Close

Het principe achter de lichtmeter in je camera

Heb jij jezelf weleens afgevraagd hoe je camera weet welke belichting er nodig is voor een ‘correct belichte’ opname? Als jij je dit ook weleens hebt afgevraagd, dan is deze blog er eentje die je moet lezen. Want in deze blog leg ik je uit hoe de belichtingsmeter in je camera werkt en in hoeverre we erop kunnen vertrouwen.

JE CAMERA DENKT NIET WIT, DENKT NIET ZWART, MAAR ZIET ALLES GRIJS

Om te begrijpen hoe de camera weet welke belichting ‘de juiste’ is, moet je allereerst weten dat je camera zelf géén kleuren ziet. De lichtmeter in je camera ziet namelijk alles alléén in grijstinten zoals, in een zwart wit opname. Vervolgens mixt je camera alle schaduwen en hooglichten, telt deze bij elkaar op en maakt er vervolgens een gemiddelde waarde van. Het grappige is dat de uitkomst van die rekensom eigenlijk altijd resulteert in min of meer dezelfde uitkomst.

Wat jij ziet en wat je camera ziet is totaal wat anders.

In 75% tot 80% van alle gevallen is de uitkomst namelijk ongeveer 50% grijs. Omdat die rekensom eigenlijk altijd klopt wordt hij ook op deze wijze toegepast in de lichtmeter van je camera. De verschillende lichtmeetmethodes waarover je camera beschikt maken allemaal gebruik van ditzelfde 50% principe. Het verschil tussen een centrum gewogen meting, een matrix meting, een gemiddelde meting of spotmeting is daarmee enkel de wijze waarop de verschillende schaduwen en hooglichten gemengd worden en het gebied waarover de lichtmeting plaatsheeft.

Goed maar niet feilloos

Ondanks dat deze lichtmeetmethode voor het meerendeel van de foto’s correct werkt, is de lichtmeter in je camera helaas niet onfeilbaar. Soms laat hij namelijk ook weleens een steekje vallen. Dat is meestal het geval als de verhouding tussen schaduwen en hooglichten niet klopt. Denk daarbij bijvoorbeeld maar eens aan een situatie waarin je een foto wil maken in een sneeuwlandschap, of op een zandstrand op een zéér zonnige dag.

Ook in situaties waarin we willen fotograferen met tegenlicht is de kans vrij groot dat de lichtmeter in je camera een foutieve terugkoppeling geeft. De lichtmeter in je camera zet je daarbij dan dus op het verkeerde been.

Datzelfde gebeurt ook wanneer de omgeving vrij donker is. Bijvoorbeeld bij het maken van nachtopnames of wanneer je wil gaan fotograferen in een donker bos, of wanneer je gebruik wil maken van een hele donkere achtergrond.

In de bovengenoemde situaties waarin je fotografeert in een hele heldere of juist hele donkere omgeving, zal de lichtmeter in je camera de situatie willen corrigeren, maar daarbij gaat het dan dus fout.

Wanneer je de camera zelf zijn gang zou laten gaan wordt alles grijs en grauw, terwijl de werkelijke situatie juist lichter of donkerder zou moeten zijn.

Hoe je het ook went of keert, je camera ziet geen ‘zwart’, ziet geen ‘wit’, maar ziet altijd ‘grijs’.

Probeer het zelf maar eens, want het héél gemakkelijk om je camera voor de gek te houden!

Alles wat je daarvoor nodig hebt is een wit en een zwart velletje papier ter grootte van een A4’tje. Op deze velletjes papier zet je in het midden een klein maar zichtbaar kruisje. Dat kruisje gebruiken we om de camera automatisch scherp te laten stellen. Zet je dat kruisje niet, dan zul je handmatig moeten scherpstellen, omdat het de camera dan ontbreekt aan een richtpunt.

Stel je camera nu zo in dat je het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarde zelf moet instellen. Kortom we gaan een handmatige belichting maken, waarbij je zelf de controle behoud over de drie belichtingsparameters van je camera.

Nu we de camera hebben ingesteld op ‘M’, gaan we het beeld kaderen. Dat doe je in dit geval door ervoor te zorgen dat de zoeker het gehele velletje papier volledig in beeld heeft, er mogen daarbij geen randen van het vel papier meer zichtbaar zijn. Vervolgens stel je scherp op het kruisje dat je op het vel papier hebt gezet.

Je zult nu zien dat wanneer je de belichting precies correct hebt ingesteld het vel papier als ‘grijs’ wordt weergeven in de zoeker (of achterop het LCD scherm). Het maakt daarbij niet uit of je nu een wit of zwart vel papier hebt gebruikt. Het resultaat is in beide gevallen vrijwel gelijk.

