Close

Archive for category: Photoclass

De MTF grafiek – De snelste manier om een ‘lens’ te beoordelen op zijn waarde.

De snelste manier om een ‘lens’ te boordelen op zijn waarde.

De meeste fotografen kijken bij de aanschaf van een objectief vaak allereerst naar de prijs en de lichtsterkte. Daarna wordt waarschijnlijk pas gekeken hoe ‘scherp’ de ‘lens’ is die je wilt kopen. Een objectief dat van hoek tot hoek volledig scherp is, die is zijn gewicht in goud waard. Althans, dat willen de objectlevenmakers je graag doen laten geloven. Maar hoe kun je nu eigenlijk zelf zien op basis van de gegeven specificaties van de fabrikant hoe ‘scherp’ een objectief is vóórdat je hem hebt gekocht. Immers je wil graag vooraf al weten wat je mag verwachten van het oplossend vermogen, de contrastweergave en zelfs de scherptediepte? In deze blog leg ik het je uit dat dit kan door het kunnen lezen en interpreteren van een zogenoemde MTF grafiek!

Objectieven en lichtbrekingen

Wie net een nieuw objectief heeft gekocht heeft ongetwijfeld gezien dat er in de doos ook een boekje zat en dat in dat boekje een aantal grafieken afgebeeld staan. Die grafieken kwam je misschien ook al tegen toen je op internet ging zoeken naar meer informatie over de ‘lens’ die je op het oog had, of net hebt gekocht.Over het algemeen gezien zal zo’n grafiek er ongeveer als volgt uit zien:

Een voorbeeld van een MTF grafiek, maar wat betekent zo’n grafiek eigenlijk?

Je ziet op die grafiek een aantal lijnen getekend die bestaat uit vaste lijnen en gestippelde lijnen. Je ziet ook dat die lijnen over het algemeen genomen aan het einde van de grafiek een neerwaartse richting volgen. Soms lopen deze lijnen zelfs tot bijna helemaal beneden.

Zo’n grafiek zoals je hierboven ziet noemen we een ‘MTF grafiek’. De afkorting MTF staat daarbij voor ‘Modulation Transmission Function’. Dat is zoals je ziet een hele mond vol met technische termen. Ik neem het je niet kwalijk als je niet in één keer begrijpt waar dat voor staat. Gelukkig ook maar want anders zou ik deze blog ook niet hoeven te schrijven.

Deze grafiek geeft eigenlijk aan hoe het licht door het objectief wordt verwerkt. Licht wordt binnenin een objectief namelijk door de verschillende lenzen en lensgroepen aantal keer verbogen, om uiteindelijk zo recht mogelijk op de sensor te belanden.

Je kunt daardoor ook zeggen dat de MTF grafiek aangeeft hoe een objectief omgaat met de scherpte- en contrastweergave. We noemen dat het ‘oplossend vermogen’. Zo’n grafiekje verteld je daarmee iets over de scherpte waarmee een opname kan worden gemaakt.

De meeste fabrikanten tonen de prestaties van hun objectieven op basis van het grootst mogelijke diafragma waarover het objectief beschikt. Bij een zoomlens worden altijd twee grafieken weergegeven. De ene grafiek is dan op basis van de kortste brandpuntsafstand. De tweede grafiek geeft de prestaties van het objectief weer op basis van de langste brandpuntsafstand (wanneer er volledig is ingezoomd).

Waarom is het handig om een MTF grafiek te kunnen lezen?

Het kunnen lezen van een MTF grafiek kan je enorm helpen bij het maken van de keuze voor een objectief dat je graag zou willen aanschaffen. Het is bovendien een objectieve manier om een ‘lens’ te kunnen beoordelen op zijn kunnen.

Zo geeft een MTF grafiek je informatie over de scherpte en het oplossende vermogen van een objectief wanneer deze wordt gebruikt bij een ‘vol open’ diafragma. Je kunt namelijk aan de grafiek aflezen hoe de contrastweergave is en je kunt zien hoe zuiver het beeld is (astigmatisme) en hoeveel kleurverschuiving (chromatische aberratie) er kan optreden. Zo’n grafiek verteld je zelfs iets over de te verwachte bokeh (achtergrondonscherpte).

Het is dus erg nuttig om zo’n grafiek te kunnen lezen, want het verteld je veel over de prestaties van een lens.

Het perfect ontworpen en gefabriceerde objectief zou al het licht doorlaten en kent een perfecte breking van de lichtstralen. Iedere foton (lichtdeeltje) dat daarbij het objectief binnenkomt zou dan ook op de sensor kunnen landen. Helaas het perfecte objectief kan niet worden geproduceerd. Sterker nog. Juist doordat er wat lichtverlies optreedt krijgt ieder objectief zijn eigen charme.

De lensopbouw van een Fujinon XF16-55mm f2.8 objectief. Licht wordt door verschillende lensdelen gebroken.

Geen enkel objectief is namelijk 100% doorzichtig. Ieder lensdeel heeft immers een bepaalde dikte en het gebruikte glas kenmerkt zich door zijn eigen dichtheid. Het licht wordt door iedere lens in een objectief ietsjes verbogen en door deze brekingen van het licht zal ook niet al het licht de sensor van je camera kunnen bereiken.

Dit verlies van licht wordt uitgedrukt als de ‘contrastweergave’.

Je moet dat zien als hoe minder licht de sensor bereikt, hoe hoe minder verloop er is tussen helder en donker. Er zijn dan dus minder ‘tinten’ beschikbaar. Minder verschillende tinten betekent dus verlies aan contrast.

Contrast vormt het fundament voor de resolutie. Een goede contrastweergave betekent namelijk ook dat alle contouren duidelijk zijn afgetekend. We noemend dit resolutie of scherpte. Hoe meer details door onze ogen kunnen worden onderscheiden hoe hoger de resolutie.

De hoeveelheid contrastweergave en de scherpte resulteert in het zogenoemde oplossende vermogen van een objectief.

Het oplossende vermogen van een objectief op waarde schatten

Om te weten hoe goed de resolutie is van een objectief meten we dat af aan het aantal lijnen of lijnparen per millimeter (lp/mm) die we (gemiddeld gezien) met het blote oog nog kunnen onderscheiden. Zo verkrijg je een objectieve meting.

De weergave van het oplossende vermogen van een objectief wordt over het algemeen in een grafiek weergegeven op basis van twee verschillende resoluties: 10lp/mm (lage resolutie) en 30 lp/mm (hoge resolutie). De meting die wordt uitgevoerd op 10lp/mm is voor de contrastweergave. De meting die wordt uitgevoerd op 30lp/mm is voor de weergave van de scherpte en resolutie.

De twee verschillende soorten metingen (één op lage en één hoge resolutie) zijn noodzakelijk omdat ze door onze ogen ieder op een andere wijze worden geïnterpreteerd.

Het oplossende vermogen wordt niet alleen in het midden van een objectief gemeten, door op verschillende afstanden vanaf het centrum een meting uit te voeren kunnen we goed zien hoe goed de contrastweergave en scherpte blijven naar de randen van het beeld .

Om te zien hoe ‘goed’ een objectief presteert worden de metingen niet alleen in het midden van het objectief uitgevoerd, maar worden deze metingingen vanuit het midden op verschillende afstanden herhaalt. Zo kun je dan goed zien óf en hoeveel afname er is van het oplossende vermogen van een objectief.

Bij een 35mm full frame camera worden de metingen gedaan om de 5mm, dus 5mm, 10mm, 15mm en 20mm vanaf het centrum. Een meting bij 20mm beslaat zo’n 90% van het sensoroppervlak. Daar kun je dan dus goed zien hoe een objectief presteert aan de randen.

Het meten van een objectief voor een APS-C camera, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm, werkt de meetmethode hetzelfde. Echter, omdat de sensor kleiner is wordt de rand van de sensor bereikt bij ongeveer 14.2mm

Op de Y-as van de grafiek zien we hoe goed een ‘lens’ presteert. De weergave loopt van 0 tot 1, maar je kunt evengoed zeggen dat 0 staat voor 0% en een score van 1 staat voor 100%. Kortom, hoe hoger de lijn ligt hoe beter het oplossende vermogen van een objectief. Als de grafiek een lange rechte lijn laat zien is dat dus een ‘goede’ lens.

Hoe je de lijnen moet lezen en wat ze vertegenwoordigen leg ik je hieronder uit:

Contrastweergave

De lijn die wordt weergegeven voor de lage resolutie (10lp/mm) wordt meestal in het rood weergegeven. Deze lijn geeft de contrastweergave aan. Zodra deze lijn daalt betekent dat dus een afname van de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. Door contrastafname wordt het beeld donkerder en lopen de verschillende kleuren en helderheden dicht. We zien dit vaak gebeuren in de hoeken van de sensor. De afname wordt mede veroorzaakt door de grootte van de beeldcirkel.

Scherpte

De tweede lijn die je ziet (vaak blauw) geeft aan hoe scherp een objectief is. Deze geeft namelijk de detailweergave aan. De detailweergave wordt gemeten op basis van het kunnen onderscheiden van 30 lijnparen per millimeter. Een perfecte score wordt verkregen als alle 30 lijnparen kunnen worden geteld. De lijn daalt naarmate er minder individuele lijnparen van elkaar kunnen worden onderscheiden.

Wanneer je naar de grafiek kijkt zie je ook dat er voor zowel de contrastweergave als ook voor de scherpte twee verschillende lijnen worden getekend. Een doorgetrokken lijn en een onderbroken stippellijn.

Het oplossende vermogen van een objectief wordt zowel over de horizontale als verticale as gemeten.

Het sagittale vlak

De doorgetrokken lijn staat daarbij voor het zogenoemde sagittale vlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in horizontale richting van het objectief.

Het meridiaalvlak

De stippellijn staat voor het zogenoemde meridiaanvlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in verticale richting van het objectief.

Het sagittale vlak en het meridiaanvlak samen vertellen je wat over de beleving van de achtergrondonscherpte (bokeh). Hoe dichter de doorgetrokken lijn en de stippellijn bij elkaar liggen hoe vloeiender en gladder de beleving is van de achtergrondonscherpte (bokeh). Gezien het gegeven dat de meting wordt gedaan op het grootst mogelijke diafragma van een objectief kun je dus goed inschatten hoe zacht de achtergrondonscherpte zal worden beleefd. Je kunt er ook aan aflezen hoeveel chromatische aberratie (kleurverschuiving) een objectief kent. Bij een perfect objectief vallen zowel het sagittale- als het meridiale vlak samen.

NIKKOR Z 50mm f/1.8 S – Een groot oplossend vermogen tot in de hoeken.

Nu blijft de vraag natuurlijk over, wat is ‘goed’ en wat is ‘slecht’ voor wat betreft contrastweergave als de weergave van resolutie. Over het algemeen genomen zal de contrastweergave altijd beter zijn dan het oplossende vermogen van de resolutie.

Wanneer je een MTF grafiek leest kun je in zijn algemeenheid zeggen dat alles wat hoger is dan 0.9 mag worden geclassificeerd als ‘uitstekend’. Alles tussen 0.7 en 0.9 mag worden gezien als ‘goed’ en alles onder 0.5  is over het algemeen gesproken matig tot soft. Alles onder 0.2 is gewoon aan te duiden als ‘slecht’. Tegelijkertijd is dat mijn eigen interpretatie voor wat ‘goed’ en ‘slecht’ is. Die definitie ligt uiteindelijk voor iedereen weer net even anders.

Een voorbeeld

Laten we het nu eens allemaal bekijken aan de hand van een echt voorbeeld.

Het oplossende vermogen van een objectief is over het algemeen genomen het grootste in het midden van het beeld. Kortom scherpte en resolutie zijn daar het beste. Hoe verder we richting de rand van het beeld gaan hoe meer ‘lensfouten’ zichtbaar worden. Je mag dus verwachten dat een grafiek altijd hoog begint om vervolgens te gaan dalen. Hoe langer een objectief een rechte lijn laat zien hoe beter de optische prestaties van een objectief.

Een MTF grafiek is dus vooral handig wanneer je objectieven op een eerlijke manier met elkaar wilt vergelijken. Dat vergelijken kan eigenlijk alleen objectief gebeuren als bedie objectieven dezelfde brandpuntsafstand hebben én een gelijkwaardig diafragma gebruiken.

Een eerlijk vergelijk tussen twee objectieven van hetzelfde merk op basis van dezelfde brandpuntsafstand en hetzelfde grootste diafragma van f1.8. 

In de bovenstaande grafiek vergelijk ik twee objectieven van hetzelfde merk en met dezelfde brandpuntsafstand en diafragma.

Het objectief aan de linkerzijde is de Nikkor Z 50mm f1.8 S en het objectief aan de rechterzijde is de Nikkor AF-S 50mm f1.8.

Het verschil?

Het objectief aan de linkerzijde is specifiek ontworpen voor de nieuwe Z-Mount van Nikon en daarmee voor een systeemcamera, terwijl het objectief aan de rechterzijde is ontwikkeld voor een spiegelreflex camera.

Wanneer ik diverse fora raadpleeg op internet zie ik veel mensen klagen over de prijs van het nieuwe Z-Systeem van Nikon. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid op met de vraag of die kritiek nu echt terecht is. Voor de goede orde. Het Nikkor Z 50mm f1.8 objectief gaat over de toonbank voor €679,00, terwijl het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief wordt verkocht voor slechts €229,00.

Op basis van het grote prijsverschil lijkt de kritiek dat het nieuwe systeem en de objectieven ervoor nogal ‘duur’ is terecht.  Immers een prijsverschil van zo’n €450,00 is geen ‘kattepis’. Daar mag dus wel wat tegenover staan om zo’n groot prijsverschil te rechtvaardigen. Immers, het zijn beide objectieven voor een digitale 35mm (full frame) camera en in die zin voor een soortgelijke sensor.

Laten we daarom deze objectieven eens niet op prijs vergelijken maar op hun specificaties en het oplossende vermogen, dan wordt al snel duidelijk dat beide objectieven zich eigenlijk niet met elkaar laten meten. Het objectief voor het nieuwe Z-Systeem van Nikon is dan domweg gezien een klasse apart.

Voor het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem blijven de contrasten behouden tot bijna 17.5mm vanaf het centrum van de beeldcirkel, terwijl we bij het oude vertrouwde AF-S objectief zien dat de contrastweergave vrijwel direct begint te dalen. Eerst nog wat langzaam, maar vanaf zo’n 10mm vanaf het centrum daalt deze snel door tot een score van 30% aan de randen voor het sagittale vlak (horizontaal). De doorlaat van het licht via het meridiaal vlak (verticaal) blijft redelijk goed behouden, maar is met een score van 75% nog steeds beduidend minder dan het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem.

We zien bovendien dat bij het nieuwe 50mm S objectief dat zowel de sagittale meting als wel de meting over het meridiaal, dat deze lijnen voor wat betreft de contrastweergave zeer dicht tegen elkaar aan blijven lopen. We kunnen hieruit de conclusie trekken dat dit objectief weinig last heeft chromatische aberratie (CA). Er is immers weinig verschuiving over de horizontale- en verticale as waar te nemen. Het objectief blijft daarmee kleurzuiver. De brandpuntsafstand voor iedere golflengte van het licht wordt dus goed behouden.

Wanneer we nu kijken naar het wat oudere 50mm f1.8 AF-S objectief dan zien we dat de doorgetrokken lijn en de stippellijn niet mooi bij elkaar blijven lopen. De conclusie die daaruit kan worden getrokken is dat dit oude objectief niet alleen een minder goede kleurweergave heeft en behoorlijk last heeft van vignetvorming naar de hoeken, maar ook dat het AF-S objectief beduidend meer last heeft van lensafwijkingen zoals chromatische aberratie (CA).

Voor diegenen die niet weet wat Chromatische aberratie betekent. Dit is een afwijking op kleur in golflengtes doordat niet alle lichtstralen exact door hetzelfde brandpunt gaan. Je ziet deze ‘lensfout’ vaak terug bij gebruik van een groot diafragma en waarbij er grote contrastverschillen waar te nemen zijn. Bijvoorbeeld langs de randen van een object zoals een boom. Je ziet dan vaak een rode/paarse en groene lijn. Zo’n lijntje kan behoorlijk storend zijn.

Een duidelijk voorbeeld van chromatische aberratie bij een 50mm objectief. 

Laten we nu eens kijken naar de resolutie van beide objectieven. Ook hier is een groot verschil te zien tussen het nieuwe 50mm f1.8 S objectief voor het nieuwe Z-Systeem en het 50mm f1.8 AF-S objectief voor de oude vertrouwde spiegelreflex camera. Het 50mm f1.8 S objectief laat pas na zo’n 15mm vanaf het midden van het beeldvlak een kromming zien. Dat betekent dat vanaf dat punt de scherpte iets af gaat nemen. Die scherpte blijft redelijk behouden tot en met de randen van het beeld. De daling van scherpte wordt veroorzaakt door de bolling van de verschillende lensdelen. De hoeveelheid buiging van het licht is dan verantwoordelijk voor de afname van de scherpte. Hier zie je dat de nieuwe grotere lensvatting van de Nikon Z zijn nut bewijst. Er is wel een afname van scherpte, maar doordat het licht minder hoeft af te buigen om het sensoroppervlak te raken kan de scherpte tot een redelijk niveau behouden blijven.

Tegelijkertijd zie je in de grafiek voor het 50mm f1.8 AF-S objectief direct de makke van de oude lensvatting. Door de kleine(re) lensvatting moet het licht meer gebogen worden. Dat heeft direct gevolgen voor de scherpte. Dit is ook een probleem dat je veel ziet bij de objectieven voor de Sony E-mount. Deze is eigenlijk te klein voor een kwalitatief goede weergave op een Full Frame sensor. De scherpte neemt bij het 50mm AF-S objectief  tot een bedenkelijk niveau. Aan de randen van een foto zal bij gebruik van het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief weinig écht scherp zijn.

Wat we ook aan de grafieken kunnen aflezen is dat de achtergrondonscherpte (bokeh), bij het nieuwe 50mm objectief voor de Nikkor Z, veel zachter is dan bij het oude objectief dat gebruikt wordt voor spiegelreflex camera’s.

Nu we beide objectieven op een eerlijke wijze met elkaar hebben vergeleken, kunnen we eigenlijk pas beoordelen of de nieuwe objectieven voor het Nikkor Z systeem ‘duur’ of ‘betaalbaar’ zijn. Als je het mij vraagt is het prijsverschil gerechtvaardigd. Deze nieuwe objectieven hebben veel waar te bieden voor hun geld.

Uiteraard kun je een dergelijk vergelijk ook maken voor andere camera’s, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm. De meetmethode voor het testen van het oplossende vermogen is immers gelijk. Een MTF grafiek voor een APS-C systeem is niet anders dan voor andere camera’s. Wil je weten hoe scherp jouw objectieven zijn? Kijk dan eens naar de MTF grafiek voor het objectief waarvan je graag wilt weten hoe scherp deze is en wat je ervan mag verwachten.

Wanneer je dus de volgende keer een nieuwe ‘lens’ koopt weet je nu waar je op moet letten en kun je op een eerlijke wijze objectieven met elkaar vergelijken, zonder het oordeel en de smaak van een reviewer of blogger er in mee te nemen. Er zullen er velen zijn die je eigenlijk geen eerlijk en ‘objectief’ beeld geven.

