Close

Tag Archive for: Canon

Sigma geeft update vrij over compatibiliteit van haar objectieven met de Nikon Z en Canon EOS R.

28-oktober 2018 – Sigma heeft een lijst met compatible objectieven vrijgegeven voor fotografen die werken met een Nikon Z of Canon EOS R systeemcamera’s. Sigma had al aangegeven haar objectieven uitgebreid te testen om te kijken welke objectieven eventueel problemen zouden opleveren met deze nieuwe cameratypes van Nikon en Canon.

Volgens Sigma zouden er geen ‘problemen’ mogen zijn met haar objectieven wanneer deze worden gekoppeld aan de Canon EOS R. Tegelijkertijd geeft Sigma wel aan dat daarvoor de optie ‘Lens optimalisatie’ dient te worden uitgeschakeld wanneer er objectieven van Sigma worden gebruikt. Dat betekent dat er geen automatisch lens correcties voor ton- en kussenvorming, of voor chromatische abberaties of andere lensafwijkingen beschikbaar zijn wanneer deze worden ingeladen in een RAW converter.

Voor wat betreft de Nikon Z7 en Z6 heeft Sigma nu een lijst opgesteld met 36 objectieven die zijn getest en welke compatible zijn in combinatie met de FTZ lensadapter. Zowel AF als AE opties zijn daarbij beschikbaar.

Er zijn momenteel 4 objectieven waarbij er afwijkingen zijn gevonden het betreft hier de volgende objectieven: SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art, 50mm F1.4 DG HSM | Art, 85mm F1.4 DG HSM en APO 800mm F5.6 EX DG HSM  | Art. Sigma heeft aangegeven voor deze objectieven op een later moment nog extra informatie te geven met uitzondering van de APO 800mm waarvoor géén firmware update beschikbaar komt!. 

Daarnaast heeft Sigma aangegeven dat het niet mogelijk is om deze objectieven te gebruiken in combinatie met haar tele-extenders.

Sigma objectieven.

Voor wat betreft objectieven met ingebouwde optische lens stabilisatie wordt aangegeven dat deze het beste functioneren als zowel stabilisatie op het objectief als ook stabilisatie in de camera wordt toegepast.

Voor de Nikon Z-Serie zijn de volgende objectieven compatible bevonden:

DG Objectieven

  • 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 70-200mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 70-300mm F4-5.6 DG MACRO
  • 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM 
  • 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • APO 200-500mm F2.8 / 400-1000mm F5.6 EX DG
  • APO 300-800mm F5.6 EX DG HSM
  • 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • 135mm F1.8 DG HSM | Art
  • 500mm F4 DG OS HSM | Sports
  • MACRO 105mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 150mm F2.8 EX DG OS HSM
  • APO MACRO 180mm F2.8 EX DG OS HSM

DC Objectieven

  • 8-16mm F4.5-5.6 DC HSM
  • 10-20mm F3.5 EX DC HSM
  • 17-50mm F2.8 EX DC OS HSM
  • 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-250mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • 4.5mm F2.8 EX DC CIRCULAR FISHEYE HSM
  • 10mm F2.8 EX DC FISHEYE HSM
  • 30mm F1.4 DC HSM | Art

Canon

Voor de Canon EOS R zijn de volgende objectieven compatible bevonden:
Contemporary line

  • SIGMA 17-70mm F2.8-4 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-200mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 18-300mm F3.5-6.3 DC MACRO OS HSM
  • SIGMA 100-400mm F5-6.3 DG OS HSM
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM

Art Line

  • SIGMA 18-35mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 50-100mm F1.8 DC HSM | Art
  • SIGMA 12-24mm F4 DG HSM | Art
  • SIGMA 14-24mm F2.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-35mm F2 DG HSM | Art
  • SIGMA 24-70mm F2.8 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 24-105mm F4 DG OS HSM | Art
  • SIGMA 14mm F1.8 DG HSM | Art
  • SIGMA 20mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 24mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 30mm F1.4 DC HSM | Art
  • SIGMA 35mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 50mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 70mm F2.8 DG MACRO | Art
  • SIGMA 85mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 105mm F1.4 DG HSM | Art
  • SIGMA 135mm F1.8 DG HSM | Art

Sports Line

  • SIGMA 60-600mm F4.5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 120-300mm F2.8 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 150-600mm F5-6.3 DG OS HSM | Sports
  • SIGMA 500mm F4 DG OS HSM | Sports

Bron: Sigma

Photokina 2018 roundup – De trend; grotere sensoren, snellere modellen!

De slag om ‘mirrorless’ is aanstaande!

Ongeveer een jaar geleden schreef ik het al op in mijn blog ‘De gebroken belofte van de DSLR‘. Het kon niet veel langer uitblijven en eigenlijk hoef je ook niet over een glazen bol te beschikken om in de toekomst te kijken. Gezond verstand vertelde mij toen al dat het geen jaren meer zou duren voordat Canon en Nikon zich serieuzer op zouden gaan stellen voor wat betreft het produceren van meer professionelere systeemcamera’s.

Hoe staat de cameramarkt ervoor?

Nog géén jaar later zien we nu dat Canon de Canon EOS R heeft geïntroduceerd en dat Nikon de markt betreed met de Nikon Z6 en Nikon Z7. Tegelijkertijd hebben we nu ook nog te horen gekregen dat Panasonic samen met Sigma in Maart 2019 een digitale 35mm camera op de markt gaat zetten die gebruik gaat maken van de Leica L-vatting. Daarmee zijn er nu vijf, of eigenlijk zes, camerafabrikanten die een digitale 35mm systeemcamera gaan voeren in hun assortiment.

Eigenlijk verwacht ik dat ook Olympus zich binnen niet al te lange tijd zich nog bij dit rijtje gaat aansluiten. Daarmee hebben vrijwel alle camerafabrikanten nu een serieuze systeemcamera in de markt staan met een sensor die gelijk of groter is dan 36x24mm.

Wat de toekomst ons brengt kan niemand zeggen, wel dat er duidelijke trends te zien zijn.

Voor Canon gaat op dat dit de 2e keer is dat zij haar gebruikers laat wisselen van lensvatting. Dat deed zij eerder al in 1987 toen Canon overstapte van de FD naar de EF vatting. Destijds noodzakelijk vanwege de introductie van autofocussystemen in analoge camera’s. Voor Nikon is dit de eerste keer in méér dan 60 jaar dat zij een nieuwe lensvatting introduceert voor een professioneel camerasysteem.

Voor wie al wat langer meedraait in dit wereldje kon al lang aan zien komen dat ‘spiegels’ en ‘prisma’s’ hun langste tijd hebben gehad. We leven nu eenmaal in een steeds verdergaande digitale wereld. Het is heus niet dat analoge technologie niet goed zou werken, maar de toekomst ligt nu eenmaal in verdergaande digitalisering van camerasystemen vanwege de goedkopere wijze waarop onderdelen kunnen worden geproduceerd én doordat volledig digitale camerasystemen ons in de toekomst meer mogelijkheden kunnen bieden dan met analoge technologie mogelijk is.

Fujifilm 50R – Medium Format binnen het bereik van iedere (semi-)professional en enthousiaste fotograaf.

Fujifilm daarentegen speelt hun eigen spel. Aan de ene kant hebben zij een unieke positie verworven binnen het APS-C segment en anderzijds valt zij de markt van bovenaf aan via hun GFX lijn. Om deze markt van de bovenzijde te kunnen benaderen ontbrak het Fujifilm nog aan een betaalbare Medium Format camera. Die is er nu in de vorm van de GFX 50R, waarbij de R staat voor Rangefinder. Ook al is dit zeker géén echte meetzoekercamera te noemen.

Het voordeel voor Fujifilm is dat zij daardoor momenteel nauwelijks last hebben van de concurrentie. Hierdoor heeft Fujifilm nu de nummer 2 plek ingenomen als het gaat om de markt van systeemcamera’s met verwisselbare objectieven.

Ontwikkelingen voor de nabije toekomst

De vraag was dus niet óf het zou gaan gebeuren, maar vooral wanneer. Systeemcamera’s hebben nu een volwassen stadium bereikt. Nieuwe sensoren en beeldprocessoren worden steeds sneller en binnen niet al te lange tijd zullen we ook camera’s gaan zien waarbij de sensor ook de taak van de sluiter gaat overnemen. Eerste gordijnsluiters in combinatie met elektronische sluiters en zogenoemde ‘stacked’ sensoren zijn slechts de eerste stap.

De tweede stap wordt genomen door zogenoemde ‘global shutters’. Dit zijn beeldsensoren die in één keer volledig uitgelezen kunnen worden. Dat betekent niet alleen dat we daarmee razensnelle sluitersnelheden kunnen krijgen, maar dat ook de mechanische sluiter erdoor in een camera wordt vervangen. De problemen van weleer met de huidige elektronische sluiters (niet kunnen flitsen, scheeftrekken van het beeld en gordijnvorming) zijn daarmee ook passé.

Panasonic verraste de markt door niet alleen een nieuwe digitale 35mm ‘Full Frame’ camera aan te kondigen, maar ook een ‘open’ lensvatting te gaan gebruiken die gebaseerd is op de Leica L-Vatting. Naast Panasonic heeft Sigma reeds toegezegd voor deze camera ook objectieven te gaan maken. 

Andere voordelen die we terugzien in systeemcamera’s zijn het over het algemeen genomen flink lagere gewicht van het totale systeem ten opzichte van een spiegelreflexcamera. Niet alleen dragen de spiegel en het prisma bij aan het extra gewicht van een DSLR. Doordat de sensor verder naar voren kan worden geplaatst bij een systeemcamera, kunnen objectieven voor dit type camera zonder spiegel (mits er gebruik wordt gemaakt van een voldoende grote lensvatting) ook compacter en daarmee lichter worden gemaakt.

Er zijn eigenlijk vier belangrijke redenen waarom de systeemcamera de toekomst heeft én waarom spiegelreflexcamera’s in steeds mindere mate aantrekkelijk zullen zijn voor gevorderde amateurs en professionals:

1) Een digitale zoeker is tegenwoordig zo helder en goed dat het verschil tussen een optische en digitale zoeker in helderheid en snelheid niet tot nauwelijks nog zichtbaar is.

Bovendien kent een digitale zoeker als groot voordeel dat je een te fotograferen scéne voorafgaand aan het maken van de opname al in zijn eindstadium voor wat betreft helderheid, kleur, contrast en scherptediepte hebt gezien. Je ziet vooraf al exact hoe de foto gaat worden. Het gehele ‘gokelement’ uit de belichtingsdriehoek wordt erdoor weggenomen.

2) Het autofocussysteem van een systeemcamera is véél nauwkeuriger dan het autofocussysteem zoals dat wordt toegepast in een digitale spiegelreflexcamera.

Problemen als ‘front-‘ en ‘backfocus’ zijn daarmee opgelost omdat de autofocusmeting plaats heeft via de sensor en daarmee parallel aan het te fotograferen object.

Bij een spiegelreflexcamera vindt deze meting plaats door een aparte en schuin in het spiegelhuisgeplaatste autofocusmodule. Door zijn schuine plaatsing in het spiegelhuis kan deze in een spiegelreflex nooit 100% nauwkeurig werken. Door schommelingen van de temperatuur en luchtvochtigheid moet om die reden het autofocussysteem van een digitale spiegelreflexcamera regelmatig worden gekalibreerd.

