Close

Archive for category: Nieuws

CFexpress komt eraan!

Een nieuwe generatie geheugenkaarten voor (video-) en systeemcamera’s.

Opslagmedia, je hebt ze in alle soorten en maten. Maar één ding hebben ze gelijk, ze worden allemaal sneller en ze zijn verkrijgbaar in steeds hogere opslagcapaciteit. Tot voor een aantal jaar geleden was Compact Flash hét geheugenopslag type dat je gebruikte in je digitale spiegelreflex camera. SD (Secure Digital) werd destijds eigenlijk alleen toegepast in compactcamera’s en goedkopere DSLR modellen die bedoeld waren voor de amateurmarkt.

Met de komst van systeemcamera’s kwam ook de doorbraak van SD als opslagmedium. Vreemd eigenlijk want SD (Secure Digital) is in tegenstelling wat zijn naam doet vermoeden  een opslagmedium dat geen enkele beveiliging kent tegen schrijf- en leesfouten. Op het moment dat één van de geheugenblokken op dit type medium kapot gaat is de volledige data die is opgeslagen op een SD geheugenkaart ook verloren.

Het is daarmee dus vrij opmerkelijk te noemen dat juist dit type geheugenkaart tegenwoordig zo populair is en zelfs wordt toegepast in duurdere (semi-)professionele modellen. Het verklaart ook waarom een tweede geheugenkaartslot in een camera zo populair is geworden. De kans op een kaartfout met een SD geheugenkaart is relatief flink groter dan met andere type geheugenkaarten.

XQD een veilig opslagmedium.

XQD

Een flink veiliger opslagmedium is XQD. Dit type geheugenkaart dat ontwikkelt is door Sony en Sandisk bestaat sinds 2010. Het had dé opvolger moeten worden van het populair Compact Flash (CF).

XQD is in alles beter dan Secure Digital (SD). Zo controleert het geheugenblokken op problemen en kan het schrijf- en leesfouten corrigeren door een slim algoritme toe te passen. XQD maakt gebruik van PCI Express als transportmiddel voor de data-afhandeling in tegenstelling tot ATA of Serial ATA zoals wordt gebruikt bij SD.

Het grote voordeel van het gebruik van PCI Express is dat het in staat is om data flink sneller te kunnen lezen en schrijven. Zo kan een XQD kaart in theorie data opslaan tot een snelheid van maar liefst 1000 Megabyte per seconde. Dat is ongeveer 4x zo snel als de snelste SD geheugenkaarten die er momenteel beschikbaar zijn. Tegelijkertijd kan een XQD kaart tot wel 2 Terrabyte aan data opslaan.

Toch is dit geheugenkaarttype nooit echt populair geworden. De reden daarvoor is met name gelegen in protectionisme. Je moet daarbij vooral denken aan patenten en de kosten die gepaard zijn met het kopen van een licentie om dergelijke geheugenkaarten te mogen produceren. Tegelijkertijd is XQD niet compatible met Compact Flash. Om dit type geheugenkaart te kunnen gebruiken moest ook de camera worden uitgerust met deze nieuwe technologie.

Uit een kostentechnisch oogpunt en omwille het niet willen verzwakken van de eigen concurrentiepositie is XQD uiteindelijk maar bij een paar cameramerken geïmplementeerd. XQD als opslagmedium is dus nooit echt doorgebroken en kent daardoor slechts een zeer beperkte populariteit ondanks dat het vanuit technisch oogpunt superieur is over Secure Digital (SD).

CFexpress

Omdat Compact Flash de laatste jaren in populariteit afneemt én omdat XQD nooit een echte doorbraak heeft gekend zijn beide partijen (ondertussen alweer bijna drie jaar geleden) om de tafel gaan zitten om een nieuwe standaard te ontwikkelen. Die standaard is gevonden in CFexpress.

De CompactFlash Association heeft daarbij flink wat water bij de wijn moeten doen, want zij zijn akkoord gegaan met het formaat én het type aansluiting dat al door het XQD format wordt gebruikt. Een XQD kaart is grofweg genomen twee keer zo groot en dik als een SD geheugenkaart, maar heeft daarbij als voordeel dat deze niet zo snel kan buigen en breken. Bovendien is er door het grotere formaat van dit type geheugenkaart ook een betere warmteafvoer mogelijk waardoor een camera met XQD / CFexpress kaart minder snel oververhit zal raken.

De toepassingsgebieden voor CFexpress.

Het grote voordeel van CFexpress boven dat van Secure Digital blijft de wijze waarop data wordt weggeschreven en gecontroleerd. CFexpress is daarmee niet alleen flink veiliger in het gebruik. Het blijft bovendien ook flink sneller dan een SD geheugenkaart.

In deze nieuwe standaard zal bovendien gebruik worden gemaakt van de PCIe 3.0 standaard. Een standaard die in totaal tot 8 data lanes (zie dit als een snelweg met 8 rijbanen) ondersteund. Ieder van die in totaal ‘8 rijbanen’ kan tot wel 1GB (GigaByte) aan data pér seconde verwerken. Dat is dus een ongelofelijke hoeveelheid data die er door deze nieuwe CFx kaarten verwerkt kan worden.

CFexpress is daarmee toegerust op de toekomst, zoals 8K video en andere toepassingen die om een enorme hoeveelheid aan dataverwerking vragen. Bovendien is deze standaard achterwaarts compatible met XQD. Een bestaande XQD geheugenkaart kan daardoor via een firmware update compatible worden gemaakt met CFexpress.

Nikon heeft bijvoorbeeld al aangekondigd dat zij haar Z6 en Z7 doormiddel van een firmware upgrade compatible gaat maken met deze nieuwe CFexpress standaard. XQD is daarmee een geheugenformaat dat zodra CFexpress beschikbaar is waarschijnlijk snel tot het verleden zal behoren. Zeker doordat Sony eigenlijk nog slechts de enige fabrikant is die XQD geheugenkaarten produceert. Uiteraard zullen de XQD geheugenkaarten die je nu mogelijk gebruikt voor je camera er niet sneller op worden na de firmware update. Maar het geeft in ieder geval de mogelijkheid om de omschakeling van XQD naar CFexpress pijnloos te laten verlopen.

Het zou mij niet verbazen als veel camerafabrikanten wachten totdat CFexpress beschikbaar komt voordat ze deze nieuwe techniek in hun nieuwe camera’s gaan toepassen. Mede doordat CFexpress een meer open technologie is dan XQD ooit is geweest. De verwachting is dat de CFexpress geheugenkaarten tegen het einde van dit, of medio 2019 beschikbaar zullen komen. Er is al bekend gemaakt dat er CFexpress geheugenkaarten zullen komen in geheugencapaciteit van 256GB, 512GB en 1TB.

Sigma geeft update vrij over compatibiliteit van haar objectieven met de Nikon Z en Canon EOS R.

28-oktober 2018 – Sigma heeft een lijst met compatible objectieven vrijgegeven voor fotografen die werken met een Nikon Z of Canon EOS R systeemcamera’s. Sigma had al aangegeven haar objectieven uitgebreid te testen om te kijken welke objectieven eventueel problemen zouden opleveren met deze nieuwe cameratypes van Nikon en Canon.

Volgens Sigma zouden er geen ‘problemen’ mogen zijn met haar objectieven wanneer deze worden gekoppeld aan de Canon EOS R. Tegelijkertijd geeft Sigma wel aan dat daarvoor de optie ‘Lens optimalisatie’ dient te worden uitgeschakeld wanneer er objectieven van Sigma worden gebruikt. Dat betekent dat er geen automatisch lens correcties voor ton- en kussenvorming, of voor chromatische abberaties of andere lensafwijkingen beschikbaar zijn wanneer deze worden ingeladen in een RAW converter.

Voor wat betreft de Nikon Z7 en Z6 heeft Sigma nu een lijst opgesteld met 36 objectieven die zijn getest en welke compatible zijn in combinatie met de FTZ lensadapter. Zowel AF als AE opties zijn daarbij beschikbaar.

Er zijn momenteel 4 objectieven waarbij er afwijkingen zijn gevonden het betreft hier de volgende objectieven: SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art, 50mm F1.4 DG HSM | Art, 85mm F1.4 DG HSM en APO 800mm F5.6 EX DG HSM  | Art. Sigma heeft aangegeven voor deze objectieven op een later moment nog extra informatie te geven met uitzondering van de APO 800mm waarvoor géén firmware update beschikbaar komt!. 

Daarnaast heeft Sigma aangegeven dat het niet mogelijk is om deze objectieven te gebruiken in combinatie met haar tele-extenders.

Sigma objectieven.

Voor wat betreft objectieven met ingebouwde optische lens stabilisatie wordt aangegeven dat deze het beste functioneren als zowel stabilisatie op het objectief als ook stabilisatie in de camera wordt toegepast.

Voor de Nikon Z-Serie zijn de volgende objectieven compatible bevonden:

DG Objectieven

  • 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 70-200mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM 
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 200-500mm F2.8 / 400-1000mm F5.6 EX DG
  • APO 300-800mm F5.6 EX DG HSM
  • 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • 135mm F1.8 DG HSM | Art
  • 500mm F4 DG OS HSM | Sports
  • MACRO 105mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 150mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 180mm F2.8 EX DG OS HSM

DC Objectieven

  • 8-16mm F4.5-5.6 DC HSM
  • 10-20mm F3.5 EX DC HSM
  • 17-50mm F2.8 EX DC OS HSM
  • 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-250mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • 4.5mm F2.8 EX DC CIRCULAR FISHEYE HSM
  • 10mm F2.8 EX DC FISHEYE HSM
  • 30mm F1.4 DC HSM | Art

Canon

Voor de Canon EOS R zijn de volgende objectieven compatible bevonden:
Contemporary line

  • SIGMA 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM

Art Line

  • SIGMA 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • SIGMA 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 30mm F1.4 DC HSM | Art
  • SIGMA 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 50mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 70mm F2.8 DG MACRO | Art
  • SIGMA 85mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 135mm F1.8 DG HSM | Art

Sports Line

  • SIGMA 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 500mm F4 DG OS HSM | Sports

Bron: Sigma

Fujifilm; ‘Wij zullen nooit een Full Frame camera ontwikkelen!’

Fujifilm heeft bij monde van Toshihisa Iida, directeur bij de Digital Imaging divisie tegen ‘DPReview’ gezegd dat Fujifilm nooit en te nimmer een digitale Full Frame camera zal produceren.

Als je dus ooit de hoop had gehad dat Fujifilm een digitale 35mm camera zou gaan ontwikkelen betekent dit nu dat die hoop in rook is opgegaan. Je zult dan vanaf nu moeten gaan kijken naar de camera’s van Nikon, Canon of Sony.

Fujifilm richt al zijn pijlen op haar X-Serie APS-C systeem en heeft gezegd de komende jaren steeds meer aandacht te willen schenken aan haar GFX lijn. Fujifilm hoopt daarmee een unieke marktpositie te ontwikkelen die hen in staat stelt de komende ‘oorlog’ op de markt van systeemcamera’s ongeschonden door te komen.

Een riskante strategie want als Fujifilm haar GFX systeem niet ‘mainstream’ weet te maken dan zal zij voor altijd een relatief kleine speler in de cameramarkt blijven. Dat terwijl zij dan de kans hebben laten lopen om de nummer één of twee positie te verkrijgen.

De markt zoals Fujifilm die ziet in haar eigen presentaties.

De Fujifilm GFX50S werd in het najaar van 2016 aangekondigd en is sinds het voorjaar van 2017 verkrijgbaar. Daarnaast heeft Fujifilm onlangs de GFX50R geïntroduceerd die, als het aan Fujifilm ligt, doorbraak moet worden voor haar eigen Medium Format systeem. Zoals zij zelf zegt: “een ‘betaalbaar systeem’ voor consument en professional“. De grote vraag is of dat écht zal lukken met een prijs van €4500,00 voor de camerabody en een gemiddelde prijs pér objectief van ongeveer €2300,00 euro. Het is dus maar net wat je ‘betaalbaar’ noemt…

Je kunt je dus de terechte vraag stellen of het gat tussen de Fujifilm X-Serie en haar GFX lijn niet té groot is!

Om het GFX systeem ‘groot’ te kunnen maken om zodoende de prijs uiteindelijk verder te kunnen verlagen, heb je dus heel wat overstappers nodig. Fujifilm denkt dat te gaan doen door de ontwikkeling van een 102MP GFX camera die zal beschikken over fasedetectie autofocus en een ingebouwd stabilisatiesysteem (IBIS) in combinatie met de mogelijkheid om er in 4K mee te kunnen filmen. De prijs van de camera is uiteraard momenteel nog niet bekend, maar zal naar verwachting dicht tegen de €10.000,- grens aanschurken.

De perspresentatie van de GFX50R en aankondiging van de GFX100 tijden het persevenement van Fujifilm tijdens de Photokina 2018.

Met dergelijke prijzen ligt het dus eigenlijk redelijk voor de hand om te kunnen veronderstellen dat er voor Fujifilm ruimte moet zijn om het gat tussen de X-Serie en de GFX te dichten met een aantal digitale 35mm modellen.

Nee nooit!‘ zegt Toshihida Iida volhardend in een Interview met DPreview.

Volgens Thoshihida heeft Fujifilm geen ‘verleden‘ in het produceren van 35mm camera’s. Dat is vreemd… want ik heb hier thuis toch écht een aantal analoge Fujica 35mm spiegelreflex camera’s waarop verschillende modelnamen prijken als STX-1N, ST-801 en AZ-1.