Wacom ExpressKey Remote – Foto’s bewerken was nog nooit zo eenvoudig!

Foto’s bewerken was nog nooit zo eenvoudig!

Hoe kun je het bewerken van je foto’s intuïtiever en sneller maken? Dat is een vraag die veel fotografen hebben. Wie veel met Lightroom, Capture One en/of Photoshop werkt weet dat dit soms flink tijdrovend kan zijn. Dat moet sneller kunnen…. En, inderdaad dat kan sneller! In deze review bekijken we de Wacom ExpressKey Remote.

Allereerst: ‘Loupedeck’ – De concurrentie onder de loep…

Eerst even de concurrentie… Misschien heb je er al weleens van gehoord de ‘Loupedeck’ Een apparaat dat de vorm heeft van een keyboard, maar is voorzien van een flink aantal draaiknopjes die je het leven als fotograaf eenvoudiger zou moeten maken. Tegelijkertijd kent dit apparaat ook een aantal nadelen.

1.     Hij is redelijk aan de maat en niet eenvoudig mee te nemen.

2.     Hij is specifiek bedoeld om te gebruiken in combinatie met Adobe Lightroom.

3.     Wijzigingen aan de software kunnen direct gevolg hebben voor het gebruik van de Loupedeck…. En wie de Loupedeck reeds een tijdje in zijn bezit heeft weet ook dat hij daardoor ineens niet meer bruikbaar kan zijn en… dat wachten op een update van Loupedeck om het apparaat weer werkend te krijgen enorm lang kan duren….

Voor wie veel onderweg is, of zijn foto’s liever wilt bewerken met behulp van een laptop of Surface Pro is de Loupedeck sowieso géén goede oplossing. De ruimte die je ervoor nodig hebt is domweg te groot en het ontbreekt dit apparaat aan voldoende flexibiliteit. Om die reden ben ik op zoek gegaan naar een oplossing die mij ruimte bespaart én flexibiliteit geeft. Die oplossing heb ik onlangs gevonden in de Wacom ExpressKey Remote.

De ‘Loupedeck’ relatief groot bedraad en onhandig….

Wacom ExpressKey Remote; Wat is het? Wat kun je ermee?

De Wacom ExpressKey Remote is een soort afstandsbediening die eigenlijk bedoeld is om te worden gebruikt in combinatie met de Wacom Cintiq of Intuos (Pro) tekentabletten. Nu zijn veel van deze tekentabletten van Wacom al voorzien van een zogenoemde touchring en expresskeys. Toch is het aantal toetsen op deze tekentabletten vaak onvoldoende om echt functioneel te kunnen zijn.

De Wacom ExpressKey Remote is eigenlijk een uitbreidingaccessoire voor de Wacom tekentabletten waarbij je de beschikking krijgt over een extra touchring én maar liefst 17 verschillende expresskeys. Deze 17 toetsen en de touchring kun je programma specifiek programmeren. Je kunt de Wacom ExpressKey Remote daarmee ook gebruiken voor andere programma’s naast Lightroom of Photoshop. Ieder programma dat je veel gebruikt kan dus baat hebben bij deze ExpressKey Remote!

Het apparaatje kun je gebruiken in combinatie met zowel een Windows computer als op een Mac. Je kunt hem helaas niet gebruiken in combinatie met een iPad Pro. Daarentegen hoef je absoluut niet de beschikking te hebben over een Wacom Cintiq of Intuos tekentablet (ondanks dat dit op de verpakking staat).

Dus ook wanneer je liever alleen met de muis, of bijvoorbeeld met behulp van een Microsoft Surface Pro (of een ander merk tekentablet) je bewerkingen uitvoert kan de Wacom ExpressKey Remote toch een uitkomst voor je zijn.

De  Wacom ExpressKey Remote,. Draadloos en niet groter dan de afstandsbediening van je TV.

Wat kun je ermee?

Wanneer je de toetsen slim programmeert kun je met behulp van de Wacom ExpressKey Remote razendsnel je foto’s selecteren, een waardering geven, bewerken en exporteren. Een foto bijsnijden? De belichting, het contrast, de schaduwen of witbalans aanpassen? Kleurtinten bijwerken of een filter toevoegen? Het kan allemaal en bovendien kun je het ook nog eens razendsnel uitvoeren. Heel eenvoudig met de afstandsbediening in één hand en je muis of tekenpen in je andere hand en dat terwijl jij gewoon met je ogen naar het scherm kunt blijven kijken!

Met behulp van de Wacom ExpressKey Remote ontplooi jij je creativiteit, werk je sneller en doe je meer met je fotografie!

De eerste indruk

De Wacom ExpressKey Remote komt in een mooie maar lastig open te maken verpakking. Gelukkig komt na even schudden de onderkant van het doosje (alsnog) los van de bovenkant en kun je eindelijk bij je pas aangekochte aanwinst. Enig geduld was daarbij helaas noodzakelijk en daardoor is het wel een écht cadeautje om uit te pakken….

De Wacom ExpressKey Remote is niet groter dan een afstandsbediening voor je TV en niet dikker dan je smartphone. Met maar liefst zeventien knoppen en 3 instelbare functies voor de touchring voelt hij stevig aan en is hij eenvoudig met één hand vast te houden. Een prettig en compact accessoire dat je eenvoudig naast iedere laptop, Surface Pro of keyboard kwijt kunt. Bovendien is de ExpressKey Remote draadloos te bedienen en dat alles bij elkaar maakt dat je dit accessoire eenvoudig overal mee naar toe kunt nemen, omdat hij nauwelijks ruimte inneemt.

Eerlijk is eerlijk. De ExpressKey Remote instellen naar jou eigen smaak en het correct toewijzen van alle functies aan de verschillende knoppen is even een werk, waar je best wel even wat tijd aan kwijt zult zijn.

Gelukkig is het instellen slechts een eenmalige handeling die je daarna juist flink wat tijd kan gaan besparen. Uiteindelijk maakt dit accessoire jou het bewerken van je foto’s een stuk eenvoudiger en sneller.

Het nadeel dat je alle toetsen programmaspecifiek zult moeten personaliseren om er het meeste voordeel uit te halen is uiteindelijk ook het grootste voordeel. Het maakt de Wacom ExpressKey Remote namelijk ook héél veelzijdig en flexibel.

Eenvoudig met ‘pen’ of ‘muis’ te bedienen.

Foto’s bewerken met de Wacom ExpressKey Remote

Het is verstandig om de eerste keer dat je met dit accessoire aan de slag gaat er even voor te gaan zitten, want anders denk ik dat hij alweer snel in een laadje verdwijnt en dat zou zonde zijn! Het heeft je écht serieus veel te bieden, maar het is aan jou om dat eruit te halen!

Het is uiteraard even wennen om niet je toetsenbord te gebruiken maar een kleine ‘afstandsbediening’ te pakken om je foto’s te selecteren en te bewerken. Dat wennen gaat overigens redelijk snel en je merkt direct hoe handig het kan zijn om doormiddel van een enkele knop een sterwaardering toe te kennen of om foto’s te selecteren of juist af te wijzen.

Zo heb ik bijvoorbeeld laatst binnen drie kwartier zeker 1000 foto’s geselecteerd en voorzien van een (ster)waardering. Dat je zo snel kunt werken heeft vooral te maken met het gegeven dat je minder hoeft te wisselen tussen verschillen taken en je alle belangrijke functies letterlijk onder één hand ter beschikking hebt.

Ook het bewerken van je foto’s gaat met de ExpressKey Remote veel eenvoudiger en sneller. Zweef met je muis boven de functie die je wilt wijzigen. Bijvoorbeeld de verschillende items in het basismenu in Lightroom en draai aan de touchring. Op deze manier kun je iedere parameter zoals de belichting, hooglichten, schaduwen, contrastwaardes, witbalans of welke andere bewerkingsfunctie binnen Lightroom  dan ook snel wijzigen zonder dat je daarvoor het toetsenbord hoeft aan te raken.

Iedere knop kan naar eigen inzicht worden geprogrammeerd en dat voor ieder programma dat je op je computer gebruikt.

Wil je snel een filter toewijzen of wil je snel een penseelstreep trekken? Ook dat kan eenvoudig. Je kunt iedere toets op de Wacom  ExpressKey Remote voorzien van een toetsaanslag of bijvoorbeeld een extra en aanklikbaar onscreen (taart)menu. Hierdoor kun je heel snel en overzichtelijk extra functies of items selecteren. Dat (taart)menu verschijnt vervolgens direct onder de muis waardoor je ook niet hoeft te zoeken en alle items direct tot je beschikking staan.

Dit maakt dat je op deze wijze gigantisch veelzijdig met de ExpressKey Remote kunt werken en geeft hem ongekende veelzijdigheid.

Conclussie

Over het algemeen gesproken is de Wacom ExpressKey Remote een handige accessoire waarmee je eenvoudig je fotobewerkingen in bijvoorbeeld Lightroom of Photoshop kunt uitvoeren. Hij reageert snel, is compact en is verschrikkelijk veelzijdig.

Wat minder handig is dat dit apparaatje niet werkt op basis van Bluetooth, maar dat hij zijn eigen radioverbinding heeft gekregen. Dat betekent dat je één van de USB poorten op je computer moet opofferen, en als je al een computer gebruikt met USB-C poort moet je ook nog een adapter kopen van USB-A naar USB-C. Ook het gegeven dat je de batterij niet zelf kunt wisselen vind ik persoonlijk een klein minpuntje. Daarentegen gaat de ExpressKey Remote op een enkele acculading gigantisch lang mee. Je kunt hem weken achter elkaar gebruiken zonder dat je hem hoeft op te laden.

Een ander groot voordeel is dat wanneer je veel foto’s bewerkt en weinig ruimte hebt naast je toetsenbord, of wanneer je veel foto’s moet bewerken op een laptop, dan is de Wacom ExpressKey Remote een uitkomst die je flink wat tijd kan besparen. Daarvoor moet je wel eerst de tijd nemen om de toetsen goed te programmeren. Maar heb je dat eenmaal gedaan, dan wordt het een echte timesaver.

De Wacom ExpressKey Remote is zeker niet voor iedereen weggelegd, maar als je een compact accessoire zoekt waarmee je snel je foto’s kunt selecteren en bewerken, zonder dat je steeds allerlei shortcuts op je toetsenbord wilt onthouden. Dan is dit accessoire echt iets waar je naar moet kijken. De Wacom ExpressKey Remote is eenvoudig in het gebruik en stelt je in staat je foto’s sneller te selecteren, bewerken en te exporteren.

Mijn oordeel als ik er sterren aan zou moeten toekennen? 4.5 uit 5.

Voordelen:

+ Werkt op Mac en Windows

+ Eenvoudig te gebruiken naast je laptop of Surface Pro

+ Te gebruiken mét én zonder Wacom tekentablet

+ Werkt met alle programma’s

+ Flexibel in het gebruik

+ Heel compact en makkelijk mee te nemen

+ Batterij gaat lang mee

+ Oplaadbaar via Micro USB aansluiting

Nadelen:

– Tijdrovend om goed in te stellen

– Geen Bluetooth, maar een eigen zender/ontvanger

– Geen USB-C converter bijgeleverd

– Software voor programmeren van de toetsen mag duidelijker.

– Met bijna 100 euro toch nog steeds best prijzig.

Godox X-Pro F – Een trigger die je triggered…

Een ‘trigger’ die je triggered…

Het flitssysteem van Godox heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. De populariteit van hun flitsers neemt razendsnel toe en dat allemaal dankzij het feit dat Godox met een aantal geweldige portable flitsers op de markt is gekomen die een groot gedeelte van de flitsbehoeften van menig strobist fotograaf vervult. In deze blog cq. review vertel ik je alles over de Godox X Pro F draadloze zender en waarom ik deze zender ruimschoots prefereer boven de Godox X1T.

Een flink aantal flitsers van Godox waaronder de TT350, de TT685, de V860II en de populaire AD200 en AD600 kunnen allemaal via een radiotrigger worden aangestuurd. Toch zat er tot voor kort een zwakke link in de schakel en die zwakste schakel was de X1T. Ja ik weet het, hij is tot vandaag de dag nog steeds heel populair, maar lastig te bedienen.

De ‘oude vertrouwde’ Godox X1T.

De X1T zender kenmerkt zich door zijn kleine LCD scherm, drie knoppen en het draaiwiel. De mogelijkheden die eraan zijn toegevoegd zijn groot. Maar doordat deze zender zich wat ondoordacht heeft ontwikkeld is het navigeren en aansturen van de functies ook ongelooflijk ingewikkeld geworden. Daardoor zien veel fotografen die met deze trigger werken vaak door de bomen het bos niet meer… Iets wat begrijpelijk is wanneer je bedenkt dat je de ene keer moet dubbelklikken en de andere keer een knop lang moet indrukken om een bepaalde functie te selecteren. Dat werkt verwarrend en maakt het gebruik van deze trigger soms wat onhandig. Kortom de bediening van de X1T is wat ingewikkeld geworden doordat er steeds maar nieuwe functionaliteit aan werd toegevoegd.

Daar komt nog bij dat de bedieningselementen van de X1T redelijk ver naar achteren steken, waardoor het regelmatig voor kan komen dat wanneer je door de zoeker van je camera kijkt, je de zender per ongeluk met je voorhoofd kunt bedienen. Vaak met het gevolg dat de instellingen ongewild verzet worden.

Als laatste nadeel van de wat oudere X1T is dat er sprake is van een toch best flinke vertraging tussen het instellen van de gegevens en het daadwerkelijk wijzigen van deze gegevens op de flitser zelf. Hierdoor moet je bij de X1T altijd heel goed opletten of dat wat je achterop het LCD schermpje ziet ook overeenkomt met de instellingen van de flitser. Het werkt dan vaak beter om de instellingen op de flitser zelf te wijzigen, wat het nut van de zender ietwat overbodig maakt.

Een nieuwe trigger van Godox – De XPro F

Gelukkig heeft Godox goed geluisterd naar deze kritiek en dat heeft geresulteerd in een nieuwe zender de ‘Godox Xpro’. Deze trigger is verkrijgbaar voor verschillende systemen. Zo heb je de XPro-C voor Canon, de XPro-N voor Nikon, de XPro-S voor Sony en…. De Xpro-F voor Fujifilm. Deze laatste gebruik ik uiteraard voor mijn eigen camera’s en.. mocht je ooit wisselen van merk camera, dan hoef je bij Godox over het algemeen genomen alleen maar de zender om te wisselen! Dat is nu een van die mooie dingen van Godox. De vrijheid die je met dit flitssysteem hebt.

De nieuwe Godox XPro F flitstrigger voor Fujifilm.

De XPro-F de voordelen over de X1T

In het kort: Een groter scherm, een ergnomisch beter bedienbare zender en specifieke knoppen voor iedere individuele groep.

Het LCD scherm is het eerste onderscheidende onderdeel dat je zult zien bij het aanschouwen van de Godox XPro. Je hebt direct overzicht over je instellingen van alle 5 groepen in plaats van maximaal 3 groepen bij de X1T. Verder is het erg prettig dat het LCD scherm onder een hoek is geplaatst. Dat is ergonomisch gezien een goed doordachte zet geweest van Godox. Niet alleen voorkom je daarmee dat je de instellingen per ongeluk kunt verstellen tijdens het maken van een foto. Het helpt je ook om overzicht te behouden tijdens het instellen van de verschillende flitsers die je in een flitsopstelling gebruikt.

Aan de linkerkant treffen we vijf knoppen aan, waarmee je iedere groep eenvoudig en snel kunt selecteren. Wil je direct alle instellingen van een bepaalde groep zien dan kun je gebruik maken van de ‘zoom’ knop. Daarmee heb je alle gegevens van die specifieke groep duidelijk op je scherm zichtbaar. Dit maakt dat de XProF heel erg prettig is in het gebruik.

De knoppen voor het instellen van de verschillende groepen zijn handig gepositioneerd.

Zoom, Instellicht en Controle over alle flitsers tegelijkertijd

Door de knop bij het vergrootglas in te drukken kun je toegang krijgen tot de ‘Zoom’ optie waarbij je de mogelijkheid hebt om dat voor iedere groep apart te doen.  Beter dus, dan bij de X1T waarbij je dit alleen voor alle groepen kunt doen.

Verder heeft de XPro F de mogelijkheid om de instellamp(en) individueel aan of uit te zetten. Je kunt dat overigens ook voor alle lampen tegelijkertijd doen.

Verder is er nog een knop op de zender aanwezig waarmee je alle verlichtingsinstellingen voor iedere groep tegelijkertijd kunt aanpassen. Dit is vooral handig als bijvoorbeeld het omgevingslicht verandert terwijl je de lichtverhouding ten opzichte van iedere flitser graag wilt behouden. Op deze manier kun je snel de verlichting aanpassen aan wisselende lichtomstandigheden van buitenaf.

Het instellicht is eenvoudig te bedienen. Alle lichten tegelijkertijd of per groep aan jou de keus.

De TCM optie

Deze optie is heel populair bij gebruikers van het Profoto systeem. Door middel van de TCM functie kun je namelijk een testopname maken in TTL, waarbij de Xpro de gegevens van de individuele flitsers omzet én opslaat in een handmatige lichtinstelling. Superhandig want hierdoor kun je heel snel verschillende instellingen uitproberen en overzetten of fotograferen zonder dat een voorflits noodzakelijk is. Om deze optie te gebruiken moet je wel allemaal hetzelfde type flitsers in je opstelling gebruiken. Dat kun je aangeven via het menu van de XPro F.

De TCM functie snel overzetten van TTL instellingen naar handmatige verlichtingsinstellingen.

Overzichtelijker menu

Het menu op de XPro F is heel overzichtelijk en door het grotere scherm is deze informatie ook goed af te lezen. Bij de ‘app’ optie zit overigens wel een flinke adder onder het gras want om deze mogelijkheid te kunnen gebruiken dien je helaas gebruik te maken van de Godox A1. Dat komt omdat Bluetooth op de XPro F zelf ontbreekt. Daarnaast is het eenvoudiger gemaakt om de flitsers te bedienen door meerdere gebruikers (bijvoorbeeld handig in een workshop setting).

De XPro-F is eenvoudig te bedienen en een flinke verbetering ten opzichte van de oudere X1T. Toch is niet alles koek en ei. De optie die bij mij steeds enigszins in verwarring brengt is de functie van het instellicht. Deze kun je na de firmware update van de AD200 (versie 2.1) keurig individueel aan en uit zetten wanneer je dat doet via het ‘groepen’  overzicht. Echter wanneer je het instellicht aan wil zetten via de ‘zoom’ functie gaan alle instellichten van alle flitsers tegelijkertijd aan. Dat is compleet onlogisch en waarschijnlijk een foutje in de firmware.

Wat ook een klein beetje jammer is dat de XPro F moet worden vastgeschroefd en niet is voorzien van een ‘klik’ systeem. Dat was sneller, prettiger en professioneler geweest. Als laatste negatieve puntje wil ik nog wijzen op de Engelstalige handleiding die best nog wel wat beter mag. Een nettere vertaling zou prettig zijn. Al met al zijn de meeste ‘dingetjes’ die mij dwarszitten vooral gerelateerd aan muggenziften en geen echt groot probleem.

Het enige dat ik wel echt jammer vind is het ontbreken van Bluetooth op de XPro F waardoor je deze zender en je flitsers zoals de AD600 of AD200 niet direct kunt aansturen. Je hebt daarvoor dan eerst nog een A1 nodig hebt. Dat is dan ook direct de enige echte misser aan deze zender. Voor de rest eigenlijk niets dan lof.