Daar komt nog bij dat de snelheid van het autofocussysteem van een systeemcamera tegenwoordig op gelijke voet staat met die van een spiegelreflexcamera. De laatste barriere waarbij een spiegelreflexcamera tot voor kort een voorsprong had is met de allerlaatste generatie systeemcamera’s geslecht.

3) Er kunnen door nieuwe en snellere beeldsensoren en processoren flink méér opnames per seconde worden gemaakt en met gebruikmaking van meer intelligente autofocussystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld maar aan gezicht- en oogdetectie of ingebouwde beeldstabilisatiesystemen.

4) Er is een steeds verdergaande integratie tussen fotografie en video. Een spiegel en een mechanische sluiter staan deze ontwikkelingen nu nog enigszins in de weg, maar deze ‘problemen’ zullen binnen enkele jaren volledig zijn opgelost wanneer de zogenoemde ‘global shutter’ in een camera algemeen goed gaat worden.

Canon en Nikon hebben de afgelopen jaren uiteraard niet helemaal stil gezeten, maar ze hebben wel afgewacht hoe Sony, Fujifilm en Olympus het tapijt voor hen heeft uitgerold. In die tussentijd konden Canon en Nikon zo hun gebruikers tot het laatst uitmelken, terwijl Sony en Fujifilm grote investeringen hebben moeten doen om de systeemcamera als serieus alternatief tegenover de spiegelreflex te positioneren.Kortom; Sony en Fujifilm hebben het marketingwerk gedaan om dit productsegment tot een volwassen stadium te krijgen terwijl Canon en Nikon rustig achterover leunden om hun zo hun spiegelreflex gebruikers ‘zoet’ te houden.

De Nikon “Z6 / Z7Touch & Try Bar”  – Druk bezocht met wachtrijen oplopend tot méér dan 20 minuten..

Tot nu toe waren de pogingen van zowel Canon als Nikon daarom ook niet erg serieus te noemen. De Canon EOS M serie was uiteraard een heel aardige vingeroefening van Canon met een ‘dual pixel autofocussysteem’ en Nikon had met haar ‘1’ systeem een razendsnel autofocussysteem, maar beide camerasystemen zijn nooit echt serieuze alternatieven geweest voor gevorderde amateurs of professionele fotografen.

In beide gevallen kunnen we nu wel verwachten dat zowel het ‘Canon EOS M’ en het ‘Nikon 1’ systeem beide ten dode zijn opgeschreven nu zowel Canon als Nikon beide een serieus camerasysteem hebben geïntroduceerd.

Laten we eens kijken wat ik vorig jaar heb voorspeld en in hoeverre die voorspellingen nu eind September 2018 zijn uitgekomen:

1. Nikon en Canon zullen een serieuze systeemcamera introduceren gericht op de (semi-)professionele markt.

Deze voorspelling is in zijn geheel en voor de volle 100% uitgekomen. Sterker nog, we zijn nog niet klaar! Dit is pas het begin van een absolute omwenteling. De verwachting is dat aan het einde van de eerste helft van 2019 het aantal verkochte systeemcamera’s de vraag zal overtreffen van die van spiegelreflexcamera’s. Vanaf dat moment zal de markt in steeds snellere mate gaan veranderen en daarmee zal het tempo waarin systeemcamera’s de overhand krijgen in versneld tempo toenemen.

De reden waarom Canon en Nikon juist nu hun eerste serieuze systeemcamera’s op de markt zetten heeft alles te maken met de Olympische spelen van 2020. Die spelen vinden plaats in Tokyo en de camerafabrikanten willen die periode graag gebruiken om misschien wel de bekendste industrietak van Japan eens flink in de spotlights te zetten.

Door nu een serieuze systeemcamera te introduceren creëer je het fundament. Het stelt de fabrikanten in staat om kleine foutjes in hun eerste ontwerp te herstellen, het laat de markt versneld groeien en…. niet geheel onbelangrijk, je kunt niet in één keer een hele serie objectieven in de markt zetten. Zoiets kost tijd omdat onderzoek en ontwikkeling van dergelijke high-tech technologie behoorlijk wat inzet kost.

Hier melden graag! – Genodigden en de pers kregen een speciaal inkijkje in de nieuwe Nikon Z6 / Z7. 

Of deze nieuwe telgen van Nikon en Canon ‘professioneel’ zijn, dat laat ik in het midden. Alhoewel de inzet van Nikon aanzienlijk hoger is dan die van Canon. De Nikon Z6 en Z7 komen overeen in hun kunnen met de Nikon D750 en D850, terwijl de Canon EOS R niet echt boven het ambitieniveau van een Canon 6D MKII uit stijgt.

Voor wat betreft hun videomogelijkheden zijn beide systemen niet geheel ‘last generation’. Maar ook hier kun je zeggen dat de Nikon Z6/Z7 serieuzere camera’s zijn met hun 4K 30P en 120P ‘slowmotion’ mogelijkheid. 4K beelden worden daarbij over de gehele sensor opgenomen.

De Canon EOS R is daarbij in vergelijk een beetje een aanfluiting. Deze camera maakt voor het gebruik van haar videomogelijkheden gebruik van een gigantische cropfactor en in dat opzicht is het ook gelijk een typisch Canon product te noemen waarbij met bepaalde mogelijkheden ‘beschermd’ voor toekomstige (duurdere) modellen.

Voor wie echte topmodellen wil die zal nog moeten wachten tot volgend jaar. Waarschijnlijk zul je dan rond deze tijd (2019) gaan zien dat er nog serieuzer op deze markt zal worden ingezet met snellere en duurdere modellen die vergelijkbaar zullen zijn met de Nikon D5 en Canon 1DxMKII of beter. Deze modellen zullen in ieder geval niet later worden geïntroduceerd dan het voorjaar van 2020.

De Canon “Touch and Try hoek” – Niet druk bezocht…

2. Nikon en Canon zullen gebruik gaan maken van een nieuwe lensvatting.

Een nieuw camerasysteem zoals een systeemcamera heeft alleen toegevoegde waarde als daarbij ook optimaal gebruik wordt gemaakt van nieuwe mogelijkheden die zo’n systeem te bieden heeft. Doordat de sensor in een systeemcamera verder naar voren kan worden geplaatst kunnen objectieven compacter en eventueel lichter en vooral ook lichtsterker worden gemaakt. Dat komt ten goede aan de scherpte en het oplossend vermogen.

Om die reden was het eigenlijk altijd al de verwachting dat zowel Canon als Nikon een nieuwe lensvatting voor hun nieuwe camerasysteem zouden gaan ontwikkelen. Wie nu nog een spiegelreflexcamera in zijn bezit heeft doet er héél verstandig aan om nu echt serieus en goed na te gaan denken hoe hij zijn migratie naar een systeemcamera gaat invullen.

Blijf je bij je merk? Verander je van merk en waarom? Wanneer wil je ‘over’ gaan? Dat zijn de belangrijkste vragen die jij je als bezitter van een spiegelreflexcamera nu moet gaan beantwoorden.

De ‘lens Roadmap’ van Nikon. Serieuze objectieven voor een serieus systeem.
Een duidelijke afweging tussen lichtsterkte en gewicht.

Mijn persoonlijke mening is dat het zéér onverstandig is om nog langer te blijven investeren in een digitaal spiegelreflexsysteem, óf om daarvoor nog langer (brand)nieuwe objectieven te kopen.

De investering die je daar nu nog in gaat doen zul je dan in versneld tempo en tegen steeds lagere (2e hands)prijzen moeten afschrijven. Ik wil je nog maar eens wijzen op de prijzen die je nu betaald voor een analoog objectief. Dergelijke prijzen zullen uiteindelijk ook worden gegeven voor je huidige dure L-objectieven of ‘Goldring’ glas.

Wil je helemaal overstappen van merk? Dan is het waarschijnlijk het meest verstandig om je huidige objectieven zo snel mogelijk van de hand te doen.

Of overstappen van merk uiteindelijk ‘nuttig’ is of niet, daar doe ik geen harde uitspraak over. Dat moet ieder voor zich maar uitmaken. Tegelijkertijd; Ik kan je vertellen ‘Het gras is niet altijd groener bij de buren’. Doe dus goed én gedegen onderzoek voordat je een dergelijke volledige stap overweegt.

Laat je niet zomaar leiden door wat er soms gezegd wordt. Soms kloppen sommige van die uitspraken niet, of zijn ze niet volledig en soms  lijkt een overstap mooi omdat een fabrikant gebruik maakt van de laatste technologie. Dat wil dan niet automatisch zeggen dat die fabrikant dan ook om je ‘geeft’ als fotograaf, of dat hij het ‘beste’ met je voorheeft.

Er zijn situaties en camera’s te koop waar technologie en het gadget gehalte belangrijker lijkt te zijn dan dat de camera een werkpaard is voor jou als fotograaf. Trap niet in die valkuil! Marketing is mooi, maar het kan je hoofd ook danig op hol brengen dat je niet rationeel meer nadenkt over de gevolgen van je keuze.

De stand van Sony – Stilte voor de storm die te wachten staat.

Uiteraard hoef je niet direct in één klap alles de deur uit te doen. Er zijn immers voor zowel het Canon EOS R als ook voor het Nikon Z systeem adapters te krijgen die het mogelijk maken om je ‘oude’ glaswerk nog een tijdje te kunnen gebruiken. Dat verzacht wellicht ietwat de pijn. Het neemt echter niet weg dat je huidige ‘EF’, ‘Goldring’ of ‘Sigma Art’ objectieven voor je Canon of Nikon DSLR op de langere termijn steeds minder waard zullen worden.

Voor Canon worden er een drietal adapters op de markt gebracht waarbij deze te koop zullen zijn van héél eenvoudig tot slim en handig. Bijvoorbeeld doordat er een filtersysteem in is aangebracht.

De adapter van Nikon is overigens zéér slim en doordacht en waarbij bijna alle 320 beschikbare objectieven voor de 60-jarige Nikon F-vatting ook gebruikt kunnen worden op de nieuwe Nikon Z camera’s. Dat is dus een knap staaltje werk. Helaas betekent het wel dat objectieven zonder autofocusmotor handmatig zullen moeten worden scherpgesteld.

Mijn verwachtingen voor de nabije toekomst

Natuurlijk heb ik niet de beschikking over een glazen bol, maar ga ik af op de marktontwikkelingen zoals ik die zie. Er is veel wat we nog niet weten. Zo ben ik bijvoorbeeld erg benieuwd hoe Canon haar nieuwe R lijn gaat uitbreiden.

Speelt Canon op safe en gaan ze eerst de consumentenmarkt bespelen zoals we nu eigenlijk al zien met de EOS ‘R’ op de wijze waarop Canon die nu heeft geïntroduceerd, of zet Canon komend jaar ‘vol’ in op een méér professioneler model?

Één ding weet ik wel. Canon heeft een aantal serieuze objectieven op haar roadmap geplaatst die niet echt passen bij de camera zoals die is geïntroduceerd. Ook ben ik er niet zeker van of Canon er goed aan heeft gedaan om gelijk in te zetten op zulke lichtsterke objectieven.

