Over talkshows, sociale media
en hoe iedereen nét wat anders kijkt.
Normaal kijk ik rond half zeven meestal naar EenVandaag. Altijd even kijken of mijn verre achterneef Remco Theulings nog iets ingewikkelds over Den Haag mag uitleggen zonder dat iemand er doorheen begint te praten.
Klein onbenullig feitje; Blijkbaar produceert de familie Theulings bovengemiddeld veel mensen die betaald krijgen om ergens iets van te vinden. De één eindigt als politiek duider op televisie, de ander schrijft lange stukken over waarom televisie misschien iets teveel politieke duiders heeft gekregen. Die avond was er blijkbaar weinig spannends gebeurt, want voordat ik het wist werd ik wakker bij Eva. Of eigenlijk: bij de vervangster van Eva.
Normaal zap ik meestal weg zodra ik dat “geboink, boink, boink” van de opening hoor. Dat geluid voelt een beetje alsof de televisie alvast wil aankondigen dat nuance opnieuw een moeilijke avond tegemoet gaat.
De presentatrice, ook blond maar wat ouder, bleek gewoon Antoinette Hertsenberg te zijn. Dat zag ik pas na een paar minuten. Bij haar verwacht ik normaal gesproken gesprekken over kapotte diepvriezers, woekerpolissen of leveranciers die zich verschuilen achter een brievenbusfirma ergens op een bedrijventerrein in Almere. Maar deze keer ging het gewoon over inhoudelijke onderwerpen. Eigenlijk net als bij Eva. Alleen anders. Rustiger vooral. Het was net of ineens de gasten hun zinnen weer mochten afmaken.

In veel talkshows bepaalt de presentator niet alleen het onderwerp van het gesprek, maar ook het tempo waarmee iemand mag reageren.
Het opvallende was dus niet eens de inhoud van het gesprek, maar het gebrek aan haast tijdens het gesprek. Het voelde alsof er nu geen voelbare drang aanwezig was om emoties voor te sorteren, of lichte paniek zodra een antwoord ingewikkeld dreigde te worden. Er viel zelfs af en toe een korte stilte. Ik schrok er zelf bijna van.
En terwijl ik zat te kijken, merkte ik iets ongemakkelijks. Ik merkte ineens hoe sterk een presentator de sfeer van een gesprek bepaalt. En, hoe snel je daar als kijker eigenlijk aan gewend raakt. Sommige programma’s voelen inmiddels minder als journalistiek en meer als een sociale omgeving met een eigen ritme, eigen reflexen en een eigen idee van wat een logisch gevoel bij een onderwerp hoort te zijn.
Het ritme van moderne televisie
Misschien komt dat ook omdat moderne televisie allang niet meer alleen draait om informatie. Het gaat steeds vaker om ritme. Om tempo. Om het gevoel dat een gesprek ergens naartoe moet voordat de kijker naar zijn telefoon grijpt.
Dat zie je overigens overal wel terug. In talkshows, nieuwsprogramma’s, podcasts, zelfs in de manier waarop interviewfragmenten later weer op sociale media rondgaan. Gesprekken mogen nauwelijks nog langzaam ontstaan. Er moet snel een duidelijke emotie zichtbaar worden. Irritatie werkt goed. Verontwaardiging nog beter. Een licht ongemakkelijke stilte voelt inmiddels bijna als technisch falen.
Daardoor gebeurt iets geks met presentatoren. Ze begeleiden het gesprek niet alleen meer, ze bepalen steeds vaker de temperatuur ervan. Soms subtiel. Een kleine frons. Een samenvatting die alvast richting geeft. Een onderbreking precies op het moment dat iemand een ingewikkelde gedachte probeert te formuleren. Of juist een overdreven instemmend knikje waardoor de rest van de tafel direct begrijpt welke richting sociaal veilig voelt.
Dat is niet eens per se kwaadaardig. Het is gewoon televisielogica geworden.

Mensen kiezen zelden alleen een programma. Vaak kiezen ze ook een ritme waarin hun manier van kijken vertrouwd voelt.
Want televisie houdt van duidelijkheid. Van herkenbare emoties. Van gesprekken die niet te lang boven de markt blijven hangen. En eerlijk is eerlijk: als kijker went dat ritme ook ontzettend snel. Ik merk het bij mijzelf net zo goed. Zet drie rustige gesprekken achter elkaar op televisie en de helft van Nederland denkt binnen tien minuten dat de afstandsbediening stuk is.
Maar precies daarom viel die avond bij Eva zo op.
De onderwerpen die deze avond werden besproken waren niet anders dan normaal. Die gingen nog steeds over politiek, maatschappelijke spanning en publieke discussie. Eigenlijk precies dezelfde ingrediënten zoals we van ‘EVA’ gewend zijn. Alleen zonder het gevoel dat iedereen voortdurend alvast moest reageren vóór iemand uitgesproken was.