Voor wat betreft zijn hardware is de XPro F veruit beter dan de X1T en wie nog een trigger nodig heeft voor zijn Godox systeem of van plan is over te stappen naar Godox kan ik alleen maar adviseren om direct voor de XPro trigger te kiezen. Als set met bijvoorbeeld de AD200 is dat slechts een paar tientjes duurder. Die kleine meerprijs is deze XPro F trigger meer dan waard en het zal je veel ergernis besparen. Ik ben met deze XPro F meer dan tevreden.

Een overzichtelijke weergave van het menu.

Wat ik goed vind aan de X-Pro F:

  • Goed en stevig gebouwd
  • Eenvoudig in zijn bediening
  • Sleep mode werkt nu goed
  • De X-Pro F is direct klaar voor gebruik
  • Alle belangrijke functies overzichtelijk zichtbaar
  • Mogelijkheid om groepen gelijkmatig te wijzigen
  • Instellicht functionaliteit

Wat ik minder goed vind:

  • Firmware updaten kan alleen via een Windows PC
  • Geen bluetooth
  • Flitsvoet kan beter (schroefsysteem i.p.v. kliksysteem)
  • Handleiding kan beter

Samengevat

De XPro F is een goede draadloze trigger voor het Godox flitssysteem in combinatie met je Fujifilm camera en ondanks dat er niet heel veel extra opties zijn ten opzichte van de X1T kun je toch spreken over een flinke verbetering. Dat zit hem voornamelijk in het gegeven dat deze trigger steviger en beter aanvoelt dan de X1T en het feit dat de bediening vele malen eenvoudiger en overzichtelijker is. De X1T is wat prijsgunstiger, maar het comfort dat de XPro F je zal bieden is vele malen beter. Die paar extra Euros zijn het mijn inziens volledig waard.

Welke je ook kiest je hebt in beide gevallen toegang tot TTL en HSS, naast uiteraard een handmatige bediening. Een toevoeging aan de XPro F is overigens wel de TCM optie waarmee je op een eenvoudige manier TTL instelling kunt overzetten naar handmatige instellingen. Die functie kan je op zich zeker wat tijd besparen. De XPro F is een flitstrigger die je zeker zal triggeren…

Geïnteresseerd? Hier kun je hem kopen.

Afbeelding

Godox X Pro-F Transmitter voor Fuji

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-F Transmitter voor Fujifilm

Afbeelding

Godox X Pro-C Transmitter voor Canon

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-C Transmitter voor Canon

Afbeelding

Godox X Pro-N Transmitter voor Nikon

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-N Transmitter voor Nikon

Afbeelding

Godox X Pro-S Transmitter voor Sony

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-S Transmitter voor Sony

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser

Godox AD600B Bowens Mount TTL

Stof op de sensor? Laat je geen poets bakken.

Laat je geen poets bakken…

Vroeg of laat ontkom je er niet aan ‘STOF’ op de sensor! Hoe goed je ook je best hebt gedaan om ‘stof’ te voorkomen. Er komt een dag dat je die vervelende kleine zwarte vlekjes een foto zult zien. Sjips… Wat nu?’.

In deze blog leg ik je uit hoe je het schoonmaken van de sensor zo lang mogelijk kunt uitstellen en wat je kunt doen als het echt tijd wordt om de sensor schoon te maken. Kortom een volledige toelichting ‘Hoe maak je de sensor van je camera schoon’ en waarom ik dat zelf doe!

Disclaimer vooraf!

Laat ik beginnen met te zeggen dat de instructies over het schoonmaken van de sensor in deze blog volledig voor je eigen risico zijn en dat ik geen aansprakelijkheid kan aanvaarden. Je bent en blijft zelf verantwoordelijk wanneer je de sensor wilt gaan schoonmaken.

Dat moest ik niet alleen zeggen van mijn vrouw, maar ook van mijn juridisch adviseur.

Kortom het opvolgen van de instructies over het schoonmaken van de sensor, is slechts een beschrijving van hoe ik, en waarom ik dat doe. Dat zal ik zo zorgvuldig mogelijk doen en in de ongeveer 15 jaar dat ik al digitale camera’s gebruik is dat altijd goed gegaan.

Uiteraard blijft het natuurlijk belangrijk om de juiste voorzorgsmaatregelen te treffen. Want met de juiste gereedschappen kun je de risico’s tot het minimale beperken.

De risico’s dat er wat misgaat bij het schoonmaken van de camerasensor zijn klein, maar er is altijd een hele kleine kans aanwezig dat het toch niet uitwerkt zoals je had gehoopt.

Angst is een slechte raadgever!

Het idee om zelf de sensor van je camera schoon te maken boezemt bij menig fotograaf angst in. Het lijkt heel moeilijk of gecompliceerd om zo’n ‘open hart operatie’ op je camera uit te voeren. Maar het is, zolang je de juiste voorzorgsmaatregelen neemt en voorzichtig blijft, uiteindelijk toch een handeling die eigenlijk niet veel om handen heeft.

Laat je daarom niet direct afschrikken door de grote boze buitenwereld en bedrijven die zeggen hierin gespecialiseerd te zijn. Zij doen (uit eigenbelang) vaak voor alsof het héél gevaarlijk is om zelf de sensor in je camera schoon te maken.

Dat is schromelijk overdreven. Het is niet zo moeilijk of lastig als dat het lijkt én de risico’s zijn werkelijk waar zeer beperkt. De spullen die je hiervoor in de winkel koopt zijn exact dezelfde schoonmaakmiddelen als die de ‘gespecialiseerde’sensorpoetser gebruikt. Alleen koopt deze laatste groot in.

Stap over je eigen angsten heen! Het zelf schoonmaken van je sensor is véél minder lastig dan je altijd hebt gedacht!

Wat is stof en hoe kun je het voorkomen?

Stof op de sensor is over het algemeen eigenlijk helemaal geen stof. Natuurlijk kunnen er stofjes op de sensor dwarrelen, maar over het algemeen genomen bestaat ‘stof’ op de sensor vaak uit pollen afkomstig van bomen, bloemen en planten die je camera binnen kunnen komen tijdens het wisselen van objectieven in de buitenlucht.

‘Stof’ op de sensor kan ook ontstaan door in het sensorhuis te blazen. Nooit doen!!
Gebruik daarvoor altijd een blaasbalg. Want, door met de mond rechtstreeks in het sensorhuis te blazen kan er ook speeksel meekomen. Dat kleeft vrijwel direct vast op wat we de sensor noemen en dat betekent ongetwijfeld dat er een natte schoonmaakbeurt van de sensor moet volgen.

Een overduidelijk voorbeeld van ‘stof’ op de sensor… 

‘Stof’ kan ook bestaan uit smeersel afkomstig van de mechanische sluiter. De sluiter wordt in de fabriek geolied om tot wel 250.000 keer open en dicht te kunnen gaan. Zou dat niet in de fabriek gebeuren dan zou de sluiter vast kunnen lopen.

Vergeet immers niet dat deze sluiter bij sommige camera’s binnen 1/8000e van een seconde moet kunnen sluiten en dat tot wel 11 keer per seconde moet kunnen doen. Dan is het écht noodzakelijk dat het sluitermechanisme goed gesmeerd is om al die tijd goed te kunnen blijven werken.

Uiteindelijk is het dan ook niet vreemd dat na een paar duizend opnames een paar kleine spettertjes smeersel ook op de sensor kunnen belanden. Dit ‘probleem’ zal zich dan ook in meer of mindere mate voordoen bij ieder merk en type camera. Dat is helaas niet te voorkomen.

Stof en andere narigheid voorkomen…

Nu je weet wat ‘stof’ is, wil je ongetwijfeld ook weten hoe je stof op de sensor kunt voorkomen. Laat ik daarom eerst maar beginnen met een kleine deceptie. Stof is nooit helemaal te voorkomen. Er zal altijd een moment komen dat je ‘stof’ op de sensor gaat zien.

De vraag is dus eerder; ‘Hoe kun je het schoonmaken van de sensor zo lang mogelijk uitstellen?’

Dat uitstellen begint al met de wijze waarop je de camera neerlegt wanneer je deze even niet gebruikt. Leg je camera nooit op zijn rug, want de zwaartekracht zal dan al die hele kleine deeltjes stof uiteindelijk op de sensor doen laten landen. Het beste zet je dus de camera neer op zijn bodemplaat, of laat je hem met het objectief naar beneden hangen.

Bij het wisselen van objectieven

Wanneer jij jouw camera veel gebruikt en regelmatig objectieven wisselt wordt het risico op stof uiteraard groter. Toch zijn er ook dan mogelijkheden om ervoor te zorgen dat stof minder snel kans krijgt.

1. Gebruik een blaasbalg

Puf eerst een paar keer met de blaasbalg om deze te ioniseren. Dat zorgt ervoor dat stof door de luchtstroom uit de blaasbalg wordt afgestoten.

Blaas met een blaasbalg altijd eerst de achterzijde van een objectief schoon, vervolgens blaas je even met de blaasbalg in het sensorhuis van de camera én waarbij je de camera iets naar beneden richt.

Blaas NOOIT met de mond in de behuizing of de achterzijde van een lens schoon! Zelfs het kleinste spatje speeksel koekt vrijwel direct op de sensor aan!

2. Zet de camera bij het wisselen van objectieven uit

Wanneer je de camera aan laat staan, dan staat er ook stroom op je sensor. Daardoor is de sensor van je camera altijd een klein beetje statisch geladen… en, zoals je weet trekt statische elektriciteit stof aan.

Door het uitzetten van de camera, verliest je sensor ook de statisch elektrische lading. Dat voorkomt het aantrekken van extra stof en pollen op de sensor gedurende de tijd dat je objectieven aan het wisselen bent.

3. Zet de optie sensor schoonmaken in de camera aan

Je Fujifilm camera uit de X-Serie beschikt over de mogelijkheid om de sensor schoon te maken tijdens het ‘aan’ en ‘uitzetten’ van de camera.

Hierbij worden door ultrasone trillingen kleine haartjes en ander droog stof losgetrild van de sensor. Deze microdeeltjes stof worden opgevangen op een strip aan de onderzijde van de sensor.

Zelf gebruik ik deze mogelijkheid van schoonmaken bij het aan én uitzetten van de camera. Omdat dit ‘schoonmaken’ heel snel gebeurt is de camera al klaar met deze handeling nog voordat ik de camera bij mijn oog heb geplaatst. Het extra batterijverbruik neem ik daarvoor maar op de koop toe.

Wanneer je jouw camera langere tijd niet gebruikt

Ook belangrijk! Wanneer je jouw camera een tijdje niet gebruikt is het verstandig om deze op te bergen op een droge en niet stoffige plek. Dat is overigens niet je cameratas of in een donkere kast.

Want wie zijn objectieven (voor langere tijd) opslaat op een donkere (en wat vochtigere) plek, loopt grote kans dat er uiteindelijk schimmel in een objectief kan komen. Geloof me, dat zijn dure reparaties omdat je deze zelf niet schoon kunt maken.

Om schimmel in je objectieven te voorkomen sla je deze daarom beter op in een licht doorlatende transparante curverbox, met daarin een herbruikbare vochtvreter. Die complementeer je eventueel met een hygrometer, zodat je precies kunt zien hoe droog het in die transparante opbergkist is.

Met zo’n (droog)kist voorkom je dus niet alleen extra stof, maar ook andere narigheid, omdat schimmel niet van licht houdt.

Een ‘droogbox’ voor wat langere opslag is eenvoudig te verkrijgen via onze Chinese ‘vriend’  Aliexpres!

Stof opsporen en herkennen

Voor de ‘beginners’ onder ons: Stof wordt stof genoemd als er steeds op dezelfde plek in de foto een klein vlekje te zien is. Stof is vooral zichtbaar op kleinere diafragma’s en vormt een probleem als deze vanaf een diafragmawaarde van f11 of groter (lager f-getal) zichtbaar zijn.

Hoe eerder de vlekken opvallen bij het verkleinen van het diafragma hoe ‘groter’ het probleem.

Het is belangrijk om te weten dat bij grote diafragma’s (f1.2 / f2.0 / f2.8) stof eigenlijk nooit zichtbaar is. Stof wordt dus pas zichtbaar als we de het diafragma gaan afstoppen, ook wel knijpen of verkleinen genoemd. Dit betekent dat we de lichttoevoer naar de sensor steeds verder verkleinen. Daardoor wordt een lens in principe ook steeds scherper.

Stof wordt zichtbaarder bij een kleiner diafragma. Dat wil zeggen bij een hoger f-getal.
Als stof zichtbaar wordt bij een diafragma van f11, wordt het tijd de sensor te controleren op stof.

‘Stof’ is meestal minder zichtbaar als een opname veel details bevat. Het stofplekje is door die vele details in de foto dan wat verstopt. Als zo’n stofvlekje je direct al opvalt in een opname is het vaak zo dat deze niet meer uit zichzelf zal verdwijnen zonder de sensor schoon te maken.

Maak een testopname om stof te herkennen!

Om te zien hoeveel ‘stof’ er op de sensor aanwezig is zullen we een testopname moeten maken, zodat je kunt zien waar en hoeveel stof er op de sensor aanwezig is.

Een dergelijke testopname maken is vrij eenvoudig. Alles wat je daarvoor nodig hebt is een mooi egaal heldere blauwe lucht, een wit velletje papier (A4’tje). Of een mooi egaal verlichte achtergrond.

Wanneer je net als ik over een Fujifilm camera beschikt uit de X-serie doe je vervolgens het volgende:

  1. Stel de camera in op diafragmavoorkeur door de knop voor het instellen van de sluitertijd bovenop je camera op stand ‘A’ te zetten. Je camera zal daarbij de juiste sluitertijd kiezen voor de belichting. Je kunt ook gebruik maken van de ‘M’  stand op je camera door zelf de sluitertijd en het diafragma in te stellen.
  2. Zet de knop voor de belichtingsmeter op ‘Meervoudige lichtmeting’ of op ‘Gemiddelde lichtmeting’ zodat er een egale lichtmeting wordt gebruikt.
  3. Stel de ISO waarde van je camera in op ISO 200. Wanneer je ‘Auto ISO‘ gebruikt, zet je deze UIT!
  4. Zet de autofocus voor de camera uit. Dat doe je door de focushendel op ‘M‘ te zetten.
  5. Draai nu de diafragmaring naar het zo’n kleinst mogelijke diafragma (hoogst mogelijke f-getal). Bijvoorbeeld naar f22. (indien mogelijk).
  6. Richt nu je camera op een egaal verlicht vlak (een volledig helder blauwe lucht, een wit vel papier, een egaal gevuld computerscherm of een egale muur). Belangrijk is: dat de gehele zoeker (egaal) gevuld is
  7. Zorg voor een correcte belichting, waarbij de belichtingsmeter op ‘0‘ staat. Een (erg) lange sluitertijd vormt daarbij geen probleem!
  8. Draai aan de scherpstelring op het objectief,  zodanig dat alles in de zoeker zo onscherpmogelijk is! We willen scherpte juist voorkomen voor een dergelijke testopname en op deze manier weten we zeker dat we alleen ‘stof’ kunnen zien.
  9. Maak de testopname.

De testopname bekijken

De testopname kun je het beste bekijken met behulp van Adobe Lightroom. Dat gaat beter dan achterop het LCD scherm. Beschik je niet over Adobe Lightroom dan is dat op zich geen probleem. In dat geval ben je toegewezen op het LCD scherm achterop je camera. Bekijk de foto dan op 100% zoomweergave. Begin linksboven en schuif de ‘cursor’ naar beneden, tot je onderaan het beeld bent, ga dan een klein beetje naar rechts en weer helemaal naar boven. Vervolgens weer een klein beetje naar rechts en dan weer naar beneden. Zo ‘scan’ je de hele opname op zoek naar stof.

sensor-scannen

Stof wordt zichtbaarder bij een kleiner diafragma. Dat wil zeggen bij een hoger f-getal. Wanneer stof zichtbaar wordt bij een diafragma van f11, dan wordt het tijd om de sensor te controleren op de hoeveelheid stof.

‘Stof’ vinden door gebruik te maken van Adobe Lightroom is stukken eenvoudiger dan het stelselmatig scannen van de afbeelding. Wanneer je gebruik maakt van Lightroom is ‘stof’ in één enkele oogopslag zo gevonden.

  1. Open daarvoor Lightroom en importeer het bestand.
  2. Ga vervolgens naar de ontwikkelmodule.
  3. Klik nu op de ‘Q‘ knop voor het verwijderen van ‘vlekken‘.
  4. Onderin het bewerkingspaneel selecteer je daarna de optie ‘Vlekken visualiseren‘.

Door de schuifregelaar naar rechts te schuiven tot een instellingen van ongeveer 70% tot 75% kun je nu heel goed zien hoe ‘vuil’ de sensor is.

De bovenstaande foto in Lightroom. Nu zie je pas echt hoeveel ‘stof’ er op de sensor aanwezig is!

Wat doen bij ‘Nat’ stof?

Je kunt je Fujifilm camera bij aanwezigheid van aangekoekt stof natuurlijk opsturen naar Fujifilm zelf. Maar de kans is vrij groot dat je dan iedere keer een flinke periode zonder camera zit.

Naast het gegeven dat je verzendkosten hebt en dat Fujifilm dit ongetwijfeld niet onbeperkt gratis voor je blijft doen blijven er uiteindelijk dus twee keuzes over:

De sensorreiniging uitbesteden aan iemand die zichzelf daar ‘specialist’ in noemt, of zelf de sensor schoonmaken.

Je camera wegbrengen naar een zelf benoemd specialist

Je hoeft de sensor van je camera natuurlijk niet zelf schoon te maken. Dat kun je ook laten doen door een zelfbenoemd specialist. Die zelfbenoemd specialist maakt je camera uiteraard niet gratis schoon. De gemiddelde prijs voor een dergelijke poetsbeurt ligt tussen de €50,00 en €70,00.

Je kunt daarvoor dan een afspraak maken, of je kunt de camera (voor eigen kosten) verzekerd opsturen.

Wil jij de poetsbeurt op afspraak uit laten voeren, dan kost het je vaak flink wat reistijd en daarmee al snel minimaal een halve tot hele dag. De schoonmaakbeurt van de camera zelf duurt overigens niet veel langer dan 15 tot 20 minuten. Je kunt erop wachten….

De reden voor het grote prijsverschil van bijna 20 euro tussen een ‘Full Frame’ of ‘APS-C’ camera is mij onbekend. Uiteindelijk is het verschil niets meer dan  het gebruik van een iets bredere sensorswab.  Een ‘poetsbeurt’ voor een Full Frame camera is niet uitgebreider of moeilijker dan een camera met APS-C sensor. Het is dus niets meer dan een pure en eenvoudige winstpakker!

Canon: Professional Services ‘Sensor Specialist’.

Met een gemiddelde reinigingstijd van (ongeveer) 20 minuten per camera zet zo’n ‘sensor reinigingsbedrijf’, voor een redelijk eenvoudige klus toch al snel een kleine €200,00 tot €240,00 per uur om!