Niet zozeer vanwege hun geweldige lichtsterkte, maar vooral omdat dergelijke objectieven gepaard gaan met een groot gewicht en een flink prijskaartje. Mijn persoonlijke idee is dat de consument en zelfs de professional daar juist nu even niet op zit te wachten.

Naar mijn idee heeft Nikon dat slimmer aangepakt door eerst te komen met een serie f1.8 en f4.0 objectieven om pas vanaf de 2e helft van 2019 meer lichtsterker glas te introduceren. Niet alleen bestaat daardoor de mogelijkheid dat gebruikers van haar ‘Z’ systeem tot twee keer toe zullen investeren.

Maar, vooral betekent een serie objectieven met een iets minder grote lichtsterkte dat de objectieven betaalbaar blijven en bovendien, heel belangrijk; relatief licht van gewicht zullen zijn.

Bovendien heeft Nikon al door laten schemeren dat er een spiegelloze variant in de pijplijn zit van haar Nikon D5. Ook hier ligt het voor de hand dat deze camera ergens in de 2e helft van volgend jaar of anders begin 2020 zal worden geïntroduceerd met het oog op de Olympische Spelen in Tokyo van dat jaar.

Kodak Print Service – “The joy of Photography wall”.

Wat nog niet helemaal duidelijk is, zal zijn of Canon en Nikon ook met spiegelloze APS-C modellen de markt voor systeemcamera’s zullen gaan betreden. Voorlopig is de trend ingezet op de productie van camera’s met digitale 35mm full frame sensoren (of groter) en lijkt APS-C een minder belangrijke rol te gaan krijgen.

Dat is opmerkelijk want momenteel zijn nog steeds 2 op de 3 verkochte camera’s met verwisselbare objectieven camera’s met een dergelijke sensor. APS-C is dus voor camerafabrikanten eigenlijk een héél belangrijk marktsegment dat nu nog steeds open en bloot ligt voor Fujifilm.

Daarbij gelijk opmerkend dat haar nieuwe Fujifilm X-T3 (haar 4e generatie systeemcamera’s) een razendsnel autofocussysteem aan boord heeft en als camera zéér professionele aspiraties toont. Hoe langer Canon en Nikon wachten hoe lastiger het wordt om hun éérste generatiecamera’s net zo stevig te positioneren.

Bijkomend probleem voor Canon gebruikers is dat Canon vaak heeft gezegd dat haar EF-S objectieven een toekomst zouden hebben, terwijl nu blijkt dat de nieuwe RF-vatting geen enkele ondersteuning kan bieden voor deze objectieven.

Kortom, als je van een Canon spiegelreflex camera met APS-C sensor afkomt en je wilt graag naar het Canon ‘R’ systeem dan heb je helemaal niets meer aan je oude EF-S objectieven en heb je dat geld en die investering eigenlijk gewoon weggegooid. Misschien is dat ook wel wat Canon graag wilt dat je doet. Alles opnieuw kopen om zo extra omzet te kunnen genereren.

Olympus “Playground” – Opvallende bijkomstigheid van de Photokina 2018 was dat zowel Olympus als Sony niets nieuws te brengen hadden.

Opvallend aan deze Photokina 2018 was het gegeven dat Sony géén enkele camera heeft geïntroduceerd, misschien wel om een dijk op te werpen tegen de storm die hen te wachten staat.

Er is immers in principe geen reden meer om als Canon of Nikon gebruiker volledig over te stappen op het systeem van Sony als je eenvoudig via een adapter al je oude objectieven kunt gebruiken op een camerasysteem van een merk waarmee je vertrouwd bent.

Ik verwacht dan ook dat met name Nikon gebruikers héél goed zullen kijken naar wat het ‘Z’ systeem te bieden heeft en in mindere mate verwacht ik hetzelfde van Canon gebruikers die nu kunnen kiezen voor de EOS R.

Tel daarbij op dat Sony met haar E-Mount eigenlijk een lensvatting gebruikt die eigenlijk bedoeld was voor een APS-C camera en slechts bij toeval toepasbaar was voor een digitale 35mm camera. Doordat de doorsnede van deze Sony lensvatting eigenlijk te klein is  moeten objectieven met E-Mount vatting veel sterker worden gecorrigeerd met name op chroma, hoekonscherpte en vignetvorming.

Op het gebied van beeldkwaliteit zal Sony straks een harde dobber hebben om overeind te blijven. De enige methode om dit probleem te bevechten is met méér technologie en lagere prijzen. Maar dat resulteert nu al in het gevoel een computer in de hand te hebben dan dat het een camera is waarmee je plezierig fotografeert.

Kortom met binnenkort 5 spelers op dezelfde markt voor digitale 35mm systeemcamera’s zal de concurrentie een flinke impact gaan hebben op de omzetcijfers van Sony.

Tel daarbij op dat het aantal Canon en Nikon gebruikers véél groter is dan het aantal Sony fotografen. Plus het gegeven dat veel cameragebruikers tamelijk honkvast zijn betekent dit dat Sony heel veel te verliezen heeft.

Zeker als zal blijken dat veel van die Sony gebruikers mogelijk een overstap terug naar hun oude merk mogelijk in overweging zullen nemen. In hoeverre dit laatste zal gaan gebeuren is de vraag. Het is in ieder geval een risico, omdat veel van die Sony gebruikers hun oude objectieven nooit de deur uit hebben gedaan.

Kortom, Sony zal er dus alles aan gaan doen om méér fabrikanten van objectieven binnenboord te krijgen om zo de concurrentie vanuit met name Nikon en Canon voor te blijven. Hoe lang dat goed zal gaan is maar de vraag omdat dit mede afhankelijk is van de snelheid waarmee Canon en Nikon objectieven uit zullen brengen voor hun eigen nieuwe systemen.

De stand van Olympus – De enige cameraanbieder waarbij ‘beleving’ centraal stond.

Hoe dan ook de komende 9 maanden zullen spannende tijden worden voor de camerafabrikanten. Vooral omdat éénieder nu zo’n beetje de posities heeft ingenomen. Één ding is zeker het wordt oorlog op de markt voor systeemcamera’s en met name op het marktsegment voor ‘Full Frame’ systeemcamera’s zal er een flink gevecht uitgevochten gaan worden. Of en wie de slachtoffers worden is momenteel nog lastig in te schatten.

De startpositie van Canon schat ik momenteel het minst gunstig in, maar daartegenover staat wel een gigantisch marktaandeel met evenzoveel Canon gebruikers. Nikon heeft een sterk systeem op de markt gezet, ondanks een kleine marketingblunder door het ontbreken van een tweede kaartslot. Sony heeft het meest te verliezen. Namelijk haar complete marktpositie. Panasonic? Ik vermoed dat zij een kleine speler op deze markt zullen blijven en waarbij het hen niet gaat lukken om een dikke vinger in de pap te krijgen.

Voor wat betreft Fujifilm? Die hebben stelling ingenomen door te kiezen voor APS-C en Medium Format, of Super Full Frame zoals ze het zelf graag noemen. Zij zullen buitenstaander zijn bij het aankomende gevecht en kunnen, als ze het slim spelen, redelijk ongeschonden uit die strijd komen, al vermoed ik wel dat zij wat schaafwonden zullen oplopen.

We zijn momenteel getuige van de start van ‘The war on mirrorless’. In eerste instantie lijkt die te gaan om het sensorformaat dat de meeste potentie heeft. Tegelijkertijd zal die oorlog worden uitgespeeld op wie het meeste waar voor zijn geld kan bieden. Dat zal zich dus gaan uiten in een prijzenoorlog. Goed voor de eindgebruiker, mits hij het juiste systeem kiest. Welke dat is, dat durf ik niet te voorspellen.

De MTF grafiek – De snelste manier om een ‘lens’ te beoordelen op zijn waarde.

De snelste manier om een ‘lens’ te boordelen op zijn waarde.

De meeste fotografen kijken bij de aanschaf van een objectief vaak allereerst naar de prijs en de lichtsterkte. Daarna wordt waarschijnlijk pas gekeken hoe ‘scherp’ de ‘lens’ is die je wilt kopen. Een objectief dat van hoek tot hoek volledig scherp is, die is zijn gewicht in goud waard. Althans, dat willen de objectlevenmakers je graag doen laten geloven. Maar hoe kun je nu eigenlijk zelf zien op basis van de gegeven specificaties van de fabrikant hoe ‘scherp’ een objectief is vóórdat je hem hebt gekocht. Immers je wil graag vooraf al weten wat je mag verwachten van het oplossend vermogen, de contrastweergave en zelfs de scherptediepte? In deze blog leg ik het je uit dat dit kan door het kunnen lezen en interpreteren van een zogenoemde MTF grafiek!

Objectieven en lichtbrekingen

Wie net een nieuw objectief heeft gekocht heeft ongetwijfeld gezien dat er in de doos ook een boekje zat en dat in dat boekje een aantal grafieken afgebeeld staan. Die grafieken kwam je misschien ook al tegen toen je op internet ging zoeken naar meer informatie over de ‘lens’ die je op het oog had, of net hebt gekocht.Over het algemeen gezien zal zo’n grafiek er ongeveer als volgt uit zien:

Een voorbeeld van een MTF grafiek, maar wat betekent zo’n grafiek eigenlijk?

Je ziet op die grafiek een aantal lijnen getekend die bestaat uit vaste lijnen en gestippelde lijnen. Je ziet ook dat die lijnen over het algemeen genomen aan het einde van de grafiek een neerwaartse richting volgen. Soms lopen deze lijnen zelfs tot bijna helemaal beneden.

Zo’n grafiek zoals je hierboven ziet noemen we een ‘MTF grafiek’. De afkorting MTF staat daarbij voor ‘Modulation Transmission Function’. Dat is zoals je ziet een hele mond vol met technische termen. Ik neem het je niet kwalijk als je niet in één keer begrijpt waar dat voor staat. Gelukkig ook maar want anders zou ik deze blog ook niet hoeven te schrijven.

Deze grafiek geeft eigenlijk aan hoe het licht door het objectief wordt verwerkt. Licht wordt binnenin een objectief namelijk door de verschillende lenzen en lensgroepen aantal keer verbogen, om uiteindelijk zo recht mogelijk op de sensor te belanden.

Je kunt daardoor ook zeggen dat de MTF grafiek aangeeft hoe een objectief omgaat met de scherpte- en contrastweergave. We noemen dat het ‘oplossend vermogen’. Zo’n grafiekje verteld je daarmee iets over de scherpte waarmee een opname kan worden gemaakt.

De meeste fabrikanten tonen de prestaties van hun objectieven op basis van het grootst mogelijke diafragma waarover het objectief beschikt. Bij een zoomlens worden altijd twee grafieken weergegeven. De ene grafiek is dan op basis van de kortste brandpuntsafstand. De tweede grafiek geeft de prestaties van het objectief weer op basis van de langste brandpuntsafstand (wanneer er volledig is ingezoomd).

Waarom is het handig om een MTF grafiek te kunnen lezen?

Het kunnen lezen van een MTF grafiek kan je enorm helpen bij het maken van de keuze voor een objectief dat je graag zou willen aanschaffen. Het is bovendien een objectieve manier om een ‘lens’ te kunnen beoordelen op zijn kunnen.