Ook zul je zien dat het histogram ‘precies’ in het midden een duidelijke piek laat zien. Dat wordt veroorzaakt doordat de camera zal corrigeren naar de eerder besproken 50% grijswaarde.

Belichtingscompensatie

Om toch een juiste belichtingsweergave te verkrijgen wanneer je een donkere of juist heel heldere scene wil fotograferen zul de de camera daarvoor moeten compenseren.

Je zult bij een foto op het strand, in de sneeuw of bij een zonsondergang (dat zijn heldere scenes), de camera handje moeten helpen door te kiezen voor een langere sluitertijd, of door het verhogen van de ISO waarde. Dat klinkt tegennatuurlijk, maar het is de enige manier om toch een correcte belichting te verkrijgen, zonder dat je daarbij het diafragma aan hoeft te passen.

Wil je bij een foto met weinig omgevingslicht, zoals in het bos, of bij een nachtopname een natuurlijke uitstraling behouden, dan zul je de sluitertijd juist moeten verkorten, of zul je de ISO instelling op je camera juist moeten verlagen.  Wil je graag silhouetten fotograferen in combinatie met tegenlicht? Ook dan verkort je de sluitertijd, omdat je daarmee alle detaillering in de schaduwen weg zult nemen.

Het compenseren van een ‘witte’ of ‘donkere’ achtergrond; Voor een meer heldere achtergrond, verleng je de sluitertijd, voor een meer donkere achtergrond verkort je de sluitertijd. Let er daarbij wel altijd goed op dat het te fotograferen onderwerp zelf correct belicht blijft.

Belichtingscompensatie en je Fujifilm camera

Maak je gebruik van een halfautomaat functie zoals bijvoorbeeld ‘diafragmavoorkeur’, dan zul je om de belichting te compenseren, gebruik moeten maken van de grote belichtingscompensatieknop die daarvoor bovenop op je camera aanwezig is

Bij iedere camera uit de Fujifilm X-Serie kun je deze knop in ieder geval verstellen van 0 naar -3Ev en van 0 naar +3 stops Ev in stapjes van 1/3e stop. Wanneer je deze knop naar ‘plus’ (tegen de klok in) draait dan zal het beeld in de zoeker of achterop het LCD scherm helderder worden.

Wanneer je de belichtingscompensatieknop naar ‘Min’ (met de klok mee) draait, dan zal het beeld in de zoeker of achterop het LCD scherm donkerder worden.

Ook zul je daarbij zien dat de belichtingsmeter daarbij van ‘0’ naar boven gaat (plus) als het beeld helderder wordt, en naar beneden gaat (min) als het beeld donkerder wordt.

In de semi automatisch stand diafragmavoorkeur zul je zien dat de sluiterijd daarbij toeneemt (plus), of juist korter wordt (min). Wanneer je gebruik maakt van ‘sluitertijdvoorkeur’ dan zal de camera daarbij het diafragma verder open draaien (plus), of juist knijpen (min). Belangrijk bij deze camerastand is dat je héél goed moet opletten op de kleur van de weergave van het diafragma in de zoeker.  Zodra de weergave van het diafragma in het ‘rood’ wordt weergegeven; betekent dat het diafragma niet verder kan worden geopend, of verkleind. Het resultaat van de opname zal daarbij zijn dat de foto dan gegarandeerd over-, maar meestal onderbelicht zal zijn.

De draaiknop voor de belichtingscompensatie op de nieuwste generatie camera’s uit de X-Serie van Fujifilm beschikken ook over een ‘C’ stand. De ‘C’ staat daarbij voor ‘Commando’. Wanneer je belichtingscompensatieknop op deze stand plaatst kun je een opname compenseren van +5 Ev tot -5Ev. Om de belichtingscompensatie uit te voeren, druk je dan eerst kort op het voorste instelwiel, waarna je de belichtingscompensatie kunt wijzigen via dit wieltje voorop je camera.

Samengevat

Nu je weet hoe de belichting van je camera wordt gemeten en hoe je deze kunt compenseren, ben je als het goed is straks iedere belichtingssituatie de baas.

Je weet nu precies wanneer je moet compenseren en dat je bij een zéér heldere situatie de sluitertijd juist moet verlengen in plaats van verkorten om een correct belichte opname te verkrijgen. Tegelijkertijd weet je nu ook dat je bij een donkere scene juist de sluitertijd iets zult moeten verkorten om te compenseren voor een te heldere weergave.

Het corrigeren van de belichting doe je met de knop belichtingscompensatie. Dat kan alleen als je gebruik maakt van de (half)automaat standen op je camera. Maak je gebruik van een volledig handmatige belichtingsinstelling, dan zul je zelf moeten compenseren door aan de sluitertijd of ISO knop te draaien.

Meer weten over Fujifilm X-Serie camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm camera’s uit de X-Serie, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

0 Comments

Comments are closed