Ik weet ik niet wat jij per uur verdient…
Maar, voor mijn gevoel wordt je hierbij als klant een behoorlijke poets gebakken! De kosten voor een schoonmaakbeurt van je camera staan daarbij voor mijn gevoel niet in verhouding tot de prijs van de poetsbeurt die de zogenoemde ‘specialist’ hiervoor rekent.

De materiaalkosten voor het schoonmaken van een camera zijn uiteindelijk niet meer dan een kleine €5,00. Ik zal je straks laten zien wat je nodig hebt als je zelf je eigen camera wilt gaat reinigen voor een fractie van de prijs die de ‘sensorpoetser’ jou rekent.

Wanneer is het in mijn ogen dan toch verstandig om te kiezen voor het ‘specialistisch’ laten poetsen van je camera?

  • Wanneer je het zelf niet aandurft én wanneer je twee linker handen bezit.
  • Wanneer geld er niet zozeer toe doet en je kiest voor gemak.
  • Wanneer zelf reinigen geen tevreden oplossing voor het probleem heeft geboden, of wanneer je het probleem ‘erger’ hebt gemaakt doordat je niet de juiste voorzorgsmaatregelen of gereedschappen hebt gebruikt.
  • Wanneer je ook de volledige behuizing en het oculair een grondige schoonmaakbeurt wilt laten geven. Bijvoorbeeld, wanneer je de camera wilt gaan verkopen. Een ‘bewijs’ van een recente schoonmaakbeurt kan dan helpen bij de verkoop.

Zelf reinigen

De tweede optie is om de sensor van je camera zelf te reinigen. Daarvoor hoef je in mijn ogen absoluut niet gestudeerd te hebben. Het is veel eenvoudiger en makkelijker dan het in eerste instantie lijkt. Je hoeft er bovendien ook niet echt heel erg bevreesd voor te zijn.

Zo’n ‘open hart operatie’ aan je camera klinkt uiteindelijk enger dan dat het in werkelijkheid is. De grootste vrees voor het zelf reinigen van de sensor, is uiteindelijk de angst voor de vrees. Die angst is vaak ingegeven door de meest gruwelijke verhalen over beschadigde en bekraste sensoren. Maar dat zijn voornamelijk ‘broodjes aap’, of met opzet beschadigde sensoren om de angst voor het zelf reinigen er goed in te peperen.

Een beschadigde sensor. Dergelijke foto’s worden maar al te graag door de sensorpoetsers gebruikt om in hun ogen aan te tonen dat het zelf schoonmaken gevaarlijk is…. Het is niet onmogelijk, maar zoals de sensor hierboven is bekrast kan het eigenlijk niet anders dan dat deze sensor met opzet zo is mishandeld.  Een sensor beschadigd door het schoonmaken zou nooit een dergelijk willekeurig kraspatroon achter kunnen laten! Kortom; bovenstaande foto kunnen we classificeren als ‘nepnieuws’. 

In de meer dan 15 jaar dat ik een digitale camera met verwisselbare objectieven gebruik, maak ik al die tijd al de sensor van mijn eigen camera’s schoon. Dat is nog nooit misgegaan en als het echt zo gevaarlijk zou zijn dan zouden internetfora er vol mee staan. Maar het aantal meldingen van fotografen die hun sensor kapot hebben gemaakt door ‘zelf’ te reinigen is bijzonder klein. Je moet best een beetje je best doen om een verhaal te lezen van iemand die zijn eigen camera heeft gemold.

Een volgende geruststelling mag hopelijk zijn dat je eigenlijk niet de sensor van je camera schoonmaakt, maar een filter dat over de sensor wordt heen gelegd. Dat filter dat over de sensor ligt is gemaakt van speciaal gehard en krasvrij glas, wat je alleen met een héél scherp voorwerp kunt beschadigen.

Een LPF / AA cancellation filter wordt over de sensor heengelegd ter bescherming van de sensor zelf. Het is dit filter dat je eigenlijk schoonmaakt.

Een reguliere sensorswab waarmee je de camera schoonmaakt is gemaakt van een zacht lintvrij materiaal. Je moet wel iets verschrikkelijk raars en onbenulligs doen om daarmee een kras op dit filter te veroorzaken.

De horrorverhalen die worden vergezeld van de meest verschrikkelijke afbeeldingen en teksten, durf ik grotendeels wel te scharen onder de noemer ‘nepnieuws’. Je moet niet alles geloven wat je ziet én omdat het op Internet staat hoeft het nog niet waar te zijn. Het is voor mij de motivatie geweest om deze blog te schrijven.

Uiteraard geloof ik best dat er mensen zijn die hun camera’s mishandelen. Ik geloof ook best dat er mensen zijn die maar wat lopen aan te klooien… Ik geloof ook best dat het in een heel uitzonderlijk geval ook mis kan gaan. Maar een verstandig mens zal nooit zomaar zijn camera toetakelen. Zeker voor iets dergelijks als het schoonmaken van de sensor zul je daarvoor de noodzakelijke maatregelen nemen en zal een normaal denkend mens daarbij over het algemeen genomen toch voorzichtig te werk gaan.

Voor het schoonmaken van de sensor werk je niet overhaast en zal je ongetwijfeld goed voorbereid aan de slag gaan. Wanneer je dat doet kan er haast niets verkeerd gaan. Laat je dus geen ‘poets’ bakken, want de sensor van je camera schoonmaken is iets dat vrijwel iedereen écht zelf kan.

Een schoonmaakbeurt hoeft je dus echt géén €50,00 tot €70,00 per schoonmaakbeurt te kosten. Deze ‘poetsbedrijven’ willen enkel graag dat je een kwartiertje bij hen langskomt om die Euro’s binnen te tikken en verkopen je daarvoor graag een hoop ongerede angst om je zo als ‘klant’ te binden en te  behouden.

Zelf schoonmaken voor een prikkie van de prijs

Fujifilm, maakt net als veel andere cameramerken gebruik van een speciale coating (Indium Tin Oxide ook wel ITO genoemd) die over het filter wordt gelegd. Deze coating maakt het makkelijker om stof en vuil van de ‘sensor’ te verwijderen.

Dat komt doordat deze coating ervoor zorgt statische elektriciteit zich minder snel kan opbouwen en daardoor zal vuil zich ook minder snel hechten. Schoonmaken van de sensor kun je om die reden heel eenvoudig zelf doen.  Hoe je dat precies doet gaan we nu bekijken. Want wat heb je nu eigenlijk nodig?

Een goede blaasbalg

Een goede blaasbalg, zoals een ‘Giotto Rocket Blower’, is altijd het eerste dat ik inzet bij het schoonmaken van de sensor. Met een blaasbalg kun je de sensor en de kamer waarin de sensor is geplaatst mooi schoonblazen.

Verstandig is om altijd eerst een paar keer te puffen met de blaasbalg voordat je deze over de sensor gebruikt. Zorg ervoor dat je de sensor en de randen van het sensorhuis niet met de blaasbalg aanraakt.

Losse stofdeeltjes kun je nu goed wegblazen. Blaas daarom eerst goed op en vervolgens mooi rondom de sensor. Hou daarbij de camera iets voorover zodat stof makkelijk uit de behuizing kan vallen.

Een blaasbalg bewaar je niet in een rommelige lade want dat zijn vaak echte stofnesten. Het beste sla je de blaasbalg op in dezelfde (transparante) curverkist waar je ook de camera in bewaart.

De Giotto Rocketblower, één van de betere blaasbalgen op de markt.

Sensorswabs

Sensorswabs heb je nodig voor het ‘nat’ kunnen reinigen van de sensor. Je gebruikt deze alléén als droog reinigen door middel van de blaasbalg niet heeft geholpen.

Een sensorswab is een voor de sensor op maat gemaakte spatel die is omwikkeld met een lintvrij doekje. Je hebt sensorswabs voor APS-C camera’s zoals je Fujifilm camera en ‘swabs’ voor digitaal 35mm formaat (Full Frame). Het is dus belangrijk dat je een ‘sensorswab’ koopt voor het juiste sensormaat.

Wanneer je net als ik de sensorswabs koopt van het merk ‘Photographic Solutions’, moet je weten dat deze dus te koop zijn in drie formaten:

Type 1. is 20mm breed, dit is voor oudere camera’s met een crop factor van 1.3x;

Type 2. is 17mm breed, en geschikt voor APS-C camera’s zoals je Fujifilm camera uit de X-Serie.

Type 3. is 24mm breed en geschikt voor het digitaal 35mm formaat. Je kunt deze ook gebruiken voor je Fujifilm camera, maar dat betekent wel dat je dan van boven naar beneden moet vegen én dat je dat dan in twee vegen moet doen!

Een sensorswab.

Wanneer je dus op zoek gaat naar sensorswabs voor je Fujifilm camera uit de X Serie, dan heb je dus swabs nodig met een breedte van 17mm. Sensorswabs kun je slechts één schoonmaakbeurt gebruiken. Voor iedere nieuwe schoonmaakbeurt heb je dus ook een nieuwe sensorswab nodig!

Over het algemeen gebruik ik twee swabs per schoonmaakbeurt, waarvan ik er slechts één bedruppel met Eclipse schoonmaakvloeistof. De andere swab gebruik ik om de sensor droog na te vegen zodat er geen strepen achterblijven.

Eclipse schoonmaakvloeistof

De sensor van je camera kun je niet zomaar met iedere vloeistof reinigen. Je hebt daar speciale reinigingsvloeistof voor nodig op basis van methanol of ethanol. Controleer vooraf of de vloeistof die je wilt gaan gebruiken ook geschikt is voor het type sensor dat in jouw camera schuil gaat. Ik gebruik voor mijn Fujifilm camera’s altijd ‘Eclipse’ of het iets minder agressieve ‘AeroEclipse’.

Veel heb je niet nodig! 3 druppels op een sensorswab is vaak al voldoende voor een hele schoonmaakbeurt!

Een potje Eclipse schoonmaakvloeistof.

Reinigen van de sensor een fluitje van een cent

Zo doe je dat!

Nu we alles zo’n beetje hebben besproken wat je zoal nodig hebt voor het schoonmaken van de sensor gaan we maar eens echt aan de slag. Heel moeilijk is het allemaal niet en wanneer je de juiste spullen hebt gekocht is er weinig om voor te vrezen. Ik zeg ‘Het is een fluitje van een cent’.

Wanneer dit de eerste keer is dat je de sensor van je camera zelf reinigt zal het ongetwijfeld allemaal wat langer duren, maar zodra je er wat handigheid in begint te krijgen duurt een ‘natte’ schoonmaakbeurt ongeveer 10 á 15 minuten en kost het je slechts een fractie van het bedrag dat de ‘sensorpoetser’ hiervoor rekent en het resultaat is minstens net zo goed!

Zo heb je de vele Euros die het je kost als je het door een ander laat doen, dus zo terugverdient! Net als met veel dingen in het leven gaat uiteraard ook hier op: ‘Een goede voorbereiding is het halve werk’.

Zelf gebruik ik deze handige schoonmaakkit van Photosol die je ook eenvoudig mee kunt nemen. 

Zo houd ik mijn camera schoon:

  • Pak de spullen die je nodig hebt voor het reinigen van de sensor: – Een blaasbalg.    – Minimaal twee schone sensorswabs.   – Een potje Eclipse of AeroEclipse.
  • Ga naar een ruimte waar wenig stof aanwezig is;  Bijvoorbeeld de keuken.
    Daarnaast heb je nodig: goed licht. Een beetje geduld.
     
  • Laat maximaal 3 (drie) druppels reinigingsvloeistof op de punt van de sensorswab vloeien. (Druppel schoonmaakvloeistof NOOIT rechtstreeks op de sensor van je camera!!!)
teaserbox_352278

Gebruik maximaal 3 druppels vloeistof  op de tip van de swab en laat deze ongeveer 15 seconden intrekken.

  • Wacht nu ongeveer 15 seconden, zodat de vloeistof goed in de punt van de sensorswab kan trekken.
  • Steek de sensorswab helemaal ter linkerzijde in de sensorkamer.
  • Houd de sensorswab een beetje schuin en druk nu zodanig dat er een klein beetje druk op de sensorswab komt te staan. Het stokje mag best een beetje verbuigen, maar niet zodanig dat je het idee krijgt dat hij kan knappen.

Om de sensor goed schoon te kunnen maken is een klein beetje druk op de sensorswab noodzakelijk. Met ‘aaien’ krijg je de sensor niet schoon, terwijl als je ‘te hard’ drukt, meer risico hebt op beschadigingen.  Voldoende kracht is dat de sensorswab een beetje krom staat, maar niet zodanig dat je het idee hebt dat hij kan knappen. 

  • Veeg nu langzaam, voorzichtig én met beleid van links naar rechts over de sensor.
  • Ben je aan de rechterkant van de sensor aangekomen, trek dan de sensorswab nog niet terug uit de sensorkamer!
  • Veeg nu op dezelfde wijze als zojuist van rechts naar links over de sensor.
  • Trek nu pas de sensorswab voorzichtig terug uit de camera zonder daarbij de zijkanten van de sensorkamer aan te raken.

De instructies zoals Photosol deze geeft voor het schoonmaken van de sensor.

  • Pak nu de (tweede) nog droge sensorswab. Herhaal handeling 4 tot en met 9.
  • Maak een nieuwe testfoto en controleer of het ‘stof’ van de sensor is verwijdert.
  • Is het stof verwijdert hoef je verder niets meer te doen. Gefeliciteerd, je sensor is nu schoon!
  • Zie je nog steeds ‘stof’ op je sensor? Pak dan een nieuwe schone sensorswab en voer handeling 2 tot en met 11 opnieuw uit. Doe dat net zolang totdat je geen ‘stof’ meer op de sensor ziet.
Een camera met ingebouwde beeldstabilisatie?

Een camera met ingebouwde beeldstabilisatie (IBIS) zoals de Fujifilm X-H1 maak je in principe op exact dezelfde wijze schoon als een camera zonder een dergelijk stabilisatiesysteem. Zorg er wel voor dat je het stabilisatiesysteem uitschakelt!

In de ‘UIT‘ stand van het IBIS systeem wordt het stabilisatiesysteem op zijn plek gehouden door magneten. Het is daarbij éxtra belangrijk niet te hard te drukken.

Wanneer dit de eerste keer is dat je de sensor van jouw camera zelf schoonmaakt kan het best eerst een aantal keer duren voordat het je lukt om de sensor goed te reinigen.

Oefening baart kunst. Het duurt even voordat je er een beetje handigheid in zult krijgen. Geef de moed dus niet direct op. Je zult zien dat het iedere keer weer wat beter gaat.

Alle gebruikte sensorswabs, dus ook die je droog hebt gehouden gooi je in principe weg!!

Of…. Je kijkt nog even naar de volgende ‘hack’, waarin ik je vertel hoe je een sensorswab kunt refurbishen door gebruik te maken van zogenoemde Pec Pads, zodat je het stokje van de sensorswab vele male opnieuw kunt hergebruiken.

Een sensorswab.

Zo ‘refurbish’ je een sensorswab!

Bespaar flink op de kosten!

Omdat ‘sensorswabs’ behoorlijk aan de prijs zijn; Een doosje van 12 stuks kost je vaak al rond de €65,00. Doe ik je hier een tip aan de hand.

Deze tip is enkel bedoeld voor de ‘Dare Devils’, de ‘Thrill Seekers’, de ‘Waaghalzen’ en de ‘Die Hards’, van het zelf schoonmaken van hun camerasensor!

Volg deze instructies NIET als je niet weet wat je doet!
Alles wat je (na) doet is 100% voor eigen risico!!!

In deze tip laat ik je zien hoe je een sensorswab kunt ‘refurbishen’ om zo enorm op de kosten voor een schoonmaakbeurt te besparen. Deze hack is géén officiele methode, en geeft je ook géénzins een officiele sensorswab.

Je kunt het een beetje zien als het navullen van het inkttankje van je inkjetprinter. Alleen gaan we in dit geval de sensorswab recyclen.

Een sensorswab kun je normaal gesproken slecht éénmalig gebruiken voor één enkele schoonmaakbeurt. Dat kan behoorlijk in de papieren lopen. Zeker wanneer je nog niet zo bedreven bent in het schoonmaken van de sensor.

Gelukkig verkopen ze in de winkel ook nog zoiets dat ze ‘Pec Pads‘ reinigingstissues noemen.  Die tissues hebben een formaat van 10 x 10 cm en worden verkocht  in een pakje van 100 stuks voor ongeveer €15,00 euro.

Officieel zijn deze doekjes niet geschikt als reinigingsdoekjes voor je sensor!

Tegelijkertijd kan ik mij niet aan de sterke indruk onttrekken dan dat deze ‘Pec Pads’ van exact hetzelfde materiaal zijn gemaakt dan de officiële sensorswabs. Om die reden durf ik het (overigens al jaren) aan om deze Pec Pads te gebruiken als nieuw omwikkelmateriaal voor een sensorswab.

Uit één pakje ‘Pec Pads’ kun je eenvoudig tot wel 200 (tweehonderd) sensorswabs maken!

Daarmee druk je de kosten voor het zelf reinigen van je sensor aanzienlijk! Met één pakje Pec Pads kun je dus welhaast een leven lang de sensor van al je (toekomstige) camera’s reinigen!

PecPads een uitstekende manier om je eigen sensorswabs mee te maken.

Het maken van je eigen sensorswabs is niet moeilijk!

Koop éénmalig een pakje sensorswabs. De initiële aanschaf is vrij prijzig, maar je wilt uiteindelijk de originele plastic swabs kunnen hergebruiken.

Benodigdheden:

  • Een pakje ‘Pec Pads‘ van 10x10cm.
  • Knip de Pec Pads doormidden. (loodrecht op de richting van de draadvezel).
    Zo maak je van 1 Pec Pad dus  2 doekjes van gelijke grootte.
  • Raak deze doekjes alléén bij de randen aan.
    Huidvet en huidolie maken het doekje onbruikbaar voor gebruik als sensorswab!

Zo maak je jouw eigen refurbished sensor swabs!

  1. Leg de (kale) sensorswab op ongeveer de helft van de doorgeknipte Pec Pad.
  2. Sla de Pec Pad over de sensorswab heen.
  3. Zorg dat de sensorswab goed is ingepakt en de platte zijde niet uitsteekt.
  4. Vouw nu de overgebleven punten onder een hoek van ± 30o tot 45o naar binnen in de richting van het stokje.
  5. Doe hetzelfde voor de andere zijde.
  6. Bind de zojuist gevouwen delen samen met een ‘paarden’ elastiekje. Gefeliciteerd, je nieuwe sensorswab is nu klaar voor gebruik!

Zelf stop ik de nieuw gemaakte sensorswabs terug in een plastic zakje zodat ze niet vies kunnen worden. Bovendien heb je zo altijd een kleine voorraad voorhanden wanneer je de sensor gaat schoonmaken.

Mocht het schoonmaken je nu niet in één of twee keer lukken dan is dat geen ramp. Je hebt nu immers een virtuele voorraad van 200 swabs voor nog geen 15 euro. Dat is minder dan een dubbeltje per swab!!!

Conclussie

Schoonmaken van je camera doe je met beleid. Doordacht én met de juiste gereedschappen. Wanneer je echt bang bent iets te beschadigen moet je het gewoon niet doen. Daar ben ik ook heel eerlijk over!

Zelf ben ik niet zo bevreesd en laat ik mijzelf ook niet zo snel bang maken door de bedrijven die graag voor veel geld je sensor poetsen.