Zo geeft een MTF grafiek je informatie over de scherpte en het oplossende vermogen van een objectief wanneer deze wordt gebruikt bij een ‘vol open’ diafragma. Je kunt namelijk aan de grafiek aflezen hoe de contrastweergave is en je kunt zien hoe zuiver het beeld is (astigmatisme) en hoeveel kleurverschuiving (chromatische aberratie) er kan optreden. Zo’n grafiek verteld je zelfs iets over de te verwachte bokeh (achtergrondonscherpte).

Het is dus erg nuttig om zo’n grafiek te kunnen lezen, want het verteld je veel over de prestaties van een lens.

Het perfect ontworpen en gefabriceerde objectief zou al het licht doorlaten en kent een perfecte breking van de lichtstralen. Iedere foton (lichtdeeltje) dat daarbij het objectief binnenkomt zou dan ook op de sensor kunnen landen. Helaas het perfecte objectief kan niet worden geproduceerd. Sterker nog. Juist doordat er wat lichtverlies optreedt krijgt ieder objectief zijn eigen charme.

De lensopbouw van een Fujinon XF16-55mm f2.8 objectief. Licht wordt door verschillende lensdelen gebroken.

Geen enkel objectief is namelijk 100% doorzichtig. Ieder lensdeel heeft immers een bepaalde dikte en het gebruikte glas kenmerkt zich door zijn eigen dichtheid. Het licht wordt door iedere lens in een objectief ietsjes verbogen en door deze brekingen van het licht zal ook niet al het licht de sensor van je camera kunnen bereiken.

Dit verlies van licht wordt uitgedrukt als de ‘contrastweergave’.

Je moet dat zien als hoe minder licht de sensor bereikt, hoe hoe minder verloop er is tussen helder en donker. Er zijn dan dus minder ‘tinten’ beschikbaar. Minder verschillende tinten betekent dus verlies aan contrast.

Contrast vormt het fundament voor de resolutie. Een goede contrastweergave betekent namelijk ook dat alle contouren duidelijk zijn afgetekend. We noemend dit resolutie of scherpte. Hoe meer details door onze ogen kunnen worden onderscheiden hoe hoger de resolutie.

De hoeveelheid contrastweergave en de scherpte resulteert in het zogenoemde oplossende vermogen van een objectief.

Het oplossende vermogen van een objectief op waarde schatten

Om te weten hoe goed de resolutie is van een objectief meten we dat af aan het aantal lijnen of lijnparen per millimeter (lp/mm) die we (gemiddeld gezien) met het blote oog nog kunnen onderscheiden. Zo verkrijg je een objectieve meting.

De weergave van het oplossende vermogen van een objectief wordt over het algemeen in een grafiek weergegeven op basis van twee verschillende resoluties: 10lp/mm (lage resolutie) en 30 lp/mm (hoge resolutie). De meting die wordt uitgevoerd op 10lp/mm is voor de contrastweergave. De meting die wordt uitgevoerd op 30lp/mm is voor de weergave van de scherpte en resolutie.

De twee verschillende soorten metingen (één op lage en één hoge resolutie) zijn noodzakelijk omdat ze door onze ogen ieder op een andere wijze worden geïnterpreteerd.

Het oplossende vermogen wordt niet alleen in het midden van een objectief gemeten, door op verschillende afstanden vanaf het centrum een meting uit te voeren kunnen we goed zien hoe goed de contrastweergave en scherpte blijven naar de randen van het beeld .

Om te zien hoe ‘goed’ een objectief presteert worden de metingen niet alleen in het midden van het objectief uitgevoerd, maar worden deze metingingen vanuit het midden op verschillende afstanden herhaalt. Zo kun je dan goed zien óf en hoeveel afname er is van het oplossende vermogen van een objectief.

Bij een 35mm full frame camera worden de metingen gedaan om de 5mm, dus 5mm, 10mm, 15mm en 20mm vanaf het centrum. Een meting bij 20mm beslaat zo’n 90% van het sensoroppervlak. Daar kun je dan dus goed zien hoe een objectief presteert aan de randen.

Het meten van een objectief voor een APS-C camera, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm, werkt de meetmethode hetzelfde. Echter, omdat de sensor kleiner is wordt de rand van de sensor bereikt bij ongeveer 14.2mm

Op de Y-as van de grafiek zien we hoe goed een ‘lens’ presteert. De weergave loopt van 0 tot 1, maar je kunt evengoed zeggen dat 0 staat voor 0% en een score van 1 staat voor 100%. Kortom, hoe hoger de lijn ligt hoe beter het oplossende vermogen van een objectief. Als de grafiek een lange rechte lijn laat zien is dat dus een ‘goede’ lens.

Hoe je de lijnen moet lezen en wat ze vertegenwoordigen leg ik je hieronder uit:

Contrastweergave

De lijn die wordt weergegeven voor de lage resolutie (10lp/mm) wordt meestal in het rood weergegeven. Deze lijn geeft de contrastweergave aan. Zodra deze lijn daalt betekent dat dus een afname van de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. Door contrastafname wordt het beeld donkerder en lopen de verschillende kleuren en helderheden dicht. We zien dit vaak gebeuren in de hoeken van de sensor. De afname wordt mede veroorzaakt door de grootte van de beeldcirkel.

Scherpte

De tweede lijn die je ziet (vaak blauw) geeft aan hoe scherp een objectief is. Deze geeft namelijk de detailweergave aan. De detailweergave wordt gemeten op basis van het kunnen onderscheiden van 30 lijnparen per millimeter. Een perfecte score wordt verkregen als alle 30 lijnparen kunnen worden geteld. De lijn daalt naarmate er minder individuele lijnparen van elkaar kunnen worden onderscheiden.

Wanneer je naar de grafiek kijkt zie je ook dat er voor zowel de contrastweergave als ook voor de scherpte twee verschillende lijnen worden getekend. Een doorgetrokken lijn en een onderbroken stippellijn.

Het oplossende vermogen van een objectief wordt zowel over de horizontale als verticale as gemeten.

Het sagittale vlak

De doorgetrokken lijn staat daarbij voor het zogenoemde sagittale vlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in horizontale richting van het objectief.

Het meridiaalvlak

De stippellijn staat voor het zogenoemde meridiaanvlak. Dat betekent de transmissie van het licht (lichtdoorlaat) in verticale richting van het objectief.

Het sagittale vlak en het meridiaanvlak samen vertellen je wat over de beleving van de achtergrondonscherpte (bokeh). Hoe dichter de doorgetrokken lijn en de stippellijn bij elkaar liggen hoe vloeiender en gladder de beleving is van de achtergrondonscherpte (bokeh). Gezien het gegeven dat de meting wordt gedaan op het grootst mogelijke diafragma van een objectief kun je dus goed inschatten hoe zacht de achtergrondonscherpte zal worden beleefd. Je kunt er ook aan aflezen hoeveel chromatische aberratie (kleurverschuiving) een objectief kent. Bij een perfect objectief vallen zowel het sagittale- als het meridiale vlak samen.

NIKKOR Z 50mm f/1.8 S – Een groot oplossend vermogen tot in de hoeken.

Nu blijft de vraag natuurlijk over, wat is ‘goed’ en wat is ‘slecht’ voor wat betreft contrastweergave als de weergave van resolutie. Over het algemeen genomen zal de contrastweergave altijd beter zijn dan het oplossende vermogen van de resolutie.

Wanneer je een MTF grafiek leest kun je in zijn algemeenheid zeggen dat alles wat hoger is dan 0.9 mag worden geclassificeerd als ‘uitstekend’. Alles tussen 0.7 en 0.9 mag worden gezien als ‘goed’ en alles onder 0.5  is over het algemeen gesproken matig tot soft. Alles onder 0.2 is gewoon aan te duiden als ‘slecht’. Tegelijkertijd is dat mijn eigen interpretatie voor wat ‘goed’ en ‘slecht’ is. Die definitie ligt uiteindelijk voor iedereen weer net even anders.

Een voorbeeld

Laten we het nu eens allemaal bekijken aan de hand van een echt voorbeeld.

Het oplossende vermogen van een objectief is over het algemeen genomen het grootste in het midden van het beeld. Kortom scherpte en resolutie zijn daar het beste. Hoe verder we richting de rand van het beeld gaan hoe meer ‘lensfouten’ zichtbaar worden. Je mag dus verwachten dat een grafiek altijd hoog begint om vervolgens te gaan dalen. Hoe langer een objectief een rechte lijn laat zien hoe beter de optische prestaties van een objectief.

Een MTF grafiek is dus vooral handig wanneer je objectieven op een eerlijke manier met elkaar wilt vergelijken. Dat vergelijken kan eigenlijk alleen objectief gebeuren als bedie objectieven dezelfde brandpuntsafstand hebben én een gelijkwaardig diafragma gebruiken.

Een eerlijk vergelijk tussen twee objectieven van hetzelfde merk op basis van dezelfde brandpuntsafstand en hetzelfde grootste diafragma van f1.8. 

In de bovenstaande grafiek vergelijk ik twee objectieven van hetzelfde merk en met dezelfde brandpuntsafstand en diafragma.

Het objectief aan de linkerzijde is de Nikkor Z 50mm f1.8 S en het objectief aan de rechterzijde is de Nikkor AF-S 50mm f1.8.

Het verschil?

Het objectief aan de linkerzijde is specifiek ontworpen voor de nieuwe Z-Mount van Nikon en daarmee voor een systeemcamera, terwijl het objectief aan de rechterzijde is ontwikkeld voor een spiegelreflex camera.

Wanneer ik diverse fora raadpleeg op internet zie ik veel mensen klagen over de prijs van het nieuwe Z-Systeem van Nikon. Dat wekte mijn nieuwsgierigheid op met de vraag of die kritiek nu echt terecht is. Voor de goede orde. Het Nikkor Z 50mm f1.8 objectief gaat over de toonbank voor €679,00, terwijl het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief wordt verkocht voor slechts €229,00.

Op basis van het grote prijsverschil lijkt de kritiek dat het nieuwe systeem en de objectieven ervoor nogal ‘duur’ is terecht.  Immers een prijsverschil van zo’n €450,00 is geen ‘kattepis’. Daar mag dus wel wat tegenover staan om zo’n groot prijsverschil te rechtvaardigen. Immers, het zijn beide objectieven voor een digitale 35mm (full frame) camera en in die zin voor een soortgelijke sensor.

Laten we daarom deze objectieven eens niet op prijs vergelijken maar op hun specificaties en het oplossende vermogen, dan wordt al snel duidelijk dat beide objectieven zich eigenlijk niet met elkaar laten meten. Het objectief voor het nieuwe Z-Systeem van Nikon is dan domweg gezien een klasse apart.

Voor het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem blijven de contrasten behouden tot bijna 17.5mm vanaf het centrum van de beeldcirkel, terwijl we bij het oude vertrouwde AF-S objectief zien dat de contrastweergave vrijwel direct begint te dalen. Eerst nog wat langzaam, maar vanaf zo’n 10mm vanaf het centrum daalt deze snel door tot een score van 30% aan de randen voor het sagittale vlak (horizontaal). De doorlaat van het licht via het meridiaal vlak (verticaal) blijft redelijk goed behouden, maar is met een score van 75% nog steeds beduidend minder dan het nieuwe 50mm S objectief voor het Z-Systeem.

