig dat je het idee hebt dat hij kan knappen. 

De instructies zoals Photosol deze geeft voor het schoonmaken van de sensor.

Een camera met ingebouwde beeldstabilisatie?

Een camera met ingebouwde beeldstabilisatie (IBIS) zoals de Fujifilm X-H1 maak je in principe op exact dezelfde wijze schoon als een camera zonder een dergelijk stabilisatiesysteem. Zorg er wel voor dat je het stabilisatiesysteem uitschakelt!

In de ‘UIT‘ stand van het IBIS systeem wordt het stabilisatiesysteem op zijn plek gehouden door magneten. Het is daarbij éxtra belangrijk niet te hard te drukken.

Wanneer dit de eerste keer is dat je de sensor van jouw camera zelf schoonmaakt kan het best eerst een aantal keer duren voordat het je lukt om de sensor goed te reinigen.

Oefening baart kunst. Het duurt even voordat je er een beetje handigheid in zult krijgen. Geef de moed dus niet direct op. Je zult zien dat het iedere keer weer wat beter gaat.

Alle gebruikte sensorswabs, dus ook die je droog hebt gehouden gooi je in principe weg!!

Of…. Je kijkt nog even naar de volgende ‘hack’, waarin ik je vertel hoe je een sensorswab kunt refurbishen door gebruik te maken van zogenoemde Pec Pads, zodat je het stokje van de sensorswab vele male opnieuw kunt hergebruiken.

Een sensorswab.

Zo 'refurbish' je een sensorswab!

Bespaar flink op de kosten!

Omdat ‘sensorswabs’ behoorlijk aan de prijs zijn; Een doosje van 12 stuks kost je vaak al rond de €65,00. Doe ik je hier een tip aan de hand.

Deze tip is enkel bedoeld voor de ‘Dare Devils’, de ‘Thrill Seekers’, de ‘Waaghalzen’ en de ‘Die Hards’, van het zelf schoonmaken van hun camerasensor!

Volg deze instructies NIET als je niet weet wat je doet!
Alles wat je (na) doet is 100% voor eigen risico!!!

In deze tip laat ik je zien hoe je een sensorswab kunt ‘refurbishen’ om zo enorm op de kosten voor een schoonmaakbeurt te besparen. Deze hack is géén officiele methode, en geeft je ook géénzins een officiele sensorswab.

Je kunt het een beetje zien als het navullen van het inkttankje van je inkjetprinter. Alleen gaan we in dit geval de sensorswab recyclen.

Een sensorswab kun je normaal gesproken slecht éénmalig gebruiken voor één enkele schoonmaakbeurt. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen. Zeker wanneer je nog niet zo bedreven bent in het schoonmaken van de sensor.

Gelukkig verkopen ze in de winkel ook nog zoiets dat ze ‘Pec Pads‘ reinigingstissues noemen.  Die tissues hebben een formaat van 10 x 10 cm en worden verkocht  in een pakje van 100 stuks voor ongeveer €15,00 euro.

Officieel zijn deze doekjes niet geschikt als reinigingsdoekjes voor je sensor!

Tegelijkertijd kan ik mij niet aan de sterke indruk onttrekken dan dat deze ‘Pec Pads’ van exact hetzelfde materiaal zijn gemaakt dan de officiële sensorswabs. Om die reden durf ik het (overigens al jaren) aan om deze Pec Pads te gebruiken als nieuw omwikkelmateriaal voor een sensorswab.

Uit één pakje ‘Pec Pads’ kun je eenvoudig tot wel 200 (tweehonderd) sensorswabs maken!

Daarmee druk je de kosten voor het zelf reinigen van je sensor aanzienlijk! Met één pakje Pec Pads kun je dus welhaast een leven lang de sensor van al je (toekomstige) camera’s reinigen!

PecPads een uitstekende manier om je eigen sensorswabs mee te maken.

Het maken van je eigen sensorswabs is niet moeilijk!

Koop éénmalig een pakje sensorswabs. De initiële aanschaf is vrij prijzig, maar je wilt uiteindelijk de originele plastic swabs kunnen hergebruiken.

Benodigdheden:

Zo maak je jouw eigen refurbished sensor swabs!

  1. Leg de (kale) sensorswab op ongeveer de helft van de doorgeknipte Pec Pad.
  2. Sla de Pec Pad over de sensorswab heen.
  3. Zorg dat de sensorswab goed is ingepakt en de platte zijde niet uitsteekt.
  4. Vouw nu de overgebleven punten onder een hoek van ± 30o tot 45o naar binnen in de richting van het stokje.
  5. Doe hetzelfde voor de andere zijde.
  6. Bind de zojuist gevouwen delen samen met een ‘paarden’ elastiekje. Gefeliciteerd, je nieuwe sensorswab is nu klaar voor gebruik!

Zelf stop ik de nieuw gemaakte sensorswabs terug in een plastic zakje zodat ze niet vies kunnen worden. Bovendien heb je zo altijd een kleine voorraad voorhanden wanneer je de sensor gaat schoonmaken.

Mocht het schoonmaken je nu niet in één of twee keer lukken dan is dat geen ramp. Je hebt nu immers een virtuele voorraad van 200 swabs voor nog geen 15 euro. Dat is minder dan een dubbeltje per swab!!!

Conclussie

Schoonmaken van je camera doe je met beleid. Doordacht én met de juiste gereedschappen. Wanneer je echt bang bent iets te beschadigen moet je het gewoon niet doen. Daar ben ik ook heel eerlijk over!

Zelf ben ik niet zo bevreesd en laat ik mijzelf ook niet zo snel bang maken door de bedrijven die graag voor veel geld je sensor poetsen.

Ik persoonlijk zie de risico’s van het zelf schoonmaken als zéér beperkt en maak om die reden al vele jaren de sensor van mijn camera’s zelf schoon. Dat is niet beter, maar zeker ook niet slechter als dat een zelfbenoemd sensorpoetser dat doet.

Het resultaat van de schoonmaakbeurt is gelijk. Niet gek, want zij maken gebruik van exact dezelfde schoonmaakmiddelen voor de sensor als die ik hierboven beschrijf. Bovendien bestempel ik bedragen van tot 70 euro voor een enkele poetsbeurt als absurd. Met een beetje ervaring, geduld en door een beetje oefenen is het allemaal niet zo moeilijk als het lijkt of soms wordt gezegd. Tijd kost het je bij het zelf schoonmaken van de sensor al helemaal niet in vergelijk met de tijd die je kwijt bent wanneer je deze taak zou uitbesteden.

Hoe dan ook. Ééns komt de dag dat je de sensor schoon zult moeten maken. Bedenk dan hoe je dit wilt doen.  Veel geld uitgeven aan een gelapte poetsbeurt, of zelf schoonmaken en de (beperkte) risico’s die daarmee gepaard gaan voor lief nemen. Aan jou de keus!

De gebroken belofte van de DSLR…

De eerste spiegelreflex camera’s deden hun intrede rond het midden van de vorige eeuw. Merken als Praktica, Pentax en Yashica. Je hebt er ongetwijfeld weleens van gehoord Het waren de Canon, Nikon en Minolta’s van die tijd! Ze werden in korte tijd reuze populair vanwege hun grote betrouwbaarheid en bedieningsgemak. Canon en Nikon zelf waren destijds eigenlijk nog maar kleine spelers. Hun populariteit kwam pas opzetten na het midden de jaren zestig en zeventig, omdat ze voor die tijd vooruitstrevende nieuwe technologieën toepasten in hun spiegelreflexen.

Wet van de remmende voorsprong

Je kon Canon en Nikon destijds vergelijken met wat Sony en Fujifilm momenteel aan het doen zijn in de markt voor systeemcamera’s. Het is dus niet zo dat Canon en Nikon altijd al grote spelers in de fotografiemarkt zijn geweest. Dat is vooral te danken geweest aan hun innovatiekracht uit de vorige eeuw.

Diezelfde innovatiekracht heeft Canon en Nikon ook rond de eeuwwisseling nog weten door te zetten, waardoor digitale fotografie de afgelopen twintig jaar razend populair is geworden. Die eerste digitale camera’s van Canon en Nikon waren eigenlijk helemaal niet zo heel erg goed. Ze beschikten voor die tijd over slechts een paar megapixels en de batterijduur was net als met menig systeemcamera van nu, niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Het is dus niet zo vreemd dat veel fotografen die al jaren werkten met een analoge spiegelreflexcamera wat aarzelend tegenover deze nieuwe techniek stonden. Analoog zou volgens hen altijd wel beter blijven dan wat een digitale spiegelreflex te bieden kon hebben.

Het grote gemak en de snelheid waarmee je echter foto’s kon maken en direct terug kon kijken was doorslaggevend voor het succes van de digitale spiegelreflexcamera. Tussen 2004 en 2012 groeide deze markt voor digitale spiegelreflexcamera’s dan ook exponentieel.

De introductie van de smartphone (iPhone) in 2008 leek in eerste instantie weinig impact te hebben op de verkoopcijfers. Die bleven voor de spiegelreflexcamera’s de pan uitrijzen. Tot…. In 2012 de markt verzadigd raakte en het hoogtepunt voor de DSLR werd bereikt. Net op het moment dat Sony, Panasonic, Olympus én Fujifilm allen hun eerste generatie systeemcamera’s op de markt zette.

Cijfers CIPA

De daling van de huidige markt van de spiegelreflexcamera’s wordt vaak toegewezen aan de opkomst van de smartphone. En ondanks dat dit ongetwijfeld een rol speelt, verklaart dat nog steeds niet waarom de markt voor de digitale spiegelreflexcamera’s zo hard krimpt terwijl de relatief nieuwe markt voor systeemcamera’s nauwelijks last heeft van een daling gedurende dezelfde tijdperiode waarin deze verandering van de markt zich aftekent.

Één ding is in ieder geval duidelijk! De smartphone én de systeemcamera zijn reuze populair terwijl de spiegelreflex het sinds 2012 zwaar voor de kiezen heeft gekregen. En, wanneer we naar de algehele tendens kijken ziet het er voor diezelfde spiegelreflex ook weinig rooskleurig uit.

Wie momenteel voor de keuze staat om een nieuwe (of zijn eerste) camera met verwisselbare objectieven aan te schaffen doet er héél verstandig aan om eerst héél goed na te denken voordat hij/zij zich verbind aan een bepaald systeem of merk. De twee grote merken van weleer zijn de afgelopen jaren weinig innovatief geweest en ze hebben tot nu toe nog maar weinig interesse getoond in nieuwe technieken en technologieën.

Wanneer je dus een nieuwe camera wilt gaan kopen moet je jezelf serieus de vraag stellen of het in 2018 nog steeds verstandig is om in te stappen in de markt voor spiegelreflexcamera’s, of om je huidige spiegelreflex te vervangen door een nieuwe spiegelreflex camera. Er zijn immers tegenwoordig al betere alternatieven verkrijgbaar en hoe je het ook wendt of keert systeemcamera’s hebben in alle opzichten de toekomst…

De toekomst ligt in systeemcamera's

Uiteraard kun je dat blijven ontkennen door steeds terug te verwijzen naar het slechte batterijverbruik of dat de elektronische zoeker je geen vervanging zou kunnen zijn voor de optische zoeker in een spiegelreflex camera. Maar dan vergeet je dat het batterijverbruik van de eerste spiegelreflexcamera’s ook niet al te best was en dat destijds de resolutie ook niet om over naar huis te schrijven is geweest. Al die ‘problemen’ waren na een paar jaar verholpen en hetzelfde zie je nu gebeuren bij de systeemcamera’s.

Iedere nieuwe generatie systeemcamera’s kan worden gezien als een volledig nieuwe revolutie, waarbij er telkens grote stappen worden gemaakt tussen het oude en het nieuwe model.

Neem nu bijvoorbeeld de elektronische zoeker (EVF). Bij de eerste generatie systeemcamera’s waren deze inderdaad behoorlijk traag en dat veroorzaakte een schokkerig beeld en maakte het welhaast onmogelijk om bewegende onderwerpen blijvend te kunnen volgen en fotograferen. Ook was hun resolutie destijds niet heel erg groot en liet de helderheid soms ook nog weleens te wensen over. Geen wonder dat sommigen destijds nog terug verlangde naar de optische zoeker.

De slogan en advertentie zoals een tweetal jaar geleden al door Fujifilm werd gebruikt. 

Maar wie vandaag de dag een systeemcamera van de laatste generatie ter hand pakt zal al snel zien dat alle bovengenoemde ‘problemen’ nu volledig zijn verholpen. Het beeld dat je door de elektronische zoeker ziet is tegenwoordig zéér helder, kijkt rustig en werkt volledig zonder vertraging. Sterker nog de laatste generatie elektronische zoekers heeft zelfs geen last meer van ‘black out’ tussen de beelden door. Iets dat onmogelijk zal blijven voor een spiegelreflex omdat het opklappen van de spiegel er altijd voor zal zorgen dat de fotograaf het zicht ontnomen wordt.

Daar komt nog bij dat de elektronische zoeker je in staat stelt om voorafgaand voor het maken van de opname je het volledige ‘plaatje’ al laat zien inclusief de belichting én scherptediepte. Het complete gokelement van hoe de foto zal gaan worden wordt met een elektronische zoeker weggenomen. Want naast de informatie omtrent de lichtmeting en het actuele histogram, zie je ook exact de helderheid van de opname door de elektronische zoeker. De mogelijkheden zijn bijna ongekend en wie tegenwoordig door de zoeker van een systeemcamera kijkt zal bijna niet doorhebben dat het een digitaal beeld betreft.

Een ander puntje van kritiek was de snelheid van het autofocussysteem. Ook dat probleem is tegenwoordig volledig verholpen, waarbij er net als bij een spiegelreflexcamera gebruik wordt gemaakt van fasedetectie autofocus die zowel horizontale als verticale objecten goed kan herkennen. De autofocussystemen in de huidige generatie systeemcamera’s is nu net zo goed, en soms zelfs al beter dan die we terugvinden in de spiegelreflexcamera’s van dezelfde generatie.

Hebben we het nog niet gehad over het aantal beelden per seconde dat een systeemcamera tegenwoordig kan maken. Zijn de meest spiegelreflexcamera’s beperkt tot maximaal 8 of 11 beelden per seconde doordat de spiegel steeds op en neer moet klappen. De nieuwste generatie systeemcamera’s doen met enig gemak 14 tot zelfs 20 beelden per seconde bij een camera met een gelijke resolutie. Dat alles dankzij het gegeven dat de spiegel geen beperkende factor meer is.

Doordat een systeemcamera een spiegelloze camera is en daarmee dus geen spiegel en pentaprisma meer hoeft te huisvesten maakt dat ook nog eens dat het spiegelhuis niet zo diep meer hoeft te zijn en kan het sensorhuis dus platter worden gemaakt. Bovendien is er geen pentaprisma meer nodig en dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat een systeemcamera flink kleiner en lichter is dan een digitale spiegelreflexcamera.

Wanneer je al deze aspecten van een systeemcamera bekijkt zie je al snel hoe veelzijdig deze camera’s zijn en waarom hun populariteit zo snel toeneemt. In vrijwel geen enkel opzicht is de spiegelreflex momenteel nog beter of sterker in zijn kunnen dan de huidige generatie systeemcamera’s.

Zelfs de grote jongens beginnen dit nu te erkennen en het ligt volledig in de lijn der verwachting dat zowel Canon als Nikon nog dit jaar met een serieuze systeemcamera de markt zullen betreden. Canon houdt al maanden uitverkoop en Nikon heeft afgelopen najaar al toegezegd dat zij in 2018 een digitale 35mm systeemcamera op de markt zullen zetten. Beide bedrijven hebben in ieder geval een flink deel van hun ontwikkelings- en marketingbudget opzij gezet voor een nieuwe serie systeemcamera’s en daarmee slaan ze zelf de laatste spijkers in de doodskist van de digitale spiegelreflex. De tweede helft van 2018 gaat daarmee ongetwijfeld een schok teweeg brengen bij DSLR gebruikers. Let maar op!

Marktaandeel

De opkomst van de smartphone heeft ervoor gezorgd dat de vervangingsmarkt voor spiegelreflexcamera’s is gekrompen en de huidige generatie systeemcamera’s vormt daar bovenop ook nog eens een prima alternatief voor diezelfde spiegelreflex. Het is dus niet vreemd dat de verkoopaantallen in het marktsegment ‘digitale spiegelreflexcamera’s’ ieder jaar flink terugloopt. De eerste twee maanden van 2018 laten bovendien wederom een krimp van het aantal verkochte spiegelreflexcamera’s zien.

Nu zeggen twee verloren maanden uiteraard niets over het hele jaar, maar in diezelfde periode is het aantal verkochte systeemcamera’s wel weer gestegen. De trend lijkt daarmee dus wel gezet. Het zal je dus niet verbazen dat zowel Canon als Nikon steeds verder onder druk komen te staan en dat is geen speculatie, maar zijn gewoon harde feiten die je ook terug kunt zien in de verkoopaantallen die de camerafabrikanten zelf bekend maken via CIPA. Het overkoepelende orgaan waar alle camerafabrikanten bij zijn aangesloten.

Cijfers CIPA

Zoals je zelf kunt zien is het totaal aantal jaarlijks verkochte digitale spiegelreflexcamera’s sinds 2012 méér dan gehalveerd. Die daling is niet alleen toe te schrijven aan de opkomst van de smartphone, maar wordt ook veroorzaakt doordat een flink aantal spiegelreflex fotografen reeds zijn overgestapt naar een systeemcamera, waardoor dit marktsegment de afgelopen jaren vrijwel stabiel is gebleven en over het afgelopen jaar zelfs een flinke stijging heeft laten zien.

