Close

Welke lens ‘moet’ ik kopen? (deel 1).

Laatst kreeg ik de volgende vraag gesteld:”Ik heb sinds vorig jaar een camera van Fujifilm in mijn bezit. Ook heb ik daarbij 2 ‘lenzen’ aangeschaft. Nu wil ik graag een extra lens aanschaffen, maar weet niet goed wat voor lens ik nodig heb. Ik wil graag ver kunnen inzoomen (Wildlife / Natuur en Vogels fotograferen) Wat adviseer je mij? Welke kan ik het beste kiezen?

Natuurlijk komen er bij deze vraag veel meer aspecten kijken dan alleen de aanschaf van  het objectief zelf. Lichtsterkte, budget, gewicht en het doel waarvoor je een bepaald objectief wil gaan gebruiken. Ze zijn allemaal bepalend voor het antwoord op de bovenstaande vraag.

Welk type objectief je nodig hebt, hangt af van het doel van de foto of wat je graag wil gaan fotograferen. De brandpuntsafstand is bepalend voor het blikveld en de mogelijkheid hoeveel dichterbij je een bepaald onderwerp toch beeldvullend kunt fotograferen. De lichtsterkte is belangrijk voor de hoeveelheid licht die de sensor kan bereiken en dat komt ten goede aan de sluitertijd en/of scherptediepte. Tegelijkertijd betekent een lichtsterker objectief vaak ook meer gewicht en een hogere prijs.

Dat extra gewicht wordt veroorzaakt doordat een lichtsterk objectief met een groot diafragma méér en vooral groter ‘glas’ nodig heeft dan een objectief dat minder lichtsterk is. De benodigde doorsnede van het voorste lenselement wordt namelijk bepaald door de grootte van het diafragma.

Om die reden ga ik nu eerst in op de relatie tussen de lichtsterkte, de grootte van een objectief en het gewicht. Het tweede gedeelte van deze blog gaat over het bereik van het objectief en welk objectief je nodig hebt om een onderwerp beeldvullend te kunnen fotograferen.

Lichtsterkte in relatie tot formaat, gewicht en prijs

Neem nu bijvoorbeeld een 35mm f1.4 en een 35mm f2.0 objectief. Beide objectieven hebben dezelfde brandpuntsafstand en zullen je dus exact hetzelfde laten zien wanneer je door de zoeker kijkt. Toch zijn beide objectieven niet evengroot en evenzwaar. Dat verschil wordt veroorzaakt door het verschil in lichtsterkte en daarmee de grootte van het diafragma. Kortom; de diameter van het voorste lenselement wordt bepaald door het grootste diafragma waarover een objectief beschikt.

Zo moet een 35mm f1.4 een lensdoorsnede hebben van minimaal 35/1.4 ≥ 25mm en kent een 35mm f2.0 een lensdoorsnede van minimaal 35/2 ≥ 17.5mm.

De Fujinon XF35mm f1.4 naast de XF35mm f2.0. Twee op het oog gelijkende objectieven voor wat betreft beeldhoek, maar verschillend in lichtsterkte.

Dat verschil vertaald zich uiteindelijk ook in grootte en gewicht van een objectief. Het totaal oppervlak is (straal2*Pi), ofwel 490,8mm voor de 35mm f1.4 tegenover een oppervlak van 226,98mm). Naarmate de brandpuntsafstand en de lichtsterkte toeneemt heb je niet alleen meer ‘glas’ nodig, maar neemt ook de grootte en de prijs van een objectief toe. Om die reden zijn lichtsterke telelenzen vaak erg duur, terwijl de minder lichtsterke varianten redelijk betaalbaar blijven.