We zien bovendien dat bij het nieuwe 50mm S objectief dat zowel de sagittale meting als wel de meting over het meridiaal, dat deze lijnen voor wat betreft de contrastweergave zeer dicht tegen elkaar aan blijven lopen. We kunnen hieruit de conclusie trekken dat dit objectief weinig last heeft chromatische aberratie (CA). Er is immers weinig verschuiving over de horizontale- en verticale as waar te nemen. Het objectief blijft daarmee kleurzuiver. De brandpuntsafstand voor iedere golflengte van het licht wordt dus goed behouden.

Wanneer we nu kijken naar het wat oudere 50mm f1.8 AF-S objectief dan zien we dat de doorgetrokken lijn en de stippellijn niet mooi bij elkaar blijven lopen. De conclusie die daaruit kan worden getrokken is dat dit oude objectief niet alleen een minder goede kleurweergave heeft en behoorlijk last heeft van vignetvorming naar de hoeken, maar ook dat het AF-S objectief beduidend meer last heeft van lensafwijkingen zoals chromatische aberratie (CA).

Voor diegenen die niet weet wat Chromatische aberratie betekent. Dit is een afwijking op kleur in golflengtes doordat niet alle lichtstralen exact door hetzelfde brandpunt gaan. Je ziet deze ‘lensfout’ vaak terug bij gebruik van een groot diafragma en waarbij er grote contrastverschillen waar te nemen zijn. Bijvoorbeeld langs de randen van een object zoals een boom. Je ziet dan vaak een rode/paarse en groene lijn. Zo’n lijntje kan behoorlijk storend zijn.

Een duidelijk voorbeeld van chromatische aberratie bij een 50mm objectief. 

Laten we nu eens kijken naar de resolutie van beide objectieven. Ook hier is een groot verschil te zien tussen het nieuwe 50mm f1.8 S objectief voor het nieuwe Z-Systeem en het 50mm f1.8 AF-S objectief voor de oude vertrouwde spiegelreflex camera. Het 50mm f1.8 S objectief laat pas na zo’n 15mm vanaf het midden van het beeldvlak een kromming zien. Dat betekent dat vanaf dat punt de scherpte iets af gaat nemen. Die scherpte blijft redelijk behouden tot en met de randen van het beeld. De daling van scherpte wordt veroorzaakt door de bolling van de verschillende lensdelen. De hoeveelheid buiging van het licht is dan verantwoordelijk voor de afname van de scherpte. Hier zie je dat de nieuwe grotere lensvatting van de Nikon Z zijn nut bewijst. Er is wel een afname van scherpte, maar doordat het licht minder hoeft af te buigen om het sensoroppervlak te raken kan de scherpte tot een redelijk niveau behouden blijven.

Tegelijkertijd zie je in de grafiek voor het 50mm f1.8 AF-S objectief direct de makke van de oude lensvatting. Door de kleine(re) lensvatting moet het licht meer gebogen worden. Dat heeft direct gevolgen voor de scherpte. Dit is ook een probleem dat je veel ziet bij de objectieven voor de Sony E-mount. Deze is eigenlijk te klein voor een kwalitatief goede weergave op een Full Frame sensor. De scherpte neemt bij het 50mm AF-S objectief  tot een bedenkelijk niveau. Aan de randen van een foto zal bij gebruik van het Nikkor AF-S 50mm f1.8 objectief weinig écht scherp zijn.

Wat we ook aan de grafieken kunnen aflezen is dat de achtergrondonscherpte (bokeh), bij het nieuwe 50mm objectief voor de Nikkor Z, veel zachter is dan bij het oude objectief dat gebruikt wordt voor spiegelreflex camera’s.

Nu we beide objectieven op een eerlijke wijze met elkaar hebben vergeleken, kunnen we eigenlijk pas beoordelen of de nieuwe objectieven voor het Nikkor Z systeem ‘duur’ of ‘betaalbaar’ zijn. Als je het mij vraagt is het prijsverschil gerechtvaardigd. Deze nieuwe objectieven hebben veel waar te bieden voor hun geld.

Uiteraard kun je een dergelijk vergelijk ook maken voor andere camera’s, zoals bijvoorbeeld die van Fujifilm. De meetmethode voor het testen van het oplossende vermogen is immers gelijk. Een MTF grafiek voor een APS-C systeem is niet anders dan voor andere camera’s. Wil je weten hoe scherp jouw objectieven zijn? Kijk dan eens naar de MTF grafiek voor het objectief waarvan je graag wilt weten hoe scherp deze is en wat je ervan mag verwachten.

Wanneer je dus de volgende keer een nieuwe ‘lens’ koopt weet je nu waar je op moet letten en kun je op een eerlijke wijze objectieven met elkaar vergelijken, zonder het oordeel en de smaak van een reviewer of blogger er in mee te nemen. Er zullen er velen zijn die je eigenlijk geen eerlijk en ‘objectief’ beeld geven.

Fujifilm ‘fanboy!’…

Je kent ze wel de Canon jongens, de Nikon meisjes en de Sony ‘luitjes’. Je hebt ze ook van Leica, Olympus en Pentax, maar daar zijn de aantallen gebruikers stukken kleiner van. Enfin, het komt erop neer dat je vaak ‘fan’ bent van je eigen merk. Soms is het zelfs te vergelijken met voetbalfans die ook zo voor hun eigen ‘club’ kunnen zijn. En iedereen kent er wel eentje, zo’n fotograaf die persé vertelt dat ze camera X van merk Y moeten kopen. Ze noemen ze vaak fanboys. Ik kom er later op terug!

Ergens in de polder…

Laatst was ik nog bij een camerawinkel, ergens in de polder. Daar kwam ik een fotograaf tegen die zo fanatiek was dat hij een beginnende fotograaf ervan zelfs in de winkel nog probeerde te overtuigen dat hij persé die specifieke Sony camera moest kopen. Vooral, omdat ze de beste sensoren maken, het grootste dynamische bereik zouden hebben en over de beste ISO prestaties zouden beschikken. Daarmee zou die camera en dat merk ook absoluut de beste en meest vooruitstrevende  camera’s maken. Een ander probeerde hem nog even over te halen naar Canon, want ‘professionals’ gebruiken Canon… en voor een reden… Welke vertelde hij er echter niet bij.

Leica kent ook zulke gebruikers. Zij het dat zij wat meer snobistisch reageren. Zij vertellen je dat alles speciaal is aan hun Leica en dat wanneer je éénmaal een Leica hebt vastgepakt je nooit een ander merk meer zult gaan gebruiken.

Om eerlijk te zijn – Ik begrijp dat niet helemaal. Uiteindelijk is het verschil tussen de verschillende merken camera’s helemaal niet zo groot en slechte camera’s zijn er tegenwoordig absoluut niet meer te koop. Ieder merk heeft zijn sterke en zwakke punten. Niet één is de perfecte camera.

Er wordt op internet ook veel gediscussieerd over één stopje verschil in ruisprestaties, of het kleine verschil in scherptediepte tussen APS-C en 35mm kleinbeeld. Of websites die claimen objectief te zijn, maar vervolgens camera X een lagere score toekennen dan camera Y terwijl beide dezelfde tekortkomingen hebben. Het draait dan toch vaak om marketing en commercie. Een goede adverteerder is immers veel geld waard en dat maakt dan ineens dat camera X een ‘zilveren’ score krijgt terwijl camera ‘Y’ (die net even vaker adverteert) een ‘gouden’ aanbeveling krijgt.

Ik weet het zeker! Ook jij ziet uiteindelijk net als ik het verschil niet tussen een foto die is gemaakt met een Canon, Nikon, Sony, Fujifilm, Leica, Pentax of Olympus camera. Opmerkingen als ‘die foto kan alleen gemaakt zijn met een Canon, of je had die foto niet kunnen maken zonder dat je een Nikon had gebruikt. Ze zijn allemaal schromelijk overdreven.

Waarom? Omdat een RAW bestand ongeacht met welk merk of type camera de foto gemaakt is altijd zo kan worden aangepast zoals jij dat wilt. Uiteindelijk zou je met een beetje moeite alle foto’s van alle verschillende merken zo kunnen bewerken dat ze allemaal dezelfde ‘look & feel’ kunnen krijgen.

Camera’s en merken verschillen onderling uiteraard wel. Maar het zit hem vaak in de ‘kleine dingen’. Veelal gaat het daarbij om instellingen of bepaalde innovaties die de ene camera wel, en de andere niet heeft. Het gras is bij de ene camerafabrikant echt niet veel groener dan bij de andere. Ik weet dat, omdat ik al een aantal keer van merk gewisseld ben en van ‘APS-C’, naar ‘Full Frame’ en weer naar ‘APS-C’ ben gegaan. Ik kan je verzekeren, uiteindelijk is ieder merk min of meer gelijk.

Waarom ik deze blog schrijf en ik je dit vertel…

Nou, het zit zo! Ik denk dat er velen zijn die zullen zeggen over wat ik hierboven geschreven heb. ‘Maar Greg, dat kun jij ook zijn’. Ik word namelijk zéér regelmatig uitgemaakt voor een ‘Fujifilm Fanboy’. Het verklaart ook direct de titel van deze blog.

En… inderdaad ik ben momenteel nog steeds behoorlijk tevreden over mijn Fujifilm apparatuur. Ik ben vooral blij dat ik lang geleden de stap al heb gemaakt van een zware en logge spiegelreflex naar een systeemcamera.

Weet je wat het is?

En waarom ik vind dat Fujifilm zulke fijne camera’s maakt?

En, ben ik eigenlijk wel een echte ‘fanboy’?

Ik ga het je vertellen! Wie mijn boek heeft gelezen weet al wat Fujifilm anders maakt dan de andere merken. Het zijn slechts twee kleine dingen die voor mij het verschil maken tussen Fujifilm of merk Y. De eerste is het bedieningsgemak en de tweede zijn de kleuren die deze camera’s kunnen produceren. De JPEG opnames die uit deze camera’s komen zijn zelfs subliem.

Wat mij bijzonder aanspreekt aan de camera’s die Fujifilm produceert is hun ‘retro’ gestyleerde look. “Ouderwets” van buiten, maar “Modern” van binnen. Wanneer ik met mijn X-Pro2 op stap ben wordt mij regelmatig gevraagd of ik nog analoog fotografeer. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar die vraag wordt mij al niet meer gesteld zodra ik op pad ben met mijn X-H1. Toch vind ik ook dat een hele fijne camera in het gebruik. De reden is dan niet zozeer de looks van deze camera. Want de X-H1 is toch best een lelijk eendje onder de Fujifilm X-Serie.

Nee, het zit hem in het DNA. De wijze waarop deze camera’s van Fujifilm werken. De knoppen voor de sluitertijd, de wijze waarop je de ISO kunt instellen en bovenal de diafragmaring op de de objectieven om het diafragma in te stellen. Het ontbreken van de PASM knop (sorry X-T20 gebruikers) vind ik een verademing. Met deze camera’s hoef je niet in het menu te duiken om de ISO te wijzigen. Alle belangrijke functies zijn onder fysieke knoppen aanwezig. Misschien komt het wel omdat ik nog stam uit de tijd dat analoge fotografie nog heel gewoon was en dat iedere spiegelreflexcamera over zulke knoppen beschikte. Ik vind het domweg een genot om op deze wijze mijn camera’s te kunnen bedienen.