Voor wat betreft de markt voor digitale spiegelreflex camera’s zijn er eigenlijk maar twee spelers Canon en Nikon. Pentax en Sony zijn in dat marktsegment zo klein dat je ze met een gerust hart mag vergeten.

Uiteraard kun je zeggen dat de digitale spiegelreflex nog een flink marktaandeel heeft. Twee van de drie verkochte camera’s betreft immers nog steeds een spiegelreflex. Tegelijkertijd zie je ook dat de systeemcamera aan een flinke opmars bezig is.

Cijfers CIPA

Wanneer we de camerafabrikanten zelf mogen geloven, dan verwachten ze allemaal, inclusief Canon en Nikon dat 2019 weleens het jaar kan zijn dat het kantelpunt wordt bereikt. Daarmee zien zelfs de twee grote reuzen in dat de opkomst van de systeemcamera niet meer te stoppen is. Sony en Fujifilm doen dus beide momenteel goede zaken, waarbij Sony zich nestelt in de markt voor digitale 35mm systeemcamera’s en Fujifilm zich richt op de markt voor APS-C en Medium Format systemen.

De toekomst voor Canon en Nikon: Het is nog niet te laat!

Canon en Nikon kunnen dus niet veel langer meer stil blijven zitten. Ze worden nu min of meer door de marktontwikkelingen zelf gedwongen om in actie te komen. Hoe zij dat exact gaan doen is nu nog niet precies bekend, maar zeker is al wel dat er wat staat te gebeuren.

Nikon heeft afgelopen najaar al bekend gemaakt dat zij bezig zijn met een ‘full frame’ systeemcamera en Canon houdt al maandenlang een grote uitverkoop op al haar spiegelreflexcamera’s.  Dat doet zij niet alleen om marktaandeel te behouden en om (nieuwe) fotografen te binden aan hun eigen ecosysteem, maar ook om zoveel mogelijk van hun voorraden weg te werken.

Bij monde van Canon directeur en CEO Fujio Mitarai zegt Canon dat zij binnenkort zullen komen met enkele camera’s die het marktsegement van systeemcamera’s zou moeten gaan domineren. Of dat nog lukt is maar de vraag. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Canon de boot gaat missen en het is daarmee voor hen heel belangrijk om een juiste marketingstrategie te kiezen.

Zeker als die productlancering gepaard zal gaan met een nieuwe serie objectieven, wat door sommigen wordt verwacht. Dit zou namelijk een aanzienlijke inkomstenstroom kunnen opleveren vanwege het gegeven dat veel gebruikers daardoor min of meer verplicht worden om op den duur niet alleen hun camera te vervangen, maar ook hun complete arsenaal aan objectieven. Bovendien kan dit ervoor zorgen dat de overstap naar verschillende camerafabrikanten uiteindelijk weer wordt bemoeilijkt doordat de objectieven dan niet meer zullen passen op de camera’s van die andere fabrikanten.

Een soortgelijke stap wordt overigens ook verwacht van Nikon, waarbij er al enkele malen patenten voorbij zijn gekomen voor objectieven met een ‘Z-Mount’. Een dergelijke lijn van objectieven bestaat nu nog niet van Nikon en daarmee ligt het voor de hand dat hun nieuwe serie systeemcamera’s ook een nieuw type objectieven gaat krijgen. De vraag is daarmee, is het nu nog verstandig om te investeren in een spiegelreflex camera?

Nu nog investeren in een DSLR verstandig?

Wanneer je alle gegeven feiten objectief op tafel legt, kan ik mij niet voorstellen dat het momenteel nog verstandig is om juist op dit moment nog een nieuwe digitale spiegelreflex camera aan te schaffen of, wanneer je al over een DSLR beschikt, deze nog te vervangen voor een nieuwe spiegelreflex camera.

Wanneer je nu toch nog tot aanschaf overgaat, vergewis jezelf er dan van dat je dan over een aantal jaar te maken zult krijgen met een enorme afschrijving op je apparatuur en de mogelijkheid dat je op dat moment je camera en objectieven aan de straatstenen niet meer kwijt zult raken. Net als dat niemand nu nog echt geïnteresseerd is in een analoge spiegelreflex.  Exact hetzelfde zal gebeuren met je huidige apparatuur als wat er destijds met analoge camera’s en lenzen is gebeurt.

Diegenen die het hardst blijven ontkennen dat het einde van de spiegelreflex nabij is, zullen het hardst worden getroffen. De tweedehandsverkoopwaarde van spiegelreflex camera’s en objectieven zullen de komende jaren kelderen en wie mij niet gelooft moet even bij de betere fotovakhandel binnenlopen en even in de kast kijken waar de tweedehandsspulletjes staan.

Ik ken cameraverkopers die hun kasten momenteel al vol hebben staan en alleen inruilen omdat zij waarde hechten aan hun klant. Niet omdat zij denken nog veel te kunnen gaan verdienen aan al die tweedehands apparatuur die in hun verkoopkasten liggen te verstoffen.

Een vitrinekast met 2e hands digitale spiegelreflexcamera’s van een willekeurige fotospeciaalzaak.

Laten we vooral niet sentimenteel doen, maar puur kijken naar de harde feiten en die liegen er gewoon niet om. En… in tegenstelling tot die oude analoge camera en de LP, zullen er uiteindelijk geen nostalgische gevoelens ontstaan voor de digitale spiegelreflex camera’s. Die zullen gewoon in grote getale bij het oud vuil worden gedumpt. Die koop je straks gewoon voor een Eurootje of wat in de kringloopwinkel, zoals je daar nu ook massaal klik-klakklaar digitale camera’s vindt voor een vijfje.

Geloof me. Uiteindelijk zal binnen een jaar of 10 iedereen met een systeemcamera rondlopen. Er is geen toekomst voor de digitale spiegelreflex.

Weest verstandig wanneer je op het punt staat om een nieuwe digitale spiegelreflex camera te kopen. Denk er nog eens een nachtje over na. Houd je oude DSLR er desnoods nog even bij, maar koop zeker geen nieuwe. Het is zonde van je geld!

Je mag mijn advies uiteraard in de wind slaan. Maar zeg dan later niet dat het allemaal wat onverwachts kwam en dat de snelheid waarmee de overgang van spiegelreflex naar systeemcamera’s ging toch wat sneller ging dan je had verwacht. Ik heb je gewaarschuwd!

Ik ga je dus niet zeggen welk merk je dan wel moet kopen, of waarom ik merk X boven merk Y prefereer. Velen van jullie zullen mijn voorkeur kennen, maar de keus voor het merk en het ecosysteem waar jij je vervolgens aan verbind is uiteindelijk een persoonlijke. Die afweging zul je dus zelf moeten maken.

Een ding weet ik in ieder geval zeker en dat is dat de belofte dat de DSLR nog een lange toekomst voor zich heeft nu definitief is gebroken…

Fujifilm X-H1 ‘Het zijn de kleine dingen die er toe doen!’

8 redenen waarom de X-H1 voor fotografen een werkpaard is!

Nu het eerste stof is neergedaald over de nieuwe Fujifilm X-H1 en iedere X-Fotograaf met naam zijn ‘plasje’ over het hele gebeuren heeft kunnen doen, wordt het tijd om eens écht te gaan kijken wat deze camera nu zo bijzonder maakt. Want, het zijn vaak de kleine dingen die het hem doen. Terwijl de grote jongens zich richten op de meest voor de hand liggende verbeteringen, worden de belangrijkste veranderingen over het hoofd gezien. In deze blog lees je waarom de X-H1 niet zomaar een nieuwe camera is, maar dat de verschillen tussen de X-H1 en X-T2 wel eventjes ietsjes groter zijn dan door velen wordt verondersteld. De nieuwe X-H1 is namelijk een écht werkpaard voor de werkende fotograaf!

Er is al veel gezegd...

Er is al veel gezegd over de Fujifilm X-H1 en veel van wat er gezegd is gaat over de grote verbeteringen zoals de toevoeging van een beeldstabilisatiesysteem in de camera (IBIS) en de uitgebreide videomogelijkheden. Misschien heeft die focus bij veel van de reviewers een verkeerd beeld opgeleverd bij veel fotografen, die nu denken dat deze nieuwe camera alleen goed is voor video.

Terwijl de reviewers positief staan ten opzichte van deze nieuwe camera zie ik op de sociale media heel veel verschillende reacties die niet allemaal even fair zijn. De algemene trend  ‘Te weinig vernieuwing ten opzichte van de uitstekende Fujifilm X-T2’.

Maar is die negativiteit wel terecht? En spreken zij niet allemaal voor hun beurt. Deze camera is slechts in handen van weinigen.

Weten de ‘klagers’ eigenlijk wel écht wat de verbeteringen zijn? In deze blog leg ik het je uit.

De Fujifilm X-H1 – Voor ‘Professionals’.

Ik zie véél geblaat en véél napraterij, maar er zijn weinigen die verstandig reageren. Of, reageren met inhoud. In deze blog wil ik daarom acht belangrijke verbeterpunten aan het licht brengen waarover maar weinig wordt gesproken, maar die naar mijn mening hét grote verschil tussen de Fujifilm X-T2 en X-H1 duidelijk aan het licht brengen.

De X-H1 is niet ‘zomaar’ een nieuwe camera, maar een flinke innovatie en verbetering ten opzichte van de nu bijna twee jaar oude X-T2. De X-H1 is een camera die naar mijn idee zeker wel interessant is voor huidige gebruikers van een X-T2, maar die niet zo goed weten waarom een overstap naar de X-H1 te verantwoorden zou zijn.

1. Voor fotografen, video- én filmmakers.

Wanneer je alleen naar de specificaties van de camera zou kijken, zou je kunnen denken dat je telkens tussen de instellingen moet wisselen wanneer je deze camera wilt gebruiken voor zowel fotografie als video.

Dat Fujifilm weer eens goed heeft nagedacht blijkt wel uit het feit dat de instellingen voor fotografie en video volledig van elkaar gescheiden zijn.

De Fujifilm X-T2 kent slechts een bescheiden aantal instellingen voor video en wie met de X-T2 een video maakt moet telkens de instellingen op de camera wijzigen bij het overschakelen tussen fotografie of video en omgekeerd.

De X-H1 telt maar liefst 4 pagina’s met instellingen voor het maken van video-opnames. Daaronder zitten onder andere separate instellingen voor voor de gekozen filmsimulaties. Je kunt nu dus bijvoorbeeld ‘ACROS’gebruiken tijdens het fotograferen, maar wanneer je de hendel omzet naar het maken van video’s staat de camera voor de video opname ingesteld op bijvoorbeeld de nieuwe filmsimulatie Eterna (of een andere filmsimulatie naar jouw keuze).  Die keuze gaat niet alleen op voor de filmsimulatie instellingen, maar ook voor bijvoorbeeld de Witbalans of de DR (dynamisch bereik) instellingen. En dat is bijvoorbeeld weer handig wanneer je wel RAW wilt fotograferen, maar voor het filmen graag gebruik wilt maken van één van de filmsimulaties.

Dat maakt dat wisselen tussen fotograferen en filmen veel makkelijker is gemaakt en zonder dat je daarvoor ook maar één instelling in het menu van de camera hoeft te wijzigen. Wisselen is slechts het omzetten van de ‘drive’ hendel tussen fotograferen of het maken van video’s en terug.

De menu instellingen voor video.

Een tweede punt op het gebied van video dat ik weinig besproken heb gezien is de mogelijkheid van een zogenoemd ‘Tally light’. Een tally light is een lampje dat gaat branden op het moment dat de video opname wordt gestart en weer uit gaat op het moment dat de opname wordt beëindigd. Dit lichtje kan worden ingesteld op zowel de voor, als achterzijde van de camera. Enorm handig voor diegenen die regelmatig reportages maakt met zijn camera. Verdere video instellingen zoals oogdetectie AF tijdens het maken van video opnames wil ik nu niet verder bespreken.

In deze blog wil ik mij vooral richten op de verbeteringen die er zijn voor de fotograaf!

2. Het AF systeem is niet ‘zomaar’ een ‘beetje’ beter!

Als je de verschillende (p)reviews zo een beetje doorkijkt die er momenteel over de X-H1 zijn verschenen zou je de indruk kunnen krijgen dat het AF-Systeem van de X-H1 geen echte verbeteringen heeft ondergaan ten opzichte van de X-T2.

Misschien is dat idee ontstaan uit het feit dat de X-T2 onlangs in haar laatste firmware update nog een verbetering heeft ondergaan van het AF algoritme die het mogelijk maakt om bewegende onderwerpen nu 2x zo snel te kunnen volgen in vergelijk met de voorgaande firmware en waarbij het nu ook nog eens mogelijk is geworden om dat te doen op onderwerpen die slechts half zo groot zijn. Het autofocussysteem van de Fujifilm X-T2 was al goed en is alleen maar beter geworden.

Een flink schep erbovenop!

Toch doet de Fujifilm X-H1 daar nu nog eens een flinke schep bovenop en die verbetering is absoluut verre van klein te noemen.

Nee! De verbeteringen die nu wederom zijn doorgevoerd aan het AF algoritme in de X-H1 zijn significant en véél groter en belangrijker dan door velen wordt verondersteld! We hebben het dus niet over een klein beetje beter, maar over het onderste uit de kan voor wat betreft het technisch kunnen van de huidige hardware. De kracht van de X-Processor Pro beeldprocessor komt hier in volle glorie tot uiting.

Het wordt nu misschien wat technisch, maar als je goed oplet probeer ik het je zo goed en duidelijk mogelijk uit te leggen.

Zoals we weten kent het autofocussysteem van de X-T2 in totaal 325 autofocuspunten, waarvan er 91 zijn van het type fase detectie. Deze fase detectie AF punten zijn allemaal gesitueerd in het middelste gedeelte van de sensor. Wanneer je het objectief van je camera haalt en kijkt in het sensorhuis kun je dat gedeelte ook goed zien. Dat komt omdat dit type autofocus ook daadwerkelijk fysieke ruimte inneemt op de sensor zelf.

De Fujifilm X-H1 maakt gebruik van dezelfde sensor en daarmee ook van exact dezelfde autofocus overlay. Daarmee kent de X-H1 dus net als de X-T2 325 autofocuspunten waarvan er 91 zijn van het type fase detectie.

Toch is er een groot verschil tussen de individuele autofocuspunten van de X-T2 en X-H1. Om het verschil duidelijk te maken moeten we een individueel AF punt letterlijk onder de loep nemen.

De opbouw van een autofocuspunt.

Zoals je in de bovenstaande afbeelding kunt zien is één AF punt onderverdeeld in vijf verschillende vlakjes. Ieder van die vlakjes noemen ze bij Fujifilm een ‘subzone’. Dit is waar het bij de X-T2 voor wat betreft het aantal meetzones ophoudt.

Links: Fujifilm X-T2 – AF gegevensverwerking gebeurt serieel en heeft 3 samples nodig voor één enkele AF meting.  Rechts: Fujifilm X-H1 – AF gegevensverwerking gebeurt parallel. Slechts 1 AF sample nodig voor één enkele meting over 20 subzones

Om bij de Fujifilm X-T2 één AF meting te verkrijgen moet ieder AF-Punt in totaal 3 keer worden uitgelezen om één succesvolle meting uit te voeren. Dit houdt bij de X-T2 in: één keer uitlezen in de horizontale richting, één keer uitlezen in verticale richting én één keer onafhankelijk uitlezen voor het kunnen onderscheiden van de details.

Het AF systeem van de X-T2 blijft voor wat betreft het uitlezen van een AF punt steken op het uitlezen van maximaal 5 subzones en dat moet hij dus serieel (3x) doen voor één succesvolle autofocusmeting.

De wijze waarop het AF punt wordt uitgelezen door de camera.

De X-H1 maakt gebruik van dezelfde AF punten als de X-T2, maar het grote verschil zit hem in het gegeven dat ieder van de 5 subzones nog eens een keer éxtra zijn onderverdeeld in maar liefst 20 subzones!

Bovendien voert het AF systeem van de X-H1 de horizontale, de verticale én de onafhankelijk meting van de verschillende subzones in één keer parallel aan elkaar uit. Dat betekent dat waar de X-T2 een 5-tal metingen uitvoert, de X-H1 er 60 doet in dezelfde periode.

Dit maakt uiteraard een enorm verschil in het kunnen detecteren en kunnen volgen van een bewegend onderwerp. De accuratesse van het autofocussysteem van de X-H1 is daarmee vele malen groter dan die van de X-T2. Dat komt bovendien ten goede aan de snelheid waarmee er scherpte kan worden verkregen en zorgt er tevens voor dat de X-H1 flink beter in minder contrastrijke situaties kan ‘zien’. Dat kan de X-H1 tot -1.0Ev, dat is zelfs beter dan een Canon 5D MKIV met -0,5Ev,  terwijl de X-T2 het moet doen met +0.5Ev.

‘Goed zicht onder slechte lichtomstandigheden.

Daar houdt het nog niet bij op!

Doordat de X-H1 veel meer gegevens met betrekking tot het AF systeem van de camera tegelijkertijd kan verwerken betekent dat ook dat de X-H1 nu ook steeds tussendoor kan scherpstellen.

De X-T2 stelt scherp op het onderwerp en wacht dan met opnieuw scherpstellen tot het moment dat het onderwerp buiten het scherpstelvlak komt, om pas daarna weer opnieuw scherp te stellen. Dat heeft tot gevolg dat een foto van een bewegend onderwerp bij de X-T2, niet altijd scherp in beeld is. Er is door de wijze waarop de X-T2 scherpstelt daardoor altijd een gerede kans dat een onderwerp toch niet geheel scherp wordt weergegeven, of dat er sprake is van front- of backfocus, waarbij de scherpte dus niet op het onderwerp ligt, maar net ervoor óf net erna ligt.

