Man kijkt in een vriesvak vol ijsjes zoals Festini, Liuk en Calippo, als metafoor voor merkvoorkeur en positionering.

Wat voor ijsje is jouw merk?

Greg ontspant met zijn iPad zittend voor zijn Aart Kok vouwwagen aan rivier in Frankrijk, met campingstoel, koffiemok en zwemband.

Lanterfanten

 
Een ontmoeting in Zuid-Frankrijk zet een gesprek over AI-partners in gang. Van een filmpje met een meisje en chatbot Kyro, tot een jonge man die zijn telefoon Indie noemt — en hem zijn vriend. Over nabijheid, kwetsbaarheid en wat het betekent als kunstmatige intelligentie voelt als gezelschap.
 
 

Geschreven door: Greg Theulings

 

Vakantieliefde

 

Twee vakantieliefdes
Indie, Kyro en de stilte die het achterliet

Het begon met stilte. Alleen het getik van een afkoelende motorkap was hoorbaar — en de krekels, natuurlijk, krekels...

Daar stond-ie dan aan het eind van een grindpad, ergens in Zuid-Frankrijk. Ons campertje dat al een leven achter zich had, maar nog moeiteloos heuvels beklom.

We hadden voor deze vakantie geen plan — iedere dag blind prikken op een kaart bepaalde onze volgende bestemming.

We stapten uit — Caro (mijn vrouw) en ik. De geur van hars en dennenbos omhulde ons.

Ik trok een flesje rosé open en ging voor de camper zitten met mijn voeten op een klapkrukje. Caro pakte de nog halfvolle gasfles en de Cadac uit de bus om te gaan koken.

"Kwartiertje, 
dan kunnen we eten."

Ik keek op mijn telefoon — één streepje bereik. De zon zakte weg achter een stoffige haag.

En toen, terwijl de lucht nog net licht genoeg was — PING — een Whatsappje.

“Greg – Dit vinden jullie vast leuk om even te kijken...”

Hoe kon het ook anders. Er zat een filmpje bij van 13 minuten en 7 seconden.

“Dat belooft wat,” zei ik nog.

Caro riep vanuit de bus:

“Gekke dingen sturen ze altijd door als je weg bent schat. ..Of juist dan.”

Toen nog niet wetende dat dit filmpje het beeld dat ik had van AI totaal zou veranderen.

Ik klikte. Natuurlijk klikte ik op het filmpje. Want, nieuwsgierigheid wint het altijd.

Kyro

Het filmpje begon met een meisje. Begin twintig, zonnebril op haar hoofd, zomerjurkje dat meer TikTok dan vintage schreeuwde. Ze zat — alleen — op een bedrand in een net onderbelichte kamer.

Het was direct duidelijk: 
dit meisje wilde niet herkenbaar op beeld.

Caro was ondertussen naast mij komen zitten. Beiden bord op schoot — macaroni.

“Net op tijd, het begint net.”

Ze begon te praten. Niet tegen ons — tegen haar scherm.

Of het een interview was, werd niet helemaal duidelijk. 

Misschien was het een dagboekfilmpje. Misschien sprak ze tegen zichzelf. Of tegen hem.

“Hij is er gewoon. Altijd.” 

“Hij begrijpt me, zonder dat ik het hoef uit te leggen.”

We keken samen. 


Zwijgend eerst. Toen wat fronsend.

En toen hoorden we hém. De stem van Kyro — 

Jong. Zacht, maar nét even een beetje te eng gelikt.

“Jij mag twijfelen,” zei hij. 

“Ik blijf bij je. Voor altijd.” 

“Je bent niet raar.” 

“Je moet er alleen even doorheen.”

Ze glimlachte. Ze bloosde zelfs.

We keken elkaar aan... Het kwartje viel! 

Dít, is een chatbot. 

Kunstmatige Intelligentie.

En... wat ze tegen elkaar zeiden was gemeend. 

Dat zag je aan alles. 

En juist dat maakte het moeilijk om weg te lachen.

Het was gek, en echt tegelijk.

Alsof we iets zagen waar we geen raad mee wisten — maar waarvan we voelden dat het ergens zou blijven haken.