Enkele van de vele analoge 35mm ‘Fujica’ camera’s van weleer….

Enfin, hoe dan ook Thoshihida en Fujifilm zeggen geen toekomst te zien in ‘Full Frame’ vanwege het feit dat zij van mening is dat APS-C voldoende dicht tegen ‘Full Frame’ aanschurkt. Hetzelfde zou je overigens ook kunnen zeggen over het verschil tussen ‘Full Frame’ en het GFX sensorformaat, maar dat terzijde…

Wanneer Fujifilm ook een ‘Full Frame’ camera zou maken dan zou dat volgens Thoshihida beide markten kannibaliseren. Fujifilm wil beide systemen graag 2 stops uit elkaar houden om dat te voorkomen.

Blijkbaar met het risico dat over de lange termijn Fujifilm X-Serie gebruikers weleens zouden kunnen gaan lopen als ‘Full Frame systeemcamera’s’ flink goedkoper gaan worden door de toenemende concurrentiedruk en oplopende volumes. Mijn persoonlijke mening is dat Fujifilm hier een strategische fout begaat door ‘Full Frame’ links te laten liggen.

Fujifilm neemt dus een risicovolle stap door volledig in te zetten op APS-C en ‘Super Full Frame’ zoals zij het zelf graag willen noemen. Als de strategie uitwerkt zoals zij zelf in gedachten heeft dan heeft Fujifilm goud in handen. Maar… als blijkt dat deze strategie niet heeft gewerkt eindigt zij met lood.

Het is in ieder geval interessant om te zien dat Fujifilm haar eigen weg kiest en zich niet teveel wil mengen in de aanstaande Full Frame systeemcamera (prijzen)oorlog.

Lexar stopt met de verkoop van XQD en geeft de schuld aan Sony.

En… geeft de schuld aan Sony.

26 oktober 2018 – Lexar heeft zojuist bekend gemaakt te stoppen met het produceren en ontwikkelen van geheugenkaarten van het type XQD. Lexar zal zich daarbij vanaf nu richten op de ontwikkeling van CFexpress als toekomstige standaard.

Nadat Micron, in juni 2017 al had besloten om te stoppen met de productie van Lexar geheugenkaarten werd Lexar in september 2017 opgekocht door het Chinese Longsys. Daarbij gaf Lexar destijds nog aan dat de productie van XQD geen gevaar zou lopen.

De huidige lijn van XQD geheugenkaarten van Lexar.

Afgelopen maandag presenteerde de Poolse distributeur van Lexar een persbericht waarin bekend werd gemaakt dat Lexar zich gaat terugtrekken uit de markt voor XQD geheugenkaarten. De reden zou zijn gelegen in het feit dat Sony haar marktpositie als licentiehouder misbruikt en dat het aantal camera’s dat het XQD formaat ondersteund te klein is om nog langer dit type geheugenkaarten te blijven ontwikkelen. Of zoals een zegsman van Longsys zegt: “Verdere ontwikkeling van XQD en het blijven ondersteunen van deze technologie zou onzinnig zijn“. Lexar geeft daarbij aan dat Sony en anderen verantwoordelijk zijn voor de langzame ontwikkeling van dit type geheugenkaart.

Terwijl Lexar graag de technologie achter XQD zou willen doorontwikkelen wordt deze opgehouden door diverse partijen zoals Sony, die over diverse patenten in deze technologie beschikt. Hierdoor is het voor ons onmogelijk verdere doorontwikkeling mogelijk te maken“.

Het bedrijf geeft verder tegen Nikon Rumors aan dat ze wel graag verder willen werken aan de ontwikkeling van CFexpress dat de opvolger van XQD zou moeten worden. CFexpress is een ontwikkeling die breder wordt gedragen en komt voort uit de ‘Compact Flash Association’, dat een partnerschap is van diverse camerafabrikanten.

XQD werd voor het eerst in 2010 aangekondigd door Sandisk, Sony en Nikon. CFexpress is aangekondigd door de CompactFlash Association in September 2016 als de directe opvolger van XQD. XQD compatible camera’s (zoals de Nikon D5, D850, Z6 en Z7) kunnen via firmware worden geupgrade naar CFexpress.

Terwijl XQD geheugenkaarten een theoretische topsnelheid zouden kunnen behalen van 1000MB/sec kenmerkt CFexpress zich door een waanzinnige snelheid van bijna 8000MB/sec (7880MB/s). Dat komt neer op een snelheid van bijna 8 gigabyte aan data per seconde.

XPERIENCE Fujifilm X-T3- Hét handboek (PDF) voor de Fujifilm X-T3 fotograaf

X-PERIENCE X-T3” is hét boek (PDF) dat je als Fujifilm X-T3 fotograaf graag hebben wilt. In dit uiterst leerzame boek vertel ik je alles over jouw Fujifilm X-T3 systeemcamera en wat hij kan en hoe hij werkt. Vrijwel iedere instelling wordt uitvoerig besproken waardoor ook jij straks exact weet hoe jij deze camera gebruiken kunt!

*** De boeken (PDF) van Greg Theulings staan bekend als zeer leerzaam en duidelijk beschreven camerahandleidingen die naast reuze interessant ook gewoon leuk zijn om te lezen! ***

Photokina 2018 roundup – De trend; grotere sensoren, snellere modellen!

De slag om ‘mirrorless’ is aanstaande!

Ongeveer een jaar geleden schreef ik het al op in mijn blog ‘De gebroken belofte van de DSLR‘. Het kon niet veel langer uitblijven en eigenlijk hoef je ook niet over een glazen bol te beschikken om in de toekomst te kijken. Gezond verstand vertelde mij toen al dat het geen jaren meer zou duren voordat Canon en Nikon zich serieuzer op zouden gaan stellen voor wat betreft het produceren van meer professionelere systeemcamera’s.

Hoe staat de cameramarkt ervoor?

Nog géén jaar later zien we nu dat Canon de Canon EOS R heeft geïntroduceerd en dat Nikon de markt betreed met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Tegelijkertijd hebben we nu ook nog te horen gekregen dat Panasonic samen met Sigma in Maart 2019 een digitale 35mm camera op de markt gaat zetten die gebruik gaat maken van de Leica L-vatting. Daarmee zijn er nu vijf, of eigenlijk zes, camerafabrikanten die een digitale 35mm systeemcamera gaan voeren in hun assortiment.

Eigenlijk verwacht ik dat ook Olympus zich binnen niet al te lange tijd zich nog bij dit rijtje gaat aansluiten. Daarmee hebben vrijwel alle camerafabrikanten nu een serieuze systeemcamera in de markt staan met een sensor die gelijk of groter is dan 36x24mm.

Wat de toekomst ons brengt kan niemand zeggen, wel dat er duidelijke trends te zien zijn.

Voor Canon gaat op dat dit de 2e keer is dat zij haar gebruikers laat wisselen van lensvatting. Dat deed zij eerder al in 1987 toen Canon overstapte van de FD naar de EF vatting. Destijds noodzakelijk vanwege de introductie van autofocussystemen in analoge camera’s. Voor Nikon is dit de eerste keer in méér dan 60 jaar dat zij een nieuwe lensvatting introduceert voor een professioneel camerasysteem.

Voor wie al wat langer meedraait in dit wereldje kon al lang aan zien komen dat ‘spiegels’ en ‘prisma’s’ hun langste tijd hebben gehad. We leven nu eenmaal in een steeds verdergaande digitale wereld. Het is heus niet dat analoge technologie niet goed zou werken, maar de toekomst ligt nu eenmaal in verdergaande digitalisering van camerasystemen vanwege de goedkopere wijze waarop onderdelen kunnen worden geproduceerd én doordat volledig digitale camerasystemen ons in de toekomst meer mogelijkheden kunnen bieden dan met analoge technologie mogelijk is.

Fujifilm 50R – Medium Format binnen het bereik van iedere (semi-)professional en enthousiaste fotograaf.

Fujifilm daarentegen speelt hun eigen spel. Aan de ene kant hebben zij een unieke positie verworven binnen het APS-C segment en anderzijds valt zij de markt van bovenaf aan via hun GFX lijn. Om deze markt van de bovenzijde te kunnen benaderen ontbrak het Fujifilm nog aan een betaalbare Medium Format camera. Die is er nu in de vorm van de GFX 50R, waarbij de R staat voor Rangefinder. Ook al is dit zeker géén echte meetzoekercamera te noemen.

Het voordeel voor Fujifilm is dat zij daardoor momenteel nauwelijks last hebben van de concurrentie. Hierdoor heeft Fujifilm nu de nummer 2 plek ingenomen als het gaat om de markt van systeemcamera’s met verwisselbare objectieven.

Ontwikkelingen voor de nabije toekomst

De vraag was dus niet óf het zou gaan gebeuren, maar vooral wanneer. Systeemcamera’s hebben nu een volwassen stadium bereikt. Nieuwe sensoren en beeldprocessoren worden steeds sneller en binnen niet al te lange tijd zullen we ook camera’s gaan zien waarbij de sensor ook de taak van de sluiter gaat overnemen. Eerste gordijnsluiters in combinatie met elektronische sluiters en zogenoemde ‘stacked’ sensoren zijn slechts de eerste stap.

De tweede stap wordt genomen door zogenoemde ‘global shutters’. Dit zijn beeldsensoren die in één keer volledig uitgelezen kunnen worden. Dat betekent niet alleen dat we daarmee razensnelle sluitersnelheden kunnen krijgen, maar dat ook de mechanische sluiter erdoor in een camera wordt vervangen. De problemen van weleer met de huidige elektronische sluiters (niet kunnen flitsen, scheeftrekken van het beeld en gordijnvorming) zijn daarmee ook passé.

Panasonic verraste de markt door niet alleen een nieuwe digitale 35mm ‘Full Frame’ camera aan te kondigen, maar ook een ‘open’ lensvatting te gaan gebruiken die gebaseerd is op de Leica L-Vatting. Naast Panasonic heeft Sigma reeds toegezegd voor deze camera ook objectieven te gaan maken. 

Andere voordelen die we terugzien in systeemcamera’s zijn het over het algemeen genomen flink lagere gewicht van het totale systeem ten opzichte van een spiegelreflexcamera. Niet alleen dragen de spiegel en het prisma bij aan het extra gewicht van een DSLR. Doordat de sensor verder naar voren kan worden geplaatst bij een systeemcamera, kunnen objectieven voor dit type camera zonder spiegel (mits er gebruik wordt gemaakt van een voldoende grote lensvatting) ook compacter en daarmee lichter worden gemaakt.

Er zijn eigenlijk vier belangrijke redenen waarom de systeemcamera de toekomst heeft én waarom spiegelreflexcamera’s in steeds mindere mate aantrekkelijk zullen zijn voor gevorderde amateurs en professionals:

1) Een digitale zoeker is tegenwoordig zo helder en goed dat het verschil tussen een optische en digitale zoeker in helderheid en snelheid niet tot nauwelijks nog zichtbaar is.

Bovendien kent een digitale zoeker als groot voordeel dat je een te fotograferen scéne voorafgaand aan het maken van de opname al in zijn eindstadium voor wat betreft helderheid, kleur, contrast en scherptediepte hebt gezien. Je ziet vooraf al exact hoe de foto gaat worden. Het gehele ‘gokelement’ uit de belichtingsdriehoek wordt erdoor weggenomen.

2) Het autofocussysteem van een systeemcamera is véél nauwkeuriger dan het autofocussysteem zoals dat wordt toegepast in een digitale spiegelreflexcamera.

Problemen als ‘front-‘ en ‘backfocus’ zijn daarmee opgelost omdat de autofocusmeting plaats heeft via de sensor en daarmee parallel aan het te fotograferen object.

Bij een spiegelreflexcamera vindt deze meting plaats door een aparte en schuin in het spiegelhuisgeplaatste autofocusmodule. Door zijn schuine plaatsing in het spiegelhuis kan deze in een spiegelreflex nooit 100% nauwkeurig werken. Door schommelingen van de temperatuur en luchtvochtigheid moet om die reden het autofocussysteem van een digitale spiegelreflexcamera regelmatig worden gekalibreerd.

Daar komt nog bij dat de snelheid van het autofocussysteem van een systeemcamera tegenwoordig op gelijke voet staat met die van een spiegelreflexcamera. De laatste barriere waarbij een spiegelreflexcamera tot voor kort een voorsprong had is met de allerlaatste generatie systeemcamera’s geslecht.

3) Er kunnen door nieuwe en snellere beeldsensoren en processoren flink méér opnames per seconde worden gemaakt en met gebruikmaking van meer intelligente autofocussystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan gezicht- en oogdetectie of ingebouwde beeldstabilisatiesystemen.

4) Er is een steeds verdergaande integratie tussen fotografie en video. Een spiegel en een mechanische sluiter staan deze ontwikkelingen nu nog enigszins in de weg, maar deze ‘problemen’ zullen binnen enkele jaren volledig zijn opgelost wanneer de zogenoemde ‘global shutter’ in een camera algemeen goed gaat worden.

Canon en Nikon hebben de afgelopen jaren uiteraard niet helemaal stil gezeten, maar ze hebben wel afgewacht hoe Sony, Fujifilm en Olympus het tapijt voor hen heeft uitgerold. In die tussentijd konden Canon en Nikon zo hun gebruikers tot het laatst uitmelken, terwijl Sony en Fujifilm grote investeringen hebben moeten doen om de systeemcamera als serieus alternatief tegenover de spiegelreflex te positioneren.Kortom; Sony en Fujifilm hebben het marketingwerk gedaan om dit productsegment tot een volwassen stadium te krijgen terwijl Canon en Nikon rustig achterover leunden om hun zo hun spiegelreflex gebruikers ‘zoet’ te houden.