En misschien zit daar wel iets groters onder. Want hoe langer ik keek, hoe meer ik begon te vermoeden dat veel moderne journalistiek niet alleen meer bepaalt waar we naar kijken, maar ook hoe we ergens op horen te reageren.
Waarom mensen zich thuis voelen bij bepaalde media
Mensen denken vaak dat ze neutraal televisie kijken. Dat ze gewoon hun eigen voorkeur hebben voor een presentator of programma. De één kijkt graag naar Vandaag Inside, de ander naar Nieuwsuur, Eva, Renze of Bar Laat. Alsof het alleen smaak is. Een beetje zoals voorkeur hebben voor Italiaanse koffie of filterkoffie uit een apparaat dat klinkt alsof er een betonmolen in de keuken staat.
Maar volgens mij kiezen mensen niet alleen programma’s. Ze kiezen ook een omgeving waarin bepaalde reacties logisch voelen.
Dat klinkt zwaarder dan ik het bedoel. Toch herken je het meteen zodra je erop gaat letten.
SBS voelt anders dan de NOS. LinkedIn voelt anders dan Facebook. TikTok is anders dan YouTube. Niet alleen qua inhoud, maar qua ritme. Qua spanning. Qua toon. Op LinkedIn lijkt iedereen permanent onderweg naar een netwerkborrel met havercappuccino’s en strategische inzichten. Op Facebook lijkt het soms alsof Nederland al drie jaar midden in een regenachtige buurtvergadering zit waar iemand boos is over een windmolen, een asielzoeker of een verkeerd geparkeerde camper.
En het gekke is: na een tijdje voelt je eigen omgeving gewoon normaal.

Fragmenten reizen sneller dan volledige gesprekken. Vaak blijft vooral de emotionele piek hangen.
Dat maakt mediagebruik ingewikkelder dan alleen “informatie consumeren”. Mensen kijken niet alleen om geïnformeerd te raken, maar ook om hun plaats in de samenleving te voelen. Om te zien welke toon ergens hoort. Waar gelachen mag worden. Wanneer boosheid logisch klinkt. Welke irritaties gedeeld worden. En, welke twijfels ongemakkelijk beginnen te voelen.
Dat zie je ook terug bij presentatoren. Sommige mensen vinden Eva Jinek scherp en betrokken. Andere mensen voelen juist direct irritatie bij haar, omdat ze het idee hebben dat het gesprek al een bepaalde kant op wordt geduwd nog voordat het begonnen is. Weer anderen vinden Vandaag Inside heerlijk omdat daar “eindelijk normaal gepraat wordt”, terwijl een ander na vijf minuten het gevoel krijgt per ongeluk in een uit de hand gelopen verjaardagsvisite terechtgekomen te zijn.
En misschien zegt dat minder over politieke voorkeur dan we denken.
Misschien zoeken mensen vooral een ritme waarin ze zich sociaal herkennen. Een tempo dat vertrouwd voelt. Een manier van reageren die past bij hoe zij de wereld ervaren. Dat verklaart misschien ook waarom kritiek op media tegenwoordig zo persoonlijk voelt. Alsof iemand niet alleen iets zegt over een programma, maar ook over het soort mens dat daar graag naar kijkt.
Want moderne media zijn allang niet meer alleen vensters op de samenleving. Ze zijn ook plekken geworden waar mensen voortdurend aftasten hoe de samenleving hoort te voelen.
Polarisatie ontstaat niet alleen door ideeën
En precies daar begint volgens mij ook een deel van de huidige polarisatie. Bij hoe publieke gesprekken tegenwoordig worden gevoerd en wat we daar vervolgens van moeten vinden.
We praten namelijk steeds minder langzaam.
Twijfel krijgt weinig tijd. Nuance moet efficiënt blijven. Antwoorden mogen vooral niet teveel zijwegen hebben voordat iemand aan tafel alvast begint samen te vatten “wat hier eigenlijk gezegd wordt”. En op sociale media gaat dat ritme vervolgens nóg een standje harder. Daar worden complete gesprekken teruggebracht tot clips van dertig seconden waarin vooral de emotionele piek overeind blijft.
Boosheid reist nu eenmaal beter dan bedachtzaamheid.
Dat klinkt misschien als een open deur, maar televisie en sociale media versterken elkaar daarin enorm. Een stevig fragment uit een talkshow verschijnt dezelfde avond nog op TikTok, X of Facebook. Daarna begint het opnieuw te circuleren via reacties, podcasts, columns en discussies onder nieuwsartikelen. Juist, omdat het ritme van dat fragment precies goed werkt voor online verspreiding.