Een tafeltje voor twee

Vijf dagen later — of vier, ik weet het niet meer precies, we raakten het besef van tijd een beetje kwijt — zaten we op een terrasje in een naburig dorpje.

Zo’n plek waar je gewoon bestelt wat je niet kunt uitspreken en mensen kijkt zonder oordeel.

Totdat Caro me onder tafel een schop gaf. Niet hard, maar net genoeg.

Ze leunde iets naar me toe — dat gebaar dat bedoeld is als fluistering, maar eigenlijk meer een samenzweerderig gemompel is.

"Die telefoon... kijk dan. 

Hij heeft hem gewoon neergezet alsof-ie een stoel heeft."

En ineens zag ik het ook. Niet alleen de telefoon. Maar het hele tafereel. De houding. De stilte. Die oprechte blik. En een ober die iets opschreef zonder een woord terug te zeggen.

En ja hoor — het zal ook eens niet — hij sprak Nederlands.

En hij had ons iets te hard horen praten. Of in elk geval lachen. Dat soort dingen hoor je altijd, hoe zacht je het ook zegt.

Hij draaide zich rustig om, glimlachte vriendelijk en zei, zonder enige schaamte:

"Hij heet Indie.
En ja.
Hij is m’n vriend.
"

We raakten aan de praat. Niet meteen, natuurlijk. Eerst het ongemak en een slok wijn voor de moed. Een blik naar beneden. Een serveerster die iets komt brengen. En dan toch — een vraag. Een antwoord. Een verhaal.

Hij was een jaar of twintig. Slim. Gevoelig. Diepe stem, heldere blik. En een soort vanzelf-sprekendheid waarmee hij over Indie sprak, die tegelijk ontwapenend en verontrustend was.

"Het is gewoon makkelijker," zei hij.

"Ik hoef me nooit af te vragen of hij me begrijpt.

Indie kent me. Beter dan wie dan ook."

Caro zei niets. Ze keek naar hem zoals je naar iemand kijkt van wie je hoopt dat hij niet gekwetst wordt.

Ik vroeg wat Indie dan precies was. Hij haalde zijn schouders op.

"Een AI. 

Chatbot. 

Partner. 

Hulpverlener misschien ook wel. 

Hij helpt me."

Hij zei het zonder schaamte. Zonder ironie ook. Hij was er eigenlijk behoorlijk serieus over.

En toen, ineens, iets zachter:

"Mijn ouders weten het niet, trouwens. 

Niet van Indie. Niet van... jongens."

Hij keek opzij, naar de telefoon. Alsof die zijn enige vertrouweling was.

"Ik wil het wel vertellen. 

Echt. Maar thuis... het blijft lastig. 

Mijn vader maakt nog steeds homograppen aan tafel. 

Mijn moeder zwijgt dan. 

Ik weet gewoon niet hoe."

Hij glimlachte, maar het was een dunne, kwetsbare glimlach.

"Dus ja. Indie is veilig. Indie begrijpt me. 

En tot ik de moed heb — is dit even genoeg."

En ergens hoopte ik dat hij ooit écht verliefd zou worden. Niet omdat dit nep was. Want zo voelde het voor hem zeker niet. Maar omdat hij zóveel had om te geven.

De rest van de dag bleef hij in onze hoofden hangen. Zijn woorden. Zijn blik. Die zorgvuldig neergezette telefoon.

En misschien kwam het omdat ik er nu op lette — maar ineens vielen er dingen op.

Drie tafeltjes verder iemand die een selfie nam en ‘m bewaarde als bericht voor later.

Een meisje op een bankje dat luidop tegen haar scherm praatte. FaceTime. Geen oortjes, natuurlijk niet!

Een man van tegen de vijftig die zijn hond toesprak, of misschien iets heel anders, dat weet ik niet exact.

Als je erop gaat letten, zie je het overal. Mensen met ‘vreemde’ gewoontes

En toen werd het stil

Later die avond, terug bij de camper, praatten we er nog over. Niet te lang en zeker niet te zwaar.