De Nikon “Z6 / Z7Touch & Try Bar”  – Druk bezocht met wachtrijen oplopend tot méér dan 20 minuten..

Tot nu toe waren de pogingen van zowel Canon als Nikon daarom ook niet erg serieus te noemen. De Canon EOS M serie was uiteraard een heel aardige vingeroefening van Canon met een ‘dual pixel autofocussysteem’ en Nikon had met haar ‘1’ systeem een razendsnel autofocussysteem, maar beide camerasystemen zijn nooit echt serieuze alternatieven geweest voor gevorderde amateurs of professionele fotografen.

In beide gevallen kunnen we nu wel verwachten dat zowel het ‘Canon EOS M’ en het ‘Nikon 1’ systeem beide ten dode zijn opgeschreven nu zowel Canon als Nikon beide een serieus camerasysteem hebben geïntroduceerd.

Laten we eens kijken wat ik vorig jaar heb voorspeld en in hoeverre die voorspellingen nu eind September 2018 zijn uitgekomen:

1. Nikon en Canon zullen een serieuze systeemcamera introduceren gericht op de (semi-)professionele markt.

Deze voorspelling is in zijn geheel en voor de volle 100% uitgekomen. Sterker nog, we zijn nog niet klaar! Dit is pas het begin van een absolute omwenteling. De verwachting is dat aan het einde van de eerste helft van 2019 het aantal verkochte systeemcamera’s de vraag zal overtreffen van die van spiegelreflexcamera’s. Vanaf dat moment zal de markt in steeds snellere mate gaan veranderen en daarmee zal het tempo waarin systeemcamera’s de overhand krijgen in versneld tempo toenemen.

De reden waarom Canon en Nikon juist nu hun eerste serieuze systeemcamera’s op de markt zetten heeft alles te maken met de Olympische spelen van 2020. Die spelen vinden plaats in Tokyo en de camerafabrikanten willen die periode graag gebruiken om misschien wel de bekendste industrietak van Japan eens flink in de spotlights te zetten.

Door nu een serieuze systeemcamera te introduceren creëer je het fundament. Het stelt de fabrikanten in staat om kleine foutjes in hun eerste ontwerp te herstellen, het laat de markt versneld groeien en…. niet geheel onbelangrijk, je kunt niet in één keer een hele serie objectieven in de markt zetten. Zoiets kost tijd omdat onderzoek en ontwikkeling van dergelijke high-tech technologie behoorlijk wat inzet kost.

Hier melden graag! – Genodigden en de pers kregen een speciaal inkijkje in de nieuwe Nikon Z6 / Z7. 

Of deze nieuwe telgen van Nikon en Canon ‘professioneel’ zijn, dat laat ik in het midden. Alhoewel de inzet van Nikon aanzienlijk hoger is dan die van Canon. De Nikon Z6 en Z7 komen overeen in hun kunnen met de Nikon D750 en D850, terwijl de Canon EOS R niet echt boven het ambitieniveau van een Canon 6D MKII uit stijgt.

Voor wat betreft hun videomogelijkheden zijn beide systemen niet geheel ‘last generation’. Maar ook hier kun je zeggen dat de Nikon Z6/Z7 serieuzere camera’s zijn met hun 4K 30P en 120P ‘slowmotion’ mogelijkheid. 4K beelden worden daarbij over de gehele sensor opgenomen.

De Canon EOS R is daarbij in vergelijk een beetje een aanfluiting. Deze camera maakt voor het gebruik van haar videomogelijkheden gebruik van een gigantische cropfactor en in dat opzicht is het ook gelijk een typisch Canon product te noemen waarbij met bepaalde mogelijkheden ‘beschermd’ voor toekomstige (duurdere) modellen.

Voor wie echte topmodellen wil die zal nog moeten wachten tot volgend jaar. Waarschijnlijk zul je dan rond deze tijd (2019) gaan zien dat er nog serieuzer op deze markt zal worden ingezet met snellere en duurdere modellen die vergelijkbaar zullen zijn met de Nikon D5 en Canon 1DxMKII of beter. Deze modellen zullen in ieder geval niet later worden geïntroduceerd dan het voorjaar van 2020.

De Canon “Touch and Try hoek” – Niet druk bezocht…

2. Nikon en Canon zullen gebruik gaan maken van een nieuwe lensvatting.

Een nieuw camerasysteem zoals een systeemcamera heeft alleen toegevoegde waarde als daarbij ook optimaal gebruik wordt gemaakt van nieuwe mogelijkheden die zo’n systeem te bieden heeft. Doordat de sensor in een systeemcamera verder naar voren kan worden geplaatst kunnen objectieven compacter en eventueel lichter en vooral ook lichtsterker worden gemaakt. Dat komt ten goede aan de scherpte en het oplossend vermogen.

Om die reden was het eigenlijk altijd al de verwachting dat zowel Canon als Nikon een nieuwe lensvatting voor hun nieuwe camerasysteem zouden gaan ontwikkelen. Wie nu nog een spiegelreflexcamera in zijn bezit heeft doet er héél verstandig aan om nu echt serieus en goed na te gaan denken hoe hij zijn migratie naar een systeemcamera gaat invullen.

Blijf je bij je merk? Verander je van merk en waarom? Wanneer wil je ‘over’ gaan? Dat zijn de belangrijkste vragen die jij je als bezitter van een spiegelreflexcamera nu moet gaan beantwoorden.

De ‘lens Roadmap’ van Nikon. Serieuze objectieven voor een serieus systeem.
Een duidelijke afweging tussen lichtsterkte en gewicht.

Mijn persoonlijke mening is dat het zéér onverstandig is om nog langer te blijven investeren in een digitaal spiegelreflexsysteem, óf om daarvoor nog langer (brand)nieuwe objectieven te kopen.

De investering die je daar nu nog in gaat doen zul je dan in versneld tempo en tegen steeds lagere (2e hands)prijzen moeten afschrijven. Ik wil je nog maar eens wijzen op de prijzen die je nu betaald voor een analoog objectief. Dergelijke prijzen zullen uiteindelijk ook worden gegeven voor je huidige dure L-objectieven of ‘Goldring’ glas.

Wil je helemaal overstappen van merk? Dan is het waarschijnlijk het meest verstandig om je huidige objectieven zo snel mogelijk van de hand te doen.

Of overstappen van merk uiteindelijk ‘nuttig’ is of niet, daar doe ik geen harde uitspraak over. Dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Tegelijkertijd; Ik kan je vertellen ‘Het gras is niet altijd groener bij de buren’. Doe dus goed én gedegen onderzoek voordat je een dergelijke volledige stap overweegt.

Laat je niet zomaar leiden door wat er soms gezegd wordt. Soms kloppen sommige van die uitspraken niet, of zijn ze niet volledig en soms  lijkt een overstap mooi omdat een fabrikant gebruik maakt van de laatste technologie. Dat wil dan niet automatisch zeggen dat die fabrikant dan ook om je ‘geeft’ als fotograaf, of dat hij het ‘beste’ met je voorheeft.

Er zijn situaties en camera’s te koop waar technologie en het gadget gehalte belangrijker lijkt te zijn dan dat de camera een werkpaard is voor jou als fotograaf. Trap niet in die valkuil! Marketing is mooi, maar het kan je hoofd ook danig op hol brengen dat je niet rationeel meer nadenkt over de gevolgen van je keuze.

De stand van Sony – Stilte voor de storm die te wachten staat.

Uiteraard hoef je niet direct in één klap alles de deur uit te doen. Er zijn immers voor zowel het Canon EOS R als ook voor het Nikon Z systeem adapters te krijgen die het mogelijk maken om je ‘oude’ glaswerk nog een tijdje te kunnen gebruiken. Dat verzacht wellicht ietwat de pijn. Het neemt echter niet weg dat je huidige ‘EF’, ‘Goldring’ of ‘Sigma Art’ objectieven voor je Canon of Nikon DSLR op de langere termijn steeds minder waard zullen worden.

Voor Canon worden er een drietal adapters op de markt gebracht waarbij deze te koop zullen zijn van héél eenvoudig tot slim en handig. Bijvoorbeeld doordat er een filtersysteem in is aangebracht.

De adapter van Nikon is overigens zéér slim en doordacht en waarbij bijna alle 320 beschikbare objectieven voor de 60-jarige Nikon F-vatting ook gebruikt kunnen worden op de nieuwe Nikon Z camera’s. Dat is dus een knap staaltje werk. Helaas betekent het wel dat objectieven zonder autofocusmotor handmatig zullen moeten worden scherpgesteld.

Mijn verwachtingen voor de nabije toekomst

Natuurlijk heb ik niet de beschikking over een glazen bol, maar ga ik af op de marktontwikkelingen zoals ik die zie. Er is veel wat we nog niet weten. Zo ben ik bijvoorbeeld erg benieuwd hoe Canon haar nieuwe R lijn gaat uitbreiden.

Speelt Canon op safe en gaan ze eerst de consumentenmarkt bespelen zoals we nu eigenlijk al zien met de EOS ‘R’ op de wijze waarop Canon die nu heeft geïntroduceerd, of zet Canon komend jaar ‘vol’ in op een méér professioneler model?

Één ding weet ik wel. Canon heeft een aantal serieuze objectieven op haar roadmap geplaatst die niet echt passen bij de camera zoals die is geïntroduceerd. Ook ben ik er niet zeker van of Canon er goed aan heeft gedaan om gelijk in te zetten op zulke lichtsterke objectieven.

Niet zozeer vanwege hun geweldige lichtsterkte, maar vooral omdat dergelijke objectieven gepaard gaan met een groot gewicht en een flink prijskaartje. Mijn persoonlijke idee is dat de consument en zelfs de professional daar juist nu even niet op zit te wachten.

Naar mijn idee heeft Nikon dat slimmer aangepakt door eerst te komen met een serie f1.8 en f4.0 objectieven om pas vanaf de 2e helft van 2019 meer lichtsterker glas te introduceren. Niet alleen bestaat daardoor de mogelijkheid dat gebruikers van haar ‘Z’ systeem tot twee keer toe zullen investeren.

Maar, vooral betekent een serie objectieven met een iets minder grote lichtsterkte dat de objectieven betaalbaar blijven en bovendien, heel belangrijk; relatief licht van gewicht zullen zijn.

Bovendien heeft Nikon al door laten schemeren dat er een spiegelloze variant in de pijplijn zit van haar Nikon D5. Ook hier ligt het voor de hand dat deze camera ergens in de 2e helft van volgend jaar of anders begin 2020 zal worden geïntroduceerd met het oog op de Olympische Spelen in Tokyo van dat jaar.

Kodak Print Service – “The joy of Photography wall”.

Wat nog niet helemaal duidelijk is, zal zijn of Canon en Nikon ook met spiegelloze APS-C modellen de markt voor systeemcamera’s zullen gaan betreden. Voorlopig is de trend ingezet op de productie van camera’s met digitale 35mm full frame sensoren (of groter) en lijkt APS-C een minder belangrijke rol te gaan krijgen.

Dat is opmerkelijk want momenteel zijn nog steeds 2 op de 3 verkochte camera’s met verwisselbare objectieven camera’s met een dergelijke sensor. APS-C is dus voor camerafabrikanten eigenlijk een héél belangrijk marktsegment dat nu nog steeds open en bloot ligt voor Fujifilm.

Daarbij gelijk opmerkend dat haar nieuwe Fujifilm X-T3 (haar 4e generatie systeemcamera’s) een razendsnel autofocussysteem aan boord heeft en als camera zéér professionele aspiraties toont. Hoe langer Canon en Nikon wachten hoe lastiger het wordt om hun éérste generatiecamera’s net zo stevig te positioneren.

Bijkomend probleem voor Canon gebruikers is dat Canon vaak heeft gezegd dat haar EF-S objectieven een toekomst zouden hebben, terwijl nu blijkt dat de nieuwe RF-vatting geen enkele ondersteuning kan bieden voor deze objectieven.

Kortom, als je van een Canon spiegelreflex camera met APS-C sensor afkomt en je wilt graag naar het Canon ‘R’ systeem dan heb je helemaal niets meer aan je oude EF-S objectieven en heb je dat geld en die investering eigenlijk gewoon weggegooid. Misschien is dat ook wel wat Canon graag wilt dat je doet. Alles opnieuw kopen om zo extra omzet te kunnen genereren.

Olympus “Playground” – Opvallende bijkomstigheid van de Photokina 2018 was dat zowel Olympus als Sony niets nieuws te brengen hadden.

Opvallend aan deze Photokina 2018 was het gegeven dat Sony géén enkele camera heeft geïntroduceerd, misschien wel om een dijk op te werpen tegen de storm die hen te wachten staat.

Er is immers in principe geen reden meer om als Canon of Nikon gebruiker volledig over te stappen op het systeem van Sony als je eenvoudig via een adapter al je oude objectieven kunt gebruiken op een camerasysteem van een merk waarmee je vertrouwd bent.

Ik verwacht dan ook dat met name Nikon gebruikers héél goed zullen kijken naar wat het ‘Z’ systeem te bieden heeft en in mindere mate verwacht ik hetzelfde van Canon gebruikers die nu kunnen kiezen voor de EOS R.