Neem nu bijvoorbeeld een objectief met een brandpuntbereik van 100mm tot 400mm en een objectief met een vaste brandpuntsafstand van 400mm. De 100-400mm variant heeft daarbij een diafragma van f4.5-5.6. Wat betekent dat op 100mm het grootste beschikbare diafragma f4.5 is, terwijl op 400mm het grootste beschikbare diafragma f5.6 bedraagt. Dat verschil noemen we overigens een diafragmaverloop. De 400mm kent een vaste brandpuntsafstand van f4.0.

Zoals je waarschijnlijk wel zult weten valt dat 400mm objectief in een totaal andere prijsklasse dan de genoemde 100-400mm. Hoe kan dat nu? De reden is gelegen in het verloop van het diafragma en de benodigde hoeveelheid lenselementen. Kortom de benodigde hoeveelheid glas en de lichtsterkte.

Een 400mm f4.0, kent een minimale diameter van 400/4 ≥ 100mm (oppervlak 7854mm2), terwijl de 100-400mm slechts een diameter kent van 400/5.6 ≥ 71,4mm (oppervlak 3959mm2). De genoemde 400mm f4.0 is daarmee dus stukken groter en zwaarder dan het 100-400mm f4.5-5.6 objectief en dat allemaal voor één stop extra lichtopbrengst.

Een Fujinon XF100-400mm f4.5 naast een Canon EF400mm f4. Twee objectieven met hetzelfde bereik, maar door de verschillende lichtsterkte toch totaal andere objectieven.

Of je dat de moeite waard vindt voor één stop extra lichtopbrengst kan ik niet voor jou bepalen, maar het verschil tussen ongeveer €1800,00 voor een 100-400mm f4.5-5.6 en een 400mm f4 die over de toonbank gaat voor een bedrag van ongeveer €6800,00, is natuurlijk wel flink groot. Wil je liever 2 stops verschil in lichtopbrengst, kortom een 400mm f2.8, dan koop je zo’n lens voor het toch wel enigszins astronomische bedrag van €10.800,00.

Je moet dus wel een enorme liefhebber zijn van het fotograferen van vogels, dieren of diverse sporten, wil je een dergelijk bedrag voor een objectief voor jezelf kunnen verantwoorden. Zeker in een tijd waarin het gebruik van hoge ISO waardes, tot ongeveer 6400 ISO zonder noemenswaardige ruis of kwaliteitsverlies mogelijk is. Dat is overigens geen oordeel, maar een feit.

Hoe ver is ver?

De brandpuntsafstand van een objectief is bepalend voor wat je beeldvullend in beeld kunt krijgen, of wat je graag wil gaan fotograferen.

Groothoek

Voor het fotograferen van bijvoorbeeld een landschap, willen we meestal graag zoveel mogelijk van de omgeving laten zien. Voor dat type fotografie gebruiken we in het algemeen gesproken een zogenoemde ‘groothoeklens’. Dat zijn objectieven die gemiddeld genomen een brandpuntsafstand kennen van 8mm (fisheye), tot ongeveer 24mm.

De XF10-24mm f4.0 OIS een zeer populaire groothoek zoomobjectief.

Omdat je bij dat type fotografie vaak zoveel mogelijk van de voor- en achtergrond scherp in beeld wil krijgen is de grootte van het diafragma vaak minder belangrijk. Vaak maken we een dergelijke foto met een diafragma van f9.0, f11.0 of nog kleiner, of fotograferen we een dergelijke scene vanaf statief.

Het verschil of dat het grootste diafragma van een dergelijk objectief dan f4.0 of f2.8 is, doet er dan eigenlijk niet zo heel veel toe. Dat is dan eigenlijk alleen belangrijk voor diegenen die de grenzen van het kunnen van een objectief opzoeken.

‘Normaal’ bereik

Objectieven met een bereik van tussen de 24 en 50mm, noemen we objectieven met een normaal bereik. Dat komt omdat je er de meeste onderwerpen die je graag wilt fotograferen mee kunt vastleggen. Van omgeving tot portret, straatfotografie en de alledaagse dingen zijn de zaken die we vaak met dergelijke objectieven vastleggen.