Ik persoonlijk zie de risico’s van het zelf schoonmaken als zéér beperkt en maak om die reden al vele jaren de sensor van mijn camera’s zelf schoon. Dat is niet beter, maar zeker ook niet slechter als dat een zelfbenoemd sensorpoetser dat doet.

Het resultaat van de schoonmaakbeurt is gelijk. Niet gek, want zij maken gebruik van exact dezelfde schoonmaakmiddelen voor de sensor als die ik hierboven beschrijf. Bovendien bestempel ik bedragen van tot 70 euro voor een enkele poetsbeurt als absurd. Met een beetje ervaring, geduld en door een beetje oefenen is het allemaal niet zo moeilijk als het lijkt of soms wordt gezegd. Tijd kost het je bij het zelf schoonmaken van de sensor al helemaal niet in vergelijk met de tijd die je kwijt bent wanneer je deze taak zou uitbesteden.

Hoe dan ook. Ééns komt de dag dat je de sensor schoon zult moeten maken. Bedenk dan hoe je dit wilt doen.  Veel geld uitgeven aan een gelapte poetsbeurt, of zelf schoonmaken en de (beperkte) risico’s die daarmee gepaard gaan voor lief nemen. Aan jou de keus!

Zo krijg je de perfecte filmkorrel look met Photoshop

– Beeldbewerking + Photoshop –

Laat ik deze blog beginnen met te zeggen dat een digitale korrel toevoegen aan een foto niet hetzelfde is als het toevoegen van ‘ruis’, want dat zou zonde en contraproductief zijn.

Er zijn heel wat tutorials op internet te vinden over het toevoegen van filmkorrels aan je digitale foto’s en natuurlijk kun je gebruik maken van de schuif filmkorrel in Lightroom. Dat is misschien snel en handig, maar lijkt in de verre verste niet op een filmkorrel zoals we die kennen in een analoge opname.

De methode van het toevoegen van een digitale korrel die ik je in deze blog ga uitleggen ken je waarschijnlijk niet. Terwijl ik durf te zeggen dat juist deze methode het allerbeste resultaat geeft die je ooit hebt gezien. Non destructief én ook nog eens achteraf aanpasbaar! Handig voor wanneer je méér of minder korrel aan een opname wil toevoegen.

Allereerst een waarschuwing vooraf. Wanneer je niet van korrels, ruis of andere onregelmatigheden in je foto’s houdt, dan is deze blog niet voor jou bedoeld!

Wil je echter weten hoe je op de allerbeste manier een heel natuurlijk ogende filmkorrel aan je digitale opnames kunt toevoegen en één die lijkt op de analoge filmkorrel van weleer, dan wil ik je als fotodokter graag het recept geven.

Filmkorrel wat is het en hoe ziet het er écht uit.

Voordat we in de details treden hoe je de perfecte digitale filmkorrel maakt, is het goed om eerst even wat achtergrond informatie te geven wat de filmkorrel bij een analoge opname eigenlijk is en hoe deze in het eindresultaat wordt weergegeven.

Veel mensen denken dat ‘ruis’ in een digitaal beeld min of meer hetzelfde is als de filmkorrel uit het analoge tijdperk, maar dat is niet juist. Het één heeft niets met het ander te maken. Ruis in een digitale camera is het resultaat van de technische beperkingen van de sensor.

Filmkorrel daarentegen is een willekeurig patroon dat ontstaat tijdens het chemische ontwikkelproces. De korrel die je ziet op de foto is eigenlijk een onbedoeld resultaat ten gevolge van de chemische bewerking (zilverhalogenide deeltjes bij zwart/wit en kleurpigmenten bij kleurenfotografie) die de film ondergaat. Het resultaat is een sneeuwachtig effect op de foto.

Wanneer je naar een zwart/wit film negatief kijkt weet je dat de lichtere partijen op het negatief donkerder worden weergegeven, terwijl de donkere partijen lichter worden weergegeven. Vandaar het woord dia negatief.

Wanneer je de foto gaat afdrukken werkt het negatief als masker. Licht dat over het masker valt wordt door de donkere gedeelten in het negatief tegengehouden. Doordat het ontwikkelpapier op die plekken niet belicht wordt zien we hier in de foto de hooglichten ontstaan met weinig tot geen korrel.

Korrel is daardoor in de meest heldere gedeeltes (de hooglichten) in een oude analoge foto afdruk niet of nauwelijks aanwezig.

Bij de donkere partijen in de foto gebeurt het tegenovergestelde. De gedeelten die in het fotonegatief dus (licht)grijs zijn worden wel doorgelaten op het ontwikkelpapier. De zilverhalidedeeltjes in het fotopapier worden hierdoor belicht en zullen daardoor verkleuren van wit naar zwart. Doordat die deeltjes niet overal gelijkmatig aanwezig zijn en doordat de tonaliteit wisselt verkrijgen we op deze plekken een zwart/wit opname met de bekende korrel.

Wanneer het licht op het negatief volledig kan worden doorgelaten betekent dat we op die plekken het papier volledig ontwikkelen, met als gevolg dat de zilverhalidedeeltjes in het papier helemaal zwart zullen worden. Dat betekent dat in de zwarten en diepe schaduwen uiteindelijk ook geen korrel zichtbaar kan zijn.

Korrelvorming in een oude analoge opname kan zich daardoor alleen ontwikkelen vanaf de schaduwen tot aan te hooglichten. Daar waar over- en onderbelichting plaats heeft gehad in de opname kunnen we in een analoge foto dus nooit korrel aantreffen.

Filmkorrel is daardoor alleen zichtbaar op gedeelten in het negatief die die niet volledig wit, én niet volledig zwart zijn.

Hoe voeg je filmkorrel toe aan je digitale foto’s?

Om een goede ‘filmkorrel’ aan een digitale foto toe te kunnen voegen zul je gebruik moeten maken van Adobe Photoshop.

Wanneer je een natuurlijk ogende filmkorrel wil toepassen op een digitale opname zullen we dus rekening moeten houden met de tonaliteit van de opname. Witte en zwarte gedeeltes krijgen geen korrel. Schaduwen en hooglichten kunnen alleen in beperkte mate voorzien worden van korrel afhankelijk van hoe donker of licht deze zijn en alleen de middentonen zullen volledig van korrel kunnen worden voorzien.

Helaas houden de standaardmethodes en de schuifjes in RAW converters zoals Lightroom hier geen rekening mee. Zij passen de ‘filmkorrel’ toe op alle gedeeltes van de foto waardoor deze er niet organisch en weinig natuurlijk uit komt te zien. Wil je dus een ‘echte’ filmkorrel emuleren op een digitale foto, dan zul je daarvoor een beetje magie moeten toepassen in de vorm van Photoshop via lagen en maskers.

Stap voor stap…

Deze uitleg is gemaakt aan de hand van de Windows versie van Photoshop.

MacOS gebruikers kunnen de volgende toetsen gebruiken.

Windows: Ctrl=Mac: Command
Windows: Alt=Mac: Option
Windows: Backspace=Mac: Delete
Windows: Rechts klikken=Mac: Control

– Stap 01. –

Start Photoshop en laad de foto in waarop je de filmkorrel wilt gaan toepassen.
Om uit te leggen hoe je dit effect kunt maken gebruik ik de onderstaande zwart/wit foto.

– Stap 02. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het ‘Groep aanmaken’ icoontje (mapje) in het lagenpalet. Dat kan ook via de optie ‘Layer > New > Group…

Geef deze nieuwe groep de naam ‘Filmkorrel’.

– Stap 03. –

Houd de ‘Alt’ toets ingedrukt en klik met de muis op het icoontje ‘Nieuwe laag aanmaken’ (blaadje met omgevouwen hoekje) in het lagenpalet.

Je krijgt nu een pop-up venstertje te zien:

Geef deze nieuwe laag de naam ‘Korrel’.

Selecteer bij ‘Mode’ de optie ‘Overlay’.

Vink nu de optie ‘Fill with Overlay-neutral color (50% grey)’ aan.

Klik op ‘OK’.

Je ziet dat deze lag nu is toegevoegd, maar je ziet geen grijs vlak. Dat komt omdat de doorlaatbaarheid van deze laag is omgezet naar ‘Overlay’. Doordat de laag gevuld is 50% grijs is deze nu als het ware onzichtbaar geworden.

– Stap 04. –

Wie met Photoshop CC werkt, gaat nu eerst naar het menu:

Filter > Convert for Smart Filters’.

Dit filter stelt je in staat om straks achteraf het effect van deze laag aan te passen. Deze mogelijkheid is niet aanwezig in oudere versies van Adobe Photoshop. Wanneer je de laag hebt omgezet in een smart filter zie je in deze laag dat deze rechtsonder nu voorzien is van twee kleine vierkante blokjes.

– Stap 05. –

Vanaf deze stap gaan we de magie toepassen!

Allereerst moeten we deze laag nu zo gaan voorbereiden dat het effect van de filmkorrel straks gradueel zichtbaar is. Dat wil zeggen; van niet zichtbaar in de zwarten, naar zichtbaar in de schaduwen, naar oplopend zichtbaar in de middentonenn naar weer aflopend zichtbaar in de hooglichten en niet meer zichtbaar in de witten.

Dat doen we als volgt:

Houd de toets ‘Ctrl’ ingedrukt en klik nu op ‘RGB’ onder de kanalen.

Je ziet nu de zogenoemde ‘lopende mieren’ op het scherm verschijnen. Dat zijn alle gebieden die Photoshop nu geselecteerd heeft in het RGB kanaal.

Omdat we nu niet direct op de laag willen werken, maar een masker willen gebruiken om die later op de laag toe te kunnen passen selecteren we nu de optie ‘snelmasker’. Dat doe je door op de ‘Q’ knop te drukken.

De lopende mieren zijn nu verdwenen en je ziet een rode gloed over de foto heen liggen. Die rode gloed wordt veroorzaakt door het snelmasker, dus geen zorgen!

Druk nu de knoppen ‘Ctrl + M’ in.

Hiermee wordt het gereedschap ‘curven’ geselecteerd. Datzelfde kun je ook doen door in het menu ‘Image > Adjustment > Curves’ te kiezen.

Verander nu de optie ‘Show amount’ naar ‘Pigment Ink’.

De curve wordt nu omgedraaid waarbij je links wit hebt en rechts zwart. Maar belangrijker is dat je nu niet meer in waardes van 0 – 255 hoeft te denken, maar dat je in percentages kunt denken. Bij een waarde van 80% zwart kun je jezelf immers toch wat meer voorstellen dan wanneer ik zou zeggen ‘waarde 52’.

We kunnen nu de drempelwaardes instellen door in de curve de linker en rechterkant van de grafiek te verschuiven.

Drempelwaarde heldere tinten:

Schuif de linkerkant van de curve naar boven tot  90%

Drempelwaarde schaduwen:

Schuif de rechterkant van de curve naar beneden tot  85%

Middentonen:

Klik in het midden van de lijn en trek nu de curve helemaal naar beneden.

Je kunt ook de bijbehorende waardes invoeren: Output: 0%, Input 50%.

De foto ziet er nu misschien wat vreemd uit, maar dat is precies de bedoeling. De curve die je zojuist hebt gemaakt zorgt er namelijk voor dat het effect pas zichtbaar is vanaf de ingestelde drempelwaardes.

Klik op ‘OK’ om de curve toe te passen.

Schakel nu snelmasker weer uit door op de toets ‘Q’ te drukken. De ‘lopende mieren’ komen nu weer in beeld.

– Stap 06. –

Het wordt nu tijd om de filmkorrel toe te voegen.

De hoeveelheid korrel die je wil toevoegen is behoorlijk afhankelijk van de grootte van je foto. Aan een foto met veel megapixels moet een krachtiger filter worden toegepast dan aan een foto met minder megapixels. Bovendien is de sterkte van de korrel het een kwestie van smaak.

Maar laat ik duidelijk zijn: Overdaad schaadt!

In het voorbeeld pas ik veel ‘korrel’ toe, maar dat is vooral om het effect duidelijker te laten zien. Niet omdat ik deze waarde prefereer of goed vind. Pas toe wat jij zelf voldoende vindt. Uiteindelijk komt dit dus neer op je eigen smaak.

Het toepassen van de korrel doe je nu als volgt:

Ga naar het menu: ‘Filter > Blur Gallery > Field Blur’.

Het maakt eigenlijk niet uit welke van de opties je kiest onder de ‘Blur gallery, maar ‘Field Blur’ is de eerste optie en daarom gekozen.

Kies in dit filter aan de rechterzijde nu het ‘tabblad Noise’.

In dit filter zien we een aantal opties.

Allereerst vinken we bovenin de balk de optie ‘High Quality’ aan.

Door deze optie aan te vinken verhogen we de kwaliteit van de korrel, maar vertragen we wel het proces van het aanmaken van diezelfde korrel. Heb je haast of vind je de kwaliteit wat minder belangrijk dan kun je deze optie ook uitgevinkt laten.

Rechts zien we een balk met de optie ‘Field Blur’ aangevinkt.

Dat laten we zo, net als de waarde die ingevuld staat.

Het maakt voor het effect namelijk niets uit welke waarde hier ingevuld staat. Het doet niets met het effect dat we willen bereiken.

Eronder vinden we een aantal tabbladen.

Zorg ervoor dat het tabblad ‘Noise’ is geselecteerd.

– De eerste optie die je hier ziet ‘Grain’, moet aangevinkt zijn.

– De optie ‘Amount’ geeft aan ‘hoeveel’ korrel je wil toevoegen.

– De optie ‘Size’ bepaald de ‘grootte’ van de korrel.

– De optie ‘Roughness’ bepaald hoe ‘grof’ de korrel moet ogen.

– De optie ‘Color’ geeft aan of er kleurruis moet worden toegepast.

– De optie ‘Highlights’, geeft de helderheid en daarmee de zichtbaarheid van de korrel aan.

De zichtbaarheid van een reguliere filmkorrel uit de tijd van toen, was afhankelijk van de gebruikte film. Een snelle film van destijds kende weinig korrel en had een hele fijne structuur.

Fotografeer je dus met een lage ISO waarde en wil je toch een wat meer analoge ‘look’ geven aan je foto, dan gebruik je dus een kleine hoeveelheid, met een kleine korrel, die fijn van structuur is.

Naarmate de ISO waarde op je camera hoger staat ingesteld, verhoog je de hoeveelheid korrel, maak je deze groter en grover.

Als voorbeeld gebruik ik de waardes 90, 60 en 60.

Klik op ‘OK‘.
Omdat dit geen ‘snel’ filter is moeten we nu eventjes geduld hebben…

– Stap 07. –

De korrel is nu toegevoegd, aan de foto maar oogt nog een beetje hard langs de randen van de verschilende korrels die je ziet. Om de korrel er nog wat natuurlijker uit te laten zien gaan we deze randen verzachten door een ‘gaussian blur’ filter over de laag ‘korrel’ heen te leggen.

Ga daarvoor naar: ‘Filter > Blur > Gaussian Blur’.

Kies nu een Radius van tussen de 0,9  en 1,6 pixels.

Naarmate je meer ‘blur’ toepast zal de korrel zachter ogen.
Klik op ‘OK‘.

Je kunt deze techniek nog verder perfectioneren door naast een ‘grove’ korrel ook nog een ‘fijne’ korrel toe te voegen aan het filter door ‘stap 6’, nog een keer uit te voeren als apart filter.

– Stap 08. –

Er is geen stap 8. Gefeliciteerd, je hebt nu een perfect ogende filmkorrel toegevoegd aan je foto. Want ook al zijn je bestanden digitaal, dat wil niet zeggen dat je er best een analoog tintje aan mee mag geven.

Zelf vind ik digitale foto’s net even te clean of bepaalde overgangen net te hard. Door deze techniek op een gepaste wijze te gebruiken worden je foto’s net even iets meer een belevingsproduct.

Wanneer deze techniek je bevalt, dan raad ik je aan om bovenstaande stappen in een actie op te nemen. Dan hoef je niet alle stappen te onthouden, maar kun je eenvoudig door het afspelen van deze actie supersnel een analoge look geven aan je foto’s.

‘Dark Frames’ gebruiken als ruisonderdrukking bij lange sluitertijden.

– Zo doe je dat –

Wanneer je foto’s maakt met een lange sluitertijd (langer dan 10 seconden) kun je soms witte, rode, gele, groene, blauwe of magenta gekleurde stipjes zien in je foto. Dat zijn over het algemeen genomen géén kapotte pixels in je camera, maar zogenoemde ‘hot pixels’. Die pixels worden ook wel kleurruis genoemd.

In deze blog leg ik je uit hoe je deze ‘hot pixels’ kunt verwijderen door gebruik te maken van een ‘dark frame’ en Adobe Photoshop.

De foto waarbij de hotpixels nog niet zijn weggehaald met daaronder de bijbehorende Dark Frame.

Hot Pixels

Hotpixels ontstaan door warmteontwikkeling op de sensor. Je camera ziet daarbij dan ‘warmte’ aan voor een lichtdeeltje. Het resultaat is dat op die plek dan een pixel te zien is met een afwijkende helderheid en kleur ten opzichte van de rest van de foto.

Helaas zijn hotpixels nooit helemaal te voorkomen wanneer je opnames maakt met een (hele) lange sluitertijd. Iedere camera zal hier in meer of mindere mate last van hebben. Je zult begrijpen dat dergelijke pixels met een afwijkend kleurpatroon als héél storend kunnen worden ervaren. Met name bij een egale of donkere achtergrond vallen dergelijke hotpixels heel erg op.

Zoals ik je al verteld heb ontstaan die hotpixels door warmteontwikkeling op de sensor van je camera. Waar deze pixels exact in een opname zullen verschijnen kun je helaas nooit vooraf voorspellen. Net als dat je vooraf nooit kunt weten hoeveel pixels er door de sensor als hotpixel zullen worden geregistreerd. Wel is het zo dat naarmate de opnameduur langer wordt en de camera langer aan staat er meer hotpixels zullen ontstaan.

Gelukkig is het ook zo, dat zo lang de camera aan staat het per opname wel altijd dezelfde pixels zullen zijn die als ‘hotpixel’ worden geregistreerd. Pas wanneer de camera ‘uit-‘ en weer ‘aan-‘ wordt gezet zullen er weer andere pixels als ‘hotpixel’ door de sensor van je camera worden geregistreerd.

Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking

Veel camera’s hebben een optie in het menu om de hotpixels onzichtbaar maken wanneer je fotografeert met een sluitertijd die langer is dan 10 seconden. Bij Fujifilm heet deze optie ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’.

Door in de camera dit type ruisonderdrukking ‘Aan’ te zetten, worden deze hotpixels automatisch verwijdert. Dat doet je camera door niet één, maar twee foto’s te maken met exact dezelfde camera instellingen. De eerste opname is de registratie van hetgeen je wilt fotograferen. De tweede opname bestaat uit een foto met een gelijke duur van de sluitertijd, maar waarbij de sluiterbladen van je camera niet worden geopend.

Feitelijk bestaat die tweede foto dus uit een opname waarbij er ‘niets’ kan worden geregistreerd, omdat er bij deze tweede opname geen licht op de sensor valt.

Het resultaat; Een zwaar onderbelichte foto die we een ‘Dark Frame’ noemen. Juist deze tweede opname is voor de camera noodzakelijk om op zoek te gaan naar pixels met een afwijkend kleurpatroon. Want daar waar je camera op deze tweede foto een gekleurde pixel aantreft weet je camera dan dat het daarbij dan zal gaan om een ‘hotpixel’.