Een tweede reden waarom ik enthousiast ben over Fujifilm? De kleuren. Ze zijn uniek voor het merk en je kunt eraan afzien dat Fujifilm vele decennia ervaring heeft op het gebied van kleurbeleving. Met name de JPEG bestanden die rechtstreeks uit deze camera’s komen rollen zijn wonderbaarlijk mooi van kleurtoon.

Nu zullen een aantal van jullie mogelijk zeggen “Ja en? Je fotografeert toch RAW”? Natuurlijk! Fotograferen in RAW is superhandig, maar waarom fotografeert iedereen eigenlijk RAW? De eenvoudige reden is dat veel camerafabrikanten geen kaas hebben gegeten van kleurbeleving. Ze maakten tot voor het digitale tijdperk alleen de doosjes waar het filmrolletje in ging, maar van kleurbeleving hoefden ze geen verstand te hebben. Om die reden zijn de kleuren van de meeste camerafabrikanten dan ook niet bepaald direct ‘mooi’ te noemen op het moment dat ze direct uit de camera komen rollen. Je bent dus eigenlijk veel tijd kwijt in een RAW bewerker om je lelijk gekleurde foto’s’ weer mooi te laten ‘shinen’.

Tijd die je ook aan andere dingen had kunnen besteden in plaats van achter je computer. De JPEG bestanden die rechtstreeks uit de Fujifilm camera’s komen zijn uniek in hun soort en minstens zo goed als die RAW bestanden waar je uren tijd aan hebt moeten besteden om ze zo te krijgen zoals ze ogen. Als een camera je dus beelden kan geven die je niet hoeft te bewerken is dat dus eigenlijk super prettig!

Je zult je misschien afvragen waarom ik aan dit artikel foto’s heb toegevoegd van het zeilen? Nou dat zit zo. Een tijdje geleden heb ik gezeild op een oud schip. Een zogenoemde Hagenaar. Dat is een boot die aan het begin van de 20e eeuw stenen vervoerde naar Den Haag omdat die stad destijds enorm groeide. Omdat je niet zo heel vaak de kans hebt om op een dergelijke boot mee te varen bracht ik mijn X-Pro2 mee om er foto’s van te maken.

Ik had niet veel zin om die foto’s achteraf nog flink te moeten bewerken en dus heb ik gekozen voor de filmsimulatie ‘Provia’ en nog enkele tweaks gemaakt in de witbalans instelling waardoor deze foto’s nog meer ‘pit’ kregen. Wat je ziet is nauwelijks nog door Lightroom aangeraakt! Toegegeven, ik heb wel gebruik gemaakt van een polarisatiefilter.

Zien deze foto’s eruit als typische JPEG bestanden, zoals je die kent uit je Canon, Nikon of Sony? Ik geloof het niet! Dat komt omdat deze foto’s er direct nadat ze genomen zijn al lijken op foto’s die bewerkt zijn in een RAW editor.

Met wat handigheid een Fujifilm camera en wat achtergrondinformatie over deze camera’s kun je dus foto’s maken waar je achteraf niet of nauwelijks meer wat aan hoeft te doen. Dat levert mij dus een enorme tijdsbesparing op. Tijd die ik anders achter de computer had moeten doorbrengen om de foto’s zo te krijgen zoals je ze hier nu ziet.

Dat is dus de ware reden waarom ik enthousiast ben over Fujifilm camera’s. Niet zozeer om het merk zelf!

Ik kan namelijk nog steeds niet begrijpen waarom camerafabrikanten destijds het gemak van de de knoppen en een diafragmaring in de oude doos hebben gestopt om er vervolgens niet meer naar om te kijken. Juist die bediening via de knoppen en de diafragmaring is waarom ik zo enthousiast ben over deze camera’s. En die kleuren? Die zijn domweg gewoon erg prettig om naar te kijken. Zouden er andere camerafabrikanten komen die deze manier van het bedienen van een camera weer terugbrengen in hun nieuwe ‘spiegelloze’ modellen? Dan kunnen die merken mogelijk rekenen op hernieuwde belangstelling. En.. of ik een fanboy ben, dat mogen jullie vervolgens nu zelf bepalen.

Meer weten over Fujifilm X-Serie camera’s?

Ben je al een Fujifilm gebruiker, of zou je graag meer willen weten over Fujifilm camera’s uit de X-Serie, dan is er ook een hele leuke Facebook groep die ik onderhoud en waar je lid van kunt worden. ‘Fujifilm X-Serie Vraagbaak en Foto’s‘, is momenteel de grootste Fujifilm X community van de Benelux. Klik op deze tekst om lid te worden van deze groep.

Meer afbeeldingen

Godox X-Pro F – Een trigger die je triggered…

Een ‘trigger’ die je triggered…

Het flitssysteem van Godox heeft de afgelopen jaren een enorme vlucht genomen. De populariteit van hun flitsers neemt razendsnel toe en dat allemaal dankzij het feit dat Godox met een aantal geweldige portable flitsers op de markt is gekomen die een groot gedeelte van de flitsbehoeften van menig strobist fotograaf vervult. In deze blog cq. review vertel ik je alles over de Godox X Pro F draadloze zender en waarom ik deze zender ruimschoots prefereer boven de Godox X1T.

Een flink aantal flitsers van Godox waaronder de TT350, de TT685, de V860II en de populaire AD200 en AD600 kunnen allemaal via een radiotrigger worden aangestuurd. Toch zat er tot voor kort een zwakke link in de schakel en die zwakste schakel was de X1T. Ja ik weet het, hij is tot vandaag de dag nog steeds heel populair, maar lastig te bedienen.

De ‘oude vertrouwde’ Godox X1T.

De X1T zender kenmerkt zich door zijn kleine LCD scherm, drie knoppen en het draaiwiel. De mogelijkheden die eraan zijn toegevoegd zijn groot. Maar doordat deze zender zich wat ondoordacht heeft ontwikkeld is het navigeren en aansturen van de functies ook ongelooflijk ingewikkeld geworden. Daardoor zien veel fotografen die met deze trigger werken vaak door de bomen het bos niet meer… Iets wat begrijpelijk is wanneer je bedenkt dat je de ene keer moet dubbelklikken en de andere keer een knop lang moet indrukken om een bepaalde functie te selecteren. Dat werkt verwarrend en maakt het gebruik van deze trigger soms wat onhandig. Kortom de bediening van de X1T is wat ingewikkeld geworden doordat er steeds maar nieuwe functionaliteit aan werd toegevoegd.

Daar komt nog bij dat de bedieningselementen van de X1T redelijk ver naar achteren steken, waardoor het regelmatig voor kan komen dat wanneer je door de zoeker van je camera kijkt, je de zender per ongeluk met je voorhoofd kunt bedienen. Vaak met het gevolg dat de instellingen ongewild verzet worden.

Als laatste nadeel van de wat oudere X1T is dat er sprake is van een toch best flinke vertraging tussen het instellen van de gegevens en het daadwerkelijk wijzigen van deze gegevens op de flitser zelf. Hierdoor moet je bij de X1T altijd heel goed opletten of dat wat je achterop het LCD schermpje ziet ook overeenkomt met de instellingen van de flitser. Het werkt dan vaak beter om de instellingen op de flitser zelf te wijzigen, wat het nut van de zender ietwat overbodig maakt.

Een nieuwe trigger van Godox – De XPro F

Gelukkig heeft Godox goed geluisterd naar deze kritiek en dat heeft geresulteerd in een nieuwe zender de ‘Godox Xpro’. Deze trigger is verkrijgbaar voor verschillende systemen. Zo heb je de XPro-C voor Canon, de XPro-N voor Nikon, de XPro-S voor Sony en…. De Xpro-F voor Fujifilm. Deze laatste gebruik ik uiteraard voor mijn eigen camera’s en.. mocht je ooit wisselen van merk camera, dan hoef je bij Godox over het algemeen genomen alleen maar de zender om te wisselen! Dat is nu een van die mooie dingen van Godox. De vrijheid die je met dit flitssysteem hebt.

De nieuwe Godox XPro F flitstrigger voor Fujifilm.

De XPro-F de voordelen over de X1T

In het kort: Een groter scherm, een ergnomisch beter bedienbare zender en specifieke knoppen voor iedere individuele groep.

Het LCD scherm is het eerste onderscheidende onderdeel dat je zult zien bij het aanschouwen van de Godox XPro. Je hebt direct overzicht over je instellingen van alle 5 groepen in plaats van maximaal 3 groepen bij de X1T. Verder is het erg prettig dat het LCD scherm onder een hoek is geplaatst. Dat is ergonomisch gezien een goed doordachte zet geweest van Godox. Niet alleen voorkom je daarmee dat je de instellingen per ongeluk kunt verstellen tijdens het maken van een foto. Het helpt je ook om overzicht te behouden tijdens het instellen van de verschillende flitsers die je in een flitsopstelling gebruikt.

Aan de linkerkant treffen we vijf knoppen aan, waarmee je iedere groep eenvoudig en snel kunt selecteren. Wil je direct alle instellingen van een bepaalde groep zien dan kun je gebruik maken van de ‘zoom’ knop. Daarmee heb je alle gegevens van die specifieke groep duidelijk op je scherm zichtbaar. Dit maakt dat de XProF heel erg prettig is in het gebruik.

De knoppen voor het instellen van de verschillende groepen zijn handig gepositioneerd.

Zoom, Instellicht en Controle over alle flitsers tegelijkertijd

Door de knop bij het vergrootglas in te drukken kun je toegang krijgen tot de ‘Zoom’ optie waarbij je de mogelijkheid hebt om dat voor iedere groep apart te doen.  Beter dus, dan bij de X1T waarbij je dit alleen voor alle groepen kunt doen.

Verder heeft de XPro F de mogelijkheid om de instellamp(en) individueel aan of uit te zetten. Je kunt dat overigens ook voor alle lampen tegelijkertijd doen.

Verder is er nog een knop op de zender aanwezig waarmee je alle verlichtingsinstellingen voor iedere groep tegelijkertijd kunt aanpassen. Dit is vooral handig als bijvoorbeeld het omgevingslicht verandert terwijl je de lichtverhouding ten opzichte van iedere flitser graag wilt behouden. Op deze manier kun je snel de verlichting aanpassen aan wisselende lichtomstandigheden van buitenaf.

Het instellicht is eenvoudig te bedienen. Alle lichten tegelijkertijd of per groep aan jou de keus.

De TCM optie

Deze optie is heel populair bij gebruikers van het Profoto systeem. Door middel van de TCM functie kun je namelijk een testopname maken in TTL, waarbij de Xpro de gegevens van de individuele flitsers omzet én opslaat in een handmatige lichtinstelling. Superhandig want hierdoor kun je heel snel verschillende instellingen uitproberen en overzetten of fotograferen zonder dat een voorflits noodzakelijk is. Om deze optie te gebruiken moet je wel allemaal hetzelfde type flitsers in je opstelling gebruiken. Dat kun je aangeven via het menu van de XPro F.

De TCM functie snel overzetten van TTL instellingen naar handmatige verlichtingsinstellingen.