Het AF-Systeem past zich nu voortdurend aan, aan de positie van het te fotograferen onderwerp.

Ook dat probleem is bij de X-H1 grotendeels opgelost, want bij iedere meting wordt nu ook de scherpte aangepast waardoor het scherpteveld meebeweegt met het te volgen onderwerp. Dit zorgt er dus voor dat de kans op front- of backfocus op een bewegend onderwerp aanzienlijk kleiner wordt en het aantal foto’s dat je daardoor weg kunt doen omdat deze onscherp zijn nog eens flink kleiner wordt ten opzichte van de X-T2.

Andere verbeteringen met betrekking tot het autofocussysteem zien we in het onderstaande overzicht.

Overige verbeteringen met betrekking tot het AF-Systeem

3. IBIS. Niet zomaar een 'dingetje'!

Het gegeven dat Sony en Olympus al wat langer beschikken over een ingebouwd stabilisatiesysteem is niet de reden dat Fujifilm deze technologie nu ook voor het eerst toepast in de Fujifilm X-H1. Het is dus geen reactie op, want het stabilisatiesysteem zoals Fujifilm nu toepast is direct ook leidend en kan worden gezien als het beste stabilisatiesysteem zoals nu voorhanden is.

Fujifilm heeft volop ingezet om de allerbeste beeldkwaliteit te kunnen leveren die met dit systeem mogelijk is. De resultaten zijn op zijn minst indrukwekkend te noemen.

Speciaal voor het aantsuren van IBIS maakt Fujifilm gebruik van een extra processor die specifiek met deze taak is belast, daar waar andere camerafabrikanten gebruik maken van dezelfde processor als de beeldprocessor. Doordat het IBIS systeem in de X-H1 gebruik maakt van een specifieke processor betekent dit dat het systeem tot wel 10.000 calculaties per seconde kan maken. Dit zorgt ervoor dat het beeld uiterst snel en precies kan worden gecorrigeerd en wel tot maximaal 5.5 stops Ev.

Een opname gemaakt op 1/8e seconde kan daarmee in theorie nét zo scherp zijn als een opname die gemaakt is met een sluitertijd van 1/350e seconde! Kun je nagaan wat dit betekent als je dit systeem gebruikt in combinatie met wat grotere en zwaardere objectieven zoals de XF56mmf1.2, de XF90mmf2 of de XF16-55mmf2.8.

Alle ongestabiliseerde objectieven worden dankzij IBIS ineens allemaal gestabiliseerde objectieven. En niet alleen dat. De correctie vindt plaats over 5 verschillende assen.

De verschillende assen waarover, het interne stabilisatiesysteem kan draaien.

De ingebouwde beeldstabilisatie (IBIS) in de Fujifilm X-H1 werkt over 5 verschillende assen. De bewegingen kun je onderverdelen in:

1. Tuimelen

2. Draaien

3. Rollen

4. Verschuiving over de X-As

5. Verschuiving over de Y-AS.

Het ingebouwde stabilisatiesysteem in de Fujifilm X-H1 werkt samen in combinatie met de gestabiliseerde Fujinon objectieven (OIS). Dat houdt in de praktijk in dat de camera alleen stabiliseert voor datgeen dat het objectief niet kan corrigeren.

Kan een objectief bijvoorbeeld corrigeren voor tuimelen, draaien en rollen, dan zal de camera corrigeren voor de X- en Y-as. Kan een objectief alleen corrigeren voor tuimelen en draaien, dan zal de camera naast de correctie voor de X-as en de Y-as ook corrigeren voor de rolbeweging. Er is dus géén sprake van een dubbele correctie, maar van het overnemen van functionaliteit die op het objectief ontbreekt. Stabilisatie vindt daarmee bovendien plaatst op het punt waar dit het beste kan plaatsvinden.

IBIS een gestabiliseerd systeem in combinatie met alle objectieven.

Het stabilisatiesysteem in de X-H1 is daarmee heel slim uitgedacht en biedt ook fotografen vele voordelen. IBIS is dus geen ‘luxe’ optie, maar is een revolutionair stukje gereedschap dat de manier waarop wij kunnen fotograferen zal veranderen. Foto’s die tot voor kort niet uit de hand gemaakt konden worden, kunnen nu wel gemaakt worden.

4. Anti flikkersysteem

Een ander punt waar ik weinig over lees, maar dat wel degelijk een flinke bijdrage kan leveren aan het gemak waarmee je als fotograaf met deze X-H1 kunt fotograferen is het ‘Anti Flikker’ reductie systeem.

Deze functie op de camera houdt namelijk rekening met de gebruikte frequentie van het hoofdlicht. Bij gebruik in bijvoorbeeld sporthallen waar veelvuldig gebruik wordt gemaakt van kwiklampen, TL-Licht en in steeds meer situaties ook ledlicht, kan de frequentie van deze lampen ertoe bijdragen dat de belichting van de gemaakte opnames niet constant is.

Werking van het anti-flikkersysteem

Doordat alle lampen voor ons onzichtbaar (maar voor een camera steeds zichtbaar) heel snel aan en uit gaan kan dat er voor zorgen dat er verschil in belichting bestaat tussen twee verschillende opnames, ondanks dat deze opnames gemaakt zijn met dezelfde sluitertijd en diafragma instelling.

De Anti flikker functie op de X-H1 detecteerde de frequentie van de belangrijkste kunstlichtbron en zal de timing tussen twee opnames zodanig synchroniseren dat de opname pas gemaakt wordt op het meest ideale moment, zodat er geen verschil is in belichting tussen de verschillende opnames.

Een onmisbare functie die vaak moeten fotograferen onder moeilijke omstandigheden en waar kunstlicht het hoofdlicht vormt.

5. De 'CM' knop - Elektronische + Eerste gordijn sluiter

De aanwezigheid van de nieuwe CM knop onder de drive hendel is nog zo’n optie waar de reviewers massaal aan voorbij zijn gevlogen omdat ze zich allemaal hebben gestort op de video opties van de X-H1… Ik krijg soms zelfs het idee dat ze zelfs totaal niet gekeken hebben naar de mogelijkheden die deze camera te bieden heeft voor fotografen. Want ook de nieuwe CM knop heeft fotografen juist heel veel te bieden.

Voor het éérst op een Fujifilm camera kan mijn hart sneller gaan kloppen van het gebruik van de elektronische sluiter. En als ik enthousiast wordt over een optie waarbij er gebruik wordt gemaakt van de elektronische sluiter dan moet het echt een meerwaarde hebben.

Wanneer de drive hendel op CM wordt geplaatst maakt de camera niet alleen gebruik van de elektronische sluiter, maar ook van het eerste gordijn van de mechanische sluiter. Dat wil dus zeggen dat er sprake is van een hybride sluiter. Het nadeel dat er geen gebruik kan worden gemaakt van de flitser blijft bestaan. Tegelijkertijd lost het drie andere belangrijke problemen van de elektronische sluiter op.

De ‘CM’ knop onder de drive hendel. Nieuwe mogelijkheden voor fotografen.

Scheeftrekken van het beeld kan door gebruik van deze optie worden voorkomen.

Gordijnvorming onder kunstlicht wordt er zodanig mee onderdrukt dat het nauwelijks nog een probleem vormt. Het geluidsniveau dat het eerste gordijn produceert is zodanig laag dat dit nooit storend zal zijn. Zelfs in die situaties waar stilte vereist is kan ik mij niet voorstellen dat iemand dit ooit storend kan vinden. Tegelijkertijd biedt het jou als fotograaf voldoende feedback dat je weet dat de foto is gemaakt.

Een bijkomend voordeel van het gebruik van deze sluiter is dat trillingen nauwelijks een rol spelen, waardoor er uiterst scherpe beelden mee kunnen worden gemaakt.

Bovendien bedraagt de blackout (de tijd dat je niets ziet tussen twee, of meer opnames door) slechts 100 milliseconden. Dat betekent dat er sprake is van ‘Near Zero Blackout’ tijdens het maken van continu opnames. Het volgen en fotograferen van snel bewegende onderwerpen zal daardoor nooit een probleem meer hoeven te zijn.

6. Het E-Inkt Sub-LCD display

De aanwezigheid van het sub-LCD paneel op de X-H1 wordt door sommigen bekritiseerd omdat het afbreuk zou doen aan het ontwerp van de camera, en bovendien zie ik dat sommige mensen ‘boos’ zijn dat hun geliefde draaiknop voor de belichtingscompensatie verloren is gegaan.

Laat ik beginnen met die belichtingscompensatieknop. Wanneer jij deze op een X-T2 hebt ingesteld op stand ‘C’, zul je geen verschil ervaren in het gebruik van de belichtingscompensatie. Je kunt dan net als voorheen, het voorste of achterste instelwiel gebruiken om de belichting aan te passen. Kortom, dat is allemaal paniekvoetbal om niets!

Fotografen die van een spiegelreflex komen zullen voor wat betreft de belichtingscompensatie helemaal geen verschil merken in de manier waarop deze moet worden gebruikt.

Kom ik nu aan bij dat LCD schermpje zelf.

Velen hebben het idee dat het LCD scherm bovenop de de X-H1 op een zelfde wijze werkt en functioneert zoals we die kennen op een spiegelreflex camera.

Fujifilm zou Fujifilm niet zijn als er over dit schermpje niet nagedacht zou zijn. Natuurlijk hebben ze dat bij Fujifilm gedaan en dit LCD schermpje steekt heel wat vernuftiger in elkaar dan je waarschijnlijk zult denken.

Het E-Inkt Sub-LCD scherm – Méér dan een ‘schermpje’.

Want, vrijwel alles wat je op dit scherm zichtbaar kunt maken kun je zelf bepalen. Je bent daarbij zelfs in grote mate vrij waar je de informatie op het LCD schermpje toont. Deze instelling is bijzonder veelzijdig. Bovendien apart instelbaar voor zowel fotografie als video. Zo heb je voor fotografie alle belangrijke informatie onder het schermpje staan, maar wanneer je overschakelt naar de video optie, heb je juist weer die specifieke informatie op het LCD scherm zichtbaar.

Ook wanneer je de camera uitschakelt kan er informatie op het LCD display worden getoond en doordat dit scherm bestaat uit E-inkt hoef je niet bang te zijn voor het batterijverbruik. Dat is namelijk uiterst lag. Aardig is ook dat je de voor en achtergrond kunt wisselen. Zo kun je kiezen voor zwarte cijfers en letters op een lichte achtergrond, of voor lichte cijfers en letters op een donkere achtergrond.

7. Verbeterde elektronische zoeker (EVF)

Ook weinig besproken in de verschillende reviews, maar zeker de moeite van het vermelden waard is de flink verbeterde zoeker waar de X-H1 mee is uitgerust.

De zoeker zelf is niet groter geworden ten opzichte van de X-T2. Het beeld dat hij geeft is een vergrotingsfactor van 0.75x zelfs een heel klein tikkeltje kleiner dat de X-T2 (vergrotingsfactor 0.77x). Dat komt overigens niet doordat er een ander vergrootglas is toegepast in de zoeker van de X-H1, maar doordat de zoeker iets verder naar achteren in de behuizing is geplaatst, waardoor je niet zo snel met je neus en wang tegen het LCD scherm aan de achterzijde van de camera wordt geperst.

Een verbeterde elektronische zoeker

De verbetering van de zoeker zitten hem voornamelijk in de resolutie en de helderheid. De resolutie van de OLED zoeker in de X-H1 is met 56% gestegen naar een schermpje met 3.69 miljoen dots. Tegelijkertijd is de zoeker 160% helderder en is daarmee van 500cd/m2, naar 800cd/m2 gegaan. Het beeld kan daarbij tot 100x per seconde worden ververst.

De vertraging tussen doorgave van het beeld tussen sensor en zoeker is zelfs teruggebracht naar 0.0045 sec. Daarmee kijkt deze zoeker alsof je door een optische zoeker naar een onderwerp kijkt, maar met alle voordelen die een elektronische zoeker te bieden heeft.

8. Verbeterde ergonomie

Ok, eerlijk is eerlijk. De behuizing van de X-H1 is best wel wat groter dan de X-T2. Tegelijkertijd voel je ook direct dat deze camera flink robuurster is gebouwd. Dat mag ook wel want de camera is ook nog eens zo’n 100 gram zwaarder dan de X-T2 doordat de X-H1 een ingebouwd stabilisatiesysteem bevat.

Sommigen, zoals ik, zullen de iets grotere behuizing omarmen, anderen kunnen het misschien zien als een kleine afknapper. De meningen zullen daarover altijd verdeeld blijven. Wat de een prettig vindt zal een ander als onprettig kunnen ervaren en omgekeerd.

Fujifilm X-H1 – Verbeterde ergonomie

Anyway, de X-H1 heeft een flink bredere grip waardoor je vingers veel beter in staat zijn om de camera goed te omklemmen. Bovendien is er een uitsparing voor de wijsvinger, waardoor hij bijzonder goed in de hand ligt. Met name als je ook grotere of zwaardere objectieven gebruikt zoals de XF56mm, XF90mm, de XF16-55mmf2.0 of de telezoom objectieven zoals de XF50-140mm en de XF100-400mm. In die laatste gevallen ben je zelfs blij dat de camerabody zelfs wat groter is geworden.

Fujifilm X-H1 – Sterk verbeterde knoppen op de achterzijde van de camera.

Alle knoppen zijn op de X-H1 veel beter bereikbaar dan bij de X-T2 en bij het indrukken van de knoppen achterop de camera kun je deze nu ook eindelijk voelen. Bovendien is het verplaatsen van de AE-L en AF-On toets een goed idee geweest. Dat maakt Back Button Focus eindelijk weer fatsoenlijk beschikbaar op de X-H1. De ‘Q’ snelknop is wijselijk verplaatst, waardoor per ongeluk indrukken nu eigenlijk niet meer kan. Al met al zijn dat zeer welkome verbeteringen omdat de hele camera er gewoon in zijn geheel meer door in balans is gekomen

Ik als fotograaf kan deze verbeteringen alleen maar omarmen.

In het kort

De bovenstaande 8 opties maakt dat de X-H1 wel degelijk grote verbeteringen kent ten opzichte van de X-T2 en dat deze X-H1 daardoor absoluut ook aantrekkelijk is voor diegenen die hun camera voornamelijk gebruiken om er mee te fotograferen.

Het zijn stuk voor stuk opties waar veel van de reviewers aan voorbij zijn gegaan en waardoor naar mijn mening de indruk is ontstaan dat de X-H1 alleen interessant is voor film- en videomakers. Maar dat klopt dus niet.

Fujifilm heeft deze camera gemaakt met de professional in het achterhoofd. Dat is ook de reden waarom Fujifilm in deze camera gebruik maakt van bewezen sensortechnologie en (nog) niet heeft gekozen voor een nieuwe sensor. Een camera waar brood mee verdient moet worden moet betrouwbaar zijn en beschikken over technologie waarop men kan vertrouwen. De X-H1 heeft dat te bieden.

Nog een klein puntje van aandacht waar ik wel enige kritiek op heb gezien en dat ik graag nog even wil aantippen waarom dat ‘probleem’ weer aardig wordt overtrokken door de doemdenkers.

De X-H1 maakt gebruik van dezelfde NP-W126S batterij als die wordt gebruikt in de X-Pro2, X-T2, X-T20, X100F. Dat is géén nadeel, maar juist een groot voordeel, want de uitwisselbaarheid maakt ook dat je dezelfde batterijen kunt gebruiken in één van deze andere camera’s die je bijvoorbeeld als back-up achter de hand hebt.

Het aantal opnames dat je kunt maken op één acculading is inderdaad iets minder groot dan dat je gewend was. Je krijgt daar grootse prestaties voor terug. Wie gebruik maakt van de boostergrip zal hoogstwaarschijnlijk op een drukke dag slechts eenmaal de batterijen hoeven te wisselen. Dat is niet onoverkomelijk en voor wie zegt dat dit een onoverkomelijk probleem is, die is, naar mijn mening, spijkers op laag water aan het zoeken.

Ja, ik denk dat de X-H1 een prima camera is die vooral de professional zal aanspreken. Ofdat een upgrade van de X-T2 naar X-H1 het overwegen waard is zal afhangen van wat je met je camera doet en of je bovengenoemde punten belangrijk genoeg vindt. Dat kan ik je natuurlijk niet zeggen.

Wel dat ik denk dat het juist de vele kleine dingen zijn die het tezamen toch een hele interessante camera maken. Het zijn de kleine dingen die het er toe doen!.

Gebruikte afbeeldingen in deze blog zijn gemaakt door Jonas Rask voor Fujifilm. Op alle afbeeldingen berust het copyright van Fujifilm. De afbeeldingen in deze blog zijn voor non-commercieel gebruik. Slides gemaakt tijdens persintroductie.

Zo krijg je de perfecte filmkorrel look met Photoshop

- Beeldbewerking + Photoshop -

Laat ik deze blog beginnen met te zeggen dat een digitale korrel toevoegen aan een foto niet hetzelfde is als het toevoegen van ‘ruis’, want dat zou zonde en contraproductief zijn.

Er zijn heel wat tutorials op internet te vinden over het toevoegen van filmkorrels aan je digitale foto’s en natuurlijk kun je gebruik maken van de schuif filmkorrel in Lightroom. Dat is misschien snel en handig, maar lijkt in de verre verste niet op een filmkorrel zoals we die kennen in een analoge opname.