Snelle duidelijkheid. Herkenbare irritatie en een duidelijk kampgevoel binnen twintig seconden, zijn hét recept om voldoende boosheid te veroorzaken.
Daardoor ontstaat ook makkelijk het idee dat “iedereen” ergens boos over is. Terwijl dat soms gewoon het gevolg is van eindeloze herhaling binnen dezelfde mediaomgeving.
En daar zit misschien het belangrijkste punt. Polarisatie ontstaat niet alleen door extreme ideeën. Vaak ontstaat ze ook door voortdurende versnelling. Doordat bepaalde formats weinig ruimte overlaten voor aarzeling, stilte of half afgemaakte gedachten. En vooral ook doordat gesprekken direct naar een richting of naar een duidelijk gevoel moeten bewegen zodat de kijker niet afhaakt.
Dat zie je trouwens net zo goed bij publieke omroepen als bij commerciële zenders. Alleen de verpakking verschilt soms een beetje. Bij de één gebeurt het via harde confrontatie en spot. Bij de ander via morele duiding, subtiele interrupties of gesprekken die voelbaar al een gewenste richting hebben.
Maar het mechanisme lijkt opvallend veel op elkaar.
Steeds vaker voelt televisie alsof het niet alleen registreert wat er in de samenleving leeft, maar ook alvast voordoet hoe we ergens collectief op horen te reageren. Welke verontwaardiging logisch is. Welke irritatie sociaal veilig voelt.
En misschien verklaart dat ook waarom vertrouwen in klassieke instituties daalt, terwijl individuele mediapersoonlijkheden juist steeds belangrijker worden. Mensen vertrouwen soms minder op “de politiek” of “de journalistiek”, maar juist meer op presentatoren, podcastmakers of online figuren waarvan het ritme vertrouwd voelt. En dus zijn we bekend met hun manier van reageren. Dat betekent overigens niet dat zo ook objectiever zijn.

Heel soms valt er op televisie nog een korte stilte waarin niemand alvast lijkt te weten wat er gezegd moet worden.
Verschillende media, verschillende werkelijkheden
Misschien is dat uiteindelijk ook waarom verschillende mediaomgevingen tegenwoordig zo sterk uit elkaar beginnen te lopen.
Je merkt het al wanneer iemand vertelt welke platforms hij dagelijks gebruikt. Sommige mensen leven grotendeels in de ritmes van LinkedIn, podcasts en langere YouTube-gesprekken. Andere mensen zitten vooral in Facebookdiscussies, korte video’s, talkshowfragmenten en eindeloze commentsecties. Dat zijn niet alleen andere informatiebronnen. Het zijn bijna verschillende temperaturen van dezelfde samenleving.
De één ervaart Nederland als permanent oververhit. De ander denkt juist dat iedereen zich druk maakt om bijzaken.
En ondertussen denkt bijna iedereen: dit ís gewoon de samenleving.
Terwijl we in werkelijkheid vaak vooral kijken naar een verzameling algoritmes, formats en mediaritmes die bepaalde emoties steeds opnieuw naar boven duwen omdat moderne media nu eenmaal beter draaien op sterke reacties.
Dat maakt het onderwerp ook ingewikkeld. Want het probleem zit niet alleen bij zenders, presentatoren of sociale media. Kijkers werken er zelf net zo goed aan mee. Ik ook. Iedereen klikt uiteindelijk toch nét iets sneller op een fragment waarin iemand boos wegloopt uit een studio dan op een rustig gesprek van twintig minuten waarin twee mensen het gedeeltelijk met elkaar eens blijken te zijn.
Dat laatste is inhoudelijk misschien waardevoller, maar televisietechnisch ongeveer net zo spannend als iemand die live een boekhoudcursus volgt.
En toch verlang ik soms juist daarnaar. Niet eens naar “meer nuance”, want dat klinkt meteen alsof je in een linnen overhemd een podcast over democratische weerbaarheid presenteert vanaf een podium ‘De Balie’. Ergens verlang ik weer naar gesprekken waarin niet alles direct hoeft te landen als een emotionele tik. Waar iemand toch ook nog eens even mag zoeken naar woorden zonder dat de presentator alvast de conclusie uitdeelt alsof hij bij een spelshow de winnaar bekendmaakt.
Misschien viel daarom die avond bij Eva zo op.
Niet omdat het programma ineens radicaal anders was. Of, omdat Antoinette Hertsenberg plotseling het medialandschap had gered. Het voelde alleen even alsof het ritme van televisie per ongeluk was vertraagd. Alsof iemand kort vergeten was dat publieke gesprekken tegenwoordig voortdurend richting moeten krijgen.
En het gekke was misschien nog niet eens dat die rust prettig voelde.
Het gekke was vooral hoe ongewoon die inmiddels geworden is. .