De XF16-55mm f2.8 een uitstekend professioneel zoomobjectief voor het ‘alledaagse’ werk.

De beeldhoek van dergelijke objectieven komt overeen met hoe wij mensen de wereld om ons heen over het algemeen ‘zien’. In creatieve zin is het geen ‘spannende’ beeldhoek, die je met dergelijke objectieven verkrijgt, maar ze zijn vooral populair omdat ze enorm breed en daardoor veelzijdig inzetbaar zijn.

Portret lens / Kort Tele

Korte telelenzen met een bereik vanaf 55mm tot 135mm noemen we ook heel erg vaak ‘portret lenzen’. Uiteraard zijn er geen specifieke objectieven waarmee je alleen een portret kunt vastleggen. Ze worden zo genoemd omdat je met dergelijke objectieven binnen deze brandpuntsafstanden veelal een mooie onscherpe achtergrond kunt verkrijgen wanneer je gebruik maakt van een groot diafragma en waardoor de geportretteerde mooi ‘los’ wordt gemaakt van de achtergrond.

Gebruik je een objectief van tussen de 50 en 70mm, dan is de mogelijkheid van een zeer groot diafragma, belangrijker dan bij objectieven die een grotere brandpuntsafstand kennen. De reden hiervoor is gelegen in de scherptediepteweergave en een fenomeen dat we ‘compressie’ noemen.

Bij een objectief met korte brandpuntsafstand wordt de weergave van de voor- en achtergrond al heel snel scherp weergegeven. Het is daarbij dan lastig om een onderwerp ‘los’ te kunnen maken van de achtergrond.

De afstand tot het te fotograferen onderwerp en de beeldhoek spelen hierbij dan een belangrijke rol. Is de beeldhoek te groot dan levert dit vaak veel scherpte op, met als gevolg een wat rommelige achtergrond. Is de beeldhoek te klein, dan moeten we de afstand tot het onderwerp vergroten. Wanneer het objectief dan een te klein diafragma als grootst instelbare diafragma kent, ook dan wordt de achtergrond al snel als ‘scherp’ weergegeven en gaat het effect van een scherpe voorgrond en onscherpe achtergrond al snel verloren.

De drie meest gebruikte objectieven voor het fotograferen van portretten. Van links naar rechts: de XF50-140mm f2.8 tele, de XF90mm f2.0 en de zeer lichtsterke XF56mm f1.2.

Door een objectief met een groot instelbaar diafragma te gebruiken kun je het probleem van een (te) scherpe achtergrond goed oplossen. Wanneer je voor jezelf een objectief wil aanschaffen speciaal voor het fotograferen van portretten, dan loont het zeker om te investeren in een objectief met een zo’n groot mogelijk diafragma, voor een mooie separatie tussen voor en achtergrond.

Naarmate de brandpuntsafstand toeneemt neemt het belang van een zeer groot diafragma een minder belangrijke rol in. Zo levert de 56mm f1.2 en de 90mm f2.0 vrijwel exact hetzelfde resultaat. Er is tussen deze twee objectieven nauwelijks verschil waarneembaar tussen achtergrondonscherpte en bokeh, wanneer beide objectieven op hun grootst instelbare diafragma worden gebruikt.

Welke je van deze twee objectieven je het beste kunt kopen is daarom lastig te zeggen. Er valt wat voor te zeggen om de XF56mm te prefereren boven de XF90mm. En belangrijke reden daarvoor is de lichtsterkte. Je kunt immers met minder licht toe, waardoor je ‘langer’ kunt fotograferen bij minder goede lichtomstandigheden. Bovendien is de afstand tussen jou en de geportretteerde van tussen de 3 en 5 meter vaak prettiger in de communicatie.