De methode van het toevoegen van een digitale korrel die ik je in deze blog ga uitleggen ken je waarschijnlijk niet. Terwijl ik durf te zeggen dat juist deze methode het allerbeste resultaat geeft die je ooit hebt gezien. Non destructief én ook nog eens achteraf aanpasbaar! Handig voor wanneer je méér of minder korrel aan een opname wil toevoegen.

Allereerst een waarschuwing vooraf. Wanneer je niet van korrels, ruis of andere onregelmatigheden in je foto’s houdt, dan is deze blog niet voor jou bedoeld!

Wil je echter weten hoe je op de allerbeste manier een heel natuurlijk ogende filmkorrel aan je digitale opnames kunt toevoegen en één die lijkt op de analoge filmkorrel van weleer, dan wil ik je als fotodokter graag het recept geven.

Filmkorrel wat is het en hoe ziet het er écht uit.

Voordat we in de details treden hoe je de perfecte digitale filmkorrel maakt, is het goed om eerst even wat achtergrond informatie te geven wat de filmkorrel bij een analoge opname eigenlijk is en hoe deze in het eindresultaat wordt weergegeven.

Veel mensen denken dat ‘ruis’ in een digitaal beeld min of meer hetzelfde is als de filmkorrel uit het analoge tijdperk, maar dat is niet juist. Het één heeft niets met het ander te maken. Ruis in een digitale camera is het resultaat van de technische beperkingen van de sensor.

Filmkorrel daarentegen is een willekeurig patroon dat ontstaat tijdens het chemische ontwikkelproces. De korrel die je ziet op de foto is eigenlijk een onbedoeld resultaat ten gevolge van de chemische bewerking (zilverhalogenide deeltjes bij zwart/wit en kleurpigmenten bij kleurenfotografie) die de film ondergaat. Het resultaat is een sneeuwachtig effect op de foto.

Wanneer je naar een zwart/wit film negatief kijkt weet je dat de lichtere partijen op het negatief donkerder worden weergegeven, terwijl de donkere partijen lichter worden weergegeven. Vandaar het woord dia negatief.

Wanneer je de foto gaat afdrukken werkt het negatief als masker. Licht dat over het masker valt wordt door de donkere gedeelten in het negatief tegengehouden. Doordat het ontwikkelpapier op die plekken niet belicht wordt zien we hier in de foto de hooglichten ontstaan met weinig tot geen korrel.

Korrel is daardoor in de meest heldere gedeeltes (de hooglichten) in een oude analoge foto afdruk niet of nauwelijks aanwezig.

Bij de donkere partijen in de foto gebeurt het tegenovergestelde. De gedeelten die in het fotonegatief dus (licht)grijs zijn worden wel doorgelaten op het ontwikkelpapier. De zilverhalidedeeltjes in het fotopapier worden hierdoor belicht en zullen daardoor verkleuren van wit naar zwart. Doordat die deeltjes niet overal gelijkmatig aanwezig zijn en doordat de tonaliteit wisselt verkrijgen we op deze plekken een zwart/wit opname met de bekende korrel.

Wanneer het licht op het negatief volledig kan worden doorgelaten betekent dat we op die plekken het papier volledig ontwikkelen, met als gevolg dat de zilverhalidedeeltjes in het papier helemaal zwart zullen worden. Dat betekent dat in de zwarten en diepe schaduwen uiteindelijk ook geen korrel zichtbaar kan zijn.

Korrelvorming in een oude analoge opname kan zich daardoor alleen ontwikkelen vanaf de schaduwen tot aan te hooglichten. Daar waar over- en onderbelichting plaats heeft gehad in de opname kunnen we in een analoge foto dus nooit korrel aantreffen.

Filmkorrel is daardoor alleen zichtbaar op gedeelten in het negatief die die niet volledig wit, én niet volledig zwart zijn.

Hoe voeg je filmkorrel toe aan je digitale foto’s?

Om een goede ‘filmkorrel’ aan een digitale foto toe te kunnen voegen zul je gebruik moeten maken van Adobe Photoshop.

Wanneer je een natuurlijk ogende filmkorrel wil toepassen op een digitale opname zullen we dus rekening moeten houden met de tonaliteit van de opname. Witte en zwarte gedeeltes krijgen geen korrel. Schaduwen en hooglichten kunnen alleen in beperkte mate voorzien worden van korrel afhankelijk van hoe donker of licht deze zijn en alleen de middentonen zullen volledig van korrel kunnen worden voorzien.

Helaas houden de standaardmethodes en de schuifjes in RAW converters zoals Lightroom hier geen rekening mee. Zij passen de ‘filmkorrel’ toe op alle gedeeltes van de foto waardoor deze er niet organisch en weinig natuurlijk uit komt te zien. Wil je dus een ‘echte’ filmkorrel emuleren op een digitale foto, dan zul je daarvoor een beetje magie moeten toepassen in de vorm van Photoshop via lagen en maskers.

Stap voor stap...

Deze uitleg is gemaakt aan de hand van de Windows versie van Photoshop.

MacOS gebruikers kunnen de volgende toetsen gebruiken.

Windows: Ctrl=Mac: Command
Windows: Alt=Mac: Option
Windows: Backspace=Mac: Delete
Windows: Rechts klikken=Mac: Control

– Stap 01. –

Start Photoshop en laad de foto in waarop je de filmkorrel wilt gaan toepassen.
Om uit te leggen hoe je dit effect kunt maken gebruik ik de onderstaande zwart/wit foto.

– Stap 02. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het ‘Groep aanmaken’ icoontje (mapje) in het lagenpalet. Dat kan ook via de optie ‘Layer > New > Group…

Geef deze nieuwe groep de naam ‘Filmkorrel’.

– Stap 03. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het icoontje ‘Nieuwe laag aanmaken’ (blaadje met omgevouwen hoekje) in het lagenpalet.

Je krijgt nu een pop-up venstertje te zien:

Geef deze nieuwe laag de naam ‘Korrel’.

Selecteer bij ‘Mode’ de optie ‘Overlay’.

Vink nu de optie ‘Fill with Overlay-neutral color (50% grey)’ aan.

Klik op ‘OK’.

Je ziet dat deze lag nu is toegevoegd, maar je ziet geen grijs vlak. Dat komt omdat de doorlaatbaarheid van deze laag is omgezet naar ‘Overlay’. Doordat de laag gevuld is 50% grijs is deze nu als het ware onzichtbaar geworden.

– Stap 04. –

Wie met Photoshop CC werkt, gaat nu eerst naar het menu:

Filter > Convert for Smart Filters’.

Dit filter stelt je in staat om straks achteraf het effect van deze laag aan te passen. Deze mogelijkheid is niet aanwezig in oudere versies van Adobe Photoshop. Wanneer je de laag hebt omgezet in een smart filter zie je in deze laag dat deze rechtsonder nu voorzien is van twee kleine vierkante blokjes.

– Stap 05. –

Vanaf deze stap gaan we de magie toepassen!

Allereerst moeten we deze laag nu zo gaan voorbereiden dat het effect van de filmkorrel straks gradueel zichtbaar is. Dat wil zeggen; van niet zichtbaar in de zwarten, naar zichtbaar in de schaduwen, naar oplopend zichtbaar in de middentonenn naar weer aflopend zichtbaar in de hooglichten en niet meer zichtbaar in de witten.

Dat doen we als volgt:

Houd de toets ‘Ctrl’ ingedrukt en klik nu op ‘RGB’ onder de kanalen.

Je ziet nu de zogenoemde ‘lopende mieren’ op het scherm verschijnen. Dat zijn alle gebieden die Photoshop nu geselecteerd heeft in het RGB kanaal.

Omdat we nu niet direct op de laag willen werken, maar een masker willen gebruiken om die later op de laag toe te kunnen passen selecteren we nu de optie ‘snelmasker’. Dat doe je door op de ‘Q’ knop te drukken.

De lopende mieren zijn nu verdwenen en je ziet een rode gloed over de foto heen liggen. Die rode gloed wordt veroorzaakt door het snelmasker, dus geen zorgen!

Druk nu de knoppen ‘Ctrl + M’ in.

Hiermee wordt het gereedschap ‘curven’ geselecteerd. Datzelfde kun je ook doen door in het menu ‘Image > Adjustment > Curves’ te kiezen.

Verander nu de optie ‘Show amount’ naar ‘Pigment Ink’.

De curve wordt nu omgedraaid waarbij je links wit hebt en rechts zwart. Maar belangrijker is dat je nu niet meer in waardes van 0 – 255 hoeft te denken, maar dat je in percentages kunt denken. Bij een waarde van 80% zwart kun je jezelf immers toch wat meer voorstellen dan wanneer ik zou zeggen ‘waarde 52’.

We kunnen nu de drempelwaardes instellen door in de curve de linker en rechterkant van de grafiek te verschuiven.

Drempelwaarde heldere tinten:

Schuif de linkerkant van de curve naar boven tot  90%

Drempelwaarde schaduwen:

Schuif de rechterkant van de curve naar beneden tot  85%

Middentonen:

Klik in het midden van de lijn en trek nu de curve helemaal naar beneden.

Je kunt ook de bijbehorende waardes invoeren: Output: 0%, Input 50%.

De foto ziet er nu misschien wat vreemd uit, maar dat is precies de bedoeling. De curve die je zojuist hebt gemaakt zorgt er namelijk voor dat het effect pas zichtbaar is vanaf de ingestelde drempelwaardes.

Klik op ‘OK’ om de curve toe te passen.

Schakel nu snelmasker weer uit door op de toets ‘Q’ te drukken. De ‘lopende mieren’ komen nu weer in beeld.

– Stap 06. –

Het wordt nu tijd om de filmkorrel toe te voegen.

De hoeveelheid korrel die je wil toevoegen is behoorlijk afhankelijk van de grootte van je foto. Aan een foto met veel megapixels moet een krachtiger filter worden toegepast dan aan een foto met minder megapixels. Bovendien is de sterkte van de korrel het een kwestie van smaak.

Maar laat ik duidelijk zijn: Overdaad schaadt!

In het voorbeeld pas ik veel ‘korrel’ toe, maar dat is vooral om het effect duidelijker te laten zien. Niet omdat ik deze waarde prefereer of goed vind. Pas toe wat jij zelf voldoende vindt. Uiteindelijk komt dit dus neer op je eigen smaak.

Het toepassen van de korrel doe je nu als volgt:

Ga naar het menu: ‘Filter > Blur Gallery > Field Blur’.

Het maakt eigenlijk niet uit welke van de opties je kiest onder de ‘Blur gallery, maar ‘Field Blur’ is de eerste optie en daarom gekozen.

Kies in dit filter aan de rechterzijde nu het ‘tabblad Noise’.

In dit filter zien we een aantal opties.

Allereerst vinken we bovenin de balk de optie ‘High Quality’ aan.

Door deze optie aan te vinken verhogen we de kwaliteit van de korrel, maar vertragen we wel het proces van het aanmaken van diezelfde korrel. Heb je haast of vind je de kwaliteit wat minder belangrijk dan kun je deze optie ook uitgevinkt laten.

Rechts zien we een balk met de optie ‘Field Blur’ aangevinkt.

Dat laten we zo, net als de waarde die ingevuld staat.

Het maakt voor het effect namelijk niets uit welke waarde hier ingevuld staat. Het doet niets met het effect dat we willen bereiken.

Eronder vinden we een aantal tabbladen.

Zorg ervoor dat het tabblad ‘Noise’ is geselecteerd.

– De eerste optie die je hier ziet ‘Grain’, moet aangevinkt zijn.

– De optie ‘Amount’ geeft aan ‘hoeveel’ korrel je wil toevoegen.

– De optie ‘Size’ bepaald de ‘grootte’ van de korrel.

– De optie ‘Roughness’ bepaald hoe ‘grof’ de korrel moet ogen.

– De optie ‘Color’ geeft aan of er kleurruis moet worden toegepast.

– De optie ‘Highlights’, geeft de helderheid en daarmee de zichtbaarheid van de korrel aan.

De zichtbaarheid van een reguliere filmkorrel uit de tijd van toen, was afhankelijk van de gebruikte film. Een snelle film van destijds kende weinig korrel en had een hele fijne structuur.

Fotografeer je dus met een lage ISO waarde en wil je toch een wat meer analoge ‘look’ geven aan je foto, dan gebruik je dus een kleine hoeveelheid, met een kleine korrel, die fijn van structuur is.

Naarmate de ISO waarde op je camera hoger staat ingesteld, verhoog je de hoeveelheid korrel, maak je deze groter en grover.

Als voorbeeld gebruik ik de waardes 90, 60 en 60.

Klik op ‘OK‘.
Omdat dit geen ‘snel’ filter is moeten we nu eventjes geduld hebben…

– Stap 07. –

De korrel is nu toegevoegd, aan de foto maar oogt nog een beetje hard langs de randen van de verschilende korrels die je ziet. Om de korrel er nog wat natuurlijker uit te laten zien gaan we deze randen verzachten door een ‘gaussian blur’ filter over de laag ‘korrel’ heen te leggen.

Ga daarvoor naar: ‘Filter > Blur > Gaussian Blur’.

Kies nu een Radius van tussen de 0,9  en 1,6 pixels.

Naarmate je meer ‘blur’ toepast zal de korrel zachter ogen.
Klik op ‘OK‘.

Je kunt deze techniek nog verder perfectioneren door naast een ‘grove’ korrel ook nog een ‘fijne’ korrel toe te voegen aan het filter door ‘stap 6’, nog een keer uit te voeren als apart filter.

– Stap 08. –

Er is geen stap 8. Gefeliciteerd, je hebt nu een perfect ogende filmkorrel toegevoegd aan je foto. Want ook al zijn je bestanden digitaal, dat wil niet zeggen dat je er best een analoog tintje aan mee mag geven.

Zelf vind ik digitale foto’s net even te clean of bepaalde overgangen net te hard. Door deze techniek op een gepaste wijze te gebruiken worden je foto’s net even iets meer een belevingsproduct.

Wanneer deze techniek je bevalt, dan raad ik je aan om bovenstaande stappen in een actie op te nemen. Dan hoef je niet alle stappen te onthouden, maar kun je eenvoudig door het afspelen van deze actie supersnel een analoge look geven aan je foto’s.

‘Dark Frames’ gebruiken als ruisonderdrukking bij lange sluitertijden.

- Zo doe je dat -

Wanneer je foto’s maakt met een lange sluitertijd (langer dan 10 seconden) kun je soms witte, rode, gele, groene, blauwe of magenta gekleurde stipjes zien in je foto. Dat zijn over het algemeen genomen géén kapotte pixels in je camera, maar zogenoemde ‘hot pixels’. Die pixels worden ook wel kleurruis genoemd.

In deze blog leg ik je uit hoe je deze ‘hot pixels’ kunt verwijderen door gebruik te maken van een ‘dark frame’ en Adobe Photoshop.

De foto waarbij de hotpixels nog niet zijn weggehaald met daaronder de bijbehorende Dark Frame.

Hot Pixels

Hotpixels ontstaan door warmteontwikkeling op de sensor. Je camera ziet daarbij dan ‘warmte’ aan voor een lichtdeeltje. Het resultaat is dat op die plek dan een pixel te zien is met een afwijkende helderheid en kleur ten opzichte van de rest van de foto.

Helaas zijn hotpixels nooit helemaal te voorkomen wanneer je opnames maakt met een (hele) lange sluitertijd. Iedere camera zal hier in meer of mindere mate last van hebben. Je zult begrijpen dat dergelijke pixels met een afwijkend kleurpatroon als héél storend kunnen worden ervaren. Met name bij een egale of donkere achtergrond vallen dergelijke hotpixels heel erg op.

Zoals ik je al verteld heb ontstaan die hotpixels door warmteontwikkeling op de sensor van je camera. Waar deze pixels exact in een opname zullen verschijnen kun je helaas nooit vooraf voorspellen. Net als dat je vooraf nooit kunt weten hoeveel pixels er door de sensor als hotpixel zullen worden geregistreerd. Wel is het zo dat naarmate de opnameduur langer wordt en de camera langer aan staat er meer hotpixels zullen ontstaan.

Gelukkig is het ook zo, dat zo lang de camera aan staat het per opname wel altijd dezelfde pixels zullen zijn die als ‘hotpixel’ worden geregistreerd. Pas wanneer de camera ‘uit-‘ en weer ‘aan-‘ wordt gezet zullen er weer andere pixels als ‘hotpixel’ door de sensor van je camera worden geregistreerd.

Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking

Veel camera’s hebben een optie in het menu om de hotpixels onzichtbaar maken wanneer je fotografeert met een sluitertijd die langer is dan 10 seconden. Bij Fujifilm heet deze optie ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’.

Door in de camera dit type ruisonderdrukking ‘Aan’ te zetten, worden deze hotpixels automatisch verwijdert. Dat doet je camera door niet één, maar twee foto’s te maken met exact dezelfde camera instellingen. De eerste opname is de registratie van hetgeen je wilt fotograferen. De tweede opname bestaat uit een foto met een gelijke duur van de sluitertijd, maar waarbij de sluiterbladen van je camera niet worden geopend.

Feitelijk bestaat die tweede foto dus uit een opname waarbij er ‘niets’ kan worden geregistreerd, omdat er bij deze tweede opname geen licht op de sensor valt.

Het resultaat; Een zwaar onderbelichte foto die we een ‘Dark Frame’ noemen. Juist deze tweede opname is voor de camera noodzakelijk om op zoek te gaan naar pixels met een afwijkend kleurpatroon. Want daar waar je camera op deze tweede foto een gekleurde pixel aantreft weet je camera dan dat het daarbij dan zal gaan om een ‘hotpixel’.