Tel daarbij op dat Sony met haar E-Mount eigenlijk een lensvatting gebruikt die eigenlijk bedoeld was voor een APS-C camera en slechts bij toeval toepasbaar was voor een digitale 35mm camera. Doordat de doorsnede van deze Sony lensvatting eigenlijk te klein is  moeten objectieven met E-Mount vatting veel sterker worden gecorrigeerd met name op chroma, hoekonscherpte en vignetvorming.

Op het gebied van beeldkwaliteit zal Sony straks een harde dobber hebben om overeind te blijven. De enige methode om dit probleem te bevechten is met méér technologie en lagere prijzen. Maar dat resulteert nu al in het gevoel een computer in de hand te hebben dan dat het een camera is waarmee je plezierig fotografeert.

Kortom met binnenkort 5 spelers op dezelfde markt voor digitale 35mm systeemcamera’s zal de concurrentie een flinke impact gaan hebben op de omzetcijfers van Sony.

Tel daarbij op dat het aantal Canon en Nikon gebruikers véél groter is dan het aantal Sony fotografen. Plus het gegeven dat veel cameragebruikers tamelijk honkvast zijn betekent dit dat Sony heel veel te verliezen heeft.

Zeker als zal blijken dat veel van die Sony gebruikers mogelijk een overstap terug naar hun oude merk mogelijk in overweging zullen nemen. In hoeverre dit laatste zal gaan gebeuren is de vraag. Het is in ieder geval een risico, omdat veel van die Sony gebruikers hun oude objectieven nooit de deur uit hebben gedaan.

Kortom, Sony zal er dus alles aan gaan doen om méér fabrikanten van objectieven binnenboord te krijgen om zo de concurrentie vanuit met name Nikon en Canon voor te blijven. Hoe lang dat goed zal gaan is maar de vraag omdat dit mede afhankelijk is van de snelheid waarmee Canon en Nikon objectieven uit zullen brengen voor hun eigen nieuwe systemen.

De stand van Olympus – De enige cameraanbieder waarbij ‘beleving’ centraal stond.

Hoe dan ook de komende 9 maanden zullen spannende tijden worden voor de camerafabrikanten. Vooral omdat éénieder nu zo’n beetje de posities heeft ingenomen. Één ding is zeker het wordt oorlog op de markt voor systeemcamera’s en met name op het marktsegment voor ‘Full Frame’ systeemcamera’s zal er een flink gevecht uitgevochten gaan worden. Of en wie de slachtoffers worden is momenteel nog lastig in te schatten.

De startpositie van Canon schat ik momenteel het minst gunstig in, maar daartegenover staat wel een gigantisch marktaandeel met evenzoveel Canon gebruikers. Nikon heeft een sterk systeem op de markt gezet, ondanks een kleine marketingblunder door het ontbreken van een tweede kaartslot. Sony heeft het meest te verliezen. Namelijk haar complete marktpositie. Panasonic? Ik vermoed dat zij een kleine speler op deze markt zullen blijven en waarbij het hen niet gaat lukken om een dikke vinger in de pap te krijgen.

Voor wat betreft Fujifilm? Die hebben stelling ingenomen door te kiezen voor APS-C en Medium Format, of Super Full Frame zoals ze het zelf graag noemen. Zij zullen buitenstaander zijn bij het aankomende gevecht en kunnen, als ze het slim spelen, redelijk ongeschonden uit die strijd komen, al vermoed ik wel dat zij wat schaafwonden zullen oplopen.

We zijn momenteel getuige van de start van ‘The war on mirrorless’. In eerste instantie lijkt die te gaan om het sensorformaat dat de meeste potentie heeft. Tegelijkertijd zal die oorlog worden uitgespeeld op wie het meeste waar voor zijn geld kan bieden. Dat zal zich dus gaan uiten in een prijzenoorlog. Goed voor de eindgebruiker, mits hij het juiste systeem kiest. Welke dat is, dat durf ik niet te voorspellen.

De Nikon Z6 en Z7 een camera introductie die zo ní-kon

Een camera introductie die zo ní-kon

Het zal je ongetwijfeld ter ore zijn gekomen. Nikon heeft de markt van de spiegelloze camera’s betreden met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Op zich twee serieuze systeemcamera’s waarmee Nikon de concurrentie met voornamelijk Sony aan wil gaan. Na maandenlang wachten en wekenlang het publiek bespeeld te hebben met diverse teasers verliep de introductie van deze camera’s afgelopen week niet geheel vlekkeloos. Wat ging er mis?

De Nikon Z6 is de spiegelloze variant van de Nikon D750, terwijl de Nikon Z7 gezien kan worden als de spiegelloze variant van de Nikon D850. Met de introductie van beide camera’s laat Nikon in ieder geval zien dat zij de markt voor systeemcamera’s nu eindelijk serieus wil nemen. Dat blijkt ook wel want op papier zijn het twee prachtige camera’s. Door de nieuwe lensmonding heeft de nieuwe Z-Lijn van Nikon flink wat te bieden. Er zit potentie in het systeem dat Nikon afgelopen week heeft geïntroduceerd, toch verliep de introductie marketingtechnisch in ieder geval niet helemaal op rolletjes… En dat is zelfs nog maar zacht uitgedrukt.

De Nikon Z6 en Nikon Z7 – Full Frame systeemcamera’s van Nikon.

Veelbesproken en bijna verguisd

Er is al veel gezegd over deze nieuwe ‘Z-serie’ camera’s van Nikon. Véél ervan is flink overdreven en aangezet door zowel die-hard DSLR gebruikers als wel door ‘trollen’ die vinden dat hun eigen systeem beter is dan dat van een ander. Weer anderen willen hun (te vroege) overstap van Nikon naar bijvoorbeeld Sony vergoelijken door het systeem af te kraken. Toch zijn er ook terechte kritieken te horen. Met name de twijfels die te maken hebben met het autofocussysteem dat in deze nieuwe ‘Z-Serie’ camera’s van Nikon wordt toegepast is mogelijk terecht.

Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat autofocussystemen ook aanzienlijk verbeterd kunnen worden door het uitbrengen van firmware updates. Kijk bijvoorbeeld naar Fujifilm die voor de X-T1 het (oude) autofocussysteem compleet heeft vervangen door een volledig nieuw ontworpen autofocussysteem. Ook de Fujifilm X-T2 en X-H1 hebben flinke verbeteringen onder de motorkap ondergaan voor wat betreft de prestaties van het autofocussysteem door enkel de AF algoritmes flink aan te scherpen. Er is dus hoop voor toekomstige gebruikers van de Nikon Z6 en Nikon Z7.

Tegelijkertijd is het ook gewoon oliedom geweest van Nikon om pre-productiemodellen uit te rusten met een vroege firmware release (v0.51) en om deze modellen vervolgens toe te zenden aan diverse belangrijke influencers en videobloggers. Wanneer enkele van die videobloggers dan ook nog eens een bedenkelijke reputatie hebben voor wat betreft hun fotografische kunsten, terwijl ze door hun vlotte babbel door velen worden bewondert kan Nikon niet anders dan de schuld in eigen boezem steken.

Geen wonder dus dat mensen die eigenlijk al niet weten wat ze doen je vervolgens een slechte (p)review geven als een camera dan ook nog eens niet helemaal doet wat je zou verwachten… Niet iedereen begrijpt dat een vroege firmware release nog geen eindproduct is en dat er aan beta firmware releases vaak nog flink geschaafd moet worden om alles feilloos te laten werken.

Een Sony gebruiker die keurig (in het engels) verwoord wat er allemaal mis is gegaan met de introductie van de Nikon Z6 en Z7 systeemcamera.

Een ander veelbesproken punt is het batterijverbruik van deze nieuwe Nikon camera’s. Zowel de Z6 en Z7 zijn door CIPA gewaardeerd als tot maximaal ongeveer 330 opnames per acculading. Velen begrijpen niet dat een systeemcamera volledig elektronisch wordt aangestuurd. De sensor is immers altijd actief en je kijkt bovendien naar de wereld via een elektronische zoeker. Zo’n elektronische zoeker is in principe niets meer dan een klein LCD schermpje dat door diverse lensjes wordt vergroot.

Of die CIPA test nu correct is uitgevoerd is of niet. Er zijn websites en reviewers die claimen aanzienlijk meer opnames met deze camera’s te hebben gemaakt. Op DP Review kwam men zelfs uit op bijna 1500 opnames door tussendoor de camera steeds uit te zetten. Bovendien is het altijd verstandig om bij gebruik van een systeemcamera’s meerdere batterijen op zak te hebben. Ze dragen bovendien nauwelijks bij tot extra gewicht. Persoonlijk zie ik die 330 opnames (als Fujifilm gebruiker) niet als een echt probleem.

Een Nikon XQD geheugenkaart. Naar verluid bijgesloten in de doos voor wie deze camera koopt.

Meer controversieel dan dat het eigenlijk écht een probleem is het gegeven dat Nikon heeft besloten om de Z6 en Z7 uit te rusten met één enkel XQD geheugenkaartslot. Misschien is dat anno 2018 en gezien het feit dat zowel Sony als Fujifilm er met hun eerdere modellen al op zijn aangesproken niet zo slim geweest.

Tegelijkertijd kent XQD een compleet andere techniek voor het opslaan van data dan SD en is XQD in de praktijk een bewezen zeer betrouwbaar opslagmedium gebleken. Zo herkent XQD bijvoorbeeld foute geheugenblokken en foutief weggeschreven data. Voor wie minder thuis is in deze zaken roept een camera met één enkel kaartslot nogal wat vragen op. Zeker als dat ook nog eens is voor een camera die gericht is op de (semi-)professionele fotograaf. Je kunt het de fotograaf immers niet kwalijk nemen dat hij al die verschillende opslagmedia en de sterke en zwakke punten van ieder van die opslagmedia niet kent… Zelf zou ik er dus geen probleem mee hebben als mijn eigen camera uitgerust zou zijn met een enkelvoudig XQD geheugenkaartslot. Toch kan ik mij ook voorstellen dat anderen daar anders over denken.

Los daarvan beschikt de Nikon Z6 en Z7 naar verluid over een ‘open’ Wifi systeem. Dat betekent dat de Wifi verbinding niet per definitie tot stand hoeft te worden gebracht naar een smartphone of tablet, maar dat deze camera ook direct via Wifi verbonden kan worden aan een computer of zelfs direct kan worden verbonden aan een draadloos opslagsysteem. Voor wie wil kan met deze camera’s dus ook direct draadloos backups maken naar een daartoe uitgeruste harde schijf, zoals bijvoorbeeld de WD Passport.

Ook hier kan ik niet anders zeggen dan dat het gewoon dom is geweest dat Nikon hier niet goed heeft geluisterd en gekeken naar Sony en Fujifilm. Beide bedrijven hebben geleerd dat veel fotografen nu eenmaal de zekerheid willen van twee geheugenkaartsloten en dat zij niet met minder tevreden zijn. Het kan ook zijn dat Nikon op dit punt de poot stijf heeft gehouden en tegen alle wijsheid in heeft besloten om juist op dit punt te bezuinigen. Als dat laatste het geval is geweest dan komt die zuinigheid hen nu duur te staan.

Als ik geïnteresseerd zou zijn in deze Nikon Z6 of Z7, dan zouden de genoemde ‘problemen’ mij er in ieder geval niet van weerhouden deze camera gewoon te kopen als ik dat zou willen. Veel van de genoemde problemen kunnen namelijk eenvoudig via een firmware update worden opgelost. Ben je nog niet helemaal overtuigd? Dan is het natuurlijk verstandig om te wachten tot het moment dat Nikon deze camera’s daadwerkelijk uitlevert om dan te bezien of Nikon de door previewers gemelde problemen echt problematisch blijken te zijn. Danwel te wachten op een dergelijke firmware update.

Ik kan mij namelijk niet voorstellen dat Nikon een halfbakken product op de markt gaat zetten dat voor hen juist zo belangrijk is voor hun eigen toekomst. Nikon heeft bovendien in het verleden altijd bewezen één van de besten te zijn geweest als het aankomt op prestaties van het autofocussysteem.

De Nikon Z6 en Z7 zijn beide uitgerust met een opklapbaar aanraakgevoelig scherm.

Een spannende tijd

De komende maanden zullen voor Nikon cruciaal zijn. Voor camerafabrikanten als Sony en Fujifilm betekent de introductie van de Z6 en Z7 dat zij zullen moeten innoveren of een extra tandje erbij moeten zetten om voldoende concurrend en aantrekkelijk te blijven voor de consument. Voor jou als fotograaf betekent het meer keuze en uiteindelijk méér waar voor je geld.

Nikon heeft nog een kleine maand om de genoemde software problemen op te lossen. Het zou mij zelfs niet verbazen als er een zogenoemde ‘Day 1 firmware release’ beschikbaar zal zijn, zodat de camera’s die momenteel al worden verscheept (per boot), dan alsnog snel kunnen worden bijgewerkt naar de laatste versie. Wat je nu hoort en leest is vooral veel geblaat. Niemand van ons heeft de camera daadwerkelijk al gebruikt of langdurig in handen gehad.

De échte test voor Nikon komt pas op het moment dat deze camera’s belanden in de handen van de consument. Pas dan zul je ook meer eerlijke reviews gaan zien. Wie nu een dergelijke camera in voorbestelling heeft staan, kan dan alsnog beslissen om tot aankoop over te gaan of er juist van af te zien.