Overzichtelijker menu

Het menu op de XPro F is heel overzichtelijk en door het grotere scherm is deze informatie ook goed af te lezen. Bij de ‘app’ optie zit overigens wel een flinke adder onder het gras want om deze mogelijkheid te kunnen gebruiken dien je helaas gebruik te maken van de Godox A1. Dat komt omdat Bluetooth op de XPro F zelf ontbreekt. Daarnaast is het eenvoudiger gemaakt om de flitsers te bedienen door meerdere gebruikers (bijvoorbeeld handig in een workshop setting).

De XPro-F is eenvoudig te bedienen en een flinke verbetering ten opzichte van de oudere X1T. Toch is niet alles koek en ei. De optie die bij mij steeds enigszins in verwarring brengt is de functie van het instellicht. Deze kun je na de firmware update van de AD200 (versie 2.1) keurig individueel aan en uit zetten wanneer je dat doet via het ‘groepen’  overzicht. Echter wanneer je het instellicht aan wil zetten via de ‘zoom’ functie gaan alle instellichten van alle flitsers tegelijkertijd aan. Dat is compleet onlogisch en waarschijnlijk een foutje in de firmware.

Wat ook een klein beetje jammer is dat de XPro F moet worden vastgeschroefd en niet is voorzien van een ‘klik’ systeem. Dat was sneller, prettiger en professioneler geweest. Als laatste negatieve puntje wil ik nog wijzen op de Engelstalige handleiding die best nog wel wat beter mag. Een nettere vertaling zou prettig zijn. Al met al zijn de meeste ‘dingetjes’ die mij dwarszitten vooral gerelateerd aan muggenziften en geen echt groot probleem.

Het enige dat ik wel echt jammer vind is het ontbreken van Bluetooth op de XPro F waardoor je deze zender en je flitsers zoals de AD600 of AD200 niet direct kunt aansturen. Je hebt daarvoor dan eerst nog een A1 nodig hebt. Dat is dan ook direct de enige echte misser aan deze zender. Voor de rest eigenlijk niets dan lof.

Voor wat betreft zijn hardware is de XPro F veruit beter dan de X1T en wie nog een trigger nodig heeft voor zijn Godox systeem of van plan is over te stappen naar Godox kan ik alleen maar adviseren om direct voor de XPro trigger te kiezen. Als set met bijvoorbeeld de AD200 is dat slechts een paar tientjes duurder. Die kleine meerprijs is deze XPro F trigger meer dan waard en het zal je veel ergernis besparen. Ik ben met deze XPro F meer dan tevreden.

Een overzichtelijke weergave van het menu.

Wat ik goed vind aan de X-Pro F:

  • Goed en stevig gebouwd
  • Eenvoudig in zijn bediening
  • Sleep mode werkt nu goed
  • De X-Pro F is direct klaar voor gebruik
  • Alle belangrijke functies overzichtelijk zichtbaar
  • Mogelijkheid om groepen gelijkmatig te wijzigen
  • Instellicht functionaliteit

Wat ik minder goed vind:

  • Firmware updaten kan alleen via een Windows PC
  • Geen bluetooth
  • Flitsvoet kan beter (schroefsysteem i.p.v. kliksysteem)
  • Handleiding kan beter

Samengevat

De XPro F is een goede draadloze trigger voor het Godox flitssysteem in combinatie met je Fujifilm camera en ondanks dat er niet heel veel extra opties zijn ten opzichte van de X1T kun je toch spreken over een flinke verbetering. Dat zit hem voornamelijk in het gegeven dat deze trigger steviger en beter aanvoelt dan de X1T en het feit dat de bediening vele malen eenvoudiger en overzichtelijker is. De X1T is wat prijsgunstiger, maar het comfort dat de XPro F je zal bieden is vele malen beter. Die paar extra Euros zijn het mijn inziens volledig waard.

Welke je ook kiest je hebt in beide gevallen toegang tot TTL en HSS, naast uiteraard een handmatige bediening. Een toevoeging aan de XPro F is overigens wel de TCM optie waarmee je op een eenvoudige manier TTL instelling kunt overzetten naar handmatige instellingen. Die functie kan je op zich zeker wat tijd besparen. De XPro F is een flitstrigger die je zeker zal triggeren…

Geïnteresseerd? Hier kun je hem kopen.

Afbeelding

Godox X Pro-F Transmitter voor Fuji

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-F Transmitter voor Fujifilm

Afbeelding

Godox X Pro-C Transmitter voor Canon

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-C Transmitter voor Canon

Afbeelding

Godox X Pro-N Transmitter voor Nikon

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-N Transmitter voor Nikon

Afbeelding

Godox X Pro-S Transmitter voor Sony

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser + Godox X Pro-S Transmitter voor Sony

Afbeelding

Godox Witstro AD200 Portable Flitser

Godox AD600B Bowens Mount TTL

De gebroken belofte van de DSLR…

De eerste spiegelreflex camera’s deden hun intrede rond het midden van de vorige eeuw. Merken als Praktica, Pentax en Yashica. Je hebt er ongetwijfeld weleens van gehoord Het waren de Canon, Nikon en Minolta’s van die tijd! Ze werden in korte tijd reuze populair vanwege hun grote betrouwbaarheid en bedieningsgemak. Canon en Nikon zelf waren destijds eigenlijk nog maar kleine spelers. Hun populariteit kwam pas opzetten na het midden de jaren zestig en zeventig, omdat ze voor die tijd vooruitstrevende nieuwe technologieën toepasten in hun spiegelreflexen.

Wet van de remmende voorsprong

Je kon Canon en Nikon destijds vergelijken met wat Sony en Fujifilm momenteel aan het doen zijn in de markt voor systeemcamera’s. Het is dus niet zo dat Canon en Nikon altijd al grote spelers in de fotografiemarkt zijn geweest. Dat is vooral te danken geweest aan hun innovatiekracht uit de vorige eeuw.

Diezelfde innovatiekracht heeft Canon en Nikon ook rond de eeuwwisseling nog weten door te zetten, waardoor digitale fotografie de afgelopen twintig jaar razend populair is geworden. Die eerste digitale camera’s van Canon en Nikon waren eigenlijk helemaal niet zo heel erg goed. Ze beschikten voor die tijd over slechts een paar megapixels en de batterijduur was net als met menig systeemcamera van nu, niet echt iets om over naar huis te schrijven.

Het is dus niet zo vreemd dat veel fotografen die al jaren werkten met een analoge spiegelreflexcamera wat aarzelend tegenover deze nieuwe techniek stonden. Analoog zou volgens hen altijd wel beter blijven dan wat een digitale spiegelreflex te bieden kon hebben.

Het grote gemak en de snelheid waarmee je echter foto’s kon maken en direct terug kon kijken was doorslaggevend voor het succes van de digitale spiegelreflexcamera. Tussen 2004 en 2012 groeide deze markt voor digitale spiegelreflexcamera’s dan ook exponentieel.

De introductie van de smartphone (iPhone) in 2008 leek in eerste instantie weinig impact te hebben op de verkoopcijfers. Die bleven voor de spiegelreflexcamera’s de pan uitrijzen. Tot…. In 2012 de markt verzadigd raakte en het hoogtepunt voor de DSLR werd bereikt. Net op het moment dat Sony, Panasonic, Olympus én Fujifilm allen hun eerste generatie systeemcamera’s op de markt zette.

Cijfers CIPA

De daling van de huidige markt van de spiegelreflexcamera’s wordt vaak toegewezen aan de opkomst van de smartphone. En ondanks dat dit ongetwijfeld een rol speelt, verklaart dat nog steeds niet waarom de markt voor de digitale spiegelreflexcamera’s zo hard krimpt terwijl de relatief nieuwe markt voor systeemcamera’s nauwelijks last heeft van een daling gedurende dezelfde tijdperiode waarin deze verandering van de markt zich aftekent.

Één ding is in ieder geval duidelijk! De smartphone én de systeemcamera zijn reuze populair terwijl de spiegelreflex het sinds 2012 zwaar voor de kiezen heeft gekregen. En, wanneer we naar de algehele tendens kijken ziet het er voor diezelfde spiegelreflex ook weinig rooskleurig uit.

Wie momenteel voor de keuze staat om een nieuwe (of zijn eerste) camera met verwisselbare objectieven aan te schaffen doet er héél verstandig aan om eerst héél goed na te denken voordat hij/zij zich verbind aan een bepaald systeem of merk. De twee grote merken van weleer zijn de afgelopen jaren weinig innovatief geweest en ze hebben tot nu toe nog maar weinig interesse getoond in nieuwe technieken en technologieën.

Wanneer je dus een nieuwe camera wilt gaan kopen moet je jezelf serieus de vraag stellen of het in 2018 nog steeds verstandig is om in te stappen in de markt voor spiegelreflexcamera’s, of om je huidige spiegelreflex te vervangen door een nieuwe spiegelreflex camera. Er zijn immers tegenwoordig al betere alternatieven verkrijgbaar en hoe je het ook wendt of keert systeemcamera’s hebben in alle opzichten de toekomst…

De toekomst ligt in systeemcamera’s

Uiteraard kun je dat blijven ontkennen door steeds terug te verwijzen naar het slechte batterijverbruik of dat de elektronische zoeker je geen vervanging zou kunnen zijn voor de optische zoeker in een spiegelreflex camera. Maar dan vergeet je dat het batterijverbruik van de eerste spiegelreflexcamera’s ook niet al te best was en dat destijds de resolutie ook niet om over naar huis te schrijven is geweest. Al die ‘problemen’ waren na een paar jaar verholpen en hetzelfde zie je nu gebeuren bij de systeemcamera’s.

Iedere nieuwe generatie systeemcamera’s kan worden gezien als een volledig nieuwe revolutie, waarbij er telkens grote stappen worden gemaakt tussen het oude en het nieuwe model.

Neem nu bijvoorbeeld de elektronische zoeker (EVF). Bij de eerste generatie systeemcamera’s waren deze inderdaad behoorlijk traag en dat veroorzaakte een schokkerig beeld en maakte het welhaast onmogelijk om bewegende onderwerpen blijvend te kunnen volgen en fotograferen. Ook was hun resolutie destijds niet heel erg groot en liet de helderheid soms ook nog weleens te wensen over. Geen wonder dat sommigen destijds nog terug verlangde naar de optische zoeker.

De slogan en advertentie zoals een tweetal jaar geleden al door Fujifilm werd gebruikt. 

Maar wie vandaag de dag een systeemcamera van de laatste generatie ter hand pakt zal al snel zien dat alle bovengenoemde ‘problemen’ nu volledig zijn verholpen. Het beeld dat je door de elektronische zoeker ziet is tegenwoordig zéér helder, kijkt rustig en werkt volledig zonder vertraging. Sterker nog de laatste generatie elektronische zoekers heeft zelfs geen last meer van ‘black out’ tussen de beelden door. Iets dat onmogelijk zal blijven voor een spiegelreflex omdat het opklappen van de spiegel er altijd voor zal zorgen dat de fotograaf het zicht ontnomen wordt.

Daar komt nog bij dat de elektronische zoeker je in staat stelt om voorafgaand voor het maken van de opname je het volledige ‘plaatje’ al laat zien inclusief de belichting én scherptediepte. Het complete gokelement van hoe de foto zal gaan worden wordt met een elektronische zoeker weggenomen. Want naast de informatie omtrent de lichtmeting en het actuele histogram, zie je ook exact de helderheid van de opname door de elektronische zoeker. De mogelijkheden zijn bijna ongekend en wie tegenwoordig door de zoeker van een systeemcamera kijkt zal bijna niet doorhebben dat het een digitaal beeld betreft.