Deze als ‘fout’ geregistreerde pixel wordt door de camera vervolgens op de originele opname vervangen door een pixel met de juiste helderheid en kleurtoon. Op deze manier corrigeert je camera daarmee de fout in de originele opname en zie je de hotpixel nooit meer terug.

De tweede opname wordt door je camera overigens automatisch weggegooid, je zult hem daarom nooit tussen je RAW of JPEG bestanden op de geheugenkaart aantreffen.

‘Lange sluitertijd ruisonderdrukking’, maakt dus gebruik van het principe dat een extra opname met een exact gelijke sluitertijd, ook exact dezelfde hotpixels zal registreren en daardoor kan verwijderen. Het nadeel van deze methode (en camera-instelling) is wel dat het maken van de foto daardoor 2x zo lang duurt als de werkelijke belichtingstijd van de opname.

Maak je dus een foto met een belichtingsduur van 30 seconden, dan betekent dat dus dat er een opname gemaakt wordt van 30 seconden, plus een opname van een ‘Dark Frame’ met een opnameduur van 30 seconden. Tezamen kost het maken van de opname dan 1 minuut.

Maak je een opname met bijvoorbeeld een 10ND of 16ND filter, dan zijn sluitertijden van meerdere minuten niet ongebruikelijk. Zou je dan bijvoorbeeld een opname maken met een belichtingsduur van 6 minuten dan betekent dat dus ook dat het maken van het ‘Dark Frame’, je nog eens 6 minuten extra kost. Bij elkaar ben je dan dus per foto altijd minimaal 12 minuten kwijt!

Dark Framing - Zo doe je dat!

Bij het maken van nachtopnames waarbij je bijvoorbeeld een aaneensluitend sterrenspoor wilt maken is het bijvoorbeeld niet mogelijk om gebruik te maken van de in de camera ingebouwde ‘lange sluitertijd ruisonderdrukking’.

Wanneer je ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’, dan ‘Aan’ hebt staan zou je nooit een mooie lange vloeiende lijn kunnen krijgen, maar krijg je als resultaat een stippellijn. Dat wordt veroorzaakt doordat je telkens veel te lang moet wachten voordat de volgende échte opname gemaakt kan worden.

Ook wanneer je veelvuldig gebruik maakt van ND filters, kan de wachttijd behoorlijk oplopen. Zeker wanneer je net als ik, het meestal niet laat bij één opname, maar bij een kleine serie opnames om zo later de ‘beste’ foto eruit te kunnen pikken.

Omdat het niet altijd mogelijk of wenselijk is om per foto zo lang te moeten wachten moeten we dus op zoek naar een andere methode die je uiteindelijk hetzelfde resultaat oplevert. Een foto zonder hotpixels.

Dat kan door zélf het ‘Dark Frame’ te produceren. Natuurlijk zijn daar wel wat voorwaarden aan verbonden. Het belangrijkste daarbij is dat de omstandigheden van het ‘Dark Frame’, zoveel als mogelijk overeen komen met de originele opname.

Dat betekent dus ook dat je het ‘Dark Frame’ alléén kunt produceren en direct moet gaan maken op het moment dat je klaar bent met het maken van de ‘laatste’ opname van de échte foto(’s).

De voorwaarden:
  1. Je camera mag niet worden uitgezet tussen het maken van de laatste (echte) foto en het maken van het ‘Dark Frame’.
  2. Plaats de lensdop op het aan de camera gekoppelde objectief, zodat er géén licht op de sensor kan vallen.
  3. De opname instellingen mogen niet worden gewijzigd!Dat betekent dus dat je voor het maken van het ‘Dark Frame’, je éxact dezelfde instellingen gebruikt. Sluitertijd en ISO instelling mogen daarbij dus niet worden aangepast.
  4. Maak nu de ‘Dark Frame’ opname; Dus vrijwel direct na de laatste serie ‘echte’ foto’s.
  5. De temperatuur van je camera moet zoveel als mogelijk is gelijk blijven wanneer je het ‘Dark Frame’ produceert. Je mag je camera dus niet in je tas stoppen, tijdens het maken van het ‘Dark Frame’.
  6. Om de ‘Dark Frame’ en hotpixels te verwijderen van de originele foto heb je Photoshop, of een gelijkwaardig beeldbewerkingsprogramma zoals Affinity Photo nodig. (Alleen Lightroom of enkel een andere RAW bewerker is niet voldoende!).

Het meest geschikte moment waarop je het ‘Dark Frame’ produceert is dus het moment waarop je eigenlijk klaar bent met fotograferen en je de boel gaat opruimen en inpakken om weer op weg naar de volgende locatie, of huis te gaan. Je hoeft zo per serie foto’s maar één ‘Dark Frame’ opname te maken. Deze opname gebruik je bij thuiskomst als referentie (per serie) van alle foto’s die je zojuist hebt gemaakt.

Hotpixels verwijderen door middel van je eigen ‘Dark Frame’ opname.

Bij deze methode ga ik ervan uit dat je Adobe Lightroom en Adobe Photoshop in je bezit hebt.

Je kunt eventueel ook een andere RAW bewerker of een ander programma als Photoshop gebruiken. Voor wat betreft het alternatief voor Photoshop is het dan wel belangrijk dat het programma dat je dan gebruikt wel over soortgelijke functionaliteit beschikt.

Lightroom is handig omdat je daarmee de mogelijkheid hebt om zowel het originele (bewerkte) fotobestand en het ‘Dark Frame’ tegelijkertijd als verschillende lagen in één (nieuwe) foto kunt openen.

  1. Importeer de foto’s in de RAW bewerker van je keuze inclusief de ‘Dark Frame’ opname.
  2. Bewerk de (RAW) opnames naar jouw smaak.
  3. Het ‘Dark Frame’ laat je uiteraard ongemoeid!
  4. Selecteer in Lightroom de (bewerkte) originele foto én selecteer de ‘Dark Frame’ opname.Dat doe je door eerst de (bewerkte) foto te selecteren en daarna de toets CTRL ingedrukt te houden om daarna ook de ‘Dark Frame’ opname aan te klikken.Nu je beide bestanden hebt geselecteerd, druk je op de rechtermuisknop en kies je uit de lijst die je nu te zien krijgt ‘Bewerken In > Open als Lagen in Photoshop’.Je kunt hetzelfde doen door in het menu te kiezen voor ‘Foto > Bewerken In > Open als lagen in Photoshop’.
  1. De foto is nu als achtergrond in Photoshop geopend.Het ‘Dark Frame’ als laag erboven.Als het goed is zie je nu niets van de foto zelf en zie je alleen de ‘Dark Frame’.Wanneer dat niet het geval is, moet je beide lagen even met elkaar verwisselen.
  2. Selecteer de onderste laag (foto) en maak een kopie van deze (achtergrond)laag.(CTRL + A), daarna (CTRL+C) Houdt de ‘ALT’ toets ingedrukt en selecteer het icoon ‘Maak nieuwe laag’. Noem deze nieuwe laag ‘Uitsmeren’ en plak vervolgens de gekopieerde inhoud van de foto op deze nieuwe laag (CTRL+V).Deze nieuwe laag is als het goed is nu geplaatst tussen de originele foto en het ‘dark frame’
  3. Selecteer nu uit het ‘Filter menu’ -> ‘Blur’ -> ‘Gaussian Blur’.Gebruik als waarde 2,4 pixels. Je smeert daarmee de foto dan net voldoende uit om de pixels voldoende met elkaar te laten mengen en waardoor kleurtoon en helderheid behouden blijven.
  4. Selecteer nu de laag met de ‘Dark Frame’ inhoud en hernoem deze laag ‘Dark Frame’.
  1. In Photoshop selecteer je nu de optie ‘Calculations’.Deze optie tref je aan onder het menu ‘Image’ (Image > Calculations).Er verschijnt nu een nieuw venster, met een inhoud die misschien op het eerste gezicht wat abracadabra lijkt wanneer dit de eerste keer is dat je deze mogelijkheid in Photoshop gebruikt.Source 1 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’.Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’.Source 2 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’. Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren. In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’. Blending – Geeft aan wat voor soort calculatie we willen uitvoeren. In dit geval willen willen we de helderheid van de hotpixels versterken. We kiezen daarom voor de optie ‘Screen’ De ‘Opacity’, of doorlaatbaarheid van het resultaat van de calculatie laten we op 100% ingesteld staan. De optie ‘Mask’ (Masker) vinken we niet aan! Result – Geef aan wat we met de uitkomst willen doen. In dit geval willen we een selectie maken van de hotpixels en daarom kiezen we hier voor ‘Selection’. Hierna klik je op ‘OK’. Je ziet nu (misschien), dat er een selectie is gemaakt van alle heldere pixels. Wanneer je nu niets ziet. Geloof me er is écht een selectie gemaakt van de ‘hotpixels’ in de laag ‘Dark Frame’.
  1. De volgende stap is vrijwel een herhaling van stap 9.Toch is er een verschil. Dus let goed op!Ga opnieuw naar de optie ‘Calculations’ via het menu ‘Image > Calculations’.Voor Source 1:Layer: Dark FrameChannel: ‘Selection’.We kiezen dus geen kleurkanaal, maar de voorgaande selectie die we zojuist hebben gemaakt. Voor Source 2: Layer: Dark Frame Channel: ‘Selection. We kiezen dus ook de voorgaande selectie als tweede bron voor de berekening die we willen uitvoeren. Blending: Screen We versterken hiermee de selectie en wat als een ‘Heldere’ (witte) pixel door Photoshop wordt waargenomen en tegelijkertijd zullen alle echt ‘Donkere’ pixels die we op de laag ‘Dark Frame’ waarnemen als ‘Zwart’ donker blijven. Door voor een tweede keer een berekening over de selectie uit te voeren maken we de selectie breder, of ruimer. Zo voorkomen we dat we alsnog ‘ruis’ opnemen in het masker dat we zo gaan maken. Als resultaat willen we wederom een ‘selectie’ overhouden. We kiezen daarom bij Result voor: Selection. Result: Selection Hierna klik je op ‘OK’.
  1. De laag met de inhoud van het ‘Dark Frame’ kun je nu in de prullenmand gooien.Deze laag heb je voor deze foto nu niet meer nodig (gooi dus niet het bestand weg, maar de geopende laag) in de prullenbak van het lagenpaneel.
  2. Omdat de laag ‘Uitsmeren’ tussen die van de originele foto en het ‘Dark Frame’ stond wordt nu automatisch de laag ‘Uitsmeren’ geselecteerd. Dit is nu de bovenste laag geworden.
  3. Druk nu op het icoontje ‘Laagmasker toevoegen’ in het lagenpaneel.De laag ‘Uitsmeren’ wordt hiermee afgedekt, met uitzondering van de ‘hotpixels’.Echter, omdat je deze laag via het filter hebt uitgesmeerd zullen lege plekken, waar eerder de hotpixels aanwezig waren nu worden opgevuld met een kleur en kleurtoon van de uitgesmeerde laag, waardoor de hotpixels eronder niet meer opvallen. Je hebt deze ‘foute’ pixels hiermee nu min of meer onzichtbaar gemaakt.
  4. Selecteer nu beide lagen. (ALT + CTRL + A)
  5. Voeg beide lagen nu weer samen tot één laag. (SHIFT + CTRL + E).
  6. Voila, je hebt de hotpixels nu uit je foto verwijdert.

Wanneer je foto’s hebt gemaakt van bijvoorbeeld een sterrenspoor, kun je eventueel eerst alle foto’s samenvoegen, om vervolgens als laatste de ‘Dark Frame’ opname te gebruiken om zo pas in de resultaatfoto de onbedoelde ‘hotpixels’ te verwijderen.

Het is uiteraard ook handig om van bovenstaande procedure een ‘Actie’ te maken in Photoshop.

Zo houd je jouw Fujifilm camera up-to-date!

Firmware updaten - Simpel - Snel - Verstandig

Fujifilm heeft de gewoonte om firmware updates vrijwel altijd uit te brengen op een dinsdag of een donderdag. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen op die regel, maar dat zijn de reguliere dagen waarop je firmware updates kunt verwachten. Zo wacht je misschien momenteel wel op de nieuwste update voor jouw X-T, X-E of X-Pro. Wanneer die precies komt kan ik je helaas niet zeggen. Ook voor mij blijft dat vaak tot het laatste moment een geheim.

Welke firmware gebruik ik nu?

Wanneer je wil weten welke firmware er momenteel op je camera aanwezig is, dan kun je dat eenvoudig zien door de DISP/BACK knop ingedrukt te houden terwijl je de camera aanzet.

Je zult dan een aanduiding krijgen welke firmware versie momenteel door je camera gebruikt wordt. Heb je ook een objectief gekoppeld aan je camera, dan zal ook de firmware versie van het objectief worden getoond.

Moet ik de firmware altijd updaten?

Er is uiteraard nooit een ‘moeten’ bij. Maar, wanneer je graag beschikt over de laatste mogelijkheden die Fujifilm je geeft is het wel verstandig om een firmware update uit te voeren. Ook bij kleinere updates loont het eigenlijk altijd de moeite om een firmware update uit te voeren. Kleinere updates maken je camera toch weer beter doordat er kleine foutjes in de software zijn gerepareerd.  Je hoeft dus niets, maar in mijn ogen is het wel verstandig om een firmware update altijd uit te voeren. Ook wanneer het kleine updates betreft.

Kan ik direct updaten naar de laatste versie?

Ja!!! Je kunt altijd direct updaten naar de laatste versie van de firmware die er voor jouw camera of objectief beschikbaar is. Wanneer je een update hebt overgeslagen is dat dus geen enkel probleem. De software op je camera of objectief wordt volledig vervangen. Je camera instellingen blijven daarbij overigens gewoon behouden.

Hoe weet ik of er een nieuwe firmwareversie voor mijn camera beschikbaar is?

Over het algemeen worden meldingen over nieuwe firmware updates vrijwel direct geplaatst op de Facebookgroep:

 “Fujifilm X Serie – Vraagbaak en Foto’s (NL /BE)

Uiteraard kun je ook kijken op de website van Fujifilm zelf. De firmware updates zijn te downloaden door op deze link te klikken.

Als je geen nieuwe updates ziet staan….

Wanneer je geen nieuwe updates op de website van Fujifilm ziet staan, terwijl je weet dat die er wel zou moeten zijn, dan kan dat verschillende redenen hebben. Je browser ziet nog een oude pagina. In dat geval zul je het cache geheugen van de browser even moeten legen, of de cachingserver van je provider heeft nog een ‘oude’ pagina in het geheugen opgeslagen. De ALT+OPTIE toets (of CTRL+ALT) ingedrukt houden terwijl je de webpagina ververst, is vaak een goede manier om het tijdelijke geheugen van je browser op te schonen voor een nieuwe versie van een webpagina.

Ik zie dat er een update is voor zowel mijn camera als voor mijn objectief. Welke moet ik eerst uitvoeren?

Wanneer er zowel een firmware update is voor een camera als voor een objectief is het zeer verstandig om eerst de camera update uit te voeren om daarna pas de update voor het objectief door te voeren. Je camera komt dus altijd op de eerste plek, daarna pas je objectieven.

HELP!!! – Mijn camera herkent het firmwarebestand niet!

Wanneer je een nieuwe firmware download naar je computer is het belangrijk dat er in de map waarin jij download géén bestand staat met dezelfde naam. Bijvoorbeeld omdat je eerder een oudere versie van de firmware gedownload had. Je computer zal dan het nieuwe bestand downloaden met een ‘1’ erachter. Je krijgt dan een bestand met bijvoorbeelde de volgende naamgeving ‘FP-UPDATE-01.DAT’ terwijl de juiste naamgeving had moeten zijn ‘FP-UPDATE.DAT’.

LET OP GENOEMDE VOORBEELDEN VOOR BESTANDSNAMEN ZIJN FICTIEF.

IEDERE CAMERA EN IEDER OBJECTIEF HEEFT ZIJN EIGEN SPECIFIEKE NAAMGEVING!

Wanneer de exacte naam niet overeenkomt met de naam van het bestand die de camera verwacht, dan zal je camera het bestand niet herkennen en kan de firmware niet worden bijgewerkt.

De huidige naamgeving voor een camera uit de X-Serie start altijd met FWUP00xx.DAT, waarbij er voor ‘xx’ een cijfer wordt weergegeven. Een firmware update voor een objectief wordt altijd aangeduid met XFUPD00xx.DAT. Ook hier geldt dat voor ‘xx’ een cijfer wordt weergegeven.

Wijzig NOOIT de naam van een bestand!!!

Wanneer er een ‘dubbel’ bestand op je computer aanwezig is, dan is het altijd beter om eerst het oude bestand van de computer te verwijderen en om de firmware opnieuw te downloaden. Zo blijft de zogenoemde ‘checksum’ voor de camera behouden.

Verwijder altijd ook de eventuele tweede geheugenkaart uit je camera wanneer deze beschikt over een tweede geheugenkaartslot.

De firmware updaten doe je zo:

Het update van de camera kan soms enige minuten duren.

Dat komt doordat de volledige software op de camera wordt vervangen door de nieuwste versie. Om die reden moet je zorgen voor een volle accu voordat je aan het update proces begint. Wanneer de firmware update tijdens het updateproces wordt onderbroken kun je ervan uitgaan dat je camera een bezoek mag gaan brengen aan het servicecentrum.

Neem dus de juiste voorzorgsmaatregelen voordat je aan dit proces begint.

Camera’s en objectieven krijgen regelmatig een update, wanneer er voor beide componenten een update beschikbaar is, update dan eerst de camera en herhaal bovenstaande stappen voor een succesvolle update voor het objectief.

– Pas, nadat de update is voltooid, zet je de camera uit.