De beschikbaarheid van de Nikon Z7 staat gepland voor een release die kort valt na de Photokina die van de Z6 voor November. Mochten de reviews tegenvallen, dan weet ik zeker dat in ieder geval Fujifilm een aantal mooie producten op de markt gaat zetten. Ook andere camerafabrikanten zullen ongetwijfeld net voor of tijdens de Photokina nog productaankondigingen gaan doen. Nikon weet dat ook en alleen om die reden al zullen ze ongetwijfeld alle zeilen bijzetten om van de introductie van hun eerste serieuze systeemcamera een succes te maken.

De Nikon Z6 en Z7 een systeemcamera met zogenoemde ‘Full Frame’ sensor.

Een laatste gedachte over de Nikon Z

Er zijn twee zaken die mij storen aan alle ophef die over deze nieuwe Z-Serie van Nikon gemaakt wordt. Het is voor mij dé reden geweest om deze blog te schrijven. Zoals je hebt gezien heb ik deze blog zo objectief mogelijk ingestoken. Allereerst omdat ik het Nikon gun dat zij een kans maken om van hun nieuwe systeemcamera een succes te maken. Maar ook omdat ik vind dat veel van de ophef teveel wordt uitvergroot tot proporties die niet meer tot elkaar in verhouding staan.

Was het een vergissing van Nikon om deze nieuwe systeemcamera’s uit te rusten met slechts één kaartslot? Ja! – Laten we daar duidelijk over zijn. Dat was gezien de ervaringen en negatieve reacties die zowel Fujifilm en Sony hebben gehad op eerdere modellen een domme ontwerpfout die Nikon had kunnen voorkomen. Tegelijkertijd is een camera slechts een stukje gereedschap. Een nieuwe camera maakt je nooit tot een betere fotograaf.

Tegelijkertijd lijken ineens alle fotografen die zich uitlaten over deze zaak zich ineens ‘professioneel fotograaf’ te noemen. Wanneer je dan wat verder duikt in bijvoorbeeld hun Facebook profiel blijkt dat nergens uit. Veel van deze zogenoemde ‘professionals’ slaan nog geen deuk in een pakje boter met hun fotografie… Zij ontstijgen niet het niveau van dat van ‘Ome Bob’ of ‘Tante Truus’. Ze zijn dus domweg niet professioneel of ze hebben geen kaas gegeten van fotografie. Ze blazen hoog van de toren maar hebben slechts weinig kennis van zaken.

Wanneer jij je door hen laat beïnvloeden in jouw aankoopbeslissing is dat geen verstandig besluit. Je maakt dan dat besluit op basis van allerlei onderbuikgevoelens van anderen die net als ik deze camera nog nooit in handen hebben gehad. Laten we eerlijk zijn, dat is toch niet slim! 

Wanneer jij van plan bent of twijfelt om deze camera(‘s) aan te kopen doe dat dan op basis van rationele afwegingen.

  1. Bekijk of je de lichtopbrengst en/of het aantal extra megapixels écht nodig hebt voor jouw type fotografie? Een camera met 45+ megapixels hebben mijn inziens alleen toegevoegde waarde als je bijvoorbeeld veel landschappen fotografeert en/of regelmatig foto’s wilt bijsnijden. Een dergelijk groot aantal megapixels is ook handig als je regelmatig grote afdrukken van je foto’s maakt. In ieder ander geval, bijvoorbeeld als je jouw foto’s enkel op internet plaatst, heb je zulke grote aantallen megapixels eigenlijk niet nodig.
  2. Nog meer ‘bullshit du jour’ is het gegeven dat je alleen objectieven zou moeten kopen met als grootste diafragma-opening van f1.4 of groter. Natuurlijk dergelijk glaswerk geeft een prachtige achtergrondonscherpte, maar ik durf wel te zeggen dat de meeste foto’s die je maakt vaak genomen worden op diafragmawaardes die veel kleiner zijn dan f1.4. Als ik in mijn eigen fotobibliotheek kijk dan is het meeste van mijn werk gefotografeerd met diafragmawaardes van tussen de f4 en f11. Objectieven met een groot diafragma zijn prachtig, maar vaak ook duur en veelal voor veel mensen vaak niet écht nodig. Objectieven met een groter diafragma bieden je vaak wel meer creatieve mogelijkheden, maar ze zijn veelal niet altijd noodzakelijk.
  3. Het is de fotograaf die de compositie, belichting en scherptediepte bepaald. De camera is slechts het gereedschap waarmee je die foto maakt. Een foto gemaakt met een camera die beschikt over slechts 16 megapixels kan mooier zijn dan die plaat die is geschoten met een camera die beschikt over 45+ megapixels. Dat ligt dan niet aan de camera, maar aan de persoon die achter die camera staat.
  4. Wanneer jij één van diegenen bent die zich zorgen maakt om schrijffouten op een geheugenkaart, bedenk je dan het volgende:
     
    Ten tijde van het filmrolletje kon er slechts één rolletje tegelijkertijd in de camera worden geplaatst. Je had minder foto’s tot je beschikking, maar de kans dat er wat mis ging was vele malen groter. Bijvoorbeeld omdat de film niet goed op de transportband lag. Een dergelijke fout kan evengoed optreden tijdens dat ene speciale en belangrijke moment. Of, het ontwikkellab kon je film verklootten door een fout. Bovendien een dubbel geheugenkaartslot is evenmin een garantie dat er niets mis kan gaan. Een registratiefout kan tot gevolg hebben dat een opname op beide geheugenkaarten foutief wordt weggeschreven. Je camera kan vallen, er kan waterschade optreden. Het sluiterblad kan blijven hangen. Er kunnen problemen zijn met de batterijen. Objectieven kunnen kapot gaan, of je kunt zelf een fout maken waardoor de opname mislukt. Bijvoorbeeld het verlies of kwijtraken van een SD geheugenkaart. Er kan werkelijk van alles gebeuren waarom een opname niet correct wordt geregistreerd of waardoor een opname verloren kan gaan. Wie meer zekerheid zoekt doet dat door gebruik te maken van backup camera’s en door belangrijke momenten ook met beide camera’s te registreren. De kans op schrijffouten is echter gigantisch klein. Ik zeg niet dat het je nooit kan gebeuren. Maar hoe vaak is het je werkelijk overkomen? Hoe vaak was dat écht een probleem en hoe vaak ben je daardoor écht álle foto’s kwijtgeraakt? Doordat XQD als opslagmedium bovendien een heel andere (betere) techniek hanteert dan bijvoorbeeld SD geheugenkaarten wordt de kans op schrijffouten en worden eventuele problemen met geheugenkaarten aanzienlijk kleiner dan bijvoorbeeld bij het gebruik van SD geheugenkaarten. Ik durf persoonlijk wel zover te gaan om te zeggen dat één XQD geheugenkaartslot betrouwbaarder is dan twee SD geheugenkaarten.

Kortom het gebruik van XQD in de Nikon Z-serie camera’s maakt dat minstens zoveel kunt genieten van deze camera’s dan dat je kunt met een camera die beschikt over twee geheugenkaartsloten. Maak je dus niet te druk over iets dat eigenlijk geen echt probleem is. De kans dat een foto door eigen fouten mislukt is vele malen groter dan dat een opname mislukt door technische problemen.

Wanneer je voornemens bent om deze camera te kopen. Koop hem dan gewoon. Geniet en ga fotograferen. Ik ben ervan overtuigd dat de Nikon Z systeemcamera’s je veel te bieden zullen hebben en dat het uiteindelijk een groot succes zal blijken te zijn. Laat je niet weerhouden door een paar domme marketingblunders van Nikon en een paar azijnzeikerds die van mening zijn dat een camera enkel ‘professioneel’ is wanneer deze beschikt over een dubbel geheugenkaartslot.

Had men bij Nikon iets meer opgelet, dan had het allemaal niet zo hoeven te lopen. Dan waren blogs als deze niet nodig geweest.

XPERIENCE Fujifilm X-H1- Hét handboek (PDF) voor de Fujifilm X-H1 fotograaf

Wanneer je alles wilt weten over jouw Fujifilm X-H1, dan is “X-PERIENCE X-H1” hét boek (PDF) dat je hebben moet! Stop maar met zoeken, want beter en leerzamer boek over deze Fujifilm camera uit de X-Serie ga je gewoon niet vinden!

*** De boeken van Greg Theulings staan bekend als camerahandleidingen die naast reuze interessant ook écht leuk zijn om te lezen! ***

De gebroken belofte van de DSLR…

De eerste spiegelreflex camera’s deden hun intrede rond het midden van de vorige eeuw. Merken als Praktica, Pentax en Yashica. Je hebt er ongetwijfeld weleens van gehoord Het waren de Canon, Nikon en Minolta’s van die tijd! Ze werden in korte tijd reuze populair vanwege hun grote betrouwbaarheid en bedieningsgemak. Canon en Nikon zelf waren destijds eigenlijk nog maar kleine spelers. Hun populariteit kwam pas opzetten na het midden de jaren zestig en zeventig, omdat ze voor die tijd vooruitstrevende nieuwe technologieën toepasten in hun spiegelreflexen.

Wet van de remmende voorsprong

Je kon Canon en Nikon destijds vergelijken met wat Sony en Fujifilm momenteel aan het doen zijn in de markt voor systeemcamera’s. Het is dus niet zo dat Canon en Nikon altijd al grote spelers in de fotografiemarkt zijn geweest. Dat is vooral te danken geweest aan hun innovatiekracht uit de vorige eeuw.

Diezelfde innovatiekracht heeft Canon en Nikon ook rond de eeuwwisseling nog weten door te zetten, waardoor digitale fotografie de afgelopen twintig jaar razend populair is geworden. Die eerste digitale camera’s van Canon en Nikon waren eigenlijk helemaal niet zo heel erg goed. Ze beschikten voor die tijd over slechts een paar megapixels en de batterijduur was net als met menig systeemcamera van nu, niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Het is dus niet zo vreemd dat veel fotografen die al jaren werkten met een analoge spiegelreflexcamera wat aarzelend tegenover deze nieuwe techniek stonden. Analoog zou volgens hen altijd wel beter blijven dan wat een digitale spiegelreflex te bieden kon hebben.

Het grote gemak en de snelheid waarmee je echter foto’s kon maken en direct terug kon kijken was doorslaggevend voor het succes van de digitale spiegelreflexcamera. Tussen 2004 en 2012 groeide deze markt voor digitale spiegelreflexcamera’s dan ook exponentieel.

De introductie van de smartphone (iPhone) in 2008 leek in eerste instantie weinig impact te hebben op de verkoopcijfers. Die bleven voor de spiegelreflexcamera’s de pan uitrijzen. Tot…. In 2012 de markt verzadigd raakte en het hoogtepunt voor de DSLR werd bereikt. Net op het moment dat Sony, Panasonic, Olympus én Fujifilm allen hun eerste generatie systeemcamera’s op de markt zette.

Cijfers CIPA

De daling van de huidige markt van de spiegelreflexcamera’s wordt vaak toegewezen aan de opkomst van de smartphone. En ondanks dat dit ongetwijfeld een rol speelt, verklaart dat nog steeds niet waarom de markt voor de digitale spiegelreflexcamera’s zo hard krimpt terwijl de relatief nieuwe markt voor systeemcamera’s nauwelijks last heeft van een daling gedurende dezelfde tijdperiode waarin deze verandering van de markt zich aftekent.

Één ding is in ieder geval duidelijk! De smartphone én de systeemcamera zijn reuze populair terwijl de spiegelreflex het sinds 2012 zwaar voor de kiezen heeft gekregen. En, wanneer we naar de algehele tendens kijken ziet het er voor diezelfde spiegelreflex ook weinig rooskleurig uit.

Wie momenteel voor de keuze staat om een nieuwe (of zijn eerste) camera met verwisselbare objectieven aan te schaffen doet er héél verstandig aan om eerst héél goed na te denken voordat hij/zij zich verbind aan een bepaald systeem of merk. De twee grote merken van weleer zijn de afgelopen jaren weinig innovatief geweest en ze hebben tot nu toe nog maar weinig interesse getoond in nieuwe technieken en technologieën.

Wanneer je dus een nieuwe camera wilt gaan kopen moet je jezelf serieus de vraag stellen of het in 2018 nog steeds verstandig is om in te stappen in de markt voor spiegelreflexcamera’s, of om je huidige spiegelreflex te vervangen door een nieuwe spiegelreflex camera. Er zijn immers tegenwoordig al betere alternatieven verkrijgbaar en hoe je het ook wendt of keert systeemcamera’s hebben in alle opzichten de toekomst…

De toekomst ligt in systeemcamera’s

Uiteraard kun je dat blijven ontkennen door steeds terug te verwijzen naar het slechte batterijverbruik of dat de elektronische zoeker je geen vervanging zou kunnen zijn voor de optische zoeker in een spiegelreflex camera. Maar dan vergeet je dat het batterijverbruik van de eerste spiegelreflexcamera’s ook niet al te best was en dat destijds de resolutie ook niet om over naar huis te schrijven is geweest. Al die ‘problemen’ waren na een paar jaar verholpen en hetzelfde zie je nu gebeuren bij de systeemcamera’s.

Iedere nieuwe generatie systeemcamera’s kan worden gezien als een volledig nieuwe revolutie, waarbij er telkens grote stappen worden gemaakt tussen het oude en het nieuwe model.

Neem nu bijvoorbeeld de elektronische zoeker (EVF). Bij de eerste generatie systeemcamera’s waren deze inderdaad behoorlijk traag en dat veroorzaakte een schokkerig beeld en maakte het welhaast onmogelijk om bewegende onderwerpen blijvend te kunnen volgen en fotograferen. Ook was hun resolutie destijds niet heel erg groot en liet de helderheid soms ook nog weleens te wensen over. Geen wonder dat sommigen destijds nog terug verlangde naar de optische zoeker.