Deze als ‘fout’ geregistreerde pixel wordt door de camera vervolgens op de originele opname vervangen door een pixel met de juiste helderheid en kleurtoon. Op deze manier corrigeert je camera daarmee de fout in de originele opname en zie je de hotpixel nooit meer terug.

De tweede opname wordt door je camera overigens automatisch weggegooid, je zult hem daarom nooit tussen je RAW of JPEG bestanden op de geheugenkaart aantreffen.

‘Lange sluitertijd ruisonderdrukking’, maakt dus gebruik van het principe dat een extra opname met een exact gelijke sluitertijd, ook exact dezelfde hotpixels zal registreren en daardoor kan verwijderen. Het nadeel van deze methode (en camera-instelling) is wel dat het maken van de foto daardoor 2x zo lang duurt als de werkelijke belichtingstijd van de opname.

Maak je dus een foto met een belichtingsduur van 30 seconden, dan betekent dat dus dat er een opname gemaakt wordt van 30 seconden, plus een opname van een ‘Dark Frame’ met een opnameduur van 30 seconden. Tezamen kost het maken van de opname dan 1 minuut.

Maak je een opname met bijvoorbeeld een 10ND of 16ND filter, dan zijn sluitertijden van meerdere minuten niet ongebruikelijk. Zou je dan bijvoorbeeld een opname maken met een belichtingsduur van 6 minuten dan betekent dat dus ook dat het maken van het ‘Dark Frame’, je nog eens 6 minuten extra kost. Bij elkaar ben je dan dus per foto altijd minimaal 12 minuten kwijt!

Dark Framing – Zo doe je dat!

Bij het maken van nachtopnames waarbij je bijvoorbeeld een aaneensluitend sterrenspoor wilt maken is het bijvoorbeeld niet mogelijk om gebruik te maken van de in de camera ingebouwde ‘lange sluitertijd ruisonderdrukking’.

Wanneer je ‘Lange Sluitertijd Ruisonderdrukking’, dan ‘Aan’ hebt staan zou je nooit een mooie lange vloeiende lijn kunnen krijgen, maar krijg je als resultaat een stippellijn. Dat wordt veroorzaakt doordat je telkens veel te lang moet wachten voordat de volgende échte opname gemaakt kan worden.

Ook wanneer je veelvuldig gebruik maakt van ND filters, kan de wachttijd behoorlijk oplopen. Zeker wanneer je net als ik, het meestal niet laat bij één opname, maar bij een kleine serie opnames om zo later de ‘beste’ foto eruit te kunnen pikken.

Omdat het niet altijd mogelijk of wenselijk is om per foto zo lang te moeten wachten moeten we dus op zoek naar een andere methode die je uiteindelijk hetzelfde resultaat oplevert. Een foto zonder hotpixels.

Dat kan door zélf het ‘Dark Frame’ te produceren. Natuurlijk zijn daar wel wat voorwaarden aan verbonden. Het belangrijkste daarbij is dat de omstandigheden van het ‘Dark Frame’, zoveel als mogelijk overeen komen met de originele opname.

Dat betekent dus ook dat je het ‘Dark Frame’ alléén kunt produceren en direct moet gaan maken op het moment dat je klaar bent met het maken van de ‘laatste’ opname van de échte foto(’s).

De voorwaarden:
  1. Je camera mag niet worden uitgezet tussen het maken van de laatste (echte) foto en het maken van het ‘Dark Frame’.
  2. Plaats de lensdop op het aan de camera gekoppelde objectief, zodat er géén licht op de sensor kan vallen.
  3. De opname instellingen mogen niet worden gewijzigd!Dat betekent dus dat je voor het maken van het ‘Dark Frame’, je éxact dezelfde instellingen gebruikt. Sluitertijd en ISO instelling mogen daarbij dus niet worden aangepast.
  4. Maak nu de ‘Dark Frame’ opname; Dus vrijwel direct na de laatste serie ‘echte’ foto’s.
  5. De temperatuur van je camera moet zoveel als mogelijk is gelijk blijven wanneer je het ‘Dark Frame’ produceert. Je mag je camera dus niet in je tas stoppen, tijdens het maken van het ‘Dark Frame’.
  6. Om de ‘Dark Frame’ en hotpixels te verwijderen van de originele foto heb je Photoshop, of een gelijkwaardig beeldbewerkingsprogramma zoals Affinity Photo nodig. (Alleen Lightroom of enkel een andere RAW bewerker is niet voldoende!).

Het meest geschikte moment waarop je het ‘Dark Frame’ produceert is dus het moment waarop je eigenlijk klaar bent met fotograferen en je de boel gaat opruimen en inpakken om weer op weg naar de volgende locatie, of huis te gaan. Je hoeft zo per serie foto’s maar één ‘Dark Frame’ opname te maken. Deze opname gebruik je bij thuiskomst als referentie (per serie) van alle foto’s die je zojuist hebt gemaakt.

Hotpixels verwijderen door middel van je eigen ‘Dark Frame’ opname.

Bij deze methode ga ik ervan uit dat je Adobe Lightroom en Adobe Photoshop in je bezit hebt.

Je kunt eventueel ook een andere RAW bewerker of een ander programma als Photoshop gebruiken. Voor wat betreft het alternatief voor Photoshop is het dan wel belangrijk dat het programma dat je dan gebruikt wel over soortgelijke functionaliteit beschikt.

Lightroom is handig omdat je daarmee de mogelijkheid hebt om zowel het originele (bewerkte) fotobestand en het ‘Dark Frame’ tegelijkertijd als verschillende lagen in één (nieuwe) foto kunt openen.

  1. Importeer de foto’s in de RAW bewerker van je keuze inclusief de ‘Dark Frame’ opname.
  2. Bewerk de (RAW) opnames naar jouw smaak.
  3. Het ‘Dark Frame’ laat je uiteraard ongemoeid!
  4. Selecteer in Lightroom de (bewerkte) originele foto én selecteer de ‘Dark Frame’ opname.Dat doe je door eerst de (bewerkte) foto te selecteren en daarna de toets CTRL ingedrukt te houden om daarna ook de ‘Dark Frame’ opname aan te klikken.Nu je beide bestanden hebt geselecteerd, druk je op de rechtermuisknop en kies je uit de lijst die je nu te zien krijgt ‘Bewerken In > Open als Lagen in Photoshop’.Je kunt hetzelfde doen door in het menu te kiezen voor ‘Foto > Bewerken In > Open als lagen in Photoshop’.
  1. De foto is nu als achtergrond in Photoshop geopend.Het ‘Dark Frame’ als laag erboven.Als het goed is zie je nu niets van de foto zelf en zie je alleen de ‘Dark Frame’.Wanneer dat niet het geval is, moet je beide lagen even met elkaar verwisselen.
  2. Selecteer de onderste laag (foto) en maak een kopie van deze (achtergrond)laag.(CTRL + A), daarna (CTRL+C) Houdt de ‘ALT’ toets ingedrukt en selecteer het icoon ‘Maak nieuwe laag’. Noem deze nieuwe laag ‘Uitsmeren’ en plak vervolgens de gekopieerde inhoud van de foto op deze nieuwe laag (CTRL+V).Deze nieuwe laag is als het goed is nu geplaatst tussen de originele foto en het ‘dark frame’
  3. Selecteer nu uit het ‘Filter menu’ -> ‘Blur’ -> ‘Gaussian Blur’.Gebruik als waarde 2,4 pixels. Je smeert daarmee de foto dan net voldoende uit om de pixels voldoende met elkaar te laten mengen en waardoor kleurtoon en helderheid behouden blijven.
  4. Selecteer nu de laag met de ‘Dark Frame’ inhoud en hernoem deze laag ‘Dark Frame’.
  1. In Photoshop selecteer je nu de optie ‘Calculations’.Deze optie tref je aan onder het menu ‘Image’ (Image > Calculations).Er verschijnt nu een nieuw venster, met een inhoud die misschien op het eerste gezicht wat abracadabra lijkt wanneer dit de eerste keer is dat je deze mogelijkheid in Photoshop gebruikt.Source 1 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’.Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’.Source 2 – Geeft aan om welke afbeelding het gaat.Layer – Geeft aan over welke laag we de calculatie willen uitvoeren.In ons geval is dat de laag ‘Dark Frame’. Channel – Geeft aan over welk kleurkanaal we de calculatie willen uitvoeren. In ons geval het complete RGB kanaal. Dat noemt men ‘Gray’. Blending – Geeft aan wat voor soort calculatie we willen uitvoeren. In dit geval willen willen we de helderheid van de hotpixels versterken. We kiezen daarom voor de optie ‘Screen’ De ‘Opacity’, of doorlaatbaarheid van het resultaat van de calculatie laten we op 100% ingesteld staan. De optie ‘Mask’ (Masker) vinken we niet aan! Result – Geef aan wat we met de uitkomst willen doen. In dit geval willen we een selectie maken van de hotpixels en daarom kiezen we hier voor ‘Selection’. Hierna klik je op ‘OK’. Je ziet nu (misschien), dat er een selectie is gemaakt van alle heldere pixels. Wanneer je nu niets ziet. Geloof me er is écht een selectie gemaakt van de ‘hotpixels’ in de laag ‘Dark Frame’.
  1. De volgende stap is vrijwel een herhaling van stap 9.Toch is er een verschil. Dus let goed op!Ga opnieuw naar de optie ‘Calculations’ via het menu ‘Image > Calculations’.Voor Source 1:Layer: Dark FrameChannel: ‘Selection’.We kiezen dus geen kleurkanaal, maar de voorgaande selectie die we zojuist hebben gemaakt. Voor Source 2: Layer: Dark Frame Channel: ‘Selection. We kiezen dus ook de voorgaande selectie als tweede bron voor de berekening die we willen uitvoeren. Blending: Screen We versterken hiermee de selectie en wat als een ‘Heldere’ (witte) pixel door Photoshop wordt waargenomen en tegelijkertijd zullen alle echt ‘Donkere’ pixels die we op de laag ‘Dark Frame’ waarnemen als ‘Zwart’ donker blijven. Door voor een tweede keer een berekening over de selectie uit te voeren maken we de selectie breder, of ruimer. Zo voorkomen we dat we alsnog ‘ruis’ opnemen in het masker dat we zo gaan maken. Als resultaat willen we wederom een ‘selectie’ overhouden. We kiezen daarom bij Result voor: Selection. Result: Selection Hierna klik je op ‘OK’.
  1. De laag met de inhoud van het ‘Dark Frame’ kun je nu in de prullenmand gooien.Deze laag heb je voor deze foto nu niet meer nodig (gooi dus niet het bestand weg, maar de geopende laag) in de prullenbak van het lagenpaneel.
  2. Omdat de laag ‘Uitsmeren’ tussen die van de originele foto en het ‘Dark Frame’ stond wordt nu automatisch de laag ‘Uitsmeren’ geselecteerd. Dit is nu de bovenste laag geworden.
  3. Druk nu op het icoontje ‘Laagmasker toevoegen’ in het lagenpaneel.De laag ‘Uitsmeren’ wordt hiermee afgedekt, met uitzondering van de ‘hotpixels’.Echter, omdat je deze laag via het filter hebt uitgesmeerd zullen lege plekken, waar eerder de hotpixels aanwezig waren nu worden opgevuld met een kleur en kleurtoon van de uitgesmeerde laag, waardoor de hotpixels eronder niet meer opvallen. Je hebt deze ‘foute’ pixels hiermee nu min of meer onzichtbaar gemaakt.
  4. Selecteer nu beide lagen. (ALT + CTRL + A)
  5. Voeg beide lagen nu weer samen tot één laag. (SHIFT + CTRL + E).
  6. Voila, je hebt de hotpixels nu uit je foto verwijdert.

Wanneer je foto’s hebt gemaakt van bijvoorbeeld een sterrenspoor, kun je eventueel eerst alle foto’s samenvoegen, om vervolgens als laatste de ‘Dark Frame’ opname te gebruiken om zo pas in de resultaatfoto de onbedoelde ‘hotpixels’ te verwijderen.

Het is uiteraard ook handig om van bovenstaande procedure een ‘Actie’ te maken in Photoshop.

Zo houd je jouw camera up-to-date!

Firmware updaten – Simpel – Snel – Verstandig

Fujifilm heeft de gewoonte om firmware updates vrijwel altijd uit te brengen op een dinsdag of een donderdag. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen op die regel, maar dat zijn de reguliere dagen waarop je firmware updates kunt verwachten. Zo wacht je misschien momenteel wel op de nieuwste update voor jouw X-T, X-E of X-Pro. Wanneer die precies komt kan ik je helaas niet zeggen. Ook voor mij blijft dat vaak tot het laatste moment een geheim.

Welke firmware gebruik ik nu?

Wanneer je wil weten welke firmware er momenteel op je camera aanwezig is, dan kun je dat eenvoudig zien door de DISP/BACK knop ingedrukt te houden terwijl je de camera aanzet.

Je zult dan een aanduiding krijgen welke firmware versie momenteel door je camera gebruikt wordt. Heb je ook een objectief gekoppeld aan je camera, dan zal ook de firmware versie van het objectief worden getoond.

Moet ik de firmware altijd updaten?

Er is uiteraard nooit een ‘moeten’ bij. Maar, wanneer je graag beschikt over de laatste mogelijkheden die Fujifilm je geeft is het wel verstandig om een firmware update uit te voeren. Ook bij kleinere updates loont het eigenlijk altijd de moeite om een firmware update uit te voeren. Kleinere updates maken je camera toch weer beter doordat er kleine foutjes in de software zijn gerepareerd.  Je hoeft dus niets, maar in mijn ogen is het wel verstandig om een firmware update altijd uit te voeren. Ook wanneer het kleine updates betreft.

Kan ik direct updaten naar de laatste versie?

Ja!!! Je kunt altijd direct updaten naar de laatste versie van de firmware die er voor jouw camera of objectief beschikbaar is. Wanneer je een update hebt overgeslagen is dat dus geen enkel probleem. De software op je camera of objectief wordt volledig vervangen. Je camera instellingen blijven daarbij overigens gewoon behouden.

Hoe weet ik of er een nieuwe firmwareversie voor mijn camera beschikbaar is?

Over het algemeen worden meldingen over nieuwe firmware updates vrijwel direct geplaatst op de Facebookgroep:

 “Fujifilm X Serie – Vraagbaak en Foto’s (NL /BE)

Uiteraard kun je ook kijken op de website van Fujifilm zelf. De firmware updates zijn te downloaden door op deze link te klikken.

Als je geen nieuwe updates ziet staan….

Wanneer je geen nieuwe updates op de website van Fujifilm ziet staan, terwijl je weet dat die er wel zou moeten zijn, dan kan dat verschillende redenen hebben. Je browser ziet nog een oude pagina. In dat geval zul je het cache geheugen van de browser even moeten legen, of de cachingserver van je provider heeft nog een ‘oude’ pagina in het geheugen opgeslagen. De ALT+OPTIE toets (of CTRL+ALT) ingedrukt houden terwijl je de webpagina ververst, is vaak een goede manier om het tijdelijke geheugen van je browser op te schonen voor een nieuwe versie van een webpagina.

Ik zie dat er een update is voor zowel mijn camera als voor mijn objectief. Welke moet ik eerst uitvoeren?

Wanneer er zowel een firmware update is voor een camera als voor een objectief is het zeer verstandig om eerst de camera update uit te voeren om daarna pas de update voor het objectief door te voeren. Je camera komt dus altijd op de eerste plek, daarna pas je objectieven.

HELP!!! – Mijn camera herkent het firmwarebestand niet!

Wanneer je een nieuwe firmware download naar je computer is het belangrijk dat er in de map waarin jij download géén bestand staat met dezelfde naam. Bijvoorbeeld omdat je eerder een oudere versie van de firmware gedownload had. Je computer zal dan het nieuwe bestand downloaden met een ‘1’ erachter. Je krijgt dan een bestand met bijvoorbeelde de volgende naamgeving ‘FP-UPDATE-01.DAT’ terwijl de juiste naamgeving had moeten zijn ‘FP-UPDATE.DAT’.

LET OP GENOEMDE VOORBEELDEN VOOR BESTANDSNAMEN ZIJN FICTIEF.

IEDERE CAMERA EN IEDER OBJECTIEF HEEFT ZIJN EIGEN SPECIFIEKE NAAMGEVING!

Wanneer de exacte naam niet overeenkomt met de naam van het bestand die de camera verwacht, dan zal je camera het bestand niet herkennen en kan de firmware niet worden bijgewerkt.

De huidige naamgeving voor een camera uit de X-Serie start altijd met FWUP00xx.DAT, waarbij er voor ‘xx’ een cijfer wordt weergegeven. Een firmware update voor een objectief wordt altijd aangeduid met XFUPD00xx.DAT. Ook hier geldt dat voor ‘xx’ een cijfer wordt weergegeven.

Wijzig NOOIT de naam van een bestand!!!

Wanneer er een ‘dubbel’ bestand op je computer aanwezig is, dan is het altijd beter om eerst het oude bestand van de computer te verwijderen en om de firmware opnieuw te downloaden. Zo blijft de zogenoemde ‘checksum’ voor de camera behouden.

Verwijder altijd ook de eventuele tweede geheugenkaart uit je camera wanneer deze beschikt over een tweede geheugenkaartslot.

De firmware updaten doe je zo:

  • Zoek eerst naar de juiste firmware update voor je camera of objectief.  Doe dat altijd via de website van Fufilm zelf! Download nooit zomaar rechtstreeks een link.
  • Download het bestand.  Het werkt het beste wanneer je het firmware bestand download naar het bureaublad van je computer. Je ziet hem daar dan ook direct staan. Controleer de bestandsnaam en vergewis je ervan dat er geen cijfer als ‘-01’ voor de aanduiding  .DAT mag staan.
  • Plaats nu eerst een volle accu in je camera.
  • Formatteer de geheugenkaart(en) in je camera!
  • Verwijder de geheugenkaart(en) uit je camera.  Zet eerst de camera uit!Wanneer je over een camera beschikt met twee geheugenkaartsloten verwijder dan ook de geheugenkaart uit sleuf 2.
  • Plaats de geheugenkaart in de computer.  Sleep het bestand (met de correcte naam) rechtstreeks op de geheugenkaart.Het firmware bestand mag dus niet in een mapje geplaatst worden.
  • Verwijder de geheugenkaart uit de computer op de correcte wijze!  Dat wil zeggen via de optie ‘uitwerpen’.Direct uit de computer trekken zonder deze correct te verwijderen kan resulteren in het feit dat er een klein en voor jou onzichtbaar bestandje  op de geheugenkaart achterblijft. (Dit kan vooral gebeuren wanneer je gebruik maakt van MacOS).
  • Stop de geheugenkaart in ‘Sleuf 1’ van je camera.
  • Zet nu de camera ‘Aan’ terwijl je de ‘DISP/BACK’ knop ingedrukt houdt.
  • VOLG DE INSTRUCTIES OP HET LCD SCHERM!!!  – Zet tijdens de update procedure je camera NIET uit,- Hou tijdens het update proces ‘GEEN’ knoppen ingedrukt- Wacht ALTIJD tot het moment dat de camera aangeeft dat het update process is voltooid.- Zet je camera dus NOOIT eerder uit dan dat je deze melding hebt ontvangen.