Tegelijkertijd kent de XF90mm het voordeel dat deze nieuwer is en daardoor in tijd genomen sneller kan scherpstellen en dat je bij zeer heldere lichtomstandigheden het diafragma niet hoeft te gaan ‘knijpen’. Dat wil zeggen, een kleiner diafragma hoeft in te stellen omdat er anders teveel licht op de sensor kan vallen. Het nadeel is de langere lengte van de brandpuntsafstand en daarmee neemt de afstand tussen jou als fotograaf en de geportretteerde toe. Bovendien betekent een ‘langere lens’, een snellere sluitertijd om bewegingsonscherpte te voorkomen.

Tussen deze beide objectieven kan ik geen ‘winnaar’, kiezen. Het voordel van de een is het nadeel van de ander en omgekeerd. Het komt daarbij tussen deze twee objectieven dus met name neer op een persoonlijke voorkeur.

Telelenzen

Telelenzen gebruiken we vooral om onderwerpen op grotere afstand te kunnen fotograferen. De meest gebruikte afstanden voor een tele objectief loopt over het algemeen van zo’n 100mm tot 600mm of groter. In dat geval spreken we van supertele.

Deze objectieven zijn vooral populair voor het fotograferen van sporten of dieren in de natuur. Meestal kun je dergelijke objectieven nog ‘verlengen’ door gebruik te maken van een teleconverter. Met een dergelijke teleconverter vergroot je de brandpuntsafstand en daarmee kun je onderwerpen nog dichterbij halen. Vaak zien we dergelijke teleconverters vaak in de vorm van een 1.4x en 2.0x variant.

Dat betekent dat een objectief van 50-140mm f2.8 wordt verlengt naar een 70-196mm objectief, of bij gebruik van een 2.0x converter naar 100-280mm) en een 100-400mm wordt verlengt in bereik naar 140-560mm, respectievelijk 200-800mm.

De (semi)professionele XF100-400mm supertele naast de eenvoudigere en meer budget geprijsde XC55-200mm.

Het mooie daarbij is dus dat je met een dergelijke teleconverter onderwerpen aanzienlijk dichterbij kunt halen. Maar zoals Cruyff destijds al zei ‘Ieder voordeel heb zijn nadeel’. Want, ondanks dat het bereik van een objectief wordt vergroot, neemt ook de lichtsterkte af en wel met 1 respectievelijk 2 stops.

Een 50-140mm f2.8 wordt daarmee bij gebruik van een 1.4x converter een objectief met een maximale lichtopbrenst van f4.0 en bij gebruik van een 2.0x converter zelfs een objectief met een maximale lichtopbrengst van f5.6.

De 100-400mm f4.5-5.6 kent bij gebruik van een 1.4x converter een maximale lichtopbrenst van f8.0 en wordt bij gebruik van een 2.0x converter een objectief met als grootste diafragma f11.0.

Kortom; De lichtopbrengst neemt bij gebruik van een teleconverter aanzienlijk af en daarmee wordt je niet alleen beperkt in de mogelijkheid om te kiezen voor snelle sluitertijden, maar wordt je ook beperkt in de snelheid waarmee het autofocussysteem werkt. Bovendien neemt een dergelijke converter ook nog een heel klein beetje van de maximale scherpte weg. Zo’n teleconverter is dus niet alleen een voordeel, maar kent ook een aantal nadelen.

 

Hiermee sluit ik het eerste gedeelte van deze blog af. Maar niet getreurd in deel twee van deze blog ga ik het hebben over beeldvullend fotograferen.

Ik leg je daarin uit wat dat betekent en dat beeldvullend fotograferen niet automatisch hetzelfde is als het gebruiken van een tele-objectief. Kortom in deel twee leg ik je uit welk objectief je kunt gebruiken voor welke situatie en dat dichtbij of veraf relatief is ten opzichte van het te fotograferen object?..

Meer weten over Fujifilm X-Serie camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm camera’s uit de X-Serie, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

0 Comments

Comments are closed