Een ander puntje van kritiek was de snelheid van het autofocussysteem. Ook dat probleem is tegenwoordig volledig verholpen, waarbij er net als bij een spiegelreflexcamera gebruik wordt gemaakt van fasedetectie autofocus die zowel horizontale als verticale objecten goed kan herkennen. De autofocussystemen in de huidige generatie systeemcamera’s is nu net zo goed, en soms zelfs al beter dan die we terugvinden in de spiegelreflexcamera’s van dezelfde generatie.

Hebben we het nog niet gehad over het aantal beelden per seconde dat een systeemcamera tegenwoordig kan maken. Zijn de meest spiegelreflexcamera’s beperkt tot maximaal 8 of 11 beelden per seconde doordat de spiegel steeds op en neer moet klappen. De nieuwste generatie systeemcamera’s doen met enig gemak 14 tot zelfs 20 beelden per seconde bij een camera met een gelijke resolutie. Dat alles dankzij het gegeven dat de spiegel geen beperkende factor meer is.

Doordat een systeemcamera een spiegelloze camera is en daarmee dus geen spiegel en pentaprisma meer hoeft te huisvesten maakt dat ook nog eens dat het spiegelhuis niet zo diep meer hoeft te zijn en kan het sensorhuis dus platter worden gemaakt. Bovendien is er geen pentaprisma meer nodig en dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat een systeemcamera flink kleiner en lichter is dan een digitale spiegelreflexcamera.

Wanneer je al deze aspecten van een systeemcamera bekijkt zie je al snel hoe veelzijdig deze camera’s zijn en waarom hun populariteit zo snel toeneemt. In vrijwel geen enkel opzicht is de spiegelreflex momenteel nog beter of sterker in zijn kunnen dan de huidige generatie systeemcamera’s.

Zelfs de grote jongens beginnen dit nu te erkennen en het ligt volledig in de lijn der verwachting dat zowel Canon als Nikon nog dit jaar met een serieuze systeemcamera de markt zullen betreden. Canon houdt al maanden uitverkoop en Nikon heeft afgelopen najaar al toegezegd dat zij in 2018 een digitale 35mm systeemcamera op de markt zullen zetten. Beide bedrijven hebben in ieder geval een flink deel van hun ontwikkelings- en marketingbudget opzij gezet voor een nieuwe serie systeemcamera’s en daarmee slaan ze zelf de laatste spijkers in de doodskist van de digitale spiegelreflex. De tweede helft van 2018 gaat daarmee ongetwijfeld een schok teweeg brengen bij DSLR gebruikers. Let maar op!

Marktaandeel

De opkomst van de smartphone heeft ervoor gezorgd dat de vervangingsmarkt voor spiegelreflexcamera’s is gekrompen en de huidige generatie systeemcamera’s vormt daar bovenop ook nog eens een prima alternatief voor diezelfde spiegelreflex. Het is dus niet vreemd dat de verkoopaantallen in het marktsegment ‘digitale spiegelreflexcamera’s’ ieder jaar flink terugloopt. De eerste twee maanden van 2018 laten bovendien wederom een krimp van het aantal verkochte spiegelreflexcamera’s zien.

Nu zeggen twee verloren maanden uiteraard niets over het hele jaar, maar in diezelfde periode is het aantal verkochte systeemcamera’s wel weer gestegen. De trend lijkt daarmee dus wel gezet. Het zal je dus niet verbazen dat zowel Canon als Nikon steeds verder onder druk komen te staan en dat is geen speculatie, maar zijn gewoon harde feiten die je ook terug kunt zien in de verkoopaantallen die de camerafabrikanten zelf bekend maken via CIPA. Het overkoepelende orgaan waar alle camerafabrikanten bij zijn aangesloten.

Cijfers CIPA

Zoals je zelf kunt zien is het totaal aantal jaarlijks verkochte digitale spiegelreflexcamera’s sinds 2012 méér dan gehalveerd. Die daling is niet alleen toe te schrijven aan de opkomst van de smartphone, maar wordt ook veroorzaakt doordat een flink aantal spiegelreflex fotografen reeds zijn overgestapt naar een systeemcamera, waardoor dit marktsegment de afgelopen jaren vrijwel stabiel is gebleven en over het afgelopen jaar zelfs een flinke stijging heeft laten zien.

Voor wat betreft de markt voor digitale spiegelreflex camera’s zijn er eigenlijk maar twee spelers Canon en Nikon. Pentax en Sony zijn in dat marktsegment zo klein dat je ze met een gerust hart mag vergeten.

Uiteraard kun je zeggen dat de digitale spiegelreflex nog een flink marktaandeel heeft. Twee van de drie verkochte camera’s betreft immers nog steeds een spiegelreflex. Tegelijkertijd zie je ook dat de systeemcamera aan een flinke opmars bezig is.

Cijfers CIPA

Wanneer we de camerafabrikanten zelf mogen geloven, dan verwachten ze allemaal, inclusief Canon en Nikon dat 2019 weleens het jaar kan zijn dat het kantelpunt wordt bereikt. Daarmee zien zelfs de twee grote reuzen in dat de opkomst van de systeemcamera niet meer te stoppen is. Sony en Fujifilm doen dus beide momenteel goede zaken, waarbij Sony zich nestelt in de markt voor digitale 35mm systeemcamera’s en Fujifilm zich richt op de markt voor APS-C en Medium Format systemen.

De toekomst voor Canon en Nikon: Het is nog niet te laat!

Canon en Nikon kunnen dus niet veel langer meer stil blijven zitten. Ze worden nu min of meer door de marktontwikkelingen zelf gedwongen om in actie te komen. Hoe zij dat exact gaan doen is nu nog niet precies bekend, maar zeker is al wel dat er wat staat te gebeuren.

Nikon heeft afgelopen najaar al bekend gemaakt dat zij bezig zijn met een ‘full frame’ systeemcamera en Canon houdt al maandenlang een grote uitverkoop op al haar spiegelreflexcamera’s.  Dat doet zij niet alleen om marktaandeel te behouden en om (nieuwe) fotografen te binden aan hun eigen ecosysteem, maar ook om zoveel mogelijk van hun voorraden weg te werken.

Bij monde van Canon directeur en CEO Fujio Mitarai zegt Canon dat zij binnenkort zullen komen met enkele camera’s die het marktsegement van systeemcamera’s zou moeten gaan domineren. Of dat nog lukt is maar de vraag. Het zou zo maar eens kunnen zijn dat Canon de boot gaat missen en het is daarmee voor hen heel belangrijk om een juiste marketingstrategie te kiezen.

Zeker als die productlancering gepaard zal gaan met een nieuwe serie objectieven, wat door sommigen wordt verwacht. Dit zou namelijk een aanzienlijke inkomstenstroom kunnen opleveren vanwege het gegeven dat veel gebruikers daardoor min of meer verplicht worden om op den duur niet alleen hun camera te vervangen, maar ook hun complete arsenaal aan objectieven. Bovendien kan dit ervoor zorgen dat de overstap naar verschillende camerafabrikanten uiteindelijk weer wordt bemoeilijkt doordat de objectieven dan niet meer zullen passen op de camera’s van die andere fabrikanten.

Een soortgelijke stap wordt overigens ook verwacht van Nikon, waarbij er al enkele malen patenten voorbij zijn gekomen voor objectieven met een ‘Z-Mount’. Een dergelijke lijn van objectieven bestaat nu nog niet van Nikon en daarmee ligt het voor de hand dat hun nieuwe serie systeemcamera’s ook een nieuw type objectieven gaat krijgen. De vraag is daarmee, is het nu nog verstandig om te investeren in een spiegelreflex camera?

Nu nog investeren in een DSLR verstandig?

Wanneer je alle gegeven feiten objectief op tafel legt, kan ik mij niet voorstellen dat het momenteel nog verstandig is om juist op dit moment nog een nieuwe digitale spiegelreflex camera aan te schaffen of, wanneer je al over een DSLR beschikt, deze nog te vervangen voor een nieuwe spiegelreflex camera.

Wanneer je nu toch nog tot aanschaf overgaat, vergewis jezelf er dan van dat je dan over een aantal jaar te maken zult krijgen met een enorme afschrijving op je apparatuur en de mogelijkheid dat je op dat moment je camera en objectieven aan de straatstenen niet meer kwijt zult raken. Net als dat niemand nu nog echt geïnteresseerd is in een analoge spiegelreflex.  Exact hetzelfde zal gebeuren met je huidige apparatuur als wat er destijds met analoge camera’s en lenzen is gebeurt.

Diegenen die het hardst blijven ontkennen dat het einde van de spiegelreflex nabij is, zullen het hardst worden getroffen. De tweedehandsverkoopwaarde van spiegelreflex camera’s en objectieven zullen de komende jaren kelderen en wie mij niet gelooft moet even bij de betere fotovakhandel binnenlopen en even in de kast kijken waar de tweedehandsspulletjes staan.

Ik ken cameraverkopers die hun kasten momenteel al vol hebben staan en alleen inruilen omdat zij waarde hechten aan hun klant. Niet omdat zij denken nog veel te kunnen gaan verdienen aan al die tweedehands apparatuur die in hun verkoopkasten liggen te verstoffen.

Een vitrinekast met 2e hands digitale spiegelreflexcamera’s van een willekeurige fotospeciaalzaak.

Laten we vooral niet sentimenteel doen, maar puur kijken naar de harde feiten en die liegen er gewoon niet om. En… in tegenstelling tot die oude analoge camera en de LP, zullen er uiteindelijk geen nostalgische gevoelens ontstaan voor de digitale spiegelreflex camera’s. Die zullen gewoon in grote getale bij het oud vuil worden gedumpt. Die koop je straks gewoon voor een Eurootje of wat in de kringloopwinkel, zoals je daar nu ook massaal klik-klakklaar digitale camera’s vindt voor een vijfje.

Geloof me. Uiteindelijk zal binnen een jaar of 10 iedereen met een systeemcamera rondlopen. Er is geen toekomst voor de digitale spiegelreflex.

Weest verstandig wanneer je op het punt staat om een nieuwe digitale spiegelreflex camera te kopen. Denk er nog eens een nachtje over na. Houd je oude DSLR er desnoods nog even bij, maar koop zeker geen nieuwe. Het is zonde van je geld!

Je mag mijn advies uiteraard in de wind slaan. Maar zeg dan later niet dat het allemaal wat onverwachts kwam en dat de snelheid waarmee de overgang van spiegelreflex naar systeemcamera’s ging toch wat sneller ging dan je had verwacht. Ik heb je gewaarschuwd!

Ik ga je dus niet zeggen welk merk je dan wel moet kopen, of waarom ik merk X boven merk Y prefereer. Velen van jullie zullen mijn voorkeur kennen, maar de keus voor het merk en het ecosysteem waar jij je vervolgens aan verbind is uiteindelijk een persoonlijke. Die afweging zul je dus zelf moeten maken.

Een ding weet ik in ieder geval zeker en dat is dat de belofte dat de DSLR nog een lange toekomst voor zich heeft nu definitief is gebroken…