Het update van de camera kan soms enige minuten duren.

Dat komt doordat de volledige software op de camera wordt vervangen door de nieuwste versie. Om die reden moet je zorgen voor een volle accu voordat je aan het update proces begint. Wanneer de firmware update tijdens het updateproces wordt onderbroken kun je ervan uitgaan dat je camera een bezoek mag gaan brengen aan het servicecentrum.

Neem dus de juiste voorzorgsmaatregelen voordat je aan dit proces begint.

Camera’s en objectieven krijgen regelmatig een update, wanneer er voor beide componenten een update beschikbaar is, update dan eerst de camera en herhaal bovenstaande stappen voor een succesvolle update voor het objectief.

– Pas, nadat de update is voltooid, zet je de camera uit.

– Plaats eventueel de tweede geheugenkaart terug in sleuf 2.

– Zet de camera weer aan en formatteer de geheugenkaarten opnieuw zodat het firmwarebestand weer van de geheugenkaart wordt gewist.

– Gefeliciteerd!!!

Je camera heeft nu een nieuwe motor gekregen en beschikt nu weer over de allerlaatste mogelijkheden, die Fujifilm je gegeven heeft.

Het updaten van de firmware geschiedt op eigen risico;

Zo werkt parallax correctie op een Fujifilm X-Pro digitale ‘meetzoeker’ camera

Op een Fujifilm X-Pro digitale ‘meetzoeker’ camera

De Fujifilm X-Pro serie is één van de weinige systeemcamera’s met een hybride optische zoeker. Dat maakt deze camera uit de X-Serie uniek in zijn soort. De optische zoeker (OVF) van Fujifilm X-Pro ‘meetzoekercamera’ werkt totaal anders dan die van een (digitale) spiegelreflex camera. Wat het grote verschil is tussen beide optische zoekers leg ik je uit in deze blog.

Bij een spiegelreflexcamera kijk je door de zoeker en dóór de lens naar de wereld. Wat je daarbij door de zoeker ziet is wat je fotografeert. Ongeacht het gebruikte brandpuntsafstand van het objectief. Hierdoor fotografeer je ook altijd daadwerkelijk datgeen wat je ziet.

De Fujifilm X-Pro is een beetje een vreemde eend in de bijt in cameraland. Deze op een ouderwetse meetzoeker geïnspireerde camera heeft net als een digitale spiegelreflexcamera een optische zoeker. Een groot verschil tussen de optische zoeker van een spiegelreflex en die van deze meetzoeker geïnspireerde camera is echter dat deze optische zoeker naast het objectief is geplaatst. De zoeker en de ‘lens’ staan daarbij niet exact in één lijn. Daardoor kijk je dus niet door de lens naar de wereld, maar altijd een beetje ernaast. Dat noemen we in jargon de parallax verschuiving.

Maar er is nog iets dat je weten moet over de optische zoeker van de X-Pro. Want wanneer je door de optische zoeker kijkt bij deze camera zie je niet exact hetzelfde als wat de sensor in je camera ziet.

De Fujifilm X-Pro is een op een meetzoeker gebaseerde camera. Bij gebruik van de optische zoeker zie je niet hetzelfde beeld als bij een spiegelreflex camera. Zoeker en lens staan namelijk niet exact in één lijn

De optische zoeker van de Fujifilm X-Pro camera’s is zo ontworpen dat deze een vaste en brede beeldhoek geeft. Daardoor kun je ook zien wat er zich buiten het beeldkader van  het gekoppelde objectief bevindt (buiten het opnameveld van de sensor). Zo kun je anticiperen op wat komen gaat. Tegelijkertijd betekent dat ook dat je geen objectieven met een bredere beeldhoek kunt gebruiken dan een 18mm objectief.

Om je toch een indicatie te geven van wat je fotografeert wordt er in de zoeker een groot wit kader geprojecteerd. Dat witte kader is het beeldkader en wijzigt van grootte wanneer je in- of uitzoomt, of op het moment dat je een ander objectief op deze ‘meetzoeker’ camera plaatst. Alles wat je binnen dat beeldkader ziet zal (ongeveer) worden gefotografeerd.

Een kijkje door de zoeker van de Fujifilm X-Pro. Bij ieder objectief is de beeldhoek anders. Deze wordt in de optische zoeker weergegeven door een beeldkader, waardoor je exact weet wat zich binnen het ‘frame’ bevind.

Hoe langer de lens, dat wil zeggen hoe meer telebereik een objectief heeft.  Hoe smaller de beeldhoek, waardoor het beeldkader in de optische zoeker aanzienlijk kleiner wordt. Daardoor wordt het steeds moeilijker om een inschatting te maken van wat er exact wordt gefotografeerd.

Om dezelfde reden is een meetzoekercamera ook niet echt geschikt voor het maken van macro-opnamen. Want doordat je naast de lens kijkt kun je niet goed zien wat er exact wordt gefotografeerd en waarop er vervolgens wordt scherpgesteld.

De grootte van het beeldkader past zich aan op de beeldhoek en brandpuntsafstand van het gekoppelde objectief

Een camera als de Fujifilm X-Pro is daarom beter geschikt om te gebruiken met objectieven die beschikken over een vaste brandpuntsafstand (23mm, 35mm en 50mm). De optische zoeker werkt namelijk niet prettig met grote zoomobjectieven.

Uiteraard kun je wel andere objectieven op deze camera gebruiken, maar dat werkt dan beter in combinatie met de elektronische zoeker dan met de optische zoeker.

Wie gebruik maakt van de optische zoeker in combinatie met een X-Pro verliest uiteraard ook de ‘preview’ belichting. Je kijkt immers door een échte zoeker en niet naar een LCD scherm. Hou daarom naast het beeldkader ook het histogram en de belichtingsmeter goed in de gaten zodat je niet per ongeluk de opname onder- of overbelicht.

Autofocus en de optische zoeker

Het is de optische zoeker die deze camera zo uniek maakt. Naast Leica is er geen enkele andere camerafabrikant die over een soortgelijke hybride zoeker beschikt. De optische (OVF) en elektronische (EVF) zoeker is innovatief en goed doordacht geïmplementeerd.

Beide type zoekers, dienen ieder hun eigen doel en kunnen ieder op elk moment dat jij dat wenst worden geselecteerd. Een groot voordeel van de optische zoeker boven de elektronische zoeker is dat het batterijverbruik van de camera aanzienlijk lager is. Wanneer je uitsluitend gebruik zou maken van de optische zoeker, kun je tot wel 1100 opnames maken. Gebruik je de elektronische zoeker, dan neemt dat aantal af tot ongeveer 350 opnames.

Het is waarschijnlijk ook om de hybride zoeker dat deze camera je interesse heeft of de reden waarom je hem misschien zou willen kopen.

Zo werkt de parallax correctie

Omdat we bij de optische zoeker van deze op een meetzoeker geïnspireerde camera te maken hebben met de parallax en waarbij jij als fotograaf daarmee dus niet hetzelfde ‘ziet’ als wat de sensor in je camera ‘ziet’, moet hiervoor worden gecorrigeerd.

De X-Pro 2 beschikt om die reden over een correctiefunctionaliteit, waarbij er voor de parallax wordt gecompenseerd.  Dat is alleen noodzakelijk bij gebruik van de optische zoeker en niet voor de elektronische zoeker, omdat je daarbij wel kunt zien wat de sensor ook ziet.

De parallax correctie  kun je vinden onder de noemer ‘Gecorrigeerd AF-Kader’ in het menu van je camera. Het is verstandig om deze optie ook daadwerkelijk te gebruiken als je veelvuldig gebruik maakt van de optische zoeker.

Wanneer ‘parallax correctie’ wordt ingeschakeld, wordt er een extra AF-kader in de optische zoeker getoond. Dit extra AF-Kader wordt net als het beeldkader in wit weergegeven.

Het autofocus punt zal tussen de kortste instelafstand en oneindig worden weergegeven.

Wanneer ‘parallax correctie’ wordt ingeschakeld, wordt er een extra kader in de optische zoeker getoond. Het autofocus punt zal tussen de kortste instelafstand en oneindig worden weergegeven.

Het autofocus kader in het midden van de optische zoeker geeft het punt aan waarop de autofocus zou scherpstellen bij een focus instelling op oneindig. Het autofocus kader rechtsonder het midden in de optische zoeker, geeft aan dat de autofocus op dit punt zal plaatsvinden wanneer de camera wordt gebruikt op de kortste instelafstand.

Wanneer je het AF-kader wijzigt en verschuift vanuit het midden naar één van de omliggende AF punten zal het kader voor de kortste instelafstand ook meeverhuizen. Daarmee wordt dus altijd de juiste parallax correctie toegepast ongeacht het gekozen AF punt.

De kortste instelafstand voor de optische zoeker ligt op ongeveer 80cm vanaf het objectief. Om die reden is het ook handig om de afstandindicator in te schakelen, omdat het hiermee eenvoudiger wordt om een goede inschatting te maken van hoe ‘ver’ het te fotograferen onderwerp zich van de camera af bevindt.

De weergave wordt automatisch berekend op het moment dat de ontspanknop (half) ingedrukt wordt. Je zult dan een ‘groen’ AF-Kader in beeld krijgen dat zich tussen het autofocuskader voor oneindig en het kader voor de kortste instelafstand heeft genesteld. Dit groene AF-kader geeft het daadwerkelijke punt aan waarop de camera heeft scherpgesteld en vertegenwoordigd daarmee de parallaxcorrectie.

Afstand tot onderwerp en het AF-Kader

Bij onderwerpen die op middellange afstanden worden gefotografeerd zal het groene autofocuskader dus altijd ergens tussen het kader van oneindig en dat van de kortste instelafstand worden geplaatst.

Wanneer het te fotograferen onderwerp wat verder weg is, zal het autofocus kader zich naar achteren verschuiven in de richting van oneindig

Wanneer de afstand tussen het te fotograferen onderwerp en de camera toeneemt wordt het parallax effect minder en wordt de kans op misfocus ook minder doordat dan ook de scherpte/diepte toeneemt. Je zult dan ook zien dat het groene kader zich beweegt richting het kader voor oneindig, of er zelfs in zijn geheel overheen komt te liggen.

Als de afstand tussen de camera en het onderwerp korter wordt gebeurt het omgekeerde. Het groene scherpstelkader zal zich dan in de richting het kader van de kortste instelafstand bewegen. Het parallax effect wordt dan groter.

Wanneer het te fotograferen onderwerp wat meer naar voren is gelegen, zal het autofocus kader zich naar voren verschuiven in de richting van het kader voor de kortste instelafstand. Zodra deze te dicht op dit punt ligt is het verstandig over te schakelen naar de elektronische zoeker om autofocusproblemen te voorkomen.

Zodra de kortste instelafstand is bereikt. Dus op het moment dat het groene kader bovenop die van de kortste instelafstand is geplaatst is het verstandig om de camera over te schakelen naar de elektronische zoeker (EVF). Het betekent dus ook dat de optische zoeker ongeschikt is om te gebruiken voor het maken van macro opnames.

Samenvatting

Hopelijk heb ik je door deze blog geholpen om de werking van de optische zoeker van de X-Pro serie camera’s van Fujifilm wat te verduidelijken en begrijp je nu een beetje beter hoe deze optische zoeker werkt.

Wil je graag de optische zoeker gebruiken de X-Pro camera’s, dan is het verstandig om de parallax correctie in te schakelen. Hiermee kun je dan exact zien waar de camera op heeft scherpgesteld. Wanneer de afstand tot het onderwerp toeneemt neemt het effect van de parallax af en werkt de autofocus in combinatie met de optische zoeker betrouwbaarder. Neemt de afstand af, dan wordt het effect van parallax groter en wordt het lastiger voor jou als fotograaf om het exacte scherpstelpunt te kunnen zien.

De optische zoeker van deze camera is een handig hulpmiddel voor straat-, portret- en reportagefotografie, maar zeker geen uitkomst voor het maken van macro opnames of opnames die je normaal gesproken met een teleobjectief zou maken. Wanneer je dergelijke onderwerpen wil fotograferen schakel je de camera om naar de digitale zoeker. Je ziet dan exact wat de camera zelf ook ‘ziet’.

Wil je toch een camera die op een meetzoeker camera lijkt, maar lijkt je de optische zoeker toch vooral onhandig, dan heeft Fujifilm ook nog de X-E serie camera’s. Die serie kenmerkt zich door zijn meetzoeker vormgeving, maar beschikt uitsluitend over een digitale zoeker, waardoor je altijd ziet wat de sensor van je camera ook ‘ziet’.

Dit moet je weten over het kopen van een nieuwe geheugenkaart!

Hier moet je op letten

Nieuwe geheugenkaart nodig?

Geheugenkaarten voor je camera. Je hebt ze in allerlei soorten en maten en voor wat betreft de SD kaartjes, zoals die worden gebruikt in je Fujifilm camera uit de X serie zie je door alle verschillende coderingen die erop vermeld staan door de bomen het bos niet meer. Welke SD geheugenkaart heb je nodig, waarvoor en waarom? In deze blog tracht ik een antwoord te geven op de veelgestelde vraag ‘Welke geheugenkaart kan ik het beste kopen?’.

Veel mensen kijken bij het kopen van geheugenkaartjes voor hun camera vaak alleen naar de opslagcapaciteit, de genoemde snelheid en de prijs. Tot voor kort gaven die drie gegevens een prima indicatie voor wat je van een geheugenkaart kon verwachten.

Voor de eerste generatie Fujifilm camera’s uit de X-Serie vormde geheugenkaartjes met een snelheidsindicatie van 80MB/sec of meer nooit een probleem. Of je de camera nu hebt ingesteld op ‘CH’ voor het maken van continu opnames in de hoogste snelheid of wanneer je video’s wil maken in Full HD (1080P). Het werkte voor die camera’s eigenlijk altijd goed.

Een nieuwe camera? Kijk ook naar je geheugenkaarten!

Heb je net een nieuwe camera gekocht? Dan is het altijd verstandig om te kijken of de ‘oude’ geheugenkaartjes nog wel voldoen voor je nieuwe camera. Want ondanks dat die oude geheugen-kaarten er op het oog niet anders uitzien dan de nieuwste generatie SD kaartjes, bevat de inhoud van die nieuwe geheugenkaarten wel een compleet andere techniek.

Als jouw nieuwe camera die nieuwe techniek ondersteund, dan loont het altijd om nieuwe geheugenkaarten voor je nieuwe camera aan te schaffen. Soms is dat zelfs noodzakelijk om zonder problemen gebruik te maken van je nieuwe camera!

Zo beschikken de nieuwste generatie Fujifilm camera’s uit de X-Serie over de laatste techniek op het gebied van het wegschrijven en uitlezen van data. Deze camera’s zijn dus niet alleen sneller in hun bediening, maar ook sneller in het verwerken van de beelden. Dat is noodzakelijk om zo snel heel veel foto’s achter elkaar weg te kunnen schrijven én noodzakelijk om in 4K te kunnen filmen.

Dat vraagt niet alleen meer van de beeldverwerkingsprocessor in de camera, maar ook van de geheugenkaartjes die we in die camera’s kunnen gebruiken.

Zo zie ik op de facebookgroep vaak de vraag voorbij komen, welke geheugenkaart heb ik nodig? Het antwoord op die vraag is afhankelijk van het type camera, hoe je jouw camera gebruikt en wat je ermee wil gaan doen.

De snelste geheugenkaart niet altijd de beste voor jou!

De bovenstaande vragen zijn belangrijk, want de duurste kaart mag misschien wel de snelste zijn, of de grootste opslagcapaciteit hebben. Het hoeft niet per definitie voor jou de ‘beste’ geheugenkaart te zijn.

Wat de ‘beste’ geheugenkaart voor jou zal zijn is namelijk afhankelijk van een flink aantal factoren. In welke camera ga je de geheugenkaart(en) gebruiken en wat ga je opslaan? Foto’s of video’s….

Maak je slechts enkele foto’s per keer, of maak je vaak zogenoemde ‘burst shots’, waarbij je vaak snel achter elkaar veel foto’s maakt. Dat zijn vragen waarvan alleen jij het antwoord weet, omdat het onderdeel uitmaakt van de wijze waarop jij fotografeert.

Verder is het heel belangrijk om te weten of de camera die jij gebruikt ook compatible is met de techniek die het geheugenkaartje hanteert. De nieuwste geheugenkaarten zijn meestal, maar zeker ook weer niet altijd te gebruiken in oudere camera’s.

Tegelijkertijd zijn je oude geheugenkaartjes die jij tot voor kort naar volle tevredenheid hebt gebruikt waarschijnlijk niet echt geschikt om te gebruiken in je nieuwe camera. Vaak een oorzaak van veel van de problemen waarover je weleens leest.

Je oude geheugenkaarten domweg gebruiken in je nieuwe camera kan leiden tot grote teleurstellingen en zelfs tot problemen, waarvan de ‘vastloper’ de meest voorkomende is.

De oorzaak van dergelijke problemen is vaak het gebruik van te langzame of oude geheugenkaartjes die niet (volledig) compatible zijn. Ook het mixen van verschillende geheugenkaarten in merk, geheugencapaciteit of type kan tot problemen leiden. Dat komt dan vaak omdat die geheugenkaarten dan onderling een nét andere techniek gebruiken. Bijvoorbeeld SDHC of SDXC. Dergelijke kaartjes hebben namelijk niet alleen een andere geheugencapaciteit, ze maken ook gebruik van een ander bestandssysteem.

Ook het vergelijken op de vermelde snelheid die op de geheugenkaart staat vermeld is tegenwoordig niet voldoende meer. Dat komt omdat een aantal slimme marketing jongens en meisjes niet meer helemaal eerlijk zijn over de genoemde snelheden die op de geheugenkaart staat afgedrukt.

Vroeger kon je erop vertrouwen dat de genoemde snelheid die op de kaart stond vermeld, ook de werkelijke snelheid was. Tegenwoordig betreft die vermelding de snelheid waarmee er vanaf de geheugenkaart kan worden gelezen en wordt de schrijfsnelheid niet of, als je geluk hebt, ergens heel klein vermeld. Je zult dan vaak zien dat de leessnelheid van een geheugenkaart vaak veel sneller is dan de snelheid waarmee er op de geheugenkaart data kan worden weggeschreven.

De uitwisselbaarheid van de geheugenkaartjes en de in de camera gebruikte SD interface kun je uiteraard terugvinden in de specificaties van de camera én in de handleiding.

Zo heeft een Fujifilm X-T20 en X-E3 de beschikking over één SD kaartslot van het type SD UHS type I.

Een Fujifilm X-Pro2 heeft de beschikking over één SD kaartslot van het type SD UHS type I en één SD kaartslot van het type SD UHS type II.

Een Fujifilm X-T2 heeft de beschikking over twee SD kaartsloten van het type SD UHS type II. Beide kaartsloten kunnen dus gebruik maken van hetzelfde type geheugenkaart.

Zo heeft het dus géén zin om een SD geheugenkaart van het type UHS-II te plaatsen in een Fujifilm X-T20 of X-E3. Deze camera’s beschikken immers niet over de techniek om héél erg snel (veel) data weg te schrijven op een geheugenkaart.