De slogan en advertentie zoals een tweetal jaar geleden al door Fujifilm werd gebruikt. 

Maar wie vandaag de dag een systeemcamera van de laatste generatie ter hand pakt zal al snel zien dat alle bovengenoemde ‘problemen’ nu volledig zijn verholpen. Het beeld dat je door de elektronische zoeker ziet is tegenwoordig zéér helder, kijkt rustig en werkt volledig zonder vertraging. Sterker nog de laatste generatie elektronische zoekers heeft zelfs geen last meer van ‘black out’ tussen de beelden door. Iets dat onmogelijk zal blijven voor een spiegelreflex omdat het opklappen van de spiegel er altijd voor zal zorgen dat de fotograaf het zicht ontnomen wordt.

Daar komt nog bij dat de elektronische zoeker je in staat stelt om voorafgaand voor het maken van de opname je het volledige ‘plaatje’ al laat zien inclusief de belichting én scherptediepte. Het complete gokelement van hoe de foto zal gaan worden wordt met een elektronische zoeker weggenomen. Want naast de informatie omtrent de lichtmeting en het actuele histogram, zie je ook exact de helderheid van de opname door de elektronische zoeker. De mogelijkheden zijn bijna ongekend en wie tegenwoordig door de zoeker van een systeemcamera kijkt zal bijna niet doorhebben dat het een digitaal beeld betreft.

Een ander puntje van kritiek was de snelheid van het autofocussysteem. Ook dat probleem is tegenwoordig volledig verholpen, waarbij er net als bij een spiegelreflexcamera gebruik wordt gemaakt van fasedetectie autofocus die zowel horizontale als verticale objecten goed kan herkennen. De autofocussystemen in de huidige generatie systeemcamera’s is nu net zo goed, en soms zelfs al beter dan die we terugvinden in de spiegelreflexcamera’s van dezelfde generatie.

Hebben we het nog niet gehad over het aantal beelden per seconde dat een systeemcamera tegenwoordig kan maken. Zijn de meest spiegelreflexcamera’s beperkt tot maximaal 8 of 11 beelden per seconde doordat de spiegel steeds op en neer moet klappen. De nieuwste generatie systeemcamera’s doen met enig gemak 14 tot zelfs 20 beelden per seconde bij een camera met een gelijke resolutie. Dat alles dankzij het gegeven dat de spiegel geen beperkende factor meer is.

Doordat een systeemcamera een spiegelloze camera is en daarmee dus geen spiegel en pentaprisma meer hoeft te huisvesten maakt dat ook nog eens dat het spiegelhuis niet zo diep meer hoeft te zijn en kan het sensorhuis dus platter worden gemaakt. Bovendien is er geen pentaprisma meer nodig en dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat een systeemcamera flink kleiner en lichter is dan een digitale spiegelreflexcamera.

Wanneer je al deze aspecten van een systeemcamera bekijkt zie je al snel hoe veelzijdig deze camera’s zijn en waarom hun populariteit zo snel toeneemt. In vrijwel geen enkel opzicht is de spiegelreflex momenteel nog beter of sterker in zijn kunnen dan de huidige generatie systeemcamera’s.

Zelfs de grote jongens beginnen dit nu te erkennen en het ligt volledig in de lijn der verwachting dat zowel Canon als Nikon nog dit jaar met een serieuze systeemcamera de markt zullen betreden. Canon houdt al maanden uitverkoop en Nikon heeft afgelopen najaar al toegezegd dat zij in 2018 een digitale 35mm systeemcamera op de markt zullen zetten. Beide bedrijven hebben in ieder geval een flink deel van hun ontwikkelings- en marketingbudget opzij gezet voor een nieuwe serie systeemcamera’s en daarmee slaan ze zelf de laatste spijkers in de doodskist van de digitale spiegelreflex. De tweede helft van 2018 gaat daarmee ongetwijfeld een schok teweeg brengen bij DSLR gebruikers. Let maar op!

Marktaandeel

De opkomst van de smartphone heeft ervoor gezorgd dat de vervangingsmarkt voor spiegelreflexcamera’s is gekrompen en de huidige generatie systeemcamera’s vormt daar bovenop ook nog eens een prima alternatief voor diezelfde spiegelreflex. Het is dus niet vreemd dat de verkoopaantallen in het marktsegment ‘digitale spiegelreflexcamera’s’ ieder jaar flink terugloopt. De eerste twee maanden van 2018 laten bovendien wederom een krimp van het aantal verkochte spiegelreflexcamera’s zien.

Nu zeggen twee verloren maanden uiteraard niets over het hele jaar, maar in diezelfde periode is het aantal verkochte systeemcamera’s wel weer gestegen. De trend lijkt daarmee dus wel gezet. Het zal je dus niet verbazen dat zowel Canon als Nikon steeds verder onder druk komen te staan en dat is geen speculatie, maar zijn gewoon harde feiten die je ook terug kunt zien in de verkoopaantallen die de camerafabrikanten zelf bekend maken via CIPA. Het overkoepelende orgaan waar alle camerafabrikanten bij zijn aangesloten.

Cijfers CIPA

Zoals je zelf kunt zien is het totaal aantal jaarlijks verkochte digitale spiegelreflexcamera’s sinds 2012 méér dan gehalveerd. Die daling is niet alleen toe te schrijven aan de opkomst van de smartphone, maar wordt ook veroorzaakt doordat een flink aantal spiegelreflex fotografen reeds zijn overgestapt naar een systeemcamera, waardoor dit marktsegment de afgelopen jaren vrijwel stabiel is gebleven en over het afgelopen jaar zelfs een flinke stijging heeft laten zien.

Voor wat betreft de markt voor digitale spiegelreflex camera’s zijn er eigenlijk maar twee spelers Canon en Nikon. Pentax en Sony zijn in dat marktsegment zo klein dat je ze met een gerust hart mag vergeten.

Uiteraard kun je zeggen dat de digitale spiegelreflex nog een flink marktaandeel heeft. Twee van de drie verkochte camera’s betreft immers nog steeds een spiegelreflex. Tegelijkertijd zie je ook dat de systeemcamera aan een flinke opmars bezig is.

Cijfers CIPA

Wanneer we de camerafabrikanten zelf mogen geloven, dan verwachten ze allemaal, inclusief Canon en Nikon dat 2019 weleens het jaar kan zijn dat het kantelpunt wordt bereikt. Daarmee zien zelfs de twee grote reuzen in dat de opkomst van de systeemcamera niet meer te stoppen is. Sony en Fujifilm doen dus beide momenteel goede zaken, waarbij Sony zich nestelt in de markt voor digitale 35mm systeemcamera’s en Fujifilm zich richt op de markt voor APS-C en Medium Format systemen.

De toekomst voor Canon en Nikon: Het is nog niet te laat!

Canon en Nikon kunnen dus niet veel langer meer stil blijven zitten. Ze worden nu min of meer door de marktontwikkelingen zelf gedwongen om in actie te komen. Hoe zij dat exact gaan doen is nu nog niet precies bekend, maar zeker is al wel dat er wat staat te gebeuren.

Nikon heeft afgelopen najaar al bekend gemaakt dat zij bezig zijn met een ‘full frame’ systeemcamera en Canon houdt al maandenlang een grote uitverkoop op al haar spiegelreflexcamera’s.  Dat doet zij niet alleen om marktaandeel te behouden en om (nieuwe) fotografen te binden aan hun eigen ecosysteem, maar ook om zoveel mogelijk van hun voorraden weg te werken.

Bij monde van Canon directeur en CEO Fujio Mitarai zegt Canon dat zij binnenkort zullen komen met enkele camera’s die het marktsegement van systeemcamera’s zou moeten gaan domineren. Of dat nog lukt is maar de vraag. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Canon de boot gaat missen en het is daarmee voor hen heel belangrijk om een juiste marketingstrategie te kiezen.

Zeker als die productlancering gepaard zal gaan met een nieuwe serie objectieven, wat door sommigen wordt verwacht. Dit zou namelijk een aanzienlijke inkomstenstroom kunnen opleveren vanwege het gegeven dat veel gebruikers daardoor min of meer verplicht worden om op den duur niet alleen hun camera te vervangen, maar ook hun complete arsenaal aan objectieven. Bovendien kan dit ervoor zorgen dat de overstap naar verschillende camerafabrikanten uiteindelijk weer wordt bemoeilijkt doordat de objectieven dan niet meer zullen passen op de camera’s van die andere fabrikanten.

Een soortgelijke stap wordt overigens ook verwacht van Nikon, waarbij er al enkele malen patenten voorbij zijn gekomen voor objectieven met een ‘Z-Mount’. Een dergelijke lijn van objectieven bestaat nu nog niet van Nikon en daarmee ligt het voor de hand dat hun nieuwe serie systeemcamera’s ook een nieuw type objectieven gaat krijgen. De vraag is daarmee, is het nu nog verstandig om te investeren in een spiegelreflex camera?

Nu nog investeren in een DSLR verstandig?

Wanneer je alle gegeven feiten objectief op tafel legt, kan ik mij niet voorstellen dat het momenteel nog verstandig is om juist op dit moment nog een nieuwe digitale spiegelreflex camera aan te schaffen of, wanneer je al over een DSLR beschikt, deze nog te vervangen voor een nieuwe spiegelreflex camera.

Wanneer je nu toch nog tot aanschaf overgaat, vergewis jezelf er dan van dat je dan over een aantal jaar te maken zult krijgen met een enorme afschrijving op je apparatuur en de mogelijkheid dat je op dat moment je camera en objectieven aan de straatstenen niet meer kwijt zult raken. Net als dat niemand nu nog echt geïnteresseerd is in een analoge spiegelreflex.  Exact hetzelfde zal gebeuren met je huidige apparatuur als wat er destijds met analoge camera’s en lenzen is gebeurt.

Diegenen die het hardst blijven ontkennen dat het einde van de spiegelreflex nabij is, zullen het hardst worden getroffen. De tweedehandsverkoopwaarde van spiegelreflex camera’s en objectieven zullen de komende jaren kelderen en wie mij niet gelooft moet even bij de betere fotovakhandel binnenlopen en even in de kast kijken waar de tweedehandsspulletjes staan.

Ik ken cameraverkopers die hun kasten momenteel al vol hebben staan en alleen inruilen omdat zij waarde hechten aan hun klant. Niet omdat zij denken nog veel te kunnen gaan verdienen aan al die tweedehands apparatuur die in hun verkoopkasten liggen te verstoffen.

Een vitrinekast met 2e hands digitale spiegelreflexcamera’s van een willekeurige fotospeciaalzaak.

Laten we vooral niet sentimenteel doen, maar puur kijken naar de harde feiten en die liegen er gewoon niet om. En… in tegenstelling tot die oude analoge camera en de LP, zullen er uiteindelijk geen nostalgische gevoelens ontstaan voor de digitale spiegelreflex camera’s. Die zullen gewoon in grote getale bij het oud vuil worden gedumpt. Die koop je straks gewoon voor een Eurootje of wat in de kringloopwinkel, zoals je daar nu ook massaal klik-klakklaar digitale camera’s vindt voor een vijfje.

Geloof me. Uiteindelijk zal binnen een jaar of 10 iedereen met een systeemcamera rondlopen. Er is geen toekomst voor de digitale spiegelreflex.

Weest verstandig wanneer je op het punt staat om een nieuwe digitale spiegelreflex camera te kopen. Denk er nog eens een nachtje over na. Houd je oude DSLR er desnoods nog even bij, maar koop zeker geen nieuwe. Het is zonde van je geld!

Je mag mijn advies uiteraard in de wind slaan. Maar zeg dan later niet dat het allemaal wat onverwachts kwam en dat de snelheid waarmee de overgang van spiegelreflex naar systeemcamera’s ging toch wat sneller ging dan je had verwacht. Ik heb je gewaarschuwd!

Ik ga je dus niet zeggen welk merk je dan wel moet kopen, of waarom ik merk X boven merk Y prefereer. Velen van jullie zullen mijn voorkeur kennen, maar de keus voor het merk en het ecosysteem waar jij je vervolgens aan verbind is uiteindelijk een persoonlijke. Die afweging zul je dus zelf moeten maken.

Een ding weet ik in ieder geval zeker en dat is dat de belofte dat de DSLR nog een lange toekomst voor zich heeft nu definitief is gebroken…

Fujifilm X-H1 ‘Het zijn de kleine dingen die er toe doen!’

8 redenen waarom de X-H1 voor fotografen een werkpaard is!

Nu het eerste stof is neergedaald over de nieuwe Fujifilm X-H1 en iedere X-Fotograaf met naam zijn ‘plasje’ over het hele gebeuren heeft kunnen doen, wordt het tijd om eens écht te gaan kijken wat deze camera nu zo bijzonder maakt. Want, het zijn vaak de kleine dingen die het hem doen. Terwijl de grote jongens zich richten op de meest voor de hand liggende verbeteringen, worden de belangrijkste veranderingen over het hoofd gezien. In deze blog lees je waarom de X-H1 niet zomaar een nieuwe camera is, maar dat de verschillen tussen de X-H1 en X-T2 wel eventjes ietsjes groter zijn dan door velen wordt verondersteld. De nieuwe X-H1 is namelijk een écht werkpaard voor de werkende fotograaf!