– Plaats eventueel de tweede geheugenkaart terug in sleuf 2.

– Zet de camera weer aan en formatteer de geheugenkaarten opnieuw zodat het firmwarebestand weer van de geheugenkaart wordt gewist.

– Gefeliciteerd!!!

Je camera heeft nu een nieuwe motor gekregen en beschikt nu weer over de allerlaatste mogelijkheden, die Fujifilm je gegeven heeft.

Het updaten van de firmware geschiedt op eigen risico;

Zo werkt parallax correctie op een Fujifilm X-Pro digitale ‘meetzoeker’ camera

Op een Fujifilm X-Pro digitale ‘meetzoeker’ camera

De Fujifilm X-Pro serie is één van de weinige systeemcamera’s met een hybride optische zoeker. Dat maakt deze camera uit de X-Serie uniek in zijn soort. De optische zoeker (OVF) van Fujifilm X-Pro ‘meetzoekercamera’ werkt totaal anders dan die van een (digitale) spiegelreflex camera. Wat het grote verschil is tussen beide optische zoekers leg ik je uit in deze blog.

Bij een spiegelreflexcamera kijk je door de zoeker en dóór de lens naar de wereld. Wat je daarbij door de zoeker ziet is wat je fotografeert. Ongeacht het gebruikte brandpuntsafstand van het objectief. Hierdoor fotografeer je ook altijd daadwerkelijk datgeen wat je ziet.

De Fujifilm X-Pro is een beetje een vreemde eend in de bijt in cameraland. Deze op een ouderwetse meetzoeker geïnspireerde camera heeft net als een digitale spiegelreflexcamera een optische zoeker. Een groot verschil tussen de optische zoeker van een spiegelreflex en die van deze meetzoeker geïnspireerde camera is echter dat deze optische zoeker naast het objectief is geplaatst. De zoeker en de ‘lens’ staan daarbij niet exact in één lijn. Daardoor kijk je dus niet door de lens naar de wereld, maar altijd een beetje ernaast. Dat noemen we in jargon de parallax verschuiving.

Maar er is nog iets dat je weten moet over de optische zoeker van de X-Pro. Want wanneer je door de optische zoeker kijkt bij deze camera zie je niet exact hetzelfde als wat de sensor in je camera ziet.

De Fujifilm X-Pro is een op een meetzoeker gebaseerde camera. Bij gebruik van de optische zoeker zie je niet hetzelfde beeld als bij een spiegelreflex camera. Zoeker en lens staan namelijk niet exact in één lijn

De optische zoeker van de Fujifilm X-Pro camera’s is zo ontworpen dat deze een vaste en brede beeldhoek geeft. Daardoor kun je ook zien wat er zich buiten het beeldkader van  het gekoppelde objectief bevindt (buiten het opnameveld van de sensor). Zo kun je anticiperen op wat komen gaat. Tegelijkertijd betekent dat ook dat je geen objectieven met een bredere beeldhoek kunt gebruiken dan een 18mm objectief.

Om je toch een indicatie te geven van wat je fotografeert wordt er in de zoeker een groot wit kader geprojecteerd. Dat witte kader is het beeldkader en wijzigt van grootte wanneer je in- of uitzoomt, of op het moment dat je een ander objectief op deze ‘meetzoeker’ camera plaatst. Alles wat je binnen dat beeldkader ziet zal (ongeveer) worden gefotografeerd.

Een kijkje door de zoeker van de Fujifilm X-Pro. Bij ieder objectief is de beeldhoek anders. Deze wordt in de optische zoeker weergegeven door een beeldkader, waardoor je exact weet wat zich binnen het ‘frame’ bevind.

Hoe langer de lens, dat wil zeggen hoe meer telebereik een objectief heeft.  Hoe smaller de beeldhoek, waardoor het beeldkader in de optische zoeker aanzienlijk kleiner wordt. Daardoor wordt het steeds moeilijker om een inschatting te maken van wat er exact wordt gefotografeerd.

Om dezelfde reden is een meetzoekercamera ook niet echt geschikt voor het maken van macro-opnamen. Want doordat je naast de lens kijkt kun je niet goed zien wat er exact wordt gefotografeerd en waarop er vervolgens wordt scherpgesteld.

De grootte van het beeldkader past zich aan op de beeldhoek en brandpuntsafstand van het gekoppelde objectief

Een camera als de Fujifilm X-Pro is daarom beter geschikt om te gebruiken met objectieven die beschikken over een vaste brandpuntsafstand (23mm, 35mm en 50mm). De optische zoeker werkt namelijk niet prettig met grote zoomobjectieven.

Uiteraard kun je wel andere objectieven op deze camera gebruiken, maar dat werkt dan beter in combinatie met de elektronische zoeker dan met de optische zoeker.

Wie gebruik maakt van de optische zoeker in combinatie met een X-Pro verliest uiteraard ook de ‘preview’ belichting. Je kijkt immers door een échte zoeker en niet naar een LCD scherm. Hou daarom naast het beeldkader ook het histogram en de belichtingsmeter goed in de gaten zodat je niet per ongeluk de opname onder- of overbelicht.

Autofocus en de optische zoeker

Het is de optische zoeker die deze camera zo uniek maakt. Naast Leica is er geen enkele andere camerafabrikant die over een soortgelijke hybride zoeker beschikt. De optische (OVF) en elektronische (EVF) zoeker is innovatief en goed doordacht geïmplementeerd.

Beide type zoekers, dienen ieder hun eigen doel en kunnen ieder op elk moment dat jij dat wenst worden geselecteerd. Een groot voordeel van de optische zoeker boven de elektronische zoeker is dat het batterijverbruik van de camera aanzienlijk lager is. Wanneer je uitsluitend gebruik zou maken van de optische zoeker, kun je tot wel 1100 opnames maken. Gebruik je de elektronische zoeker, dan neemt dat aantal af tot ongeveer 350 opnames.

Het is waarschijnlijk ook om de hybride zoeker dat deze camera je interesse heeft of de reden waarom je hem misschien zou willen kopen.

Zo werkt de parallax correctie

Omdat we bij de optische zoeker van deze op een meetzoeker geïnspireerde camera te maken hebben met de parallax en waarbij jij als fotograaf daarmee dus niet hetzelfde ‘ziet’ als wat de sensor in je camera ‘ziet’, moet hiervoor worden gecorrigeerd.

De X-Pro 2 beschikt om die reden over een correctiefunctionaliteit, waarbij er voor de parallax wordt gecompenseerd.  Dat is alleen noodzakelijk bij gebruik van de optische zoeker en niet voor de elektronische zoeker, omdat je daarbij wel kunt zien wat de sensor ook ziet.

De parallax correctie  kun je vinden onder de noemer ‘Gecorrigeerd AF-Kader’ in het menu van je camera. Het is verstandig om deze optie ook daadwerkelijk te gebruiken als je veelvuldig gebruik maakt van de optische zoeker.

Wanneer ‘parallax correctie’ wordt ingeschakeld, wordt er een extra AF-kader in de optische zoeker getoond. Dit extra AF-Kader wordt net als het beeldkader in wit weergegeven.

Het autofocus punt zal tussen de kortste instelafstand en oneindig worden weergegeven.

Wanneer ‘parallax correctie’ wordt ingeschakeld, wordt er een extra kader in de optische zoeker getoond. Het autofocus punt zal tussen de kortste instelafstand en oneindig worden weergegeven.

Het autofocus kader in het midden van de optische zoeker geeft het punt aan waarop de autofocus zou scherpstellen bij een focus instelling op oneindig. Het autofocus kader rechtsonder het midden in de optische zoeker, geeft aan dat de autofocus op dit punt zal plaatsvinden wanneer de camera wordt gebruikt op de kortste instelafstand.

Wanneer je het AF-kader wijzigt en verschuift vanuit het midden naar één van de omliggende AF punten zal het kader voor de kortste instelafstand ook meeverhuizen. Daarmee wordt dus altijd de juiste parallax correctie toegepast ongeacht het gekozen AF punt.

De kortste instelafstand voor de optische zoeker ligt op ongeveer 80cm vanaf het objectief. Om die reden is het ook handig om de afstandindicator in te schakelen, omdat het hiermee eenvoudiger wordt om een goede inschatting te maken van hoe ‘ver’ het te fotograferen onderwerp zich van de camera af bevindt.

De weergave wordt automatisch berekend op het moment dat de ontspanknop (half) ingedrukt wordt. Je zult dan een ‘groen’ AF-Kader in beeld krijgen dat zich tussen het autofocuskader voor oneindig en het kader voor de kortste instelafstand heeft genesteld. Dit groene AF-kader geeft het daadwerkelijke punt aan waarop de camera heeft scherpgesteld en vertegenwoordigd daarmee de parallaxcorrectie.

Afstand tot onderwerp en het AF-Kader

Bij onderwerpen die op middellange afstanden worden gefotografeerd zal het groene autofocuskader dus altijd ergens tussen het kader van oneindig en dat van de kortste instelafstand worden geplaatst.

Wanneer het te fotograferen onderwerp wat verder weg is, zal het autofocus kader zich naar achteren verschuiven in de richting van oneindig

Wanneer de afstand tussen het te fotograferen onderwerp en de camera toeneemt wordt het parallax effect minder en wordt de kans op misfocus ook minder doordat dan ook de scherpte/diepte toeneemt. Je zult dan ook zien dat het groene kader zich beweegt richting het kader voor oneindig, of er zelfs in zijn geheel overheen komt te liggen.

Als de afstand tussen de camera en het onderwerp korter wordt gebeurt het omgekeerde. Het groene scherpstelkader zal zich dan in de richting het kader van de kortste instelafstand bewegen. Het parallax effect wordt dan groter.

Wanneer het te fotograferen onderwerp wat meer naar voren is gelegen, zal het autofocus kader zich naar voren verschuiven in de richting van het kader voor de kortste instelafstand. Zodra deze te dicht op dit punt ligt is het verstandig over te schakelen naar de elektronische zoeker om autofocusproblemen te voorkomen.

Zodra de kortste instelafstand is bereikt. Dus op het moment dat het groene kader bovenop die van de kortste instelafstand is geplaatst is het verstandig om de camera over te schakelen naar de elektronische zoeker (EVF). Het betekent dus ook dat de optische zoeker ongeschikt is om te gebruiken voor het maken van macro opnames.

Samenvatting

Hopelijk heb ik je door deze blog geholpen om de werking van de optische zoeker van de X-Pro serie camera’s van Fujifilm wat te verduidelijken en begrijp je nu een beetje beter hoe deze optische zoeker werkt.

Wil je graag de optische zoeker gebruiken de X-Pro camera’s, dan is het verstandig om de parallax correctie in te schakelen. Hiermee kun je dan exact zien waar de camera op heeft scherpgesteld. Wanneer de afstand tot het onderwerp toeneemt neemt het effect van de parallax af en werkt de autofocus in combinatie met de optische zoeker betrouwbaarder. Neemt de afstand af, dan wordt het effect van parallax groter en wordt het lastiger voor jou als fotograaf om het exacte scherpstelpunt te kunnen zien.

De optische zoeker van deze camera is een handig hulpmiddel voor straat-, portret- en reportagefotografie, maar zeker geen uitkomst voor het maken van macro opnames of opnames die je normaal gesproken met een teleobjectief zou maken. Wanneer je dergelijke onderwerpen wil fotograferen schakel je de camera om naar de digitale zoeker. Je ziet dan exact wat de camera zelf ook ‘ziet’.

Wil je toch een camera die op een meetzoeker camera lijkt, maar lijkt je de optische zoeker toch vooral onhandig, dan heeft Fujifilm ook nog de X-E serie camera’s. Die serie kenmerkt zich door zijn meetzoeker vormgeving, maar beschikt uitsluitend over een digitale zoeker, waardoor je altijd ziet wat de sensor van je camera ook ‘ziet’.

Dit moet je weten over het kopen van een nieuwe geheugenkaart!

Hier moet je op letten

Nieuwe geheugenkaart nodig?

Geheugenkaarten voor je camera. Je hebt ze in allerlei soorten en maten en voor wat betreft de SD kaartjes, zoals die worden gebruikt in je Fujifilm camera uit de X serie zie je door alle verschillende coderingen die erop vermeld staan door de bomen het bos niet meer. Welke SD geheugenkaart heb je nodig, waarvoor en waarom? In deze blog tracht ik een antwoord te geven op de veelgestelde vraag ‘Welke geheugenkaart kan ik het beste kopen?’.

Veel mensen kijken bij het kopen van geheugenkaartjes voor hun camera vaak alleen naar de opslagcapaciteit, de genoemde snelheid en de prijs. Tot voor kort gaven die drie gegevens een prima indicatie voor wat je van een geheugenkaart kon verwachten.

Voor de eerste generatie Fujifilm camera’s uit de X-Serie vormde geheugenkaartjes met een snelheidsindicatie van 80MB/sec of meer nooit een probleem. Of je de camera nu hebt ingesteld op ‘CH’ voor het maken van continu opnames in de hoogste snelheid of wanneer je video’s wil maken in Full HD (1080P). Het werkte voor die camera’s eigenlijk altijd goed.

Een nieuwe camera? Kijk ook naar je geheugenkaarten!

Heb je net een nieuwe camera gekocht? Dan is het altijd verstandig om te kijken of de ‘oude’ geheugenkaartjes nog wel voldoen voor je nieuwe camera. Want ondanks dat die oude geheugen-kaarten er op het oog niet anders uitzien dan de nieuwste generatie SD kaartjes, bevat de inhoud van die nieuwe geheugenkaarten wel een compleet andere techniek.

Als jouw nieuwe camera die nieuwe techniek ondersteund, dan loont het altijd om nieuwe geheugenkaarten voor je nieuwe camera aan te schaffen. Soms is dat zelfs noodzakelijk om zonder problemen gebruik te maken van je nieuwe camera!

Zo beschikken de nieuwste generatie Fujifilm camera’s uit de X-Serie over de laatste techniek op het gebied van het wegschrijven en uitlezen van data. Deze camera’s zijn dus niet alleen sneller in hun bediening, maar ook sneller in het verwerken van de beelden. Dat is noodzakelijk om zo snel heel veel foto’s achter elkaar weg te kunnen schrijven én noodzakelijk om in 4K te kunnen filmen.

Dat vraagt niet alleen meer van de beeldverwerkingsprocessor in de camera, maar ook van de geheugenkaartjes die we in die camera’s kunnen gebruiken.

Zo zie ik op de facebookgroep vaak de vraag voorbij komen, welke geheugenkaart heb ik nodig? Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het type camera, hoe je jouw camera gebruikt en wat je ermee wil gaan doen.

De snelste geheugenkaart niet altijd de beste voor jou!

De bovenstaande vragen zijn belangrijk, want de duurste kaart mag misschien wel de snelste zijn, of de grootste opslagcapaciteit hebben. Het hoeft niet per definitie voor jou de ‘beste’ geheugenkaart te zijn.

Wat de ‘beste’ geheugenkaart voor jou zal zijn is namelijk afhankelijk van een flink aantal factoren. In welke camera ga je de geheugenkaart(en) gebruiken en wat ga je opslaan? Foto’s of video’s….

Maak je slechts enkele foto’s per keer, of maak je vaak zogenoemde ‘burst shots’, waarbij je vaak snel achter elkaar veel foto’s maakt. Dat zijn vragen waarvan alleen jij het antwoord weet, omdat het onderdeel uitmaakt van de wijze waarop jij fotografeert.

Verder is het heel belangrijk om te weten of de camera die jij gebruikt ook compatible is met de techniek die het geheugenkaartje hanteert. De nieuwste geheugenkaarten zijn meestal, maar zeker ook weer niet altijd te gebruiken in oudere camera’s.

Tegelijkertijd zijn je oude geheugenkaartjes die jij tot voor kort naar volle tevredenheid hebt gebruikt waarschijnlijk niet echt geschikt om te gebruiken in je nieuwe camera. Vaak een oorzaak van veel van de problemen waarover je weleens leest.

Je oude geheugenkaarten domweg gebruiken in je nieuwe camera kan leiden tot grote teleurstellingen en zelfs tot problemen, waarvan de ‘vastloper’ de meest voorkomende is.

De oorzaak van dergelijke problemen is vaak het gebruik van te langzame of oude geheugenkaartjes die niet (volledig) compatible zijn. Ook het mixen van verschillende geheugenkaarten in merk, geheugencapaciteit of type kan tot problemen leiden. Dat komt dan vaak omdat die geheugenkaarten dan onderling een nét andere techniek gebruiken. Bijvoorbeeld SDHC of SDXC. Dergelijke kaartjes hebben namelijk niet alleen een andere geheugencapaciteit, ze maken ook gebruik van een ander bestandssysteem.

Ook het vergelijken op de vermelde snelheid die op de geheugenkaart staat vermeld is tegenwoordig niet voldoende meer. Dat komt omdat een aantal slimme marketing jongens en meisjes niet meer helemaal eerlijk zijn over de genoemde snelheden die op de geheugenkaart staat afgedrukt.

Vroeger kon je erop vertrouwen dat de genoemde snelheid die op de kaart stond vermeld, ook de werkelijke snelheid was. Tegenwoordig betreft die vermelding de snelheid waarmee er vanaf de geheugenkaart kan worden gelezen en wordt de schrijfsnelheid niet of, als je geluk hebt, ergens heel klein vermeld. Je zult dan vaak zien dat de leessnelheid van een geheugenkaart vaak veel sneller is dan de snelheid waarmee er op de geheugenkaart data kan worden weggeschreven.

De uitwisselbaarheid van de geheugenkaartjes en de in de camera gebruikte SD interface kun je uiteraard terugvinden in de specificaties van de camera én in de handleiding.