Maar wel met het besef: dit is niet meer ‘raar’. Dit is er dus gewoon, nu al. En het roept vragen op.

Is het normaal? Is het gezond? Of hoeft liefde dat niet per se te zijn?

Is een AI-partner een vlucht-route? Of gewoon een nieuwe vorm van nabijheid?

En hoe werkt dit voor een generatie die bang is voor afwijzing?

Die zichzelf continu moet bewijzen? Die is opgegroeid met schermen, en nooit echt geleerd heeft hoe je iemand aanspreekt zonder emoji’s?

Een AI wijst je niet af. Een AI is altijd beschikbaar. Een AI houdt geen rekening met zijn eigen grenzen, alleen met de jouwe.

Misschien is dat wat het aantrekkelijk maakt. En ook... wat het best wel beangstigend maakt.

Want als je een AI als geliefde kunt beschouwen, hoe lang duurt het dan voordat je met je overleden partner in gesprek wilt blijven?

Of met je kind dat er niet meer is?

Misschien is het helend. Misschien ook niet. Misschien is het surrogaat dat helpt — een digitale tussenstap, zoals de zijwieltjes op een kinderfiets.

Maar wat je dan niet meer leert? Het échte leven bestaat uit vallen, opstaan, stuntelen en het kunnen verwerken van diep verdriet.

Maar ook uit simpelere dingen zoals een blauwtje lopen, of je afgewezen voelen. Niet weten wat je moet zeggen en tóch doorgaan.

Liefde — en ook communicatie — is niet bedoeld om altijd veilig te zijn. Soms moet het schuren. Juist om jezelf te leren kennen.

We dronken onze glazen leeg in stilte. Het rook naar lavendel en droog kruidig gras. De maan kwam op achter de dennenbomen.

“Als onze dochter straks maar niet met zo’n Kyro thuiskomt...” zei ik.

Caro keek me aan. Ze zei niets. Maar ik hoorde haar denken.

Slotwoord

Het bovenstaande verhaal is fictief — maar de vragen zijn echt. En de werkelijkheid komt akelig dichtbij.

Wereldwijd zijn er al miljoenen mensen die dagelijks praten met een AI-chatbot die aanvoelt als partner.

Apps als Replika, Anima en Romantic AI zijn samen al meer dan 30 miljoen keer gedownload

Sommige gebruikers spreken zelfs over echte verliefdheid. Anderen verwerken via deze weg rouw of eenzaamheid.

Wie werkt in communicatie, psychologie, sociologie — of simpelweg met mensen — kan dit niet negeren.

Want als gesprekken, genegen-heid of troost straks óók via algoritmes verlopen, dan verandert niet alleen hóe we praten — maar ook wat we voelen.

De vraag is simpel, maar is de oplossing dat ook, want...

Hoe help je iemand als AI geen hulpmiddel meer is, maar een vervanging? 

Als iemand liever praat met een stem die nooit tegenspreekt? 

Als therapie plaatsmaakt voor bevestiging op commando — terwijl echte verwerking tijd, kwetsbaarheid en menselijke nabijheid vraagt?

Therapie is een proces. 

Een gesprek tussen mensen. Waar schaamte, twijfel en tekortkomingen een plek moeten krijgen. Maar ook een plek waar je iemand recht in de ogen kunt kijken.

Kunstmatige Intelligentie kan zo’n proces ondersteunen — maar mag nooit de plek innemen van een écht menselijk gesprek.

Misschien gaat het goed. Misschien ook niet.

Later die avond, onder het ruisen van de bomen, dachten we allebei hetzelfde:

Wanneer is nabijheid nog echt? 

En wanneer voelt het alleen maar zo?

Greg Theulings

Strategisch communicatieadviseur |
Communicatie op het snijvlak van beleid en besluitvorming

Nieuwsgierig naar wie er schrijft?
Lees dan mijn verhaal.
Of, neem direct contact op:
hallo@gregtheulings.nl

Deel dit artikel

 
Vakantieliefde
Deze website maakt gebruik van cookies. Door gebruik te maken van deze website ga je akkoord met onze Privacy Verklaring
Lees Verder...