Er is al veel gezegd…

Er is al veel gezegd over de Fujifilm X-H1 en veel van wat er gezegd is gaat over de grote verbeteringen zoals de toevoeging van een beeldstabilisatiesysteem in de camera (IBIS) en de uitgebreide videomogelijkheden. Misschien heeft die focus bij veel van de reviewers een verkeerd beeld opgeleverd bij veel fotografen, die nu denken dat deze nieuwe camera alleen goed is voor video.

Terwijl de reviewers positief staan ten opzichte van deze nieuwe camera zie ik op de sociale media heel veel verschillende reacties die niet allemaal even fair zijn. De algemene trend  ‘Te weinig vernieuwing ten opzichte van de uitstekende Fujifilm X-T2’.

Maar is die negativiteit wel terecht? En spreken zij niet allemaal voor hun beurt. Deze camera is slechts in handen van weinigen.

Weten de ‘klagers’ eigenlijk wel écht wat de verbeteringen zijn? In deze blog leg ik het je uit.

De Fujifilm X-H1 – Voor ‘Professionals’.

Ik zie véél geblaat en véél napraterij, maar er zijn weinigen die verstandig reageren. Of, reageren met inhoud. In deze blog wil ik daarom acht belangrijke verbeterpunten aan het licht brengen waarover maar weinig wordt gesproken, maar die naar mijn mening hét grote verschil tussen de Fujifilm X-T2 en X-H1 duidelijk aan het licht brengen.

De X-H1 is niet ‘zomaar’ een nieuwe camera, maar een flinke innovatie en verbetering ten opzichte van de nu bijna twee jaar oude X-T2. De X-H1 is een camera die naar mijn idee zeker wel interessant is voor huidige gebruikers van een X-T2, maar die niet zo goed weten waarom een overstap naar de X-H1 te verantwoorden zou zijn.

1. Voor fotografen, video- én filmmakers.

Wanneer je alleen naar de specificaties van de camera zou kijken, zou je kunnen denken dat je telkens tussen de instellingen moet wisselen wanneer je deze camera wilt gebruiken voor zowel fotografie als video.

Dat Fujifilm weer eens goed heeft nagedacht blijkt wel uit het feit dat de instellingen voor fotografie en video volledig van elkaar gescheiden zijn.

De Fujifilm X-T2 kent slechts een bescheiden aantal instellingen voor video en wie met de X-T2 een video maakt moet telkens de instellingen op de camera wijzigen bij het overschakelen tussen fotografie of video en omgekeerd.

De X-H1 telt maar liefst 4 pagina’s met instellingen voor het maken van video-opnames. Daaronder zitten onder andere separate instellingen voor voor de gekozen filmsimulaties. Je kunt nu dus bijvoorbeeld ‘ACROS’gebruiken tijdens het fotograferen, maar wanneer je de hendel omzet naar het maken van video’s staat de camera voor de video opname ingesteld op bijvoorbeeld de nieuwe filmsimulatie Eterna (of een andere filmsimulatie naar jouw keuze).  Die keuze gaat niet alleen op voor de filmsimulatie instellingen, maar ook voor bijvoorbeeld de Witbalans of de DR (dynamisch bereik) instellingen. En dat is bijvoorbeeld weer handig wanneer je wel RAW wilt fotograferen, maar voor het filmen graag gebruik wilt maken van één van de filmsimulaties.

Dat maakt dat wisselen tussen fotograferen en filmen veel makkelijker is gemaakt en zonder dat je daarvoor ook maar één instelling in het menu van de camera hoeft te wijzigen. Wisselen is slechts het omzetten van de ‘drive’ hendel tussen fotograferen of het maken van video’s en terug.

De menu instellingen voor video.

Een tweede punt op het gebied van video dat ik weinig besproken heb gezien is de mogelijkheid van een zogenoemd ‘Tally light’. Een tally light is een lampje dat gaat branden op het moment dat de video opname wordt gestart en weer uit gaat op het moment dat de opname wordt beëindigd. Dit lichtje kan worden ingesteld op zowel de voor, als achterzijde van de camera. Enorm handig voor diegenen die regelmatig reportages maakt met zijn camera. Verdere video instellingen zoals oogdetectie AF tijdens het maken van video opnames wil ik nu niet verder bespreken.

In deze blog wil ik mij vooral richten op de verbeteringen die er zijn voor de fotograaf!

2. Het AF systeem is niet ‘zomaar’ een ‘beetje’ beter!

Als je de verschillende (p)reviews zo een beetje doorkijkt die er momenteel over de X-H1 zijn verschenen zou je de indruk kunnen krijgen dat het AF-Systeem van de X-H1 geen echte verbeteringen heeft ondergaan ten opzichte van de X-T2.

Misschien is dat idee ontstaan uit het feit dat de X-T2 onlangs in haar laatste firmware update nog een verbetering heeft ondergaan van het AF algoritme die het mogelijk maakt om bewegende onderwerpen nu 2x zo snel te kunnen volgen in vergelijk met de voorgaande firmware en waarbij het nu ook nog eens mogelijk is geworden om dat te doen op onderwerpen die slechts half zo groot zijn. Het autofocussysteem van de Fujifilm X-T2 was al goed en is alleen maar beter geworden.

Een flink schep erbovenop!

Toch doet de Fujifilm X-H1 daar nu nog eens een flinke schep bovenop en die verbetering is absoluut verre van klein te noemen.

Nee! De verbeteringen die nu wederom zijn doorgevoerd aan het AF algoritme in de X-H1 zijn significant en véél groter en belangrijker dan door velen wordt verondersteld! We hebben het dus niet over een klein beetje beter, maar over het onderste uit de kan voor wat betreft het technisch kunnen van de huidige hardware. De kracht van de X-Processor Pro beeldprocessor komt hier in volle glorie tot uiting.

Het wordt nu misschien wat technisch, maar als je goed oplet probeer ik het je zo goed en duidelijk mogelijk uit te leggen.

Zoals we weten kent het autofocussysteem van de X-T2 in totaal 325 autofocuspunten, waarvan er 91 zijn van het type fase detectie. Deze fase detectie AF punten zijn allemaal gesitueerd in het middelste gedeelte van de sensor. Wanneer je het objectief van je camera haalt en kijkt in het sensorhuis kun je dat gedeelte ook goed zien. Dat komt omdat dit type autofocus ook daadwerkelijk fysieke ruimte inneemt op de sensor zelf.

De Fujifilm X-H1 maakt gebruik van dezelfde sensor en daarmee ook van exact dezelfde autofocus overlay. Daarmee kent de X-H1 dus net als de X-T2 325 autofocuspunten waarvan er 91 zijn van het type fase detectie.

Toch is er een groot verschil tussen de individuele autofocuspunten van de X-T2 en X-H1. Om het verschil duidelijk te maken moeten we een individueel AF punt letterlijk onder de loep nemen.

De opbouw van een autofocuspunt.

Zoals je in de bovenstaande afbeelding kunt zien is één AF punt onderverdeeld in vijf verschillende vlakjes. Ieder van die vlakjes noemen ze bij Fujifilm een ‘subzone’. Dit is waar het bij de X-T2 voor wat betreft het aantal meetzones ophoudt.

Links: Fujifilm X-T2 – AF gegevensverwerking gebeurt serieel en heeft 3 samples nodig voor één enkele AF meting.  Rechts: Fujifilm X-H1 – AF gegevensverwerking gebeurt parallel. Slechts 1 AF sample nodig voor één enkele meting over 20 subzones

Om bij de Fujifilm X-T2 één AF meting te verkrijgen moet ieder AF-Punt in totaal 3 keer worden uitgelezen om één succesvolle meting uit te voeren. Dit houdt bij de X-T2 in: één keer uitlezen in de horizontale richting, één keer uitlezen in verticale richting én één keer onafhankelijk uitlezen voor het kunnen onderscheiden van de details.

Het AF systeem van de X-T2 blijft voor wat betreft het uitlezen van een AF punt steken op het uitlezen van maximaal 5 subzones en dat moet hij dus serieel (3x) doen voor één succesvolle autofocusmeting.

De wijze waarop het AF punt wordt uitgelezen door de camera.

De X-H1 maakt gebruik van dezelfde AF punten als de X-T2, maar het grote verschil zit hem in het gegeven dat ieder van de 5 subzones nog eens een keer éxtra zijn onderverdeeld in maar liefst 20 subzones!

Bovendien voert het AF systeem van de X-H1 de horizontale, de verticale én de onafhankelijk meting van de verschillende subzones in één keer parallel aan elkaar uit. Dat betekent dat waar de X-T2 een 5-tal metingen uitvoert, de X-H1 er 60 doet in dezelfde periode.

Dit maakt uiteraard een enorm verschil in het kunnen detecteren en kunnen volgen van een bewegend onderwerp. De accuratesse van het autofocussysteem van de X-H1 is daarmee vele malen groter dan die van de X-T2. Dat komt bovendien ten goede aan de snelheid waarmee er scherpte kan worden verkregen en zorgt er tevens voor dat de X-H1 flink beter in minder contrastrijke situaties kan ‘zien’. Dat kan de X-H1 tot -1.0Ev, dat is zelfs beter dan een Canon 5D MKIV met -0,5Ev,  terwijl de X-T2 het moet doen met +0.5Ev.

‘Goed zicht onder slechte lichtomstandigheden.

Daar houdt het nog niet bij op!

Doordat de X-H1 veel meer gegevens met betrekking tot het AF systeem van de camera tegelijkertijd kan verwerken betekent dat ook dat de X-H1 nu ook steeds tussendoor kan scherpstellen.

De X-T2 stelt scherp op het onderwerp en wacht dan met opnieuw scherpstellen tot het moment dat het onderwerp buiten het scherpstelvlak komt, om pas daarna weer opnieuw scherp te stellen. Dat heeft tot gevolg dat een foto van een bewegend onderwerp bij de X-T2, niet altijd scherp in beeld is. Er is door de wijze waarop de X-T2 scherpstelt daardoor altijd een gerede kans dat een onderwerp toch niet geheel scherp wordt weergegeven, of dat er sprake is van front- of backfocus, waarbij de scherpte dus niet op het onderwerp ligt, maar net ervoor óf net erna ligt.

Het AF-Systeem past zich nu voortdurend aan, aan de positie van het te fotograferen onderwerp.

Ook dat probleem is bij de X-H1 grotendeels opgelost, want bij iedere meting wordt nu ook de scherpte aangepast waardoor het scherpteveld meebeweegt met het te volgen onderwerp. Dit zorgt er dus voor dat de kans op front- of backfocus op een bewegend onderwerp aanzienlijk kleiner wordt en het aantal foto’s dat je daardoor weg kunt doen omdat deze onscherp zijn nog eens flink kleiner wordt ten opzichte van de X-T2.

Andere verbeteringen met betrekking tot het autofocussysteem zien we in het onderstaande overzicht.

Overige verbeteringen met betrekking tot het AF-Systeem

3. IBIS. Niet zomaar een ‘dingetje’!

Het gegeven dat Sony en Olympus al wat langer beschikken over een ingebouwd stabilisatiesysteem is niet de reden dat Fujifilm deze technologie nu ook voor het eerst toepast in de Fujifilm X-H1. Het is dus geen reactie op, want het stabilisatiesysteem zoals Fujifilm nu toepast is direct ook leidend en kan worden gezien als het beste stabilisatiesysteem zoals nu voorhanden is.

Fujifilm heeft volop ingezet om de allerbeste beeldkwaliteit te kunnen leveren die met dit systeem mogelijk is. De resultaten zijn op zijn minst indrukwekkend te noemen.

Speciaal voor het aantsuren van IBIS maakt Fujifilm gebruik van een extra processor die specifiek met deze taak is belast, daar waar andere camerafabrikanten gebruik maken van dezelfde processor als de beeldprocessor. Doordat het IBIS systeem in de X-H1 gebruik maakt van een specifieke processor betekent dit dat het systeem tot wel 10.000 calculaties per seconde kan maken. Dit zorgt ervoor dat het beeld uiterst snel en precies kan worden gecorrigeerd en wel tot maximaal 5.5 stops Ev.

Een opname gemaakt op 1/8e seconde kan daarmee in theorie nét zo scherp zijn als een opname die gemaakt is met een sluitertijd van 1/350e seconde! Kun je nagaan wat dit betekent als je dit systeem gebruikt in combinatie met wat grotere en zwaardere objectieven zoals de XF56mmf1.2, de XF90mmf2 of de XF16-55mmf2.8.

Alle ongestabiliseerde objectieven worden dankzij IBIS ineens allemaal gestabiliseerde objectieven. En niet alleen dat. De correctie vindt plaats over 5 verschillende assen.

De verschillende assen waarover, het interne stabilisatiesysteem kan draaien.

De ingebouwde beeldstabilisatie (IBIS) in de Fujifilm X-H1 werkt over 5 verschillende assen. De bewegingen kun je onderverdelen in:

1. Tuimelen

2. Draaien

3. Rollen

4. Verschuiving over de X-As

5. Verschuiving over de Y-AS.

Het ingebouwde stabilisatiesysteem in de Fujifilm X-H1 werkt samen in combinatie met de gestabiliseerde Fujinon objectieven (OIS). Dat houdt in de praktijk in dat de camera alleen stabiliseert voor datgeen dat het objectief niet kan corrigeren.