Zo heeft een Fujifilm X-T20 en X-E3 de beschikking over één SD kaartslot van het type SD UHS type I.

Een Fujifilm X-Pro2 heeft de beschikking over één SD kaartslot van het type SD UHS type I en één SD kaartslot van het type SD UHS type II.

Een Fujifilm X-T2 heeft de beschikking over twee SD kaartsloten van het type SD UHS type II. Beide kaartsloten kunnen dus gebruik maken van hetzelfde type geheugenkaart.

Zo heeft het dus géén zin om een SD geheugenkaart van het type UHS-II te plaatsen in een Fujifilm X-T20 of X-E3. Deze camera’s beschikken immers niet over de techniek om héél erg snel (veel) data weg te schrijven op een geheugenkaart.

Hetzelfde gaat min of meer ook op wanneer je een X-Pro2 gebruikt en je de camera hebt ingesteld op ‘Backup’. Bij deze camerainstelling wordt er gelijktijdig data weggeschreven naar geheugenkaart 1 én geheugenkaart 2. De camera zal echter nooit sneller zijn data kunnen wegschrijven dan de maximale snelheid van de langzaamste geheugenkaart óf geheugenslot. Kortom het heeft in die situatie géén zin om een geheugenkaart te gebruiken van het type UHS-II.

Datzelfde zal ook gebeuren bij gebruik van bijvoorbeeld een Fujifilm X-T2 en je gebruik maakt van twee NIET EXACT gelijke geheugenkaarten. Wil je dus optimaal gebruik maken van je camera. Koop dan twee exact gelijke kaarten van hetzelfde merk, capaciteit en type geheugenkaart. Als iedereen dat advies ter harte zou nemen, zou dat veel teleurstellingen kunnen voorkomen. De minimale snelheid voor het wegschrijven van data voor deze camera is bovendien 95 MB/sec.

Mocht je onverhoopt toch problemen blijven houden en houd jij jezelf aan dat advies, dan is het verstandig om contact op te nemen met je leverancier of Fujifilm zélf om te kijken of er geen technisch mankement ten grondslag ligt aan jouw specifieke problemen die je dan met de camera ondervindt.

De vermeldingen voor snelheid van een geheugenkaart voor het fotograferen.

Welke geheugenkaart voor welke camera?

De hoeveelheid data die je naar de geheugenkaarten gaat schrijven is uiteraard afhankelijk van de grootte van de bestanden en de hoeveelheid foto’s die je achter elkaar maakt.

Een JPEG bestand (L + Fine) op de camera’s die zijn uitgevoerd met een 24MP X-Trans III beeldsensor en X-Processor Pro beeldverwerkingsprocessor is ongeveer 12MB per foto. Het RAW bestand rond de 25MB per foto als je gebruik maakt van verliesvrij gecomprimeerde RAW beelden en zo’n 43MB als je gebruik maakt van de reguliere RAW mogelijkheid die de camera je biedt.

Maak je veel continu opnames (drive hendel op CH), dan kun je dus flink meer JPEG opnames maken dan RAW beelden voordat het geheugen van de camera vol raakt.

Hoe snel dat geheugen ‘vol’ raakt is afhankelijk van de snelheid waarmee de camera de foto’s kan wegschrijven op de geheugenkaart. De snelheid waarmee de geheugenkaart zijn data kan wegschrijven blijft desondanks dus nog steeds heel belangrijk.

Fotografeer je dus met 8 beelden per seconde dan moet de camera en de geheugenkaart dus minimaal 8 x 12MB = 96MB aan data per seconde kunnen verwerken. Dat is wanneer je fotografeert in JPEG.

Maak je echter foto’s in RAW, dan heeft de camera dus 8 x 45MB = 360MB aan data per seconde te verwerken. Fotografeer je ‘compressievrij RAW’, dan blijft de totale hoeveelheid data die de camera moet verwerken 360MB per seconde, maar is de hoeveelheid data die weggeschreven moet worden ‘maar’ 200MB per seconde.

Dat laatste komt doordat het RAW bestand wordt gecomprimeerd en niet de beeldinformatie van de foto zelf. Je kunt daarmee dus ondanks dezelfde hoeveelheid data die verwerkt moet worden, toch langer achterelkaar door fotograferen. Zodra de buffer van de camera ‘vol’ is zal de opnamesnelheid (drastisch) afnemen.

CAMERA14fps11fps8fps5fps4fps3fps
X-T20 42 JPG 23 CRAW 22 RAW 56 JPG 24 CRAW 23 RAW 62 JPG 25 CRAW 23 RAW 68 JPG 28 CRAW 25 RAW 73 JPG 29 CRAW 25 RAW 81 JPG 32 CRAW 27 RAW
X-T2 42 JPG 28 CRAW 25 RAW 73 JPG 30 CRAW 27 RAW 83 JPG 33 CRAW 27 RAW EINDELOOS 39 CRAW 30 RAW EINDELOOS EINDELOOS 39 RAW EINDELOOS EINDELOOS 61 RAW

Ga je niet fotograferen, maar maak je video’s met je camera dan moet de camera continu een hele stroom aan data verwerken, er gaan immers minimaal 24 beelden in een seconde. Wanneer je Full HD filmt, kun je dat zelfs doen tot een snelheid van 60 beelden per seconde.

Een Fujifilm X-T2 doet dat voor zowel Full HD als wanneer de camera staat ingesteld op 4K opnamemodus met een bitrate van 100Mbps, terwijl een Fujifilm X-T20 Full HD opnames kan maken op 36Mbps en voor 4K op 100Mbps.

Dat betekent dus dat wanneer je video opnames wil maken met je Fujifilm X-T2 of T20, de geheugenkaart een minimale schrijfsnelheid zal moeten hebben van 95MB/sec. Dit wordt aangegeven op de geheugenkaartjes met de term ‘U3’, die staat voor een bepaalde videoklasse. Zo kun je zorgeloos filmen op de hoogste kwaliteit zonder dat er frames verloren gaan.

Links: UHS-I | Rechts UHS-II  |  Doordat UHS-II veel grotere datasnelheden moet kunnen verwerken is een extra rij connectoren toegevoegd.

SD geheugenkaarten: Types en geheugencapaciteit

Nu heb ik het al een hele tijd over de term SD kaartjes, maar je hebt naast SD, ook SDHC en SDXC geheugenkaarten. Doordat er zoveel verschillende kaartjes zijn die er op het eerste oog allemaal ‘gelijk’ uitzien is de naamgeving misschien nogal verwarrend. Maar het komt er op neer dat het eigenlijk allemaal opvolgers zijn van hetzelfde soort geheugenkaart.

Je hebt momenteel de volgende SD-kaartjes die allemaal een verschillende oplagcapaciteit én een ander type bestandsformaat hanteren:

SD: maximale opslagcapaciteit tot 2 GB; Bestandsformaat FAT12 en FAT16

SD staat voor ‘Secure Digital’.

SDHC: Opslagcapaciteit van 2GB tot 32GB; Bestandsformaat Fat32.

HC staat overigens voor High Capacity.

SDXC: Opslagcapaciteit van 32GB tot 2TB (Terrabyte); Bestandsformaat exFAT.

XC staat voor Xtra Capacity.

Doordat ieder van de verschillende type SD kaarten een ander bestandsformaat hanteert moet ieder van deze geheugenkaarten dus ook op hun eigen manier geformatteerd worden om compatible te blijven met de camera. Om die reden is het dus verstandig, zo niet noodzakelijk, om de geheugenkaartjes ín de camera zelf te formatteren en níet op je computer! Zo voorkom je problemen.

Samenvatting

Welke kaart je exact moet kopen kan ik niet voor je beantwoorden. Zoals gezegd is dat afhankelijk van welk type camera je hebt en waarvoor je hem wil gaan gebruiken. We hebben gezien dat niet alle SD geheugenkaarten hetzelfde zijn en dat de verschillende capaciteiten beschikken over verschillende bestandsformaten. Het is verstandig om, wanneer je camera beschikt over twee geheugenkaartsloten, twee exact gelijke kaarten van hetzelfde merk, opslagcapaciteit en type te gebruiken. Eventuele problemen met je camera zijn dan vrijwel uitgesloten.

Fujifilm X-T20 / X-E3 / X-Pro2

Maak je gebruik van een Fujifilm X-T20 of X-E3, dan betekent dat je geheugenkaarten moet kopen met een minimale snelheid van 95MB per seconde van het type UHS-I met de classificatie C10, U3 en V30. Deze geheugenkaarten kun je ook gebruiken als je gebruik maakt van een Fujifilm X-Pro2.

Fujifilm X-T2 en nieuwer

Ben jij in het bezit van een Fujifilm X-T2, of een nog nieuwere camera dan kies je het beste voor geheugenkaarten van het type UHS-II, met een classificatie C10, U3 en V60 of V90. Een minimale snelheid van 280MB per seconde of meer zal je dan ook helpen om flink meer RAW bestanden in drive stand CH te kunnen verwerken. Met de allernieuwste type geheugenkaarten van het type UHS-II kun je dan  vrijwel onbeperkt fotograferen of filmen.

Welke lens 'moet' ik kopen? (deel 2)

Beeldvullend fotograferen

Deel twee van deze blog gaat over ‘beeldvullend fotograferen in relatie tot het gebruikte objectief. In de vorige blog hebben we al gezien dat we verschillende objectieven gebruiken voor specifieke situaties. Zo hebben we objectieven voor het fotograferen van landschappen, het alledaagse leven om ons heen, portretten en telelenzen om onderwerpen die veraf staan dichterbij te kunnen halen.

Tegelijkertijd kun je net zo goed beeldvullend fotograferen met bijvoorbeeld een 23mm of 35mm objectief als met een teleobjectief. De grootte en de afstand tot een bepaald onderwerp spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in wat je eventueel beeldvullend kunt fotograferen.

Om bijvoorbeeld een vogel beeldvullend te fotograferen zul je namelijk een stuk dichterbij die vogel moeten komen dan wanneer je bijvoorbeeld een hert zou willen fotograferen. Natuurlijk kun je met een tele-zoomlens inzoomen op het onderwerp, maar toch is dat niet altijd voldoende. Dat komt doordat zo’n vogel op zichzelf al een heel stuk kleiner is dan een hert.

Ondanks het gebruik van een objectief met hetzelfde aantal millimeter bereik zul je toch een verschillende afstand tot het onderwerp moeten aanhouden om een beeldvullende opname te kunnen maken.

Dat gegeven gaat niet alleen op in natuurfotografie, maar geldt evengoed voor het fotograferen van bijvoorbeeld een sportevenement, waarbij de grootte van het speelveld bepalend is voor te overbruggen afstand en daarmee wat je eventueel beeldvullend kunt fotograferen. Een basketbalveld is immers vele malen kleiner dan een voetbalveld.

Tegelijkertijd kun jij als fotograaf niet zomaar het veld oprennen om een foto te maken. Je bent vaak gebonden aan de plek waarvandaan je dan kunt fotograferen. Bij een sportevenement zul je langs het sportveld moeten blijven staan en in de natuur ben je vaak gebonden aan een vogelhut, of de minimale vluchtafstand van een dier voordat het wegrent of wegvliegt. Hoe ver iets ‘ver’ weg staat is dus relatief.

‘Beeldvullend’, is daarmee niet alleen afhankelijk van het te fotograferen onderwerp, maar ook gerelateerd aan de minimale afstand die je soms aan moet houden tot een te fotograferen onderwerp. Het antwoord welke ‘lens’, je nodig hebt om beeldvullend te fotograferen kun je dus nooit zomaar geven. Bovendien is ‘beeldvullend’ ook nog eens afhankelijk van het type sensor dat er in je camera schuil gaat.

Bij een camera met een APS-C sensor heb je bijvoorbeeld een objectief met een flink aantal minder millimeters bereik nodig om ‘beeldvullend’ te kunnen fotograferen, dan bij een camera met een digitale 35mm sensor. Het formaat van de sensor is dus mede bepalend voor het objectief dat we kunnen gebruiken.

Dat gegeven maakt bijvoorbeeld dat camera’s met een APS-C sensor bijzonder populair zijn bij onder andere sport- en natuurfotografen. Zij hoeven daardoor minder geld te investeren in een (duur) teleobjectief met een groot bereik. De ‘crop’ factor van een APS-C sensor stelt hen door de beelduitsnede van een APS-C sensor immers in staat om een onderwerp (ongeveer) 1.5x dichterbij te halen dan in vergelijk met een camera die beschikt over een digitale 35mm sensor, zonder dat zij daarvoor hoeven in te boeten aan lichtopbrenst.

Een objectief met een zelfde aantal millimeters geplaatst op een digitale 35mm camera of op een camera met APS-C sensor, heeft dezelfde fysische eigenschappen. Wat wijzigt is de beeldhoek, waardoor de foto met een APS-C camera ingezoomd lijkt en de beleving verandert.

Een 100-400mm f4.5-5.6, blijft een 100mm-400mm f4.5-5.6 ongeacht de gebruikte sensor in een camera. Het is slechts de beeldhoek die het verschil maakt. De beeldhoek geeft ons bij gebruik van een camera met APS-C sensor alleen het idee alsof er wordt gefotografeerd met een 150-560mm objectief.

Wie fotografeert met een camera met 35mm sensor kan exact hetzelfde beeld verkrijgen (inclusief scherptediepte) door een uitsnede te maken die overeenkomt met de beeldhoek die een camera met APS-C sensor ons levert. Dat gaat daarbij dan uiteraard ten koste van het aantal megapixels, omdat je daarbij pixels weggooit door de foto bij te snijden.

Een camera met crop sensor zoals je Fujifilm camera uit de X-Serie heeft daarmee dus ook zo zijn voordelen.

Welke 'lens' voor welke foto?

Eindelijk zijn we aangekomen bij die kernvraag ‘welke lens moet ik kopen’?

De vraag is eigenlijk fout gesteld, want het zou beter zijn, om te vragen wat voor objectief beter past bij een bepaald type fotografie, en zelfs dat blijft een lastige vraag om te beantwoorden.

Aan de hand van het beeldformaat, het sensorformaat en de branpuntsafstand van een objectief kunnen we gelukkig redelijk eenvoudig uitrekenen hoe ver een onderwerp van jou vandaan mag staan om deze beeldvullend in de zoeker en daarmee op de foto te krijgen.

De formule die je daarvoor dan kunt gebruiken luidt als volgt:

(f / s) * w = d

Duidelijk? Nee, vast niet!

Laat ik daarom toelichten waar de verschillende letters voor staan:

f = focal point, ofwel de brandpuntsafstand van het objectief in millimeters.

s = sensor width, ofwel de breedte van de sensor in millimeters.

w = width, ofwel de breedte van het kader bij een beeldverhouding van 3:2 in meters.

d = distance to object, ofwel de afstand tussen de camera tot het te fotograferen onderwerp.

Kortom, er zijn nogal wat parameters die bepalen welk objectief we voor welk onderwerp het beste kunnen gebruiken.

Voorbeeld 1.

Stel je wil fotograferen met een XF90mm objectief in een concertzaal en je wil de zanger en de band achter hem graag beeldvullend in beeld brengen, hoe ver moet ik dan van het podium gaan staan?

(f / s) * (w) = d

(90 / 25) ≈ 3.6 * (3) ≈ 10.8 meter

Het bovenstaande antwoord betreft de afstand voor een liggende foto.

Zouden we een staande foto maken, dan kunnen we dichterbij de zanger gaan staan, want de beeldverhouding verandert dan van 3:2 naar 2:3. Kortom, we kunnen dan op ongeveer 2/3e van de afstand gaan staan en zouden dezelfde opname van de zanger dan kunnen maken op ongeveer 7 meter afstand.

Een infographic waarop je eenvoudig kunt zien welke bereik een objectief heeft om beeldvullend te fotograferen.

Je kunt zo dus ook heel eenvoudig uitrekenen wat het bereik is van een zoomlens zoals bijvoorbeeld de XF50-140mm of de XF100-400mm. Om een persoon beeldvullend in beeld te brengen voor bijvoorbeeld de 50-140mm betekent dat de afstand minimaal 6 meter en maximaal 17 meter moet zijn.

Immers:

(f / s) * (w) = d

(50 / 25) ≈ 2 * (3) ≈ 6 meter (minimale afstand)

En (140 / 25) ≈ 5.6 * 3 ≈ 16.8 meter (maximale afstand)

Voor een objectief als de XF100-400mm geldt dan dat de minimale afstand minstens 12 meter en maximaal 48 meter mag zijn om een persoon beeldvullend te kunnen fotograferen.

(f / s) * (w) = d

(100 / 25) ≈ 4 * (3) ≈ 12 meter (minimale afstand)

En (400 / 25) ≈ 16 * (3) ≈ 48 meter (maximale afstand)

Wordt de afstand tot het onderwerp groter, dan betekent dat dus dat je het beeld moet gaan croppen om een beeldvullende uitsnede te maken.

Uiteraard kun je ook gebruik maken van een teleconverter om zo het bereik te vergroten tot 21 meter respectievelijk 33,5 meter bij gebruik van de XF50-140mm en 67 meter respectievelijk 96 meter bij gebruik van de XF100-400mm in combinatie met de 1.4x of 2.0x converter.

Hou er wel rekening mee dat om bewegingsonscherpte te voorkomen de maximale sluitertijd ongeveer 2 keer de ingestelde brandpuntsafstand mag zijn. Hierbij heb ik even geen rekening gehouden met de beeldstabilisatie waarover deze objectieven beschikken, maar los daarvan betekent het toch al snel dat je de ISO waarde op de camera al snel flink moet verhogen, om aan zulke korte sluitertijden te kunnen voldoen.