Hetzelfde gaat min of meer ook op wanneer je een X-Pro2 gebruikt en je de camera hebt ingesteld op ‘Backup’. Bij deze camerainstelling wordt er gelijktijdig data weggeschreven naar geheugenkaart 1 én geheugenkaart 2. De camera zal echter nooit sneller zijn data kunnen wegschrijven dan de maximale snelheid van de langzaamste geheugenkaart óf geheugenslot. Kortom het heeft in die situatie géén zin om een geheugenkaart te gebruiken van het type UHS-II.

Datzelfde zal ook gebeuren bij gebruik van bijvoorbeeld een Fujifilm X-T2 en je gebruik maakt van twee NIET EXACT gelijke geheugenkaarten. Wil je dus optimaal gebruik maken van je camera. Koop dan twee exact gelijke kaarten van hetzelfde merk, capaciteit en type geheugenkaart. Als iedereen dat advies ter harte zou nemen, zou dat veel teleurstellingen kunnen voorkomen. De minimale snelheid voor het wegschrijven van data voor deze camera is bovendien 95 MB/sec.

Mocht je onverhoopt toch problemen blijven houden en houd jij jezelf aan dat advies, dan is het verstandig om contact op te nemen met je leverancier of Fujifilm zélf om te kijken of er geen technisch mankement ten grondslag ligt aan jouw specifieke problemen die je dan met de camera ondervindt.

De vermeldingen voor snelheid van een geheugenkaart voor het fotograferen.

Welke geheugenkaart voor welke camera?

De hoeveelheid data die je naar de geheugenkaarten gaat schrijven is uiteraard afhankelijk van de grootte van de bestanden en de hoeveelheid foto’s die je achter elkaar maakt.

Een JPEG bestand (L + Fine) op de camera’s die zijn uitgevoerd met een 24MP X-Trans III beeldsensor en X-Processor Pro beeldverwerkingsprocessor is ongeveer 12MB per foto. Het RAW bestand rond de 25MB per foto als je gebruik maakt van verliesvrij gecomprimeerde RAW beelden en zo’n 43MB als je gebruik maakt van de reguliere RAW mogelijkheid die de camera je biedt.

Maak je veel continu opnames (drive hendel op CH), dan kun je dus flink meer JPEG opnames maken dan RAW beelden voordat het geheugen van de camera vol raakt.

Hoe snel dat geheugen ‘vol’ raakt is afhankelijk van de snelheid waarmee de camera de foto’s kan wegschrijven op de geheugenkaart. De snelheid waarmee de geheugenkaart zijn data kan wegschrijven blijft desondanks dus nog steeds heel belangrijk.

Fotografeer je dus met 8 beelden per seconde dan moet de camera en de geheugenkaart dus minimaal 8 x 12MB = 96MB aan data per seconde kunnen verwerken. Dat is wanneer je fotografeert in JPEG.

Maak je echter foto’s in RAW, dan heeft de camera dus 8 x 45MB = 360MB aan data per seconde te verwerken. Fotografeer je ‘compressievrij RAW’, dan blijft de totale hoeveelheid data die de camera moet verwerken 360MB per seconde, maar is de hoeveelheid data die weggeschreven moet worden ‘maar’ 200MB per seconde.

Dat laatste komt doordat het RAW bestand wordt gecomprimeerd en niet de beeldinformatie van de foto zelf. Je kunt daarmee dus ondanks dezelfde hoeveelheid data die verwerkt moet worden, toch langer achterelkaar door fotograferen. Zodra de buffer van de camera ‘vol’ is zal de opnamesnelheid (drastisch) afnemen.

CAMERA14fps11fps8fps5fps4fps3fps
X-T20 42 JPG 23 CRAW 22 RAW 56 JPG 24 CRAW 23 RAW 62 JPG 25 CRAW 23 RAW 68 JPG 28 CRAW 25 RAW 73 JPG 29 CRAW 25 RAW 81 JPG 32 CRAW 27 RAW
X-T2 42 JPG 28 CRAW 25 RAW 73 JPG 30 CRAW 27 RAW 83 JPG 33 CRAW 27 RAW EINDELOOS 39 CRAW 30 RAW EINDELOOS EINDELOOS 39 RAW EINDELOOS EINDELOOS 61 RAW

Ga je niet fotograferen, maar maak je video’s met je camera dan moet de camera continu een hele stroom aan data verwerken, er gaan immers minimaal 24 beelden in een seconde. Wanneer je Full HD filmt, kun je dat zelfs doen tot een snelheid van 60 beelden per seconde.

Een Fujifilm X-T2 doet dat voor zowel Full HD als wanneer de camera staat ingesteld op 4K opnamemodus met een bitrate van 100Mbps, terwijl een Fujifilm X-T20 Full HD opnames kan maken op 36Mbps en voor 4K op 100Mbps.

Dat betekent dus dat wanneer je video opnames wil maken met je Fujifilm X-T2 of T20, de geheugenkaart een minimale schrijfsnelheid zal moeten hebben van 95MB/sec. Dit wordt aangegeven op de geheugenkaartjes met de term ‘U3’, die staat voor een bepaalde videoklasse. Zo kun je zorgeloos filmen op de hoogste kwaliteit zonder dat er frames verloren gaan.

Links: UHS-I | Rechts UHS-II  |  Doordat UHS-II veel grotere datasnelheden moet kunnen verwerken is een extra rij connectoren toegevoegd.

SD geheugenkaarten: Types en geheugencapaciteit

Nu heb ik het al een hele tijd over de term SD kaartjes, maar je hebt naast SD, ook SDHC en SDXC geheugenkaarten. Doordat er zoveel verschillende kaartjes zijn die er op het eerste oog allemaal ‘gelijk’ uitzien is de naamgeving misschien nogal verwarrend. Maar het komt er op neer dat het eigenlijk allemaal opvolgers zijn van hetzelfde soort geheugenkaart.

Je hebt momenteel de volgende SD-kaartjes die allemaal een verschillende oplagcapaciteit én een ander type bestandsformaat hanteren:

SD: maximale opslagcapaciteit tot 2 GB; Bestandsformaat FAT12 en FAT16

SD staat voor ‘Secure Digital’.

SDHC: Opslagcapaciteit van 2GB tot 32GB; Bestandsformaat Fat32.

HC staat overigens voor High Capacity.

SDXC: Opslagcapaciteit van 32GB tot 2TB (Terrabyte); Bestandsformaat exFAT.

XC staat voor Xtra Capacity.

Doordat ieder van de verschillende type SD kaarten een ander bestandsformaat hanteert moet ieder van deze geheugenkaarten dus ook op hun eigen manier geformatteerd worden om compatible te blijven met de camera. Om die reden is het dus verstandig, zo niet noodzakelijk, om de geheugenkaartjes ín de camera zelf te formatteren en níet op je computer! Zo voorkom je problemen.

Samenvatting

Welke kaart je exact moet kopen kan ik niet voor je beantwoorden. Zoals gezegd is dat afhankelijk van welk type camera je hebt en waarvoor je hem wil gaan gebruiken. We hebben gezien dat niet alle SD geheugenkaarten hetzelfde zijn en dat de verschillende capaciteiten beschikken over verschillende bestandsformaten. Het is verstandig om, wanneer je camera beschikt over twee geheugenkaartsloten, twee exact gelijke kaarten van hetzelfde merk, opslagcapaciteit en type te gebruiken. Eventuele problemen met je camera zijn dan vrijwel uitgesloten.

Fujifilm X-T20 / X-E3 / X-Pro2

Maak je gebruik van een Fujifilm X-T20 of X-E3, dan betekent dat je geheugenkaarten moet kopen met een minimale snelheid van 95MB per seconde van het type UHS-I met de classificatie C10, U3 en V30. Deze geheugenkaarten kun je ook gebruiken als je gebruik maakt van een Fujifilm X-Pro2.

Fujifilm X-T2 en nieuwer

Ben jij in het bezit van een Fujifilm X-T2, of een nog nieuwere camera dan kies je het beste voor geheugenkaarten van het type UHS-II, met een classificatie C10, U3 en V60 of V90. Een minimale snelheid van 280MB per seconde of meer zal je dan ook helpen om flink meer RAW bestanden in drive stand CH te kunnen verwerken. Met de allernieuwste type geheugenkaarten van het type UHS-II kun je dan  vrijwel onbeperkt fotograferen of filmen.

Welke lens ‘moet’ ik kopen? (deel 2)

Beeldvullend fotograferen

Deel twee van deze blog gaat over ‘beeldvullend fotograferen in relatie tot het gebruikte objectief. In de vorige blog hebben we al gezien dat we verschillende objectieven gebruiken voor specifieke situaties. Zo hebben we objectieven voor het fotograferen van landschappen, het alledaagse leven om ons heen, portretten en telelenzen om onderwerpen die veraf staan dichterbij te kunnen halen.

Tegelijkertijd kun je net zo goed beeldvullend fotograferen met bijvoorbeeld een 23mm of 35mm objectief als met een teleobjectief. De grootte en de afstand tot een bepaald onderwerp spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in wat je eventueel beeldvullend kunt fotograferen.

Om bijvoorbeeld een vogel beeldvullend te fotograferen zul je namelijk een stuk dichterbij die vogel moeten komen dan wanneer je bijvoorbeeld een hert zou willen fotograferen. Natuurlijk kun je met een tele-zoomlens inzoomen op het onderwerp, maar toch is dat niet altijd voldoende. Dat komt doordat zo’n vogel op zichzelf al een heel stuk kleiner is dan een hert.

Ondanks het gebruik van een objectief met hetzelfde aantal millimeter bereik zul je toch een verschillende afstand tot het onderwerp moeten aanhouden om een beeldvullende opname te kunnen maken.

Dat gegeven gaat niet alleen op in natuurfotografie, maar geldt evengoed voor het fotograferen van bijvoorbeeld een sportevenement, waarbij de grootte van het speelveld bepalend is voor te overbruggen afstand en daarmee wat je eventueel beeldvullend kunt fotograferen. Een basketbalveld is immers vele malen kleiner dan een voetbalveld.

Tegelijkertijd kun jij als fotograaf niet zomaar het veld oprennen om een foto te maken. Je bent vaak gebonden aan de plek waarvandaan je dan kunt fotograferen. Bij een sportevenement zul je langs het sportveld moeten blijven staan en in de natuur ben je vaak gebonden aan een vogelhut, of de minimale vluchtafstand van een dier voordat het wegrent of wegvliegt. Hoe ver iets ‘ver’ weg staat is dus relatief.

‘Beeldvullend’, is daarmee niet alleen afhankelijk van het te fotograferen onderwerp, maar ook gerelateerd aan de minimale afstand die je soms aan moet houden tot een te fotograferen onderwerp. Het antwoord welke ‘lens’, je nodig hebt om beeldvullend te fotograferen kun je dus nooit zomaar geven. Bovendien is ‘beeldvullend’ ook nog eens afhankelijk van het type sensor dat er in je camera schuil gaat.

Bij een camera met een APS-C sensor heb je bijvoorbeeld een objectief met een flink aantal minder millimeters bereik nodig om ‘beeldvullend’ te kunnen fotograferen, dan bij een camera met een digitale 35mm sensor. Het formaat van de sensor is dus mede bepalend voor het objectief dat we kunnen gebruiken.

Dat gegeven maakt bijvoorbeeld dat camera’s met een APS-C sensor bijzonder populair zijn bij onder andere sport- en natuurfotografen. Zij hoeven daardoor minder geld te investeren in een (duur) teleobjectief met een groot bereik. De ‘crop’ factor van een APS-C sensor stelt hen door de beelduitsnede van een APS-C sensor immers in staat om een onderwerp (ongeveer) 1.5x dichterbij te halen dan in vergelijk met een camera die beschikt over een digitale 35mm sensor, zonder dat zij daarvoor hoeven in te boeten aan lichtopbrenst.

Een objectief met een zelfde aantal millimeters geplaatst op een digitale 35mm camera of op een camera met APS-C sensor, heeft dezelfde fysische eigenschappen. Wat wijzigt is de beeldhoek, waardoor de foto met een APS-C camera ingezoomd lijkt en de beleving verandert.

Een 100-400mm f4.5-5.6, blijft een 100mm-400mm f4.5-5.6 ongeacht de gebruikte sensor in een camera. Het is slechts de beeldhoek die het verschil maakt. De beeldhoek geeft ons bij gebruik van een camera met APS-C sensor alleen het idee alsof er wordt gefotografeerd met een 150-560mm objectief.

Wie fotografeert met een camera met 35mm sensor kan exact hetzelfde beeld verkrijgen (inclusief scherptediepte) door een uitsnede te maken die overeenkomt met de beeldhoek die een camera met APS-C sensor ons levert. Dat gaat daarbij dan uiteraard ten koste van het aantal megapixels, omdat je daarbij pixels weggooit door de foto bij te snijden.

Een camera met crop sensor zoals je Fujifilm camera uit de X-Serie heeft daarmee dus ook zo zijn voordelen.

Welke ‘lens’ voor welke foto?

Eindelijk zijn we aangekomen bij die kernvraag ‘welke lens moet ik kopen’?

De vraag is eigenlijk fout gesteld, want het zou beter zijn, om te vragen wat voor objectief beter past bij een bepaald type fotografie, en zelfs dat blijft een lastige vraag om te beantwoorden.

Aan de hand van het beeldformaat, het sensorformaat en de branpuntsafstand van een objectief kunnen we gelukkig redelijk eenvoudig uitrekenen hoe ver een onderwerp van jou vandaan mag staan om deze beeldvullend in de zoeker en daarmee op de foto te krijgen.

De formule die je daarvoor dan kunt gebruiken luidt als volgt:

(f / s) * w = d

Duidelijk? Nee, vast niet!

Laat ik daarom toelichten waar de verschillende letters voor staan:

f = focal point, ofwel de brandpuntsafstand van het objectief in millimeters.

s = sensor width, ofwel de breedte van de sensor in millimeters.

w = width, ofwel de breedte van het kader bij een beeldverhouding van 3:2 in meters.

d = distance to object, ofwel de afstand tussen de camera tot het te fotograferen onderwerp.

Kortom, er zijn nogal wat parameters die bepalen welk objectief we voor welk onderwerp het beste kunnen gebruiken.

Voorbeeld 1.

Stel je wil fotograferen met een XF90mm objectief in een concertzaal en je wil de zanger en de band achter hem graag beeldvullend in beeld brengen, hoe ver moet ik dan van het podium gaan staan?

(f / s) * (w) = d

(90 / 25) ≈ 3.6 * (3) ≈ 10.8 meter

Het bovenstaande antwoord betreft de afstand voor een liggende foto.

Zouden we een staande foto maken, dan kunnen we dichterbij de zanger gaan staan, want de beeldverhouding verandert dan van 3:2 naar 2:3. Kortom, we kunnen dan op ongeveer 2/3e van de afstand gaan staan en zouden dezelfde opname van de zanger dan kunnen maken op ongeveer 7 meter afstand.

Een infographic waarop je eenvoudig kunt zien welke bereik een objectief heeft om beeldvullend te fotograferen.

Je kunt zo dus ook heel eenvoudig uitrekenen wat het bereik is van een zoomlens zoals bijvoorbeeld de XF50-140mm of de XF100-400mm. Om een persoon beeldvullend in beeld te brengen voor bijvoorbeeld de 50-140mm betekent dat de afstand minimaal 6 meter en maximaal 17 meter moet zijn.

Immers:

(f / s) * (w) = d

(50 / 25) ≈ 2 * (3) ≈ 6 meter (minimale afstand)

En (140 / 25) ≈ 5.6 * 3 ≈ 16.8 meter (maximale afstand)

Voor een objectief als de XF100-400mm geldt dan dat de minimale afstand minstens 12 meter en maximaal 48 meter mag zijn om een persoon beeldvullend te kunnen fotograferen.

(f / s) * (w) = d

(100 / 25) ≈ 4 * (3) ≈ 12 meter (minimale afstand)

En (400 / 25) ≈ 16 * (3) ≈ 48 meter (maximale afstand)

Wordt de afstand tot het onderwerp groter, dan betekent dat dus dat je het beeld moet gaan croppen om een beeldvullende uitsnede te maken.

Uiteraard kun je ook gebruik maken van een teleconverter om zo het bereik te vergroten tot 21 meter respectievelijk 33,5 meter bij gebruik van de XF50-140mm en 67 meter respectievelijk 96 meter bij gebruik van de XF100-400mm in combinatie met de 1.4x of 2.0x converter.

Hou er wel rekening mee dat om bewegingsonscherpte te voorkomen de maximale sluitertijd ongeveer 2 keer de ingestelde brandpuntsafstand mag zijn. Hierbij heb ik even geen rekening gehouden met de beeldstabilisatie waarover deze objectieven beschikken, maar los daarvan betekent het toch al snel dat je de ISO waarde op de camera al snel flink moet verhogen, om aan zulke korte sluitertijden te kunnen voldoen.

Nu is het gebruiken van een hoge ISO waarde tegenwoordig wat minder problematisch dan in het verleden, omdat de beeldsensoren de afgelopen jaren flink beter zijn geworden. Het blijft toch altijd beter om de ISO waarde op de camera zo laag mogelijk te houden om de beste beeldkwaliteit te kunnen verkrijgen.

Samenvatting

Met een Fujifilm camera uit de X-Serie kun je prima sporten, vogels of andere dieren fotograferen. Belangrijk is wel te weten welk objectief je daarvoor dan het beste kunt gebruiken.

Wanneer je nu de volgende keer jezelf de vraag stelt ‘Welke lens moet ik kopen?’, bedenk dan allereerst waarvoor je een bepaald objectief wilt gaan gebruiken, hoeveel geld je er maximaal aan wilt gaan uitgeven en hoeveel concessie je wil doen aan lichtsterkte of beeldkwaliteit. Dat bepaalt welk objectief voor jou geschikt is om te gaan gebruiken.

Tegelijkertijd kun je een teleconverter bij een Fujifilm camera uit de X-Serie enkel en alleen gebruiken op de volgende objectieven: XF80mm f2.8 Macro, XF200mm f2.0, XF50-140mm f2.8 en de XF100-400mm f4.5-5.6. De 1.4x en 2.0x teleconverters kunnen niet worden aangesloten op andere objectieven uit de Fujinon XF of XC lijn.

Een klein dier zoals een vogel of een muisje leg je eenvoudiger vast met een ‘lange’ lens. Dat komt omdat je voldoende afstand moet bewaren tot het onderwerp zodat deze niet vlucht zal slaan.

Aan de hand van de brandpuntsafstand en de gebruikte camera kun je uitrekenen hoe ver weg je ‘moet’ gaan staan om een onderwerp beeldvullend te fotograferen.

De gebruikte rekensom is al gecompenseerd voor een Fujifilm (APS-C) camera en gaat uit van een liggende foto. Dat betekent een beeldhoogte van 2 meter en een beeldbreedte van 3 meter. Is je foto maar 50 centimeter hoog, dan betekent dat dus dat de maximale afstand 4x kleiner wordt (4x50cm = 200cm). Wil je een foto ‘staand’ maken, dan gebruik je dezelfde rekensom, maar vermenigvuldig je de uitkomst met 0.66x.

Om bewegingsonscherpte te voorkomen gebruik je een maximale sluitertijd van 2x de ingestelde brandpuntsafstand. Een snelle sluitertijd verkrijg je door gebruik te maken van een groot diafragma en/of het vergroten van de gevoeligheid van de sensor door de ISO instelling te verhogen.

Met deze handige infographic kun je in één oogopslag zien welk objectief geschikt is voor welke sport.