parallax background

Fujifilm Dynamic Range DR200%, DR400% en Auto. Wat is het? Wat doen ze?


Fujifilm Dynamic Range
DR200%, DR400% en Auto.

Wat is het? Wat doen ze?

Tot voor enkele jaren geleden maakte Fujifilm nog haar eigen sensoren. De ‘super CCD’. Ze deden daarbij destijds iets bijzonders wat we vandaag de dag in moderne sensoren niet meer tegenkomen. Een sensor bestaat zoals je wellicht weet uit zogenoemde ‘photosites’. Die photosites worden vaak vaak aangeduid als pixels op de sensor, maar dat is feitelijk niet correct. Een sensor bestaat namelijk niet uit pixels. De pixels worden namelijk pas gevormd op het moment dat het opgenomen licht, kleur en de helderheidswaarden worden omgezet in een daadwerkelijk beeld. 

Een photosite is daarmee het werkelijk opname-element op de sensor. Min of meer wat heel vroeger in de tijd van analoge fotografie te vergelijken zou zijn geweest met de zilverhalidedeeltjes in een film. In plaats van één photosite per pixel gebruikte Fujifilm op haar ‘Super CCD sensoren’ niet één, maar twee photosites per pixel. De ene photosite werd daarbij gebruikt om de hooglichten vast te leggen en de andere werd daarbij gebruikt voor informatie in de schaduwen. Deze werden daarbij dan achteraf gecombineerd tot één pixel.

 Tegenwoordig maakt Fujifilm geen gebruik meer van Super CCD sensoren, maar maakt zij gebruik van haar eigen ontwikkelde sensoren die worden geproduceerd door Sony. De Fujifilm camera’s kennen echter nog steeds een functie om het dynamisch bereik te vergroten. Zij het dat dit niet hardwarematig, maar digitaal gebeurt.

Als je over een Fujifilm camera beschikt heb je hem vast weleens gezien. De functie ‘DR’ in het menu van de camera met als mogelijkheden DR100, DR200, DR400 en DR Auto. De optie DR100 staat daarbij voor het standaard dynamisch bereik. Bij de keuze van DR200 vergroot je het dynamisch bereik met één extra stop en bij DR400 wordt het dynamisch bereik vergroot met tot wel 2 extra stops. 

Zoals al gezegd wordt het vergroten van het digitale bereik (de instelling DR) niet hardwarematig uitgevoerd, maar wordt hierbij gebruik gemaakt van een softwarematig foefje. In werkelijkheid vergroot je het dynamisch bereik dus niet echt! 

 
ZO WERKT DE TRUUK ACHTER DE FUNCTIE DR.

Als het dynamisch bereik niet écht wordt vergroot, hoe kan Fujifilm dan toch het dynamisch bereik groter laten lijken? Je ziet in de JPEG opname die door de camera  wordt gemaakt immers meer detaillering in zowel de schaduwpartijen als in de hooglichten.

In de handleiding (en in mijn boeken) kun je lezen dat om de functie DR200 te kunnen gebruiken, je de camera op minimaal ISO 400 moet instellen (X-T3 en X-T30 ISO 320). Om de functie DR400 te kunnen gebruiken moet je de ISO zelfs instellen op minimaal 800 ISO (X-T3/X-T30 ISO 640). Dat wijzigen van de ISO is belangrijk, anders kan de DR functie in de camera namelijk zijn werk niet goed doen!

Bij een instelling van DR200, wordt de opname feitelijk gemaakt op de basis ISO instelling van de camera. Feitelijk maak je bij de instelling DR200 dus een opname die daarbij één stop is onderbelicht.

Ook bij de instelling DR400 wordt de opname feitelijk gemaakt op de basis ISO instelling op de camera, maar wordt het beeld maar liefst 2 stops onderbelicht. Vandaar dat je de ISO instelling respectievelijk minimaal één of twee stops hoger moet instellen om gebruik te kunnen maken van de DR200 of DR400 instelling.

De software in de camera corrigeert de gemaakte opname tot een ‘correct’ belichte opname. Dat doet hij door zowel de hooglichten en schaduwen op te halen. Door deze slimme truc toe te passen kun je uitgebeten gebieden in de hooglichten voorkomen en kun je tegelijkertijd de schaduwen verder openen. Zo ontstaat er dus een foto die lijkt de beschikken over een groter dynamisch bereik. 

Feitelijk kun je exact dezelfde truc uithalen door van een RAW opname in Lightroom of Capture One de schuiven ‘witten en hooglichten’ en ‘schaduwen en zwarten’ te gebruiken. Maak daarbij dan eerst een correcte camera instelling voor de belichting op bijvoorbeeld ISO200, om vervolgens de ISO één stop lager in te stellen (ISO 100) om dan de foto te maken. 

De instelling DR400 werkt exact hetzelfde zij het dat je dan na het maken van de correcte belichting de ISO instelling (op ISO 800) twee stops moet terugdraaien. Dus van ISO 800 naar ISO 400, om ze daarna op te halen in de RAW bewerker van je keuze.

Sommige RAW bewerkers hebben overigens problemen met het uitlezen van RAW bestanden die zijn gemaakt wanneer je de camera hebt ingesteld op DR200, DR400 of DR Auto. In dat geval zal een RAW opname respectievelijk één tot twee stops zijn onderbelicht ten opzichte van het JPEG bestand of van wat je door de elektronische zoeker hebt gezien. Als je dat overkomt, weet je dus waar het probleem nu ligt en hoe je dat kunt oplossen.

Ondanks dat de optie DR200 en DR400 handig is voor diegenen die JPEG fotograferen heeft het voor RAW fotografen eigenlijk weinig of geen toegevoegde waarde. De reden waarom ik als RAW fotograaf niet echt een voorstander ben van de instelling DR200 / DR400 / Auto is met name gelegen in het feit dat je foto’s en met name de schaduwdetails korreliger maakt dan feitelijk noodzakelijk is. Je fotografeert dan immers met een ISO instelling die eigenlijk te hoog is. Bovendien is het resultaat voor RAW fotografen veel te onvoorspelbaar en kost het je meer bewerkingstijd om de foto weer ‘correct’ belicht te krijgen.

Wanneer je RAW fotografeert adviseer ik om die reden altijd om gewoon de standaard DR100 instelling te gebruiken en goed te letten op de histogramweergave tijdens het belichtingsproces voorafgaand aan de opname. 

NAAR MIJN BLOG...