Nu is het gebruiken van een hoge ISO waarde tegenwoordig wat minder problematisch dan in het verleden, omdat de beeldsensoren de afgelopen jaren flink beter zijn geworden. Het blijft toch altijd beter om de ISO waarde op de camera zo laag mogelijk te houden om de beste beeldkwaliteit te kunnen verkrijgen.

Samenvatting

Met een Fujifilm camera uit de X-Serie kun je prima sporten, vogels of andere dieren fotograferen. Belangrijk is wel te weten welk objectief je daarvoor dan het beste kunt gebruiken.

Wanneer je nu de volgende keer jezelf de vraag stelt ‘Welke lens moet ik kopen?’, bedenk dan allereerst waarvoor je een bepaald objectief wilt gaan gebruiken, hoeveel geld je er maximaal aan wilt gaan uitgeven en hoeveel concessie je wil doen aan lichtsterkte of beeldkwaliteit. Dat bepaalt welk objectief voor jou geschikt is om te gaan gebruiken.

Tegelijkertijd kun je een teleconverter bij een Fujifilm camera uit de X-Serie enkel en alleen gebruiken op de volgende objectieven: XF80mm f2.8 Macro, XF200mm f2.0, XF50-140mm f2.8 en de XF100-400mm f4.5-5.6. De 1.4x en 2.0x teleconverters kunnen niet worden aangesloten op andere objectieven uit de Fujinon XF of XC lijn.

Een klein dier zoals een vogel of een muisje leg je eenvoudiger vast met een ‘lange’ lens. Dat komt omdat je voldoende afstand moet bewaren tot het onderwerp zodat deze niet vlucht zal slaan.

Aan de hand van de brandpuntsafstand en de gebruikte camera kun je uitrekenen hoe ver weg je ‘moet’ gaan staan om een onderwerp beeldvullend te fotograferen.

De gebruikte rekensom is al gecompenseerd voor een Fujifilm (APS-C) camera en gaat uit van een liggende foto. Dat betekent een beeldhoogte van 2 meter en een beeldbreedte van 3 meter. Is je foto maar 50 centimeter hoog, dan betekent dat dus dat de maximale afstand 4x kleiner wordt (4x50cm = 200cm). Wil je een foto ‘staand’ maken, dan gebruik je dezelfde rekensom, maar vermenigvuldig je de uitkomst met 0.66x.

Om bewegingsonscherpte te voorkomen gebruik je een maximale sluitertijd van 2x de ingestelde brandpuntsafstand. Een snelle sluitertijd verkrijg je door gebruik te maken van een groot diafragma en/of het vergroten van de gevoeligheid van de sensor door de ISO instelling te verhogen.

Met deze handige infographic kun je in één oogopslag zien welk objectief geschikt is voor welke sport.

Welke lens 'moet' ik kopen? (deel 1).

De antwoorden op een veelgestelde vraag! (deel 1).

Laatst kreeg ik de volgende vraag gesteld:”Ik heb sinds vorig jaar een camera van Fujifilm in mijn bezit. Ook heb ik daarbij 2 ‘lenzen’ aangeschaft. Nu wil ik graag een extra lens aanschaffen, maar weet niet goed wat voor lens ik nodig heb. Ik wil graag ver kunnen inzoomen (Wildlife / Natuur en Vogels fotograferen) Wat adviseer je mij? Welke kan ik het beste kiezen?

Natuurlijk komen er bij deze vraag veel meer aspecten kijken dan alleen de aanschaf van  het objectief zelf. Lichtsterkte, budget, gewicht en het doel waarvoor je een bepaald objectief wil gaan gebruiken. Ze zijn allemaal bepalend voor het antwoord op de bovenstaande vraag.

Welk type objectief je nodig hebt, hangt af van het doel van de foto of wat je graag wil gaan fotograferen. De brandpuntsafstand is bepalend voor het blikveld en de mogelijkheid hoeveel dichterbij je een bepaald onderwerp toch beeldvullend kunt fotograferen. De lichtsterkte is belangrijk voor de hoeveelheid licht die de sensor kan bereiken en dat komt ten goede aan de sluitertijd en/of scherptediepte. Tegelijkertijd betekent een lichtsterker objectief vaak ook meer gewicht en een hogere prijs.

Dat extra gewicht wordt veroorzaakt doordat een lichtsterk objectief met een groot diafragma méér en vooral groter ‘glas’ nodig heeft dan een objectief dat minder lichtsterk is. De benodigde doorsnede van het voorste lenselement wordt namelijk bepaald door de grootte van het diafragma.

Om die reden ga ik nu eerst in op de relatie tussen de lichtsterkte, de grootte van een objectief en het gewicht. Het tweede gedeelte van deze blog gaat over het bereik van het objectief en welk objectief je nodig hebt om een onderwerp beeldvullend te kunnen fotograferen.

Lichtsterkte in relatie tot formaat, gewicht en prijs

Neem nu bijvoorbeeld een 35mm f1.4 en een 35mm f2.0 objectief. Beide objectieven hebben dezelfde brandpuntsafstand en zullen je dus exact hetzelfde laten zien wanneer je door de zoeker kijkt. Toch zijn beide objectieven niet evengroot en evenzwaar. Dat verschil wordt veroorzaakt door het verschil in lichtsterkte en daarmee de grootte van het diafragma. Kortom; de diameter van het voorste lenselement wordt bepaald door het grootste diafragma waarover een objectief beschikt.

Zo moet een 35mm f1.4 een lensdoorsnede hebben van minimaal 35/1.4 ≥ 25mm en kent een 35mm f2.0 een lensdoorsnede van minimaal 35/2 ≥ 17.5mm.

De Fujinon XF35mm f1.4 naast de XF35mm f2.0. Twee op het oog gelijkende objectieven voor wat betreft beeldhoek, maar verschillend in lichtsterkte.

Dat verschil vertaald zich uiteindelijk ook in grootte en gewicht van een objectief. Het totaal oppervlak is (straal2*Pi), ofwel 490,8mm voor de 35mm f1.4 tegenover een oppervlak van 226,98mm). Naarmate de brandpuntsafstand en de lichtsterkte toeneemt heb je niet alleen meer ‘glas’ nodig, maar neemt ook de grootte en de prijs van een objectief toe. Om die reden zijn lichtsterke telelenzen vaak erg duur, terwijl de minder lichtsterke varianten redelijk betaalbaar blijven.

Neem nu bijvoorbeeld een objectief met een brandpuntbereik van 100mm tot 400mm en een objectief met een vaste brandpuntsafstand van 400mm. De 100-400mm variant heeft daarbij een diafragma van f4.5-5.6. Wat betekent dat op 100mm het grootste beschikbare diafragma f4.5 is, terwijl op 400mm het grootste beschikbare diafragma f5.6 bedraagt. Dat verschil noemen we overigens een diafragmaverloop. De 400mm kent een vaste brandpuntsafstand van f4.0.

Zoals je waarschijnlijk wel zult weten valt dat 400mm objectief in een totaal andere prijsklasse dan de genoemde 100-400mm. Hoe kan dat nu? De reden is gelegen in het verloop van het diafragma en de benodigde hoeveelheid lenselementen. Kortom de benodigde hoeveelheid glas en de lichtsterkte.

Een 400mm f4.0, kent een minimale diameter van 400/4 ≥ 100mm (oppervlak 7854mm2), terwijl de 100-400mm slechts een diameter kent van 400/5.6 ≥ 71,4mm (oppervlak 3959mm2). De genoemde 400mm f4.0 is daarmee dus stukken groter en zwaarder dan het 100-400mm f4.5-5.6 objectief en dat allemaal voor één stop extra lichtopbrengst.

Een Fujinon XF100-400mm f4.5 naast een Canon EF400mm f4. Twee objectieven met hetzelfde bereik, maar door de verschillende lichtsterkte toch totaal andere objectieven.

Of je dat de moeite waard vindt voor één stop extra lichtopbrengst kan ik niet voor jou bepalen, maar het verschil tussen ongeveer €1800,00 voor een 100-400mm f4.5-5.6 en een 400mm f4 die over de toonbank gaat voor een bedrag van ongeveer €6800,00, is natuurlijk wel flink groot. Wil je liever 2 stops verschil in lichtopbrengst, kortom een 400mm f2.8, dan koop je zo’n lens voor het toch wel enigszins astronomische bedrag van €10.800,00.

Je moet dus wel een enorme liefhebber zijn van het fotograferen van vogels, dieren of diverse sporten, wil je een dergelijk bedrag voor een objectief voor jezelf kunnen verantwoorden. Zeker in een tijd waarin het gebruik van hoge ISO waardes, tot ongeveer 6400 ISO zonder noemenswaardige ruis of kwaliteitsverlies mogelijk is. Dat is overigens geen oordeel, maar een feit.

Hoe ver is ver?

De brandpuntsafstand van een objectief is bepalend voor wat je beeldvullend in beeld kunt krijgen, of wat je graag wil gaan fotograferen.

Groothoek

Voor het fotograferen van bijvoorbeeld een landschap, willen we meestal graag zoveel mogelijk van de omgeving laten zien. Voor dat type fotografie gebruiken we in het algemeen gesproken een zogenoemde ‘groothoeklens’. Dat zijn objectieven die gemiddeld genomen een brandpuntsafstand kennen van 8mm (fisheye), tot ongeveer 24mm.

De XF10-24mm f4.0 OIS een zeer populaire groothoek zoomobjectief.

Omdat je bij dat type fotografie vaak zoveel mogelijk van de voor- en achtergrond scherp in beeld wil krijgen is de grootte van het diafragma vaak minder belangrijk. Vaak maken we een dergelijke foto met een diafragma van f9.0, f11.0 of nog kleiner, of fotograferen we een dergelijke scene vanaf statief.

Het verschil of dat het grootste diafragma van een dergelijk objectief dan f4.0 of f2.8 is, doet er dan eigenlijk niet zo heel veel toe. Dat is dan eigenlijk alleen belangrijk voor diegenen die de grenzen van het kunnen van een objectief opzoeken.

‘Normaal’ bereik

Objectieven met een bereik van tussen de 24 en 50mm, noemen we objectieven met een normaal bereik. Dat komt omdat je er de meeste onderwerpen die je graag wilt fotograferen mee kunt vastleggen. Van omgeving tot portret, straatfotografie en de alledaagse dingen zijn de zaken die we vaak met dergelijke objectieven vastleggen.

De XF16-55mm f2.8 een uitstekend professioneel zoomobjectief voor het ‘alledaagse’ werk.

De beeldhoek van dergelijke objectieven komt overeen met hoe wij mensen de wereld om ons heen over het algemeen ‘zien’. In creatieve zin is het geen ‘spannende’ beeldhoek, die je met dergelijke objectieven verkrijgt, maar ze zijn vooral populair omdat ze enorm breed en daardoor veelzijdig inzetbaar zijn.

Portret lens / Kort Tele

Korte telelenzen met een bereik vanaf 55mm tot 135mm noemen we ook heel erg vaak ‘portret lenzen’. Uiteraard zijn er geen specifieke objectieven waarmee je alleen een portret kunt vastleggen. Ze worden zo genoemd omdat je met dergelijke objectieven binnen deze brandpuntsafstanden veelal een mooie onscherpe achtergrond kunt verkrijgen wanneer je gebruik maakt van een groot diafragma en waardoor de geportretteerde mooi ‘los’ wordt gemaakt van de achtergrond.

Gebruik je een objectief van tussen de 50 en 70mm, dan is de mogelijkheid van een zeer groot diafragma, belangrijker dan bij objectieven die een grotere brandpuntsafstand kennen. De reden hiervoor is gelegen in de scherptediepteweergave en een fenomeen dat we ‘compressie’ noemen.

Bij een objectief met korte brandpuntsafstand wordt de weergave van de voor- en achtergrond al heel snel scherp weergegeven. Het is daarbij dan lastig om een onderwerp ‘los’ te kunnen maken van de achtergrond.

De afstand tot het te fotograferen onderwerp en de beeldhoek spelen hierbij dan een belangrijke rol. Is de beeldhoek te groot dan levert dit vaak veel scherpte op, met als gevolg een wat rommelige achtergrond. Is de beeldhoek te klein, dan moeten we de afstand tot het onderwerp vergroten. Wanneer het objectief dan een te klein diafragma als grootst instelbare diafragma kent, ook dan wordt de achtergrond al snel als ‘scherp’ weergegeven en gaat het effect van een scherpe voorgrond en onscherpe achtergrond al snel verloren.

De drie meest gebruikte objectieven voor het fotograferen van portretten. Van links naar rechts: de XF50-140mm f2.8 tele, de XF90mm f2.0 en de zeer lichtsterke XF56mm f1.2.

Door een objectief met een groot instelbaar diafragma te gebruiken kun je het probleem van een (te) scherpe achtergrond goed oplossen. Wanneer je voor jezelf een objectief wil aanschaffen speciaal voor het fotograferen van portretten, dan loont het zeker om te investeren in een objectief met een zo’n groot mogelijk diafragma, voor een mooie separatie tussen voor en achtergrond.

Naarmate de brandpuntsafstand toeneemt neemt het belang van een zeer groot diafragma een minder belangrijke rol in. Zo levert de 56mm f1.2 en de 90mm f2.0 vrijwel exact hetzelfde resultaat. Er is tussen deze twee objectieven nauwelijks verschil waarneembaar tussen achtergrondonscherpte en bokeh, wanneer beide objectieven op hun grootst instelbare diafragma worden gebruikt.

Welke je van deze twee objectieven je het beste kunt kopen is daarom lastig te zeggen. Er valt wat voor te zeggen om de XF56mm te prefereren boven de XF90mm. En belangrijke reden daarvoor is de lichtsterkte. Je kunt immers met minder licht toe, waardoor je ‘langer’ kunt fotograferen bij minder goede lichtomstandigheden. Bovendien is de afstand tussen jou en de geportretteerde van tussen de 3 en 5 meter vaak prettiger in de communicatie.

Tegelijkertijd kent de XF90mm het voordeel dat deze nieuwer is en daardoor in tijd genomen sneller kan scherpstellen en dat je bij zeer heldere lichtomstandigheden het diafragma niet hoeft te gaan ‘knijpen’. Dat wil zeggen, een kleiner diafragma hoeft in te stellen omdat er anders teveel licht op de sensor kan vallen. Het nadeel is de langere lengte van de brandpuntsafstand en daarmee neemt de afstand tussen jou als fotograaf en de geportretteerde toe. Bovendien betekent een ‘langere lens’, een snellere sluitertijd om bewegingsonscherpte te voorkomen.

Tussen deze beide objectieven kan ik geen ‘winnaar’, kiezen. Het voordel van de een is het nadeel van de ander en omgekeerd. Het komt daarbij tussen deze twee objectieven dus met name neer op een persoonlijke voorkeur.

Telelenzen

Telelenzen gebruiken we vooral om onderwerpen op grotere afstand te kunnen fotograferen. De meest gebruikte afstanden voor een tele objectief loopt over het algemeen van zo’n 100mm tot 600mm of groter. In dat geval spreken we van supertele.

Deze objectieven zijn vooral populair voor het fotograferen van sporten of dieren in de natuur. Meestal kun je dergelijke objectieven nog ‘verlengen’ door gebruik te maken van een teleconverter. Met een dergelijke teleconverter vergroot je de brandpuntsafstand en daarmee kun je onderwerpen nog dichterbij halen. Vaak zien we dergelijke teleconverters vaak in de vorm van een 1.4x en 2.0x variant.

Dat betekent dat een objectief van 50-140mm f2.8 wordt verlengt naar een 70-196mm objectief, of bij gebruik van een 2.0x converter naar 100-280mm) en een 100-400mm wordt verlengt in bereik naar 140-560mm, respectievelijk 200-800mm.

De (semi)professionele XF100-400mm supertele naast de eenvoudigere en meer budget geprijsde XC55-200mm.

Het mooie daarbij is dus dat je met een dergelijke teleconverter onderwerpen aanzienlijk dichterbij kunt halen. Maar zoals Cruyff destijds al zei ‘Ieder voordeel heb zijn nadeel’. Want, ondanks dat het bereik van een objectief wordt vergroot, neemt ook de lichtsterkte af en wel met 1 respectievelijk 2 stops.

Een 50-140mm f2.8 wordt daarmee bij gebruik van een 1.4x converter een objectief met een maximale lichtopbrenst van f4.0 en bij gebruik van een 2.0x converter zelfs een objectief met een maximale lichtopbrengst van f5.6.

De 100-400mm f4.5-5.6 kent bij gebruik van een 1.4x converter een maximale lichtopbrenst van f8.0 en wordt bij gebruik van een 2.0x converter een objectief met als grootste diafragma f11.0.

Kortom; De lichtopbrengst neemt bij gebruik van een teleconverter aanzienlijk af en daarmee wordt je niet alleen beperkt in de mogelijkheid om te kiezen voor snelle sluitertijden, maar wordt je ook beperkt in de snelheid waarmee het autofocussysteem werkt. Bovendien neemt een dergelijke converter ook nog een heel klein beetje van de maximale scherpte weg. Zo’n teleconverter is dus niet alleen een voordeel, maar kent ook een aantal nadelen.

Hiermee sluit ik het eerste gedeelte van deze blog af. Maar niet getreurd in deel twee van deze blog ga ik het hebben over beeldvullend fotograferen.

Ik leg je daarin uit wat dat betekent en dat beeldvullend fotograferen niet automatisch hetzelfde is als het gebruiken van een tele-objectief. Kortom in deel twee leg ik je uit welk objectief je kunt gebruiken voor welke situatie en dat dichtbij of veraf relatief is ten opzichte van het te fotograferen object…..