Kan een objectief bijvoorbeeld corrigeren voor tuimelen, draaien en rollen, dan zal de camera corrigeren voor de X- en Y-as. Kan een objectief alleen corrigeren voor tuimelen en draaien, dan zal de camera naast de correctie voor de X-as en de Y-as ook corrigeren voor de rolbeweging. Er is dus géén sprake van een dubbele correctie, maar van het overnemen van functionaliteit die op het objectief ontbreekt. Stabilisatie vindt daarmee bovendien plaatst op het punt waar dit het beste kan plaatsvinden.

IBIS een gestabiliseerd systeem in combinatie met alle objectieven.

Het stabilisatiesysteem in de X-H1 is daarmee heel slim uitgedacht en biedt ook fotografen vele voordelen. IBIS is dus geen ‘luxe’ optie, maar is een revolutionair stukje gereedschap dat de manier waarop wij kunnen fotograferen zal veranderen. Foto’s die tot voor kort niet uit de hand gemaakt konden worden, kunnen nu wel gemaakt worden.

4. Anti flikkersysteem

Een ander punt waar ik weinig over lees, maar dat wel degelijk een flinke bijdrage kan leveren aan het gemak waarmee je als fotograaf met deze X-H1 kunt fotograferen is het ‘Anti Flikker’ reductie systeem.

Deze functie op de camera houdt namelijk rekening met de gebruikte frequentie van het hoofdlicht. Bij gebruik in bijvoorbeeld sporthallen waar veelvuldig gebruik wordt gemaakt van kwiklampen, TL-Licht en in steeds meer situaties ook ledlicht, kan de frequentie van deze lampen ertoe bijdragen dat de belichting van de gemaakte opnames niet constant is.

Werking van het anti-flikkersysteem

Doordat alle lampen voor ons onzichtbaar (maar voor een camera steeds zichtbaar) heel snel aan en uit gaan kan dat er voor zorgen dat er verschil in belichting bestaat tussen twee verschillende opnames, ondanks dat deze opnames gemaakt zijn met dezelfde sluitertijd en diafragma instelling.

De Anti flikker functie op de X-H1 detecteerde de frequentie van de belangrijkste kunstlichtbron en zal de timing tussen twee opnames zodanig synchroniseren dat de opname pas gemaakt wordt op het meest ideale moment, zodat er geen verschil is in belichting tussen de verschillende opnames.

Een onmisbare functie die vaak moeten fotograferen onder moeilijke omstandigheden en waar kunstlicht het hoofdlicht vormt.

5. De ‘CM’ knop – Elektronische + Eerste gordijn sluiter

De aanwezigheid van de nieuwe CM knop onder de drive hendel is nog zo’n optie waar de reviewers massaal aan voorbij zijn gevlogen omdat ze zich allemaal hebben gestort op de video opties van de X-H1… Ik krijg soms zelfs het idee dat ze zelfs totaal niet gekeken hebben naar de mogelijkheden die deze camera te bieden heeft voor fotografen. Want ook de nieuwe CM knop heeft fotografen juist heel veel te bieden.

Voor het éérst op een Fujifilm camera kan mijn hart sneller gaan kloppen van het gebruik van de elektronische sluiter. En als ik enthousiast wordt over een optie waarbij er gebruik wordt gemaakt van de elektronische sluiter dan moet het echt een meerwaarde hebben.

Wanneer de drive hendel op CM wordt geplaatst maakt de camera niet alleen gebruik van de elektronische sluiter, maar ook van het eerste gordijn van de mechanische sluiter. Dat wil dus zeggen dat er sprake is van een hybride sluiter. Het nadeel dat er geen gebruik kan worden gemaakt van de flitser blijft bestaan. Tegelijkertijd lost het drie andere belangrijke problemen van de elektronische sluiter op.

De ‘CM’ knop onder de drive hendel. Nieuwe mogelijkheden voor fotografen.

Scheeftrekken van het beeld kan door gebruik van deze optie worden voorkomen.

Gordijnvorming onder kunstlicht wordt er zodanig mee onderdrukt dat het nauwelijks nog een probleem vormt. Het geluidsniveau dat het eerste gordijn produceert is zodanig laag dat dit nooit storend zal zijn. Zelfs in die situaties waar stilte vereist is kan ik mij niet voorstellen dat iemand dit ooit storend kan vinden. Tegelijkertijd biedt het jou als fotograaf voldoende feedback dat je weet dat de foto is gemaakt.

Een bijkomend voordeel van het gebruik van deze sluiter is dat trillingen nauwelijks een rol spelen, waardoor er uiterst scherpe beelden mee kunnen worden gemaakt.

Bovendien bedraagt de blackout (de tijd dat je niets ziet tussen twee, of meer opnames door) slechts 100 milliseconden. Dat betekent dat er sprake is van ‘Near Zero Blackout’ tijdens het maken van continu opnames. Het volgen en fotograferen van snel bewegende onderwerpen zal daardoor nooit een probleem meer hoeven te zijn.

6. Het E-Inkt Sub-LCD display

De aanwezigheid van het sub-LCD paneel op de X-H1 wordt door sommigen bekritiseerd omdat het afbreuk zou doen aan het ontwerp van de camera, en bovendien zie ik dat sommige mensen ‘boos’ zijn dat hun geliefde draaiknop voor de belichtingscompensatie verloren is gegaan.

Laat ik beginnen met die belichtingscompensatieknop. Wanneer jij deze op een X-T2 hebt ingesteld op stand ‘C’, zul je geen verschil ervaren in het gebruik van de belichtingscompensatie. Je kunt dan net als voorheen, het voorste of achterste instelwiel gebruiken om de belichting aan te passen. Kortom, dat is allemaal paniekvoetbal om niets!

Fotografen die van een spiegelreflex komen zullen voor wat betreft de belichtingscompensatie helemaal geen verschil merken in de manier waarop deze moet worden gebruikt.

Kom ik nu aan bij dat LCD schermpje zelf.

Velen hebben het idee dat het LCD scherm bovenop de de X-H1 op een zelfde wijze werkt en functioneert zoals we die kennen op een spiegelreflex camera.

Fujifilm zou Fujifilm niet zijn als er over dit schermpje niet nagedacht zou zijn. Natuurlijk hebben ze dat bij Fujifilm gedaan en dit LCD schermpje steekt heel wat vernuftiger in elkaar dan je waarschijnlijk zult denken.

Het E-Inkt Sub-LCD scherm – Méér dan een ‘schermpje’.

Want, vrijwel alles wat je op dit scherm zichtbaar kunt maken kun je zelf bepalen. Je bent daarbij zelfs in grote mate vrij waar je de informatie op het LCD schermpje toont. Deze instelling is bijzonder veelzijdig. Bovendien apart instelbaar voor zowel fotografie als video. Zo heb je voor fotografie alle belangrijke informatie onder het schermpje staan, maar wanneer je overschakelt naar de video optie, heb je juist weer die specifieke informatie op het LCD scherm zichtbaar.

Ook wanneer je de camera uitschakelt kan er informatie op het LCD display worden getoond en doordat dit scherm bestaat uit E-inkt hoef je niet bang te zijn voor het batterijverbruik. Dat is namelijk uiterst lag. Aardig is ook dat je de voor en achtergrond kunt wisselen. Zo kun je kiezen voor zwarte cijfers en letters op een lichte achtergrond, of voor lichte cijfers en letters op een donkere achtergrond.

7. Verbeterde elektronische zoeker (EVF)

Ook weinig besproken in de verschillende reviews, maar zeker de moeite van het vermelden waard is de flink verbeterde zoeker waar de X-H1 mee is uitgerust.

De zoeker zelf is niet groter geworden ten opzichte van de X-T2. Het beeld dat hij geeft is een vergrotingsfactor van 0.75x zelfs een heel klein tikkeltje kleiner dat de X-T2 (vergrotingsfactor 0.77x). Dat komt overigens niet doordat er een ander vergrootglas is toegepast in de zoeker van de X-H1, maar doordat de zoeker iets verder naar achteren in de behuizing is geplaatst, waardoor je niet zo snel met je neus en wang tegen het LCD scherm aan de achterzijde van de camera wordt geperst.

Een verbeterde elektronische zoeker

De verbetering van de zoeker zitten hem voornamelijk in de resolutie en de helderheid. De resolutie van de OLED zoeker in de X-H1 is met 56% gestegen naar een schermpje met 3.69 miljoen dots. Tegelijkertijd is de zoeker 160% helderder en is daarmee van 500cd/m2, naar 800cd/m2 gegaan. Het beeld kan daarbij tot 100x per seconde worden ververst.

De vertraging tussen doorgave van het beeld tussen sensor en zoeker is zelfs teruggebracht naar 0.0045 sec. Daarmee kijkt deze zoeker alsof je door een optische zoeker naar een onderwerp kijkt, maar met alle voordelen die een elektronische zoeker te bieden heeft.

8. Verbeterde ergonomie

Ok, eerlijk is eerlijk. De behuizing van de X-H1 is best wel wat groter dan de X-T2. Tegelijkertijd voel je ook direct dat deze camera flink robuurster is gebouwd. Dat mag ook wel want de camera is ook nog eens zo’n 100 gram zwaarder dan de X-T2 doordat de X-H1 een ingebouwd stabilisatiesysteem bevat.

Sommigen, zoals ik, zullen de iets grotere behuizing omarmen, anderen kunnen het misschien zien als een kleine afknapper. De meningen zullen daarover altijd verdeeld blijven. Wat de een prettig vindt zal een ander als onprettig kunnen ervaren en omgekeerd.

Fujifilm X-H1 – Verbeterde ergonomie

Anyway, de X-H1 heeft een flink bredere grip waardoor je vingers veel beter in staat zijn om de camera goed te omklemmen. Bovendien is er een uitsparing voor de wijsvinger, waardoor hij bijzonder goed in de hand ligt. Met name als je ook grotere of zwaardere objectieven gebruikt zoals de XF56mm, XF90mm, de XF16-55mmf2.0 of de telezoom objectieven zoals de XF50-140mm en de XF100-400mm. In die laatste gevallen ben je zelfs blij dat de camerabody zelfs wat groter is geworden.

Fujifilm X-H1 – Sterk verbeterde knoppen op de achterzijde van de camera.

Alle knoppen zijn op de X-H1 veel beter bereikbaar dan bij de X-T2 en bij het indrukken van de knoppen achterop de camera kun je deze nu ook eindelijk voelen. Bovendien is het verplaatsen van de AE-L en AF-On toets een goed idee geweest. Dat maakt Back Button Focus eindelijk weer fatsoenlijk beschikbaar op de X-H1. De ‘Q’ snelknop is wijselijk verplaatst, waardoor per ongeluk indrukken nu eigenlijk niet meer kan. Al met al zijn dat zeer welkome verbeteringen omdat de hele camera er gewoon in zijn geheel meer door in balans is gekomen

Ik als fotograaf kan deze verbeteringen alleen maar omarmen.

In het kort

De bovenstaande 8 opties maakt dat de X-H1 wel degelijk grote verbeteringen kent ten opzichte van de X-T2 en dat deze X-H1 daardoor absoluut ook aantrekkelijk is voor diegenen die hun camera voornamelijk gebruiken om er mee te fotograferen.

Het zijn stuk voor stuk opties waar veel van de reviewers aan voorbij zijn gegaan en waardoor naar mijn mening de indruk is ontstaan dat de X-H1 alleen interessant is voor film- en videomakers. Maar dat klopt dus niet.

Fujifilm heeft deze camera gemaakt met de professional in het achterhoofd. Dat is ook de reden waarom Fujifilm in deze camera gebruik maakt van bewezen sensortechnologie en (nog) niet heeft gekozen voor een nieuwe sensor. Een camera waar brood mee verdient moet worden moet betrouwbaar zijn en beschikken over technologie waarop men kan vertrouwen. De X-H1 heeft dat te bieden.

Nog een klein puntje van aandacht waar ik wel enige kritiek op heb gezien en dat ik graag nog even wil aantippen waarom dat ‘probleem’ weer aardig wordt overtrokken door de doemdenkers.

De X-H1 maakt gebruik van dezelfde NP-W126S batterij als die wordt gebruikt in de X-Pro2, X-T2, X-T20, X100F. Dat is géén nadeel, maar juist een groot voordeel, want de uitwisselbaarheid maakt ook dat je dezelfde batterijen kunt gebruiken in één van deze andere camera’s die je bijvoorbeeld als back-up achter de hand hebt.

Het aantal opnames dat je kunt maken op één acculading is inderdaad iets minder groot dan dat je gewend was. Je krijgt daar grootse prestaties voor terug. Wie gebruik maakt van de boostergrip zal hoogstwaarschijnlijk op een drukke dag slechts eenmaal de batterijen hoeven te wisselen. Dat is niet onoverkomelijk en voor wie zegt dat dit een onoverkomelijk probleem is, die is, naar mijn mening, spijkers op laag water aan het zoeken.

Ja, ik denk dat de X-H1 een prima camera is die vooral de professional zal aanspreken. Ofdat een upgrade van de X-T2 naar X-H1 het overwegen waard is zal afhangen van wat je met je camera doet en of je bovengenoemde punten belangrijk genoeg vindt. Dat kan ik je natuurlijk niet zeggen.

Wel dat ik denk dat het juist de vele kleine dingen zijn die het tezamen toch een hele interessante camera maken. Het zijn de kleine dingen die het er toe doen!.

Gebruikte afbeeldingen in deze blog zijn gemaakt door Jonas Rask voor Fujifilm. Op alle afbeeldingen berust het copyright van Fujifilm. De afbeeldingen in deze blog zijn voor non-commercieel gebruik. Slides gemaakt tijdens